Dinsdag 24/11/2020

Koning Kuifje in Congo

Treedt Albert II in de voetsporen van Boudewijn met een eerste staatsbezoek aan Congo? Er is twijfel binnen de paarse regering. Sommige ministers zien een koninklijke reis goed zitten, andere (nog) niet. Wordt het een nieuwe triomf à la Bwana Kitoko, of een heruitgave van Kuifje in Congo, goedbedoelde maar ongepaste hulp aan Afrikaantjes?

Door Walter Pauli

Het paleis kan het bericht over de plannen voor een officieel bezoek van koning Albert II aan de Democratische Republiek Congo (DM 27/12) "ontkennen noch bevestigen." Michel Malherbe, de woordvoerder van het paleis: "Er is op dat vlak nog geen definitieve beslissing genomen." Zo bevestigt hij meteen het bericht in deze krant dat er inderdaad gepraat wordt.

"Er zijn nog geen concrete plannen", bevestigt ook Didier Seeuws, woordvoerder van premier Verhofstadt. "Over een mogelijke reis van Albert naar Congo worden op dit moment gesprekken gevoerd binnen de regering en met het paleis, die echter voortijdig uitgelekt zijn. Er is hoegenaamd nog geen beslissing genomen, positief noch negatief."

Versta: de koning heeft te kennen gegeven dat hij een reis naar Congo zou zien zitten, en binnen de regering wordt daarover 'gepraat'. En zo'n gesprek is nodig, bijvoorbeeld omdat nog niet alle violen gestemd zijn. Hoewel er van een crisissfeer nog absoluut geen sprake is, zelfs niet van een minicrisisje, leven er binnen de paarse regering intern wel "andere meningen". En omdat de entourage van de koning betrokken partij is, is uiterste discretie gewenst.

De lijn die de regering 'verdeelt', loopt grillig. Niet volgens socialistische-liberale opdeling, ook niet volgens communautaire gevoeligheden. De lijn loopt zelfs dwars door sommige partijen heen. Het is een scheiding tussen, laten we zeggen, een veeleer prudente strekking en een voluntaristische groep. De voluntaristen willen gaan, sommigen zelf coûte que coûte. De meest uitgesproken voorstander van die groep is Armand De Decker (MR), minister van Ontwikkelingssamenwerking, een man die zelfs af en toe cavalier seul speelt in zijn contacten met Centraal-Afrika. Ook PS'ers als André Flahaut dragen zo'n koninklijk bezoek een warm hart toe. En zelfs eerste minister Verhofstadt zou niet zomaar 'neen' zeggen. Hij twijfelt nog, weegt de voor en tegens nog af.

Die 'tegens' worden opgeworpen door de voorzichtige lijn. Dat zijn traditioneel de Vlaamse socialisten, altijd uiterst terughoudend inzake Congo, altijd beducht voor Belgen die onder het mom van hulp vooral het eigenbelang op het oog hebben, en dat meestal doen door de foute mensen, structuren en ontwikkelingen te helpen. Ook de Belgische diplomatie zou in dit dossier vooral een remmende functie uitoefenen. Het politieke hoofd van die diplomatie is minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht (VLD). Ook Elio Di Rupo (PS) was tot dusver terughoudender dan Flahaut: hij was uitgenodigd op Kabila's eedaflegging, maar bleef thuis, officieel 'omdat de Belgische delegatie al te groot was'. MR en sp.a kiezen elk voor een duidelijke koers, bij PS en VLD liggen de kaarten onduidelijker.

Eigenlijk werd het debat dit weekend al geopend, tijdens de straks welhaast historische kersttoespraak van koning Albert. Het hele land focuste op die ene bewuste passage in het begin van de speech, waarin de koning prins Laurent op de vingers scheen te tikken. Daardoor werd nauwelijks aandacht geschonken wat hij aan het einde zei: "Talrijke Belgische ontwikkelingswerkers gaan er aan de slag en ik wens ze vandaag bijzonder te huldigen. Het is ook mijn oprechte hoop dat een nieuw partnerschap met Congo tot stand zou komen. De bevolking aldaar heeft de jongste jaren zoveel geleden, maar nieuwe perspectieven dienen zich nu aan."

