Dinsdag 25/01/2022

koningsstad Fez

‘Jella! Jella!’ ‘Aan de kant, laat mij door!’ Mannen in djellaba’s met zwaar beladen karren en volgestouwde muilezels schreeuwen hun stem schor als ze zich een weg banen door de honderden smalle steegjes van de oude medina in Fez. Ze zijn de enige route voor bevoorrading en Marokkanen gebruiken ze om bij de moskee, kruidenier of hamam te geraken. Resultaat: een kakofonie van geuren, kleuren, mensen en geluiden, waar je als Kleine Kuifjes niet op uitgekeken raakt.

Koningsstad

Fez is naast Marrakech, Meknès en Rabat de oudste en mooiste koningsstad van Marokko. Op amper drie uur vliegen vanuit Brussel kom je terecht in een wereld die je vaak terug katapulteert naar een ver verleden. Niet alleen de gebouwen maar ook de Fassi (zo worden de inwoners van Fez genoemd) lijken niet altijd van deze tijd. Muren zonder vensters beschermen de intieme sfeer van de huizen. Sluiers en capuchons van djellaba’s verbergen de gezichten van voorbijgangers en de werkplaatsen van de ambachtslieden kunnen zo passen in vervlogen tijden. Omdat de setting zo uniek is, werd de oude stadskern in 1976 door Unesco uitgeroepen tot cultureel werelderfgoed. En terecht: wie ver van alle zonnebadende strandtoeristen op zoek is naar authenticiteit, zal die in Fez vinden.

‘Salam aleikum’

Het is nog vroeg in de ochtend als we in Fez aankomen. De taxi die ze vanuit onze riad Dar Gnaoua voor ons geregeld hebben, is tot groot jolijt van de kinderen een oude Mercedes met ouderwetse pluchen zetels, waarin je makkelijk met vier op de achterbank kunt. Hij zet ons af aan het Bab Rcif, een van de historische toegangspoorten van de medina, waar Ahmed, huisbewaarder van dienst, ons opwacht. Van daar gaat het onherroepelijk te voet verder. Het leven in de medina trekt zich langzaam op gang. Groentekraampjes worden uitgestald, slagers hangen hun vers geslachte vleeswaren aan een haakje in het zonlicht, schoenenverkopers gooien schoenen in alle maten en kleuren op een hoopje en de geur van zoete dadels, vijgen en abrikozen vult de lucht. Salam aleikum (‘Vrede zij met u’) weergalmt langs alle kanten. Aan de poort zelf zitten tientallen mannen gehurkt achter een emmer vol gereedschap: schilders, metsers, klusjesmannen... Ze wachten op een werkgever die hen voor 30 dirham (ongeveer 3 euro) per dag aan het werk zal zetten. “Als werkgevers voor een bepaald karwei een arbeidskracht te kort hebben, komen ze die hier zoeken”, vertelt Ahmed.

Via de kronkelende, vaak donkere en dus koele steegjes van de medina gidst hij ons naar wat de komende dagen onze thuis wordt: de riad Dar Gnaoua. Een cederhouten deur opent onverwachts een wereld van totale rust en schoonheid. De Franse eigenaars Laurence Albero en Didier Lefoulgoc kochten het pand een paar jaar geleden en lieten het met de grootste zorg restaureren zodat het oude stuc- en plaasterwerk, de Marokkaanse geglazuurde tegels, de mooie plafonds en de glas-in-loodramen weer helemaal tot hun recht komen. De kamers zijn ruim en mooi. Het dakterras geeft een zinderend uitzicht over de stad en een inkijk in het leven van alledag. De ontvangst is hartelijk en gemeend en je wordt verwelkomd met verse, dampende muntthee. “Lekker!”, luidt het unaniem bij de Kleine Kuifjes. Wie dat wil, kan voor de volgende dag een avondmaal bestellen bij de buurvrouw en op het dakterras dineren bij kaarslicht. En als ultieme pluspunt: Ahmed leert je zelf om zonder gids de weg te vinden in de wirwar van straatjes. Geen sinecure, want de meeste straten hebben geen naam of geen naambordje. Maar net daardoor is het zeker de moeite waard om te proberen. Al was het maar omdat verdwalen ook plezant kan zijn.

