Zaterdag 19/06/2021

Kop 72 vet

'Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.' De openingszin van Anna Karenina, een roman die meer dan 900 pagina's telt, belooft niet veel goeds. Het tegendeel is waar: de auteur, Leo Nikolaj Tolstoj, onderhoudt zijn publiek met een literair meesterwerk waarin de liefde en het huwelijk, overspel en de dood slechts enkele van de pionnen op het bord zijn. In opdracht van regisseur Guy Cassiers en het ro theater maakte schrijfster Kristien Hemmerechts een bewerking van het beroemde Anna-verhaal, haar debuut in het toneel. 'Het is logisch dat Anna theater wordt.' DM Intro Mega

Cassiers, sinds vorig jaar artistiek leider van het Rotterdamse stadstheater, had aanvankelijk een tweedelige voorstelling voor ogen, respectievelijk over Anna Karenina en over Konstantin Lewin, een ander personage uit dezelfde roman met een al even bewogen liefdesleven. Tolstoj (1828-1910) situeert hen beiden in de hogere kringen van het negentiende-eeuwse Rusland, maar de twee komen elkaar pas laat tegen, op pagina 801 (uitgave van G.A. van Oorschot, 1965) om precies te zijn. Tijdens repetities bleek echter dat een dubbele productie geen recht zou doen "aan de rijkdom en de epische adem van Tolstojs roman." Cassiers en zijn ploeg kwamen naar eigen zeggen tot het inzicht "dat de opbouw van het boek, een voortdurende afwisseling van de twee verhalen, ook voor de voorstelling de juiste keuze is. De kracht van de roman is het naast elkaar plaatsen van momenten uit het leven van verschillende koppels."

Aan Kristien Hemmerechts was toen al gevraagd of ze beide toneelstukken kon leveren. Nadat zij duidelijk had gemaakt vooral in het verhaal van Anna Karenina geïnteresseerd te zijn, werd Carel Alphenaar, bij ons bekend als voorzitter van de Theaterfestivaljury, gevraagd voor het Lewin-verhaal. Alphenaar schreef een bewerking over het wedervaren van Lewin en diens liefde voor Kitty; Hemmerechts volgde Anna op het grillige pad tussen haar saaie, twintig jaar oudere echtgenote Karenin en de jonge officier Wronski, die Anna's hart in vuur en vlam zet. Uiteindelijk werden beide bewerkingen met elkaar vermengd tot één toneelstuk.

Hemmerechts heeft Alphenaar nog niet ontmoet, zo blijkt tijdens een gesprek in het huis van de schrijfster. Om in het ritme van Tolstojs klassieker te blijven: de première op 27 februari zal voor hen pagina 801 zijn. Ik vraag haar of ze zenuwachtig is voor haar debuut.

"Nogal, ja. Het is alsof iemand mijn boek zou lezen terwijl ik ernaast zit. Met dat verschil dat een boek nog altijd een tweede of zelfs derde kans kan krijgen. Toneel is in dat opzicht veel wreder. Als een voorstelling slecht wordt onthaald, om welke reden ook, tja, dat is het dan, toch?"

Gaat u vaak naar het theater?

"Er zijn periodes dat ik zeer vaak ga en dan weer een tijdje niet. Ik verlies snel mijn geduld als ik vind dat een voorstelling vrijblijvend is. Of obscuur. Je moet als theatermaker toch op zijn minst eventjes rekening houden met je publiek. Bij nogal wat voorstellingen ben ik in slaap gevallen. Of dan begint alles te kriebelen, wil ik mijn benen strekken... Als een theatervoorstelling meevalt, is het een fantastische ervaring, maar het blijft onvoorspelbaar."

Wanneer heeft Guy Cassiers u gevraagd een toneelbewerking te schrijven? DM Interview

"Dat was ongeveer een jaar geleden, tijdens een tournee van Saint-Amour. Toen ik 's avonds thuiskwam, stond op het antwoordapparaat de vraag of ik Anna Karenina wou bewerken. Ik kon mij dat niet meteen voorstellen en vertelde het als een grap aan vrienden en kennissen. Ik merkte toen aan de reacties dat men dat niet zo ondenkbaar vond. Op 1 juli ben ik er dan aan begonnen, en de ruwe versie van het stuk was klaar na vier weken. Dat waren intense dagen, want ik ging er ontzettend in op. Ik kon gewoon niet zwijgen over Anna Karenina: als ik mensen ontmoette, kon ik alleen maar praten over dat schitterende boek, en over scènes die ik had bedacht. In de tweede fase was het vooral een kwestie van rekening te houden met het commentaar van Guy.

"Het was trouwens niet de eerste keer dat ik gevraagd werd om een toneeltekst te schrijven. Mensen vinden blijkbaar dat de dialogen in mijn prozateksten goed zijn. Maar toneel is toch anders.

