Zondag 08/12/2019

Kopje koffie zetten met stijl

Jean Bernard Hebey verzamelt al sinds zijn zestiende huishoudapparaten uit de periode 1920 tot 1970. Ongeveer een tiende van die verzameling is nu te zien in het Designmuseum in Gent, maar liefst 350 stuks. 'Ja, ik woon in een groot huis', zegt Hebey.

door Agnes Goyvaerts

GENT l 'In musea toont men meestal de dingen die in de 'mooie kamers' stonden, de stukken om mee te pronken', zegt Jean Bernard Hebey. 'Terwijl wat in de keuken en in de badkamer gebeurt veel meer zegt over een periode.'

Samen met zijn kompaan Alain Mesnard vergaarde Hebey een indrukwekkende verzameling huishoudtoestellen uit de periode 1920 tot 1970. Elke dag komen er nog nieuwe bij. "Kijk, deze glazen stolp kocht ik gisteren op het Vossenplein in Brussel. En op de vlooienmarkt van Gent vond ik vanmorgen nog een strijkijzer van Nova." Het is een uit de hand gelopen hobby geworden. "Als men mij vraagt wat mijn echt beroep is, zeg ik 'archeoloog van de moderniteit'. De vormen en materialen van gebruiksvoorwerpen zijn representatief voor een bepaalde periode."

Hoewel al de huishoudtoestellen in de eerste plaats zijn bedacht voor hun functie, zijn sommige zo bijzonder vormgegeven dat je ze graag op je dressoir zou zetten om naar te kijken. Bij het binnenkomen van het museum loop je langs tien uitstalkasten waar telkens één object in staat. Alles is metaalkleurig en rood, een mooi beeld. Dan beland je in zaal één, waar zijn verzameling stofzuigers staat, de ene al gestroomlijnder dan de andere. "Ze begonnen liggend en zijn zich later gaan oprichten, net zoals de mens", lacht Hebey.

Daarna is de expositie opgedeeld in 'eten en drinken', 'verwarmen en afkoelen', 'schoonmaken en zich reinigen'. Espressoapparaten, broodroosters, ventilatoren, mixers, koffiemolens... illustreren de evolutie in de vormen. "De komst van elektriciteit was dé grote revolutie", doceert Hebey. "De energie werd gedelokaliseerd. Van zodra men kon aansluiten op het gas- en elektriciteitsnet kon men in elk appartement een broodrooster hebben en een stofzuiger. Uiteindelijk veranderde de functie van die apparaten niet in al die jaren. Daarom moest men bij de mensen wel een verlangen opwekken om een nieuwe te kopen. Dat deed men onder andere door mooie vormen te zoeken."

De mooiste objecten werden voor Hebey geproduceerd in de jaren dertig, veertig. Hij troont me mee naar een serie broodroosters uit die tijd. Je hoeft geen levendige fantasie te hebben om er de vormen van oceaanstomers of wolkenkrabbers in te herkennen. Een vleessnijmachine van Hobart uit de jaren dertig is een van zijn grootste pronkstukken. Een zwaar ding, glanzend gepoetst, een juweel. Over prijzen wil hij het niet hebben, maar dit is toch wel heel zeldzaam, wil hij kwijt.

Als toemaatje zijn er nog drie wanden waarin voorwerpen per materiaal geklasseerd zijn: bakeliet, glas en plastic. Ook hier weer mooi kleur op kleur gesorteerd. Glazen strijkijzers, dat had ik nog nooit gezien. "Die zijn zeldzaam", geeft de verzamelaar toe. "Er bestaan vier kleuren van, drie heb ik er, ik mis het groene nog." Vertederd wijst hij op een rijtje tupperwarepotjes en plastic gieters: "Ik heb een zwak voor gietertjes, ik heb er massa's van."

Is er een land dat in een bepaalde periode dominant was? "Van 1900 tot 1950 kun je stellen dat de Verenigde Staten het belangrijkst waren. Amerika beschikte over materialen die wij in Europa niet hadden, wij leden onder de twee wereldoorlogen, we waren arm. Maar de invloedrijke Amerikaanse designers waren meestal Europeanen die voor het oorlogsgeweld waren gevlucht. Vanaf de jaren zestig zien we Duitsland en Engeland opkomen, gevolgd door Italië en Frankrijk. Er werden nieuwe materialen ontdekt, en vooral met plastic lijken de mogelijkheden eindeloos. Vanaf 2000 is er de mondialisering. Nu zijn mensen als Karim Rashid, Ron Arad, Tom Dixon, Marc Newson aan zet. Ze komen uit Australië, Engeland, Israël, ze werken voor fabrikanten in Italië of Frankrijk. De volgende revolutie komt waarschijnlijk uit China. Binnenkort gaan die niet enkel meer produceren, maar ook ontwerpen. Met design zal het gaan zoals met de mode. De volgende Ann Demeulemeester zal Cheng Zhu heten."

L'Esthétique domestique,

tot 30 september in Designmuseum Gent,

Jan Breydelstraat 5.

Maandag gesloten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234