Dinsdag 07/12/2021

KORT WEG

Edinburgh

Richard Branson, de wonderbaas van Virgin, heeft het volledige Edinburgh Castle afgehuurd voor zijn nieuwjaarsfeestje van 1999. Het zegt veel over de herwonnen glans van de Schotse hoofdstad, zeker als je weet dat Branson op zowat de schilderachtigste plekken van de wereld eigen huizen en hotels heeft staan, onder de tropenzon. Twee maal per jaar bruist Edinburgh extra: tijdens het theaterfestival in augustus en met Nieuwjaar, als de hele stad gevuld is met muziekbands en op het kasteel vuurwerk wordt afgestoken. Wij gingen er toen de narcissen hun kopjes door de sneeuw duwden.

Edinburgh is een open, aangename stad, met veel mooie gebouwen en een opmerkelijke vorm. Ze is gebouwd op vulkanische grond, waarvan enkele heuvels nog getuigen: van op Arthur's Seat of Calton Hill heb je een prachtig uitzicht over de stad, tot aan de Firth of Forth, de zeearm. 'Het Athene van het noorden' noemt ze zich graag, hoewel op Calton Hill een tempel naar Atheens voorbeeld nooit af geraakte, omdat er onvoldoende milde schenkers opdaagden. Schotse gierigheid, zegt Sandra, onze gids. En daarom wordt het gebouwtje 'Edinburgh's Disgrace' genoemd.

Het is een stad - of beter twee steden, zie hierover verder - die je best al wandelend kunt verkennen. Vooral de middeleeuwse stad, met veel doorgangen en trappen - de zogenaamde 'closes' die vroeger op slot gingen om de bewoners te beschermen, moet je te voet ontdekken. En de Royal Mile, de verbindingsweg tussen Holyrood House en Edinburgh Castle, doe je natuurlijk ook te voet, al was het maar om links en rechts een blik te werpen in de winkeltjes die geheel uit Schotse ruiten en shortbread opgetrokken zijn.

Edinburgh heeft een vriendelijker gezicht dan buurvrouw en rivaal Glasgow. Volgens de traditie is Edinburgh burgerlijk en een beetje nuffig, Glasgow proletarisch en goedlachs. Maar die tegenstelling schijnt stilaan af te vlakken. In ieder geval is voor de bezoeker de onmiddellijke charme van Edinburgh duidelijker, terwijl je Glasgow moet overwinnen.

Tussen de twee steden rommelt het nu weer met de komst van het Schotse parlement, in het jaar 2000. De zetel zou aanvankelijk in een bestaand gebouwen op Calton Hill, in Edinburgh, komen, maar tegen de wil van de plaatselijke bevolking in werd beslist een gloednieuw gebouw neer te zetten in de omgeving van Holyrood House, het kasteel waar de koninklijke familie verblijft als ze in Schotland is. Maar omdat dit nieuwe gebouw niet tijdig klaar zal zijn, zou het parlement mogelijk eerst twee jaar in Glasgow zetelen.

Edinburgh bestaat uit een Old Town en een New Town. De eerste is de middeleeuwse, die zich aan de flank van het kasteel kronkelt. Waar zich nu het park en het treinstation bevinden, in de diepte, was er vroeger een meer. Toen de oude stad in de 18de eeuw overbevolkt raakte, maar door die natuurlijke grens niet meer kon groeien, werd een wedstrijd uitgeschreven voor het ontwerpen van een nieuwe stad. De jonge James Craig won, met een helder en overzichtelijk plan met drie parallelle straten: Princess Street, nu de bekendste winkelstraat met alle grote ketens, George Street, de hoogst gelegen, en Queen Street, de best bewaarde. In het oosten en het westen worden ze begrensd door een vierkant plein, Charlotte Square en St Andrew Square.

Edinburgh is een van de drie belangrijkste financiële centra van Europa en daarvan getuigen enkele opmerkelijke bankgebouwen. In dat van de Royal Bank of Schotland op St Andrew Square moet je even binnenlopen om de verbluffende lokettenzaal met hemelsblauwe koepel en dito vloer te bekijken. De strakke neoklassieke huizen op de squares zijn geschaard rond groene parkjes waar alleen de omwonenden in mogen - ze hebben er een sleutel voor. Hun privétuinen liggen dus niet achter hun huizen, maar zijn gegroepeerd in het midden. Omdat veel van de huizen zowel binnen als buiten beschermd verklaard zijn, wordt het moeilijk om er alle hedendaagse technologie in te installeren. Dat is een van de redenen, zegt Sandra, waarom kantoren hier wegtrekken. Maar voor privépersonen zijn ze erg duur en bovendien stijgen de prijzen nu nog door de aangekondigde komst van het parlement. De meeste zijn dan ook in flats opgedeeld, en worden niet meer, zoals men kan zien in The Georgian House, op Charlotte Square, bewoond door een familie met dienstboden. In dit museumpje wordt het leven van een meergegoede familie uit de 18de eeuw heel gedetailleerd opgeroepen. (The Georgian House, 7, Charlotte Square, alle dagen open van 10 tot 17 u, zondag vanaf 14 u.)

