Zondag 28/11/2021

Koppig vasten tot de dood

De Turkse minister van Justitie, Aysel Celikel, verklaarde afgelopen week dat ze een einde wilde maken aan de hongerstakingen die in twee jaar tijd zoveel slachtoffers maakten. Als ze lang genoeg wacht, hoeft de minister daar zelfs geen moeite voor te doen. Van de aanvankelijk honderden hongerstakers, wachten er nog maar 23 koppig op hun dood in deze krachtmeting tussen overheid en extreem-linkse groeperingen. Sommigen gaven op, anderen stierven. De 97ste in de rij was Hamide Öztürk, die stierf op 10 september, nadat ze zich 463 dagen alle voedsel had ontzegd uit protest tegen de gevangenishervorming.

Ayfer Erkul / Foto's Paolo Pellegrin / Magnum

In een smal, donker huis in een volkse buurt van Fatih, aan de Europese kant van Istanbul, wachten vader en moeder Harman op de dood van hun dochter Feride. Het is vandaag dag 405 van haar hongerstaking en de 29-jarige vrouw is vel over been; de dikke dekens kunnen de pijnlijk uitstekende heupbeenderen en de scherpe knieën niet verhullen. Ze ligt aan een openstaand raam, dat uitkijkt op een pleintje met hoge bomen, roepende handelaars en joelende kinderen. Het contrast tussen de glanzend rode band rond haar voorhoofd - symbool van de sehit of martelaar - en de vale teint op haar ingevallen wangen kon niet groter zijn. Maar het maandenlange dieet van water, suikerwater en vitamine B1 heeft het vuur in haar donkere ogen niet geblust. "Ik doe dit niet voor mijzelf, maar om de dingen beter te maken voor de anderen", murmelt ze. De woorden komen heel langzaam, articuleren gaat bijzonder moeilijk, terwijl haar ogen af en toe wegdraaien en het wit akelig zichtbaar wordt.

Nu lijkt het moeilijk te geloven, maar ooit gordde ze iedere dag een zware munitieriem rond haar smalle heupen, trainde ze in geheime opleidingskampen en aarzelde ze niet met scherp te schieten tijdens gevechten met het Turkse leger. Amper 18 had ze het ouderlijke huis in Malatya, Oost-Turkije, verlaten om guerrillera te worden voor de extreem-linkse, terroristische en in Turkije verboden Revolutionaire Volksbevrijdingsfront-Partij (Devrimci Halk Kurtulus Partisi-Cephesi, DHKP-C).

Feride Harman werd in 1996 opgepakt en veroordeeld tot 36 jaar gevangenisstraf. "Ik kwam er nog goed af; ze hadden de doodstraf geëist." Op 28 juli 2001 begon ze aan haar hongerstaking en sloot ze zich aan bij de honderden andere gevangenen die op 20 oktober 2000 waren begonnen, nadat de Turkse overheid had aangekondigd dat terroristische gedetineerden of gevangenen veroordeeld voor georganiseerde misdaad, zouden worden overgebracht naar een nieuw type gevangenis, die bestond uit een- tot driepersoonscellen. Isoleercellen, protesteerden de hongerstakende gevangenen. Cipiers zouden hen vrijelijk kunnen martelen zonder medeweten van andere gedetineerden of ze zouden aan hun lot overgelaten worden en gek worden van de eenzame opsluiting. Het verschil met hun oude, vertrouwde gevangenisomgeving was te groot. "Dat vroegere systeem konden we niet langer volhouden", zegt de woordvoerder van het Bestuur der Strafinrichtingen, achter zijn bureau in het ministerie van Justitie, in Ankara. "Die oude gevangenissen waren leerscholen geworden voor terroristen en maffiosi."