Een ontdekkingstocht van duizenden straatjes

Om de weg te vinden in het labyrint is er één grote vuistregel: alle wegen die bergafwaarts gaan, leiden naar het centrum van de stad. De bergopwaartse straatjes gaan in de richting van de stadspoorten, dus de uitgang. En er zijn twee hoofdstraten: de Talaâ Sghira en de Talaâ Kbira. Van daaruit moet je je behelpen door aan elk kruispunt een herkenningspunt te zoeken en je aan de hand van bepaalde symbolen, deurklinken of winkeltjes proberen te oriënteren. Met die wijze raad in gedachten wandelen we de volgende dag, Kleine Kuifjes voorop, langs de soeks, op zoek naar de leerlooierijen (les tanneries) die talrijke postkaartjes van Fez sieren. Het beeld van de met tal van kleuren gevulde bassins is wereldberoemd. Het leer wordt er nog op een ambachtelijke manier gelooid en geverfd.

Vanop verschillende terrassen van de lederwinkels waaraan je helaas niet ontkomt (kopen is niet verplicht, een kleine bijdrage betalen wel), krijg je een beeld van hoe het leer voor de talrijke handtassen, babouches (Marokkaanse pantoffels) en andere lederwaren gefabriceerd wordt. “Mama, dat stinkt!” klinkt het al gauw. De stank is inderdaad amper te harden, maar doet je vooral stilstaan bij de erbarmelijke werkomstandigheden van de tientallen leerlooiers die er dag in dag uit aan de slag zijn. Voor sommige toeristen brengt een munttakje onder de neus soelaas, maar dat vinden wij een beetje overdreven.

De dierenhuiden die met ezels worden aangevoerd worden eerst onthaard en ontvleesd en daarna geweekt en ontkalkt in een kalkbad (met duivenmest) en gepikkeld met zwavelzuur of zeezout. Voor de ambachtelijke kleuring zorgen natuurlijke pigmenten uit klaprozen, indigo of saffraan. Het behendige samenspel van de looiers is zeer indrukwekkend, al word je er ook wel een beetje stil van.

Van daaruit dwalen we verder op zoek naar het Mausoleum van Moulay Idriss II, de beschermheilige en stichter van de stad. Het gebouw dat in de dertiende eeuw werd gebouwd, is een van de belangrijkste bedevaartsplekken van Marokko. Het is een enorm complex dat verstrengeld ligt tussen de omringende straatjes en maar liefst zeven toegangspoorten heeft. Niet-moslims mogen er helaas niet binnen, maar je kunt wel van buitenaf het leven binnenin aanschouwen.

Waar je als toerist wel binnen mag, is de prachtige Medersa Bou Inania. Deze koranschool met moskee is gebouwd tussen 1350 en 1357, maar nog helemaal intact met mooie tegelmozaïeken en houtsnijwerk. Met op de achtergrond het geroezemoes van het leven buitenaf, heerst hier absolute stilte.

Wandelen door Fez el-Djdid

De volgende morgen laten we ons door een petit taxi (kleine rode Peugeots die maximum drie passagiers mogen vervoeren) naar het koninklijk paleis (Dar el Makhzen) brengen, dat nog steeds door de koning en zijn gevolg wordt gebruikt als hij Fez jaarlijks een bezoek brengt. Je kunt er als bezoeker helaas niet in, maar moet genoegen nemen met de aanblik van de klassieke Moorse paleispoort met mozaïeken in verschillende kleuren en betekenissen. “Rood staat voor de Berbers, groen voor het paradijs en de vrede en blauw voor de stad Fez”, leest Alice in onze reisgids.

Van daaruit is het mooi wandelen richting de vroegere Joodse wijk, de mellah. De Joden moesten in de veertiende eeuw weg uit Fez el-Bali en werden hier verplicht gehuisvest. In de jaren zestig zijn de meeste bewoners (onder dwang, wat weliswaar niemand gezegd wil hebben) naar Israël teruggekeerd, maar de woonhuizen zijn nog altijd te herkennen aan de houten balkons en smeedijzeren tralies. De Joodse begraafplaats en de synagoge ernaast aan de zuidelijke kant van de wijk ogen in elk geval nog indrukwekkend. De witmarmeren graven getuigen talrijk van de welvaart van de vroegere bewoners en in de synagoge toont een enthousiast oud mannetje met veel trots de bijna eeuwenoude thora.