Dat is de sleutelzin: 'Nieuwe perspectieven dienen zich nu aan'. Het was een zin die oorspronkelijk bedoeld was als orgelpunt, als besluit van zijn toespraak. Eerder deze week legde KUB-professor Mark Van den Wijngaert in deze krant uit dat een stilistische analyse leert dat het begin van de toespraak, met verwijzingen naar VW Vorst en 'niemand staat boven de wet', een toevoeging achteraf is. Die heeft nadien wel alle aandacht naar zich gezogen, maar dat was dus aanvankelijk anders: de rest van de toespraak behandelt één thema, doet dat in een logisch en coherente volgorde, en besluit met: terug naar Congo.

De échte fans van Belgische bemoeienissen in Congo vinden altijd wel argumenten om onze dadendrang ginds in de praktijk om te zetten. Ze steunden Mobutu tot het bittere einde, ze waren er als de kippen bij om vervolgens snel van petje te veranderen en te zeggen dat ons land het nieuwe regime van Kabila sr. alle mogelijke kansen moest geven. En nu beschikt die groep over een beter argument dan ooit. Voor het eerst sinds de onafhankelijkheid in 1960 werden er democratische verkiezingen georganiseerd. Die werden gepatroneerd door de internationale gemeenschap, maar met name de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht heeft alles van nabij gevolgd. Die verliepen correct, wat an sich al een prestatie is in de meeste Afrikaanse landen en zeker in een land dat zich uitstrekt over een afstand die vergelijkbaar is met die van Oostende tot Moskou.

Voor het eerst sinds het presidentschap van Kasavubu, in 1960, heeft Congo met de amper 35-jarige Joseph Kabila een democratisch gelegitimeerd staatshoofd. Dus, zegt de pro-groep, is het van het grootste belang - en eigenlijk niet meer dan rechtvaardig - dat België dat regime legitimeert. En een officieel staatsbezoek van de koning aan Congo is de beste en opvallendste legitimatie die België het nieuwe Congolese regime kan geven. Mildere varianten zijn: 'We kunnen op zijn minst zo de democratisering toch helpen', of 'het doet toch geen kwaad als de koning naar ginds reist' of 'België steekt zo de civiele maatschappij een hart onder de riem'. Kortom: hoe dan ook moet de koning naar Congo reizen.

Zo enthousiast sommige kringen over dat scenario doen, zo sceptisch zijn andere. Goed, het klopt dat Joseph Kabila de verkiezingen democratisch heeft gewonnen. Het klopt ook dat zijn toespraak tijdens zijn eedaflegging goede aanzetten bevatte. Maar dat volstaat niet voor een staatsbezoek van de koning.

Grosso modo zijn er drie 'hoge trappen' van diplomatiek contact: een bezoek van de minister van Buitenlandse Zaken, een officieel bezoek van de regeringsleider (eerste minister Verhofstadt) of een staatsbezoek van het staatshoofd (koning Albert). De Gucht is al herhaaldelijk naar Congo gereisd, heeft Kabila al meer dan eens ontmoet, maar dat houdt geen waardering in: een minister van Buitenlandse Zaken is 'on duty' als er ergens te onderhandelen valt.

Dat was wel het geval met de aanwezigheid van eerste minister Verhofstadt op de eedaflegging van Kabila. Vooral omdat Verhofstadt de enige niet-Afrikaanse regeringsleider was - de andere westerse landen stuurden een 'lagere' vertegenwoordiging. Zoals de Europese Unie, die Europees Commissaris voor Ontwikkeling en Internationale Hulp Louis Michel had afgevaardigd.

Nu zijn er argumenten om Verhofstadts aanwezigheid te rechtvaardigen. Zoals gezegd was een goede afloop van het verkiezingsproces mede te danken aan de bemoeienissen van de Belgische diplomatie en de minister van Buitenlandse Zaken. Bovendien had hij een belangrijke boodschap mee: België wil alle schulden van Congo versneld kwijtschelden.

Maar een bezoek van een staatshoofd is nog een andere klasse. Dat is legitimatie pur et dur, en dat - belangrijk toch - van een regering die nog alles te bewijzen heeft. De bezoeken van Boudewijn aan Congo, later Zaïre, staan nog altijd in het collectieve geheugen gegrift: de feestelijke huldiging van 'Bwana Kitoko' in de jaren vijftig. Daarna de historische toespraak in 1960 van eerste minister Lumumba, bij de onafhankelijkheid van Congo, die zei wat iedereen wist maar wat nooit gezegd mocht worden en wat Boudewijn niet wilde horen: dat België in zijn land niet alleen aan 'beschavingswerk' had gedaan, maar ook aan ordinaire roverij en racisme. Tot de bezoeken van Boudewijn aan Fabiola in de jaren zeventig en tachtig aan Mobutu, die zo een bloederig en hoogst corrupt regime legitimeerden.