De Turkse gevangenissen bestaan doorgaans uit grote slaapzalen waar tientallen gedetineerden samenzitten. "Twintig, veertig tot zelfs tachtig gevangenen en meer per zaal, met een gemiddelde van tien zalen per gevangenis. Bij jullie in Europa zijn die grote zalen in de jaren zestig en zeventig, na grote hervormingen, verdwenen. Turkije bleef ermee zitten, door een gebrek aan financiële middelen." Kwam daarbij ook nog dat de regering de toestand in de gevangenissen pas in de jaren negentig, toen de eerste grote problemen de kop opstaken, als prioritair ging zien. Het aantal gevangenen was pijlsnel gestegen, door de nieuwe antiterrorismewetten die vooral de toen nog heel actieve separatistische PKK beoogden. Later in de jaren negentig kwamen daar nog extremistische moslimmilitanten en leden van extreem-linkse groeperingen als de DHKP-C bij, die ook veroordeeld werden volgens de antiterreurwetgeving. Mensenrechtenverenigingen protesteerden meer dan eens dat het hier om politieke gevangenen ging, maar de Turkse staat was een andere mening toegedaan. De woordvoerder somt op: "Rond de vijfduizend PKK-gevangenen, zo'n duizend leden van de Turkse islamitische Hezbollah en evenveel leden van de DHKP-C. Om te voorkomen dat die elkaar in de haren zouden vliegen, moesten we hen in aparte gevangenissen of tenminste aparte zalen plaatsen. Maar dat voorkwam niet dat er ruzie ontstond tussen de gevangenen onderling. Cipiers werden gegijzeld, de gevangenen haalden zelfs muren neer tussen de slaapzalen, om in de gevangenis één grote ruimte te maken. De gasvuurtjes, die ze kregen voor het bereiden van voedsel, gebruikten ze als een soort vlammenspuiters."

Niet alleen de leden van de illegale bewegingen hadden zich een thuis gemaakt in die zalen, ook de georganiseerde bendes konden vanuit de cel hun zaakjes in de buitenwereld gewoon voortzetten. En, beklemtoont de woordvoerder, "bovendien heeft Europa meer dan eens geprotesteerd tegen dit gevangenissysteem".

In 1997 begon de Turkse overheid daarom met de bouw van een nieuw type gevangenis, volledig anders dan de andere detentiehuizen. In de eerste plaats speciaal voor de leden van terreurbewegingen en voor gevangenen schuldig bevonden aan georganiseerde misdaad, later voor iedereen. Ze werden de gevangenissen van het F-type genoemd, omdat de letters A tot E in volgorde van grootte stonden voor de oude types. Momenteel zijn er al zes in gebruik, elk met een capaciteit van 368.

De transfer van de gevangenen ging eind 2000 niet zonder slag of stoot. De Turkse regering moest eerst een einde maken aan het protest van de honderden hongerstakers in tientallen gevangenissen. Operatie Hayata Dönüs (Operatie Terugkeer tot Leven), zoals de actie haast ironisch werd genoemd, verliep bijzonder brutaal en bloedig. Op 19 december 2000 drongen honderden politieagenten met geweld twintig gevangenissen binnen. Daarbij werden 32 gevangenen gedood of staken zichzelf in brand als ultiem protest en geraakten honderden gedetineerden en agenten zwaar gewond. De overblijvenden werden overgebracht naar de type F gevangenissen. "De operatie was noodzakelijk", beklemtoont de woordvoerder, terwijl hij een lijst toont met de wapens die werden aangetroffen in de verschillende gevangeniszalen: 1 kalasjnikov, 1 jachtgeweer, 10 zelfgemaakte bommen, tientallen messen, scharen, schroevendraaiers en andere steekwapens, munitie, molotovcocktails, omgebouwde gasflessen, gsm's, simkaarten en propagandamateriaal. "U ziet, de situatie was nogal dringend. Bovendien waren veel hongerstakers in zo'n toestand dat we hen onmiddellijk naar het ziekenhuis hebben vervoerd."

Operatie Terugkeer tot Leven beëindigde de hongerstakingen niet. Integendeel, hongerstaken werd na een tijd doodvasten, waarbij de eerste doden begonnen te vallen. Op 24 maart 2002 werd Feride overgebracht naar een ziekenhuis in Ankara. "Maar ik bleef mijn verzet volhouden", vertelt ze. Op 20 augustus kwam ze terecht in een gerechtelijk ziekenhuis in Istanbul, waar ze na drie dagen vrijkwam door artikel 399 van het wetboek voor strafprocedure. Dat artikel bepaalt dat de straf van ernstig zieke gevangenen uitgesteld kan worden. Sindsdien zet ze haar protestactie tegen isolatiecellen thuis voort.

De woordvoerder van het Bestuur der Strafinrichtingen zucht eens. "Het zijn gewone cellen, heel doorsnee, zoals jullie die in Europa ook hebben." Altijd weer krijgt hij dezelfde vragen als er buitenlandse journalisten, mensenrechtenverenigingen en politici bij hem aankloppen. Die beantwoordt hij dan behulpzaam, maar afgemeten en met kennis van zaken want, zo benadrukt hij, in Europa heeft hij al menige gevangenis bezocht. Ook in België. "Isolatie", vraagt hij. "Natuurlijk is er in het F-type gevangenis een isoleercel, een echte. Maar die hebben ze bij jullie toch ook, om gevangenen die problemen veroorzaken, een tijdje op te sluiten?" De man, die ooit rechter was in het oosten van Turkije, wil niet met zijn naam in de krant; hij werd al te vaak bedreigd, zegt hij. Maar hij wil ons wel, heel uitzonderlijk, meenemen naar een gevangenis van het type F.