In Princess Street vind je alle grote bekende winkels, van Marks & Spencer tot Next, maar ook Jenners, het oudste warenhuis ter wereld in privébezit. Het noemt zichzelf een kruising tussen Harrods en Liberty of Londen, maar het aanbod is kleiner en beduidend tuttiger. De afdeling hoeden en bruidsjurken is als curiosum een bezoekje waard.

De kleinere boetieks zijn meer te vinden in de dwarse straten, maar een echte stad voor shoppers is dit toch niet. Op modegebied heeft Glasgow meer te bieden, maar met de huidige koers van het pond is de verleiding nooit erg groot.

Princess Street wordt aan beide uiteinden beheerst door een Grand Hotel. Aan de ene kant The Claridge, bij ons bezoek genoemd in de kranten omdat een overspelige minister er de nacht doorbracht met zijn maîtresse; aan het andere uiteinde het Balmoral. Dit hotel werd onlangs gekocht door de Forte-groep en met 25 miljoen pond in zijn oude luister hersteld. Het is de beste plaats om naar het vuurwerk te kijken wanneer dat op het kasteel wordt afgestoken.

Het herkenningspunt van Edinburgh is het kasteel, niet zomaar een gebouw, maar een stadje op zich. Behalve een museum met de Schotse kroonjuwelen en het museum van de Royal Scots, is er o.a. een War Memorial, de piepkleine St Margaret's Chapel (uit de 12de eeuw), waar romantische koppels zich nu nog in de echt laten verbinden, de vroegere gevangenis, waar Franse soldaten hun graffiti achterlieten, de gebouwen van het leger, met o.a. de school voor de doedelzakspelers en een eigen begraafplaats voor de huisdieren en mascottes van het Schotse regiment. Ook te bewonderen is de 'Mons Meg', een gigantisch kanon dat Filips de Goede in 1457 aan zijn neef James II schonk. Het kanon is gebouwd in Mons en werd tegen vijf kilometer per dag naar Edinburgh gesleept. Het is een kleiner broertje van de Dulle Griet in Gent, die in dezelfde periode uit hetzelfde atelier kwam.

Een aanrader is The Scottish National Gallery of Modern Art, even buiten het centrum van de stad. Je wandelt er te voet heen en passeert dan door het idyllische dorpje Dean, vroeger een molenaarsgemeenschap. Ook hier vallen de streng geordende straten op, zelfs die met de hoge, bakstenen arbeidershuizen met trapgevels. In de diepte stroomt de rivier Leith, en een wandeling over een aangelegd pad op de oever doet onmiddellijk de nabijheid van de grote stad vergeten.

Het museum huist sinds 1984 in een streng, neoklassiek gebouw dat vroeger een school voor verlaten kinderen was. In de heldere ruimten is een zeer mooi overzicht te zien van internationale schilders van de 20ste eeuw, met enkele zalen voorbehouden voor Schotten. Duitse expressionisten en Franse kunst in het algemeen zijn de trots van deze verzameling. Tot de recente aanwinsten behoren het 'Naakt meisje op een dierenvel' van Otto Dix, Miro's Compositie, Magritte's Zwarte vlag (dat we niet vonden, omdat het uitgeleend was aan Brussel) en Giacometti's 'Vrouw met overgesneden keel'. Hedendaagse Britse kunst is vertegenwoordigd met werk van o.a. Freud, Auerbach, Walker, Lebrun en jonge Schotten.

Aan het museum is een café met kleine restauratie verbonden en op het grote grasveld, met beelden van Paolozzi en Moore, kunnen kinderen stoeien. Een aangename plek om een zondag door te brengen.

Belford Road, Edinburgh, alle dagen open van 10 tot 17u, zondag vanaf 14 u.

Zoals vele grote steden die hun zware industrie zagen wegkwijnen, wordt ook hier de oude havenbuurt gerenoveerd en geherwaardeerd en vestigen zich er kantoren, galerietjes en restaurants. Dat is het geval in Leith, de haven aan de Firth of Forth, en in mindere mate in het aanpalende Newhaven ('Nieuwe Haven'), vroeger een echt vissersdorp. In Leith worden gloednieuwe kantoorgebouwen neergezet en oude opslagplaatsen in lofts herschapen. Op vrijdagavond rijden de taxi's voortdurend aan en af, dit lijkt dé plek waar de Edinburghers de week vrolijk komen aflsuiten. Een mooi voorbeeld van hergebruik is het moderne stijl-hotel Malmaison, in het voormalige zeemanshuis.

In Newhaven proef je nog meer de sfeer van het vroegere vissersdorp. In de voormalige visafslag is een groot volks restaurant ondergebracht én een leuk museum over het vissersleven. Een video vertelt het verhaal van de 'viswijven' die met manden van vijftig kilo te voet naar de stad trokken om de vis te venten die de mannen hadden binnengebracht. Oude tradities worden in stand gehouden door o.a. het 'Fishwives Choir', maar veel oorspronkelijke bewoners zijn zich elders gaan vestigen toen hun huisjes werden gerenoveerd.