Met andere woorden: voor Albert naar Congo afreist, is het niet onverstandig dat de regering en het hof alle mogelijke voorzorgen nemen dat zoiets niet meer gebeurt. Dat men dus eerst een aantal uiterst logische stappen afwacht.

Kabila heeft bijvoorbeeld nog geen nieuwe regering gevormd. Wie zal daarin een plaats krijgen? Blijft Kabila bijvoorbeeld Nzanga Mobutu opnemen, zoals hij wellicht beloofd heeft, de zoon van de voormalige dictator? Voor de MR is dat geen punt. Armand De Decker doet hoogst schijnheilig door te beklemtonen dat dat de regering van Congo alles moet doen voor de inwoners "maar dat België geen concrete resultaten kan eisen".

Louis Michel ging nog verder door te zeggen dat de regering-Kabila "het recht moet hebben om fouten te maken". Nu is dat natuurlijk altijd zo, maar het publiek verklaren, is hoogst onverstandig. Het zou geïnterpreteerd kunnen worden als een vrijbrief voor slecht bestuur. (En als Michel iets zegt, verstaan Congolese politici daarin snel een 'Belgische' belofte, ook al bindt Michel officieel de regering-Verhofstadt niet meer. Maar in de jaren zestig, zeventig en tachtig werd het spel vaak op die manier gespeeld: met nauwelijks omfloerste boodschappen van Belgen die geen officieel maar wel een officieus standpunt meedeelden, dat vervolgens door de Mobutukliek maar al te goed begrepen werd).

De vraag is nu of de omgekeerde boodschap niet veel gepaster is, zeker gezien de Congolese context. Want ging de verliezende presidentskandidaat Jean-Pierre Bemba alvast één keer stevig in de fout - leden van zijn partij staken het Hooggerechtshof in de fik toen de rechters zijn klacht over verkiezingsfraude van Kabila afwezen - ook het nieuwe regime heeft dat al minstens één keer gedaan. Door Marie-Thérèse Nlandu te arresteren, Bemba's advocate, zogezegd wegens ophitsing.

Dirk Van der Maelen, sp.a-fractieleider in de Kamer, verwoordt die bezorgdheid: "Het lijkt ons veel verstandiger om minstens te wachten tot er meer klaarheid is. Ik zie ook wel dat sommige ministers voor voorzichtigheid pleiten. Maar een man als Armand De Decker lijkt haast voor de fanfare uit te willen marcheren. Terwijl men toch eerst eens moet kijken of de nieuwe regering in de praktijk een ernstige poging zal willen ondernemen om komaf te maken met de corruptie."

En dat zal sowieso heel moeilijk zijn. In dat kader valt vaak de naam van de echtgenote van Kabila, die zetelt in nogal wat raden van bestuur van ondernemingen. Dat is niet verboden, maar wel een duidelijke indicatie van nauwelijks gecamoufleerde belangenvermenging. Voor de voorstanders is dat allemaal geen punt.

Die voorstanders zouden zich niet meteen in 'de hogere financiële salons' situeren. Ook al riep eerste minister Verhofstadt Belgische bedrijven op om te investeren in Congo en ook al klinkt dat goed, de economische realiteit is dat de Belgische bedrijven van 2006-2007 niet meer die van 1960 zijn. De bedrijven van nu hebben economisch oneindig minder power en slagkracht dan hun voorgangers. En ook Congo is nog altijd een moeilijk en onveilig land, met nauwelijks een civiele structuur, en zeker nog geen rechtsstaat. Niet omdat de rechters allemaal corrupt zouden zijn, maar omdat er nauwelijks rechtbanken zijn. Laat staan dat een bedrijf in dat land rechtszekerheid kan claimen. Zelfs een traditionele speler als Umicore verkocht onlangs een belangrijke participatie in dat land.

Wat dan weer niet wegneemt dat er zeker nichebedrijven zijn met enige interesse. De Antwerpse diamantsector is altijd op zoek naar steentjes die gegarandeerd 'bloeddiamantvrij' zijn. Er blijft Belgolaise, er blijven geïsoleerde bedrijven, zoals dat van de Belgisch-Canadese zakenman Forrest, of Texaf, een holding uit de textielbranche die zakelijk actief is in Midden-Afrika. Volgens het Belgisch Staatsblad van 