Charmeoffensief of poging tot glazenhuistactiek, het maakt ons even niet uit, we willen met eigen ogen zien waarvoor mensen zich doodhongeren in Turkije. Met in het achterhoofd de opmerkingen van mensenrechtenorganisaties en parlementaire delegaties, stappen we in de donkerblauwe auto van het ministerie. Het is een lange tocht van het centrum van Ankara naar de gevangenis in Sincan, aan een uiterste rand van de hoofdstad. De directeur wacht ons al op aan de ingang. Handscan, schoenen uit, detector die biept bij het minste metaal - ook bh-beugels, knikt een van de vrouwelijke cipiers ervaren - en uiteindelijk grondige fouillering. Het notitieboekje mag na lang aarzelen toch mee. Het gebouw is nieuw en nog niet onderhevig aan de verwaarlozing die na enkele jaren om zich heen grijpt in veel gevangenissen. We stappen door de verlaten gangen, de directeurs, zijn adjunct, de woordvoerder en enkele cipiers. Tijdens dit bezoek, zoveel wordt snel duidelijk, zal ons geen strobreed in de weg worden gelegd. Willen we de cellen zien? Geen probleem, klopje op de deur, sleutels worden omgedraaid en drie gedetineerden kijken eerst aarzelend naar het bonte gezelschap dat hun dagelijkse routine komt verstoren. Dit is een driepersoonscel, van het duplex-type. Beneden een tafel met drie plastic stoelen, een wc annex douche en een gootsteen met blauw kastje. Via een tweede deur kom je op een binnenplaats, die havalandirma (verluchting) heet en soms nogal optimistisch bahce wordt genoemd. De hoge betonnen muren vormen echter allesbehalve een tuin. Maar de deur is wel "altijd open". Boven is de slaapkamer met grote ramen, drie kasten en drie bedden. Muziek krijgen de gedetineerden via de radioknop aan de muur. Twee zenders, uitgekozen door de directie. Neen, dan liever de tv op het witte tafeltje. "Alle kanalen, zonder uitzondering", benadrukt de directeur. "En iedere dag zijn kranten beschikbaar."

De eenpersoonscellen komen per drie uit op eenzelfde binnenplaats. Ook deze deuren blijven openstaan, zodat de drie gevangenen elkaar de hele dag kunnen zien als ze dat willen.

We komen langs de open bezoekersruimte, met houten tafels en witte plastic stoelen. De directeur: "Een keer per maand mogen familieleden de gevangene bezoeken. Tijdens feestdagen mogen ook de grootouders mee." Dan volgen de activiteitenruimtes. Een gesloten sportzaal met volley- en basketnet, een zaal waarin gevangenen houten werktuigen maken, een andere waar met koper wordt gewerkt. Een muziekzaal, met verschillende baglama, zoals de bolronde snaarinstrumenten worden genoemd. De directeur is zelf een begenadigd speler en geeft hier af en toe les aan de gedetineerden. Spontaan pakt hij een instrument op en heft een volkslied aan, speciaal voor het bezoek. In het porseleinatelier buigen gevangenen zich over het minutieuze tekenwerk op de borden. Plots maakt de 19-jarige Onur zich los van de groep en biedt hij de woordvoerder van het ministerie een versierd bord aan. Die wijst naar de journaliste, eregast om een geschenk te ontvangen. "Zie je, die jongen hield zich enkele maanden geleden bezig met het leggen van bommen voor een terroristische organisatie", vertelt de directeur. "Nu leert hij een nuttig beroep." De tocht gaat verder langs de bibliotheek (alle soorten boeken), ziekenzaal en tandarts, om te eindigen in de keuken. Koks roeren in enorme ijzeren potten. Iedere gevangene heeft recht op drieduizend calorieën per dag, zo berekend door het ministerie van Justitie. Vandaag staat er groentekebab op het menu. "Voor iedereen", zegt de directeur met klem. "Zowel gevangenen, personeel als directie eten hiervan."