Onze tocht gaat verder via de Bab Smarine door een smal slenterstraatje (de Grande Rue de Fès el-Jdid) naar een binnenplaats, de Petit Mechouar. We steken het plein over en kijken uit naar de muur met drie poorten. Rechts is een prachtig park om even op adem te komen: le jardin de Place Boujeloud. Dan door de poort naar rechts. Op de Place Boujeloud staan vaak karretjes met snacks, worden optredens gehouden of spelletjes gespeeld met het publiek. Van daaruit komen we weer in de oude medina. Wie nog een overzicht wil van de stad, neemt een taxi naar Borj Sud of Borj Nord. Zeker bij valavond is het panorama er prachtig.

Genieten van spijs en drank

Tussendoor is het vooral zaak om je ogen goed de kost te geven: handel en ambachtelijk werk zijn de economische ruggengraat van de stad. Makers van hoornen kammen, scharenslijpers, naald- of priemmakers, makers van babouches, schrijnwerkers, inleggers van mozaïeksteentjes en andere traditionele ambachtslieden: je ontdekt ze vanzelf in de medina.

Van ontdekkingen gesproken: bij teatime is het vooral genieten van lekkere muntthee en tijdens lunch of diner van de heerlijke tajines met lamsvlees of kip, met pruimen en amandelen of simpelweg met groenten, van geurende couscous met mooi geschikte worteltjes, courgettes en aardappelen en van zoet-hartige pastilla’s. Ook de Kleine Kuifjes smullen en dat is zeker niet bij al onze reizen het geval. Vergeet zeker de lekkere kokoskoekjes niet te proeven die jonge venters op elke straathoek proberen aan de man te brengen. Ze kosten twee dirham per stuk, al durven ze bij toeristen wel eens proberen om het vijfvoudige te vragen. Onderhandelen is en blijft de boodschap, ook in de soeks en de talrijke winkeltjes die zo fier hun waren stallen. Maak je er niet druk om, het is gewoon hun manier van handel drijven. En als je graag een stapje terugzet in de tijd, moet je dat aspect zeker ter harte nemen. Fez is meer dan een ontdekking waard: kleurrijk, levendig en vooral echt. Ook met kinderen!

Slapen

Riad Dar Gnaoua, 24 Derb Lamzerderb Akbet Ben Soual, Fez, www.dargnaoua.com

Eten

lRestaurant Sekaya, Zekake Lehjar Talaâ Sghira, Fez. Je krijgt er (ongevraagd) een uitgebreid assortiment Marokkaanse salades als voorgerecht en vanop het dakterras heb je een prachtig uitzicht over de stad. Tajines en couscousgerechten kosten 60 dirham (ongeveer 5,5 euro) per persoon.

lRestaurant Fassi, 33 Sejjarine The medina, Fez (vlak bij de Bab Boujloud). Het is er veel rustiger dan bij de andere restaurants om de hoek en je eet er heerlijke pastilla en couscous met groenten voor 60 dirham (ongeveer 5,5 euro per persoon).

lCafé La Noria, 43 Derb Btatna, Fez el-Jdid. Het café-restaurant ligt in het nieuwe gedeelte van de stad en is voor wie de hectiek van de medina even beu is een oase van rust. Bovendien ligt het vlak naast het prachtige park Bab Boujeloud. Een ideale stek voor een glas heerlijke muntthee.

VLUCHTEN

Jetairfly en Ryanair bieden een paar keer per week goedkope vluchten (vanaf 39,99 euro voor een enkele vlucht) aan op Fez (www.jetairfly.com en www.ryanair.be). En ook met Royal Air Maroc (www.royalairmaroc.com) kun je soms goedkope tickets boeken. De luchthaven ligt op 15 kilometer van de stad. Met de bus betaal je 0,5 euro, een taxirit naar het centrum kost 11 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234