"Ik merkte na verloop van tijd ook dat ik snakte naar de mogelijkheid om weer mijn eigen ding te doen. Als je werkt voor een regisseur, ben je toch vooral met zijn kind bezig. Extreem negatief gesteld, ervaar ik acteurs en regisseurs bijna als parasieten, die de woorden uit je willen rukken. Logisch, die mensen zijn afhankelijk van teksten om zelf iets moois te kunnen brengen.

"Ik ben nu begonnen aan een eigen boek, en dat is toch wel een verademing. Je moet geen rekening houden met het aantal acteurs, of met het al dan niet aanwezig zijn van een deur in het decor. Maar goed, voor Anna Karenina is alles vlot verlopen."

Er werd wel pas laat beslist dat de twee bewerkingen zouden worden vermengd.

"Voor mij was dat geen punt. Ik vond van meet af aan dat Guy zich te veel liet leiden door een idee: één stuk over Anna en één over Lewin. Ik zag niet goed hoe dat kon werken, want als mensen over iemand spreken uit dat boek is het over Anna. Zij is de magische figuur. Hoe prachtig Carel en Guy ook zouden werken met dat Lewin-materiaal, je kan nooit dezelfde spanning en dramatiek krijgen in dat deel als in Anna's verhaal. Zelfs als ik heel klungelig te werk zou gaan, dan nog is haar verhaal veel rijker, vind ik."

Het was niet frustrerend om uw werk vermengd te zien?

"Neen, omdat Guy een intelligent regisseur is. Van zo iemand is het niet moeilijk te aanvaarden dat hij zich met je tekst bemoeit. Wat ik van Guy gezien heb vond ik zeer goed: De sleutel en Rotjoch."

Vanwaar die voorliefde voor Anna Karenina?

"Anna is iemand als Madame Bovary of Hamlet. Het zijn personages die zo fascineren dat ze een eigen leven zijn gaan leiden. Het beeld dat ik van Anna had, klopte echter niet met het personage in het boek. Ik zag haar als een vrouw die liefheeft en daarvoor het ultieme offer brengt - haar leven - maar zo is het niet. Anna heeft een sterk destructieve neiging. Ze is gefascineerd door de dood vanuit haar hoogmoed. Jezelf in de rol van martelaar voor de liefde projecteren, is toch een vorm van hoogmoed? Ze kan de gedachte niet verdragen dat ze een banaal, onzichtbaar leven zou moeten leiden. Vandaar die geweldige apotheose waarin ze zich voor de trein gooit."

Ze is behoorlijk theatraal?

"Dat is iets wat ik maar beseft heb toen ik dat stuk schreef: hoe juist het is dat zij op de bühne staat, dat zij theater wordt. Haar gevoel voor drama vormt een constant motief in het boek. Neem nu die scène in de opera. In die tijd ging je naar de schouwburg om jezelf te laten zien, evenzeer als om naar een voorstelling te kijken. In Anna's geval gebeurt dat op het moment dat ze weg is bij haar man, Karenin, en dat ze samenwoont bij haar minnaar, Wronski. Het interessante aan die scène is dat zij met de rug wordt bekeken, niet hij. Voor Wronski is het eigenlijk nog goed voor zijn reputatie: hij heeft een mooie vrouw 'binnengedaan'. De schande valt op Anna, want zij zou hun liaison binnenskamers moeten houden. Dat doet ze niet - ze kleedt zich zelfs heel uitdagend. Tolstoj beschrijft dat gedetailleerd, heeft het over de glans van haar ogen, haar kanten tooi enzovoort. Als Anna zich zo laat zien in de opera, beginnen de loges naast de hare leeg te lopen. De moeder van Wronski merkt dan op: "Elle fait sensation. On oublie la Patti (de opera, SH) pour elle." Of zoals de Engelsen zeggen: she makes a spectacle of herself. Die hang naar melodrama is cruciaal om het verhaal te begrijpen. Niet het feit dat Anna een minnaar heeft, maakt haar tot een gevallen vrouw, wel het feit dat zij dat openlijk toont. Daarmee doorbreekt ze de code van discretie.

"Je merkt trouwens een immense leemte op in het boek wanneer je je afvraagt: hoe zit het seksueel tussen Anna en haar man? Op het moment dat ze Wronski leert kennen, slaapt ze nog met haar echtgenoot. Maar als Anna zwanger wordt, rijzen er toch vragen. Hoewel niemand eraan twijfelt dat het kind van Wronski is, laat Tolstoj je in het ongewisse over het moment wanneer Anna gestopt is met Karenin het bed te delen. Terwijl seks zeker een sleutel is tot het verhaal. Voor ze met Wronski slaapt, heeft Anna nog nooit een orgasme gehad, vermoed ik."

Hoe maak je al die verborgenheden duidelijk op het toneel?

"Er is één scène waarbij ik vind dat Anna en Wronski elkaar moeten zoenen. Dat is alles. Het publiek is niet achterlijk - het is dus niet nodig om alles te tonen. Je weet dat Anna seksueel verslaafd is aan Wronski, ze geeft dat ook toe. Maar dat tonen? Dat zou ik totaal verkeerd vinden."

In het algemeen: hoe bent u te werk gegaan om van zo'n lijvige roman een toneelstuk te maken?

"Het boek is in episodes verschenen. Die volgen elkaar meestal chronologisch op - slechts hier en daar moet je de gebeurtenissen reconstrueren. Ik ben episode per episode te werk gegaan. Ik begon aan mijn adaptatie door mij voor te stellen dat ik in een zaal zat. Op het podium moest er iets gebeuren dat spannend en interessant was. Dus niet: hoe krijg ik dit verteld in een scène? Maar wel: ik zit zelf ook in de zaal en wil niet dat de toeschouwers in slaap vallen. Zoals ik van lezers niet wil dat ze mijn boek wegleggen. Veel meer uitleg kan ik daar niet over geven. Behalve dat het toen zomer was: de deuren stonden hier allemaal open en ik liep voortdurend rond, om al die rollen te spelen. Dan ging ik weer zitten om een scène uit te tikken en dan liep ik weer wat rond. Ik zag het allemaal voor me. Dat maakte het voor mij zo spannend. Ik wàs Anna, de moeder, die gravin...

"Ik ben sowieso iemand die de dingen heel snel saai vindt. Die eerste tekstversie die ik had gemaakt, was dan ook erg bondig, tè bondig. Ik liet dingen weg waarvan ik dacht dat de toeschouwers ze wel zouden kennen, of die ze gemakkelijk zelf konden invullen. Toen Guy me vroeg, had hij gezegd: we hebben aan jou gedacht omdat je zo suggestief schrijft. Maar in die eerste versie had ik daarin overdreven."

U zei dat u het plechtstatige in de taal wou behouden.

"Dat plechtstatige zit al in die vertaling van Wils Huisman natuurlijk. Ik vind zelf ook dat dat past bij die mensen, omdat ze op zo'n formele manier met elkaar omgaan. Het moest een beetje overdreven zijn, met enige zwier. Dat is nadien wel afgezwakt, omdat Carel Alphenaar veel meer gekozen had voor hedendaags Nederlands. Dat vind ik best jammer, want af en toe had ik mij daarin nogal laten gaan, geïnspireerd door enkele verzen van Shakespeare."

Anna is iemand die telkens de verkeerde man kiest, schrijft u in een artikel voor het Nieuw Wereldtijdschrift.

"Die mannen die zij heeft, zijn toch niet interessant? Die Karenin: wat een akelige man. Verteerd door jaloezie, hoewel hij dat nooit zal toegeven. Het gaat hem zogezegd om zijn plicht tegenover God, de kerk en de maatschappij. Hij is een huichelaar tot en met. Het zinnetje vooraan in het boek verwijst naar hem: Mij is de wrake en ik zal vergelden (Deut. 32-35). Karenin wil zich wreken op de vrouw die hem zo beledigd heeft. Hij is echt een onmogelijke man, een ambtenaar. Bovendien wordt hij gemanipuleerd door die gravin Lydia. Jaja, Tolstoj schreef soms echte comedy. En Wronski... Bij momenten voelde ik sympathie voor hem, maar nu niet meer. Op het eerste gezicht lijkt vooral zij onredelijk, maar als je erover nadenkt, is dat verschil niet zo duidelijk. Anna voelt dat Wronski zich niet helemaal wilt geven. Het zit niet in hem om iemand te passioneel beminnen zoals zij dat doet: voor driehonderd procent, zonder reserves. Daardoor komt hij tamelijk nietig over, terwijl Anna de tragische heldin is bij wie alles wordt uitvergroot."

Maar ook Anna begon u gaandeweg te irriteren.

"Tja, als je de gebeurtenissen in het boek rationeel bekijkt, voel je geen sympathie voor haar. Ze maakt de ene fout na de andere. Maar als theatrale figuur, als literaire creatie is ze grandioos.

"Dat gezegd zijnde, is Anna Karenina natuurlijk een aanfluiting van elke vorm van feminisme. Wat mij is bijgebleven van het feminisme, is dat je je niet mag identificeren met de rol van slachtoffer. Het is juist die passiviteit die je moet doorbreken. Ook Anna probeert tot op zekere hoogte haar leven in eigen handen te nemen, maar er is niet veel dat ze kan doen. Ze geeft een beetje les en ze probeert een kinderboek te schrijven. Daarmee probeert ze een leven te vullen dat zo ontzettend leeg is. Ik word daar heel feministisch van.

"Ik heb dat met veel vrouwelijke personages uit de literatuur, onder wie Emma Bovary. Het is altijd hetzelfde liedje: eerst hebben ze een lief en dan gaan ze dood. Terwijl je al die mannelijke helden naar de oorlog ziet trekken en ziet sneuvelen voor het vaderland of voor hun eer, maar nooit omdat ze met iemand naar bed zijn geweest. Bij vrouwen daarentegen is goeie seks vooral een snelle stap richting de dood.

"Er is trouwens iets vreemds met dat einde van Anna. Het lijkt alsof Tolstoj moeite heeft om haar onder die trein te krijgen, alsof hij tot op het laatste aarzelt. Die zelfmoordscène is een beetje onhandig geschreven, vind ik."

Waarin verschilt Anna van andere heldinnen? Volgens Nabokov, een bewonderaar van Tolstoj, is Anna veel interessanter dan Emma Bovary, die hij 'een provinciale droomster' noemde.

"Het is in ieder geval merkwaardig hoeveel mannen er voor Anna vallen en niet voor Emma Bovary. Ik denk dat het door die openingsscène komt, waarin Anna wordt voorgesteld als een charmante, intelligente en mooie vrouw. Het is pas later dat haar demonen naar boven komen. Of misschien is haar totale passie voor velen een aantrekkelijke fantasie. Flaubert zet iets meer de ijdelheid van Emma Bovary in de verf, haar domheid ook wel."

U hebt naar verluidt een koor in het stuk voorzien, zoals in de Griekse tragedie.

"Ik denk dat men de tragiek van Anna vaak verkeerd ziet, als een moderne liefdesgeschiedenis. In onze tijd is dat iets tussen twee personen, maar in het boek is dat helemaal niet zo. Alles wat Anna en haar minnaar doen, wordt in grote mate gestuurd door hun omgeving. Heel zelden is er een moment dat een zuivere wisselwerking toelaat tussen die twee, waarbij ze in staat zijn om iets te zeggen of te doen, zonder te denken aan mogelijke implicaties.

"Zo loopt er in het boek een aantal gravinnen rond die een soort commentaarfunctie hebben, zoals in elke maatschappij waarin er gebabbeld én geroddeld wordt. Aanvankelijk zag ik hen als een koor rond Anna, zelfs tijdens de meest cruciale scènes. Ook dat is nadien afgezwakt."

Veel handelingen in het boek zijn gedateerd. Wat is dan nog de relevantie van een toneelversie?

"Om te beginnen moet dit stuk niet al te realistisch worden gespeeld. Het gaat vooral over de codes en hun historische achtergrond. Zoals het verhaal van Romeo en Julia niet overeind blijft zonder de context van de twee clans, zo moet de hiërarchische maatschappij in Anna Karenina een duidelijke rol krijgen.

"Tegelijkertijd vind ik dat die codes of conventies vandaag nog veel meer meespelen dan we denken. Om een voorbeeld te geven: niet zo lang geleden hoorde ik over een man en een vrouw die met elkaar aanhielden en die er niet beter op hadden gevonden dan hun respectieve echtgenoten te vermoorden, uit schrik voor de schande die een echtscheiding zou teweegbrengen. Die zaken gebeuren dus nog steeds. We zijn ervan overtuigd dat we in een tijd leven waarin we ons van ouderwetse begrippen als 'eergevoel' en 'fatsoen' hebben bevrijd, dat we een maatschappij hebben gecreëerd waarin we perfect kunnen doen wat we willen. Maar als je daar eventjes over nadenkt, besef je dat dat niet klopt. Nog steeds worden er mensen uit de groep verstoten omdat ze een of andere code hebben verbroken. Anna is bovendien niet alleen weg van haar man, maar ook van haar zoontje, om bij haar minnaar te zijn. Ook vandaag zou zoiets felle reacties uitlokken.

"Stel dat Anna mijn vriendin was, dan zou ik haar zeggen (klopt op tafel) : 'Anna, verlaat die twee mannen en zorg dat je een eigen huis en inkomen hebt. Als die Wronski jou echt wilt, zal hij wel komen. Bedel dus niet zo om zijn aandacht.' Waar ik volledigheidshalve aan moet toevoegen dat geld voor Anna geen enkele probleem is. Ze is vooral bang dat Wronski op stap zal gaan en dat zij alleen zal achterblijven. Dàt boezemt haar angst in. In het boek vertelt ze aan Dolly, zo'n beetje een moederfiguur voor haar: 'Waarmee zal ik zijn liefde binden? Hiermee?' En ze toont haar blanke armen. Dat is haar grote schrik: hoe lang kan ze haar minnaar nog interesseren, ook seksueel? Toch tamelijk actueel als onderwerp, denk ik zo."Steven Heene

DM tekst info ufgriufyheriufzefuoherofiuroifuofu"oçfi

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234