Was wat wij zagen de ideale Turkse gevangenis, waar de problemen van het verleden zich niet meer zullen herhalen? Een paradijs is het er alleszins niet, maar een isolatiecellencomplex, zoals vele hongerstakers blijven volhouden, zeker niet. Terwijl enkele jaren geleden, bij het begin van de gevangenishervorming, er nauwelijks sprake was van gezamenlijke activiteiten en het gevoel van isolatie overheersend was volgens een rapport van een Europese parlementaire delegatie, zijn er op dat gebied vorderingen gemaakt. Toen de leden van het Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) bij de Raad van Europa, in maart van dit jaar de gevangenis van Sincan bezochten, toonden ze zich heel tevreden over de vooruitgang. Vooral over de ministeriële omzendbrief die in januari was rondgestuurd en waarin tot maximum tien gedetineerden tegelijk elkaar voor een babbel konden ontmoeten in de daartoe bestemde ruimtes, gedurende maximaal vijf uur per week. Maar het kon nog beter, vond het CPT. Want de voorwaarde voor deze ontmoetingen was wel dat de gedetineerden deelnamen aan minstens een van de rehabilitatie- of trainingsprogramma's in de gevangenis. En die voorwaarde moet volgens het CPT afgeschaft worden, omdat veel gevangenen die onder de antiterrorismewet vastzaten, weigerden hieraan deel te nemen. De afschaffing zou volgens het CPT een duidelijke bereidheid tonen van de Turkse autoriteiten om activiteiten buiten de cel aan te moedigen en zo hét tegenargument zijn voor degenen die beweren dat er een isolatiesysteem wordt gehanteerd in het F-type gevangenissen.

Voorlopig is het commentaar van de Turkse autoriteiten dat terroristische gedetineerden die geen gebruik wensen te maken van de gezamenlijke activiteiten, en enkel voor conversatiedoeleinden samenkomen, hiervan misbruik zullen maken door hun ideologische standpunten te blijven propageren. De woordvoerder: "Eerst gingen ze in hongerstaking omdat er geen gezamenlijke activiteiten waren in deze gevangenissen. Toen dat later wel het geval was, weigerden ze hun cellen uit te komen en deel te nemen aan deze activiteiten. Want deelnemen zou betekenen dat ze toch niet in isolatie zaten."

Feride luistert naar de kinderstemmen die buiten weerklinken en een discussie die lijkt te ontaarden in een ruzie. Zit het volk wel op haar offer te wachten? Wie kent in Turkije Feride Harman en weet dat ze doodgaat voor hen? Maken de mensen zich niet meer zorgen over de crisis en de komende verkiezingen? Nooit eerder was de onverschilligheid voor deze hongerstakers zo groot. De Turkse pers meldt enkel wanneer er weer eens een dode valt. De sympathie van de publieke opinie is volledig zoek. Veel deelnemende organisaties hebben uiteindelijk toch opgeroepen tot een beëindiging van de hongerstakingen. Anderen hielden op nadat ze vrijkwamen door artikel 399. Nog anderen kregen amnestie van president Ahmet Sezer. Blijven over: 23 stervenden, die het land willen redden uit de handen van het kapitalisme. Behalve de 18 leden van de DHKP-C zijn er nog sympathisanten van de KIP, TEKP-L en THKP-C, duistere extreem-linkse groeperingen, die blijven verderdoen.

De opmerkingen lijken niet tot Feride door te dringen. "Niet alles kan in één keer veranderen", zegt ze, als in trance. "Ik zal die vonk waarschijnlijk niet meer meemaken, maar de toekomst zal mij gelijk geven."

Niemand zou haar nu nog gevaarlijk noemen, deze schim van de oude Feride, op de foto boven het bed, gekleed in kakigroen, die strijdlustig in de lens kijkt. Haar vader neemt het portret en houdt het even in zijn handen. Het is al de tweede keer dat hij dit meemaakt. Van zijn acht kinderen, nam nog een dochter deel aan de massale hongerstaking. "Honderdvijftig dagen heeft ze volgehouden", zegt de moeder met rode, vermoeide ogen. "Daarna kon ze niet meer. Ze is nu gehandicapt, lijdt aan geheugenverlies en zit nog steeds in de gevangenis."

Het huis waar ze nu in wonen, in Istanbul, is van kennissen. Maandenlang al volgen de gepensioneerde onderwijzer en zijn vrouw uit Malatya hun dochter Feride in haar tocht langs gevangenissen en ziekenhuizen. Ze zien haar enkel maar achteruitgaan. De moeder kijkt aarzelend naar haar dochter. "We kunnen haar niet dwingen, dit is haar keuze", fluistert ze. Later, als we buiten zijn, zal ze zeggen dat ze verscheurd wordt door sympathie voor het doel enerzijds, en de koppigheid van haar dochter om ervoor te sterven anderzijds. Maar in de slaapkamer zegt ze enkel: "Het is hard, je kind op deze manier zichzelf te zien doden."