Wie Schotland zegt, zegt whisky en de kwaliteit daarvan onderzoek je best proefondervindelijk in een van de vele bars die Edinburgh rijk is en waar het rijtje flessen vaak indrukwekkend is. Maar alle geheimen van het gloedvolle huwelijk tussen gerst en water en de verschillen tussen blended whisky, pure malt en pure grain, whisky's van de Highlands en de Lowlands, van de eilanden en het vasteland, van veel turf of weinig turf, kom je te weten in de Glenkinchie Distillery, even buiten Edinburgh, in East Lothian. Aan deze actieve distilleerderij, die een zachte, typisch Lowlandse whisky produceert, zijn een aanschouwelijk museum én een proeflokaal verbonden. Kijk en vergelijk, en koop als je er niet aan kan weerstaan. Ideaal is een assortiment van vijf kleine flesjes, waarmee thuis de vergelijkende proef nog eens kan worden overgedaan.

Glenkinchie Distillery, Pencaitland, Tranent, tel 01875 340 451, open van maandag tot vrijdag, van 9.30 tot 17 u. Van mei tot september ook in de weekends open. Kinderen mogen binnen, maar hun bezoek wordt niet aangemoedigd.

Voor de gastronomie moet je niet naar Schotland. Goeie basisproducten zijn er, zoals lamsvlees en zalm, de kunst is een plek te vinden waar men er niet te veel fratsen mee uithaalt. Tenminste één keer moet je haggis proeven, het nationale gerecht op basis van (goed gekruide) schapenmaag, gevuld met andere ingewanden. Haggis wordt geserveerd met 'bashed neeps' (rapenstamppot) en 'chappit tatties' (aardappelpuree), en het best verteer je het met een glas whisky erbij. Wil je haggis proeven in een met geschiedenis beladen plek, ga dan de trap op in de (nogal toeristische) pub op de Royal Mile, Deacon Brodie, gebouwd in 1703. William Brodie is het gespleten personage waarop Robert Louis Stevenson zijn Doctor Jekyll and Mister Hyde baseerde.

Wie van decorum houdt, eet goed in het restaurant No 1 van het Balmoral Hotel, of in de fraaie eetzaal van Prestonfield House, in een residentiële wijk buiten het centrum. Op een steenworp van het Balmoral ligt de ouderwetse Cafe Royal Oyster Bar, met zijn belle époque-decor de moeite als je van monumenten houdt. De populaire eetgelegenheden zoek je in de oude stad, in de omgeving van Grassmarket en Victoria Street. We nuttigden een ongecompliceerd en vriendelijk verzorgd middagmaal op de eerste verdieping in The Grainstore , 30 Victoria Street, tel. 131 225 7635

In Leith is de eerlijkste vis te vinden bij Marinette (52 Coburg Street) en eet je heel knus in The Shore (3-4 The Shore), een bar annex restaurant, met Bob Dylan of jazz. De Vintner's Rooms ((87, Giles Street) is een oud veilinghuis voor wijn, omgebouwd tot proeflokaal en restaurant. Je eet er bij kaarslicht, gezellig maar niet denderend, en duur naar onze normen. Het Malmaison Hotel heeft een 'Franse brasserie' (One Tower Place) waar je klassiekers als moules marinière of steak frites kunt eten. De Britse gasten waren in de wolken, wij verkiezen het echte boven de kopie. Maar de bediening is uitermate attent en de inrichting zeer aangenaam.

In sommige straten - o.m. van de luchthaven naar het centrum- lijkt het of één huis op twee een Bed & Breakfast is. Guesthouses, middenklassehotelletjes en luxehotels bij de vleet, maar naar verluidt in augustus nog niet genoeg.

Wij logeerden in Prestonfield House, een mooi en rustig gelegen landhuis op vijf minuten rijden van het centrum, met pauwen en Schotse koeien in de tuin en uitstekend uitgeruste, klassiek ingerichte kamers. Het hotel is opgenomen in de brochure 'Britain & Ireland de luxe', van de Belgische touroperator Seagull.

Sabena heeft dagelijks drie rechtstreekse vluchten op Edinburgh. Duur: ongeveer 1.40 u, prijs ong. 12.000 frank voor een APEX.

Het bussensysteem is nogal ingewikkeld omdat verschillende maatschappijen elk hun lijnen uitbaten. Voor een weekend is het niet de moeite zich erin te verdiepen, gezien de meeste plaatsen te voet bereikbaar zijn. Naar Leith kun je wandelen, al moet je op twintig minuten rekenen als je flink doorstapt. Taxis's zijn groot en niet duur.

Voor langere trajecten is er het busstation op St Andrew Square (Scottish Citylink Coaches, expressbussen, tel 990 50550 of 131 556 0520). Je kunt je alle inlichtingen krijgen en er zijn bergkastjes waar zelfs grote rugzakken in kunnen. Treinen vertrekken en komen aan in het hartje van de stad, in Waverley Station.

Info: Alle toeristische informatie over Edinburgh en Schotland: British Tourist Authority, Louizalaan 306, 1050 Brussel, tel. 02/646 35 10

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234