Maandag 06/04/2020

Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel ruilen Rubens voor negende kunst

Strips kijken in het museum

In het kader van het jaar van het stripverhaal 2009 is in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel vanaf morgen de tentoonstelling Het Belgisch stripverhaal: een kruisbestuiving te zien. Een prachtige expo, al kun je je vragen stellen bij de termen 'Belgisch' en 'kruisbestuiving'.

Door Han Ceelen

BRUSSEL l Vaste bezoekers van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel staat vanaf morgen een verrassing te wachten. In de centrale exporuimte waar normaal werk van Rubens of Cobra te bewonderen valt, hangen nu twintig stripauteurs.

Strips in een kunstmuseum? Moet kunnen, vinden museumdirecteur Michel Draguet en de Brusselse politiek. "Natuurlijk zullen er altijd scherpslijpers zijn die strips een inferieur genre vinden", verklaarde Draguet gisteren. "Maar wij zijn er trots op de negende kunst hier een plaats te bieden." Minister van Toerisme Evelyne Huytebroeck noemde de expo een mooie gelegenheid om het imago van Brussel als stripstad nog eens op te poetsen en een pak extra toeristen naar de Kunstberg te lokken.

Het Belgisch stripverhaal: een kruisbestuiving wil een breed overzicht geven van de Belgische strip en tegelijk de verbanden blootleggen tussen Belgische stripauteurs en hun inspiratiebronnen in binnen- en buitenland. Daarbij is gekozen voor auteurs die nog in leven zijn. Dus geen Hergé, Franquin, Jacobs of Vandersteen, maar Johan De Moor, Jean Van Hamme, Herr Seele, Hermann en Philippe Geluck.

Ieder van de twintig auteurs heeft een ruimte gekregen die volgens hetzelfde stramien is opgebouwd. Eerst krijgt de bezoeker originele tekeningen te zien van de auteur zelf, vervolgens vijf bronnen die hem hebben beïnvloed, en tot slot een vitrine die door de auteur is ingericht. De laatste ligt vol met persoonlijke bezittingen zoals boeken, platen en foto's.

Die aanpak werkt zeer goed. De getoonde tekeningen zijn bijna zonder uitzondering van hoge kwaliteit en komen in de fraaie setting van het museum extra goed tot hun recht. Bij de 'inspiratiebronnen' vind je zelfs zeldzame klassiekers, waaronder een originele Asterix en werk van Winsor McCay (Little Nemo), Alex Raymond (Flash Gordon), Schultz (Peanuts), Pratt en Tardi.

Ook de vitrines zijn een vondst omdat ze een mooi inkijkje geven in de leefwereld van de auteurs. Wie Bob De Moor een beetje kent, zal meteen moeten glimlachen bij zijn uitpuilende winkelwagen vol jeugdherinneringen. François Schuiten herken je meteen aan zijn zelfgemaakte objecten, Herr Seele aan zijn Cowboy Henkpiano.

Bij een overzichtsexpo hoort ook een inbedding, en die is eveneens prima verzorgd. Het parcours begint met drie meterslange muurschilderingen van Ever Meulen, Joost Swarte en François Avril, waarin de banden tussen België en de strip worden geëvoceerd.

Tegen deze achtergrond krijgt de bezoeker een inleiding in de geschiedenis van het Belgische beeldverhaal. Zo wordt verteld hoe de Belgische strip is ontstaan in de religieuze Belgische pers, en lange tijd de katholieke waarden uitdroeg. Ook is er aandacht voor de literaire feuilletons waaruit de strip ontstond, en wordt het internationale karakter van de Belgische strip verklaard.

"De Belgische strip was al in de jaren vijftig veel universeler dan de Franse", zei de curator van de expo, Jean-Marie Derscheid. "Een strip als Buck Danny zou in Frankrijk nooit gemaakt kunnen zijn." Volgens Derscheid had dat alles met de oorlog te maken: "Frankrijk had helden als De Gaulle, de Belgen voelden zich bevrijd door de Amerikanen en Canadezen."

Herr Seele, die Derscheid tijdens diens rondleiding onophoudelijk bestookte met vragen, toonde zich zeer enthousiast over de tentoonstelling: "Het is een cadeautje. Veel van ons zijn al dertig jaar bezig zonder ooit eens op een piëdestal te zijn geplaatst. Dat dat nu wel gebeurt, is geweldig."

Niets dan lof dus voor de expo, op een puntje na. Was de verhouding van drie Vlaamse auteurs tegenover zeventien Franstaligen niet een beetje scheef? Derscheid vond van niet: "In het Belgische stripverhaal zijn er nu eenmaal meer Franstalige auteurs. Ik denk dat we een representatieve keuze hebben gemaakt, met een mooie mix van commercieel en experimenteel werk."

Maar Toon Horsten, artistiek leider van Strip Turnhout, was een andere mening toegedaan: "Je ziet hier de Franstalige Belgische strip met wat extra's."

Eigenlijk bestaat de Belgische strip gewoon niet, meende Herr Seele: "Er is nauwelijks kruisbestuiving met de Waalse tekenaars. Wij kennen hen niet, en zij ons niet."

Het Belgisch stripverhaal: een kruisbestuiving, van 27 maart tot 28 juni in Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, Brussel.

Expo geeft breed overzicht van Belgische strip en legt tegelijk verbanden tussen Belgische auteurs en hun inspiratiebronnen

n Werk van de Belgische striptekenaar Thierry Van Hasselt. Opvallend: zeventien van de twintig tentoongestelde auteurs zijn Franstalig.

n Een fragment uit Zoo van Frank Pé.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234