Het kind zelf zwijgt daarop, maar haar donkere ogen schitteren fanatiek wanneer ze even later opmerkt dat ze helemaal niet blij is met haar vrijlating. Over het leed van haar familie geen woord. "Mijn vrijheid heeft niets veranderd, terwijl ik mijn lichaam inzette voor de bevrijding van mijn volk. Nogmaals, ik doe dit niet voor mezelf." We spraken Feride en haar ouders op 2 september, dag 405 van haar hongerstaking. Vandaag, 12 oktober, op dag 445, is ze nog in leven en blijft ze haar protest tegen de isolatiecellen volhouden.

Het syndroom van Wernicke-Korsakoff. Fikret Lüle (30) kan de symptomen ervan in detail beschrijven. Dubbelzicht, oncontroleerbaar rollen van de ogen, verlies van spiercoördinatie, evenwichtsverlies, gezichtsverlamming, haarverlies, geheugenverlies, verminderd intellectueel vermogen. Een hersenletsel veroorzaakt door een tekort aan vitamine B1, vooral te zien bij alcoholici en ook bij hongerstakers. Fikret Lüle is geen arts, maar een ervaren ex-hongerstaker.

Degenen die levend uit de doodvasten kwamen, worden nu geplaagd door de gevolgen van hun protest. Met zijn honderden zijn ze in Turkije, de voormalige hongerstakers die lijden aan het syndroom van Wernicke-Korsakoff. De artsen proberen een zo goed mogelijke therapie voor hen uit te dokteren, vaak een combinatie van vitamine B en praattherapie. Ze leren door ervaring. Honderdduizenden euro's zijn al uitgegeven en waarschijnlijk zal er nog minstens evenveel nodig zijn om iedereen te kunnen behandelen.

Lüle: "Turkije onderging ook in 1996 een golf van hongerstakingen, maar toen vielen er in korte tijd twaalf doden en werden anderen door de lange ondervoeding snel doof en blind. Sindsdien wordt hier geëxperimenteerd met het toedienen van grote doses vitamine B1 aan de hongerstakers. Zo konden we het heel lang volhouden, zonder het bewustzijn te verliezen."

Ondertussen zoeken de voormalige hongerstakers troost bij elkaar. Bijvoorbeeld in het hoofdkwartier van DMP (Demokratik Mücadele Platformu - Platform voor de Democratische Strijd), in een mooi maar vervallen herenhuis in Beyoglu, het centrum van Istanbul. De hongerdood streven ze niet meer na, over het F-type gevangenissen praten ze liever niet met de pers, maar hun idealen blijven onveranderd. Posters van Karl Marx en Vladimir Iljitsj Lenin hangen broederlijk naast Turkse linkse intellectuelen en vrijheidsstrijders. Fikret Lüle werd veroordeeld voor lidmaatschap van de MLKP, de Marxistisch-Leninistische Communistische Partij. Tachtig dagen bracht hij in hongerstaking door in gevangenschap, daarna kwam hij vrij op basis van artikel 399. Thuis steunde hij de actie van zijn ex-celgenoten nog tot hij na 369 dagen opgaf. Nu loopt hij langzaam, als een oude man en heeft hij concentratiestoornissen.

Behalve Fikret Lüle, is hier vandaag ook Mehmet Dogan aanwezig. De jongeman is 25, maar ziet er minstens tien jaar ouder uit. Hij is er erger aan toe dan Lüle, kan amper lopen en nauwelijks praten. Hij herinnert zich nog steeds maar fragmenten van voor 1995. Ook hij werd veroordeeld voor lidmaatschap van de verboden MLKP en zat vast van 1996 tot 2001. De vrijlating was om humanitaire redenen, in de hoop dat hij dan zou stoppen met zijn hongerstaking. "Maar ik ging daarna nog 120 dagen verder. Je kunt niet anders. Onze idealen, we kunnen die niet zomaar opzijzetten. Als ik terug kon gaan, zou ik hetzelfde doen."

Wie hen ziet, krijgt vanzelf medelijden. De wangen ingevallen, jukbeenderen die zich pijnlijk door de huid boren. Holle ogen, kreupele benen. Lüle: "Ja, af en toe komen familieleden hier wel smeken om hun zoon of dochter te doen stoppen. En daar houden we rekening mee. Maar we maken hen duidelijk dat het om een ideologische strijd gaat en dat hongerstaking nu eenmaal een van onze protestmiddelen is."

Vanaf maandag vindt u in 'De Morgen' een reeks met achtergrondinformatie over Turkije, in de aanloop naar de verkiezingen van 3 november a.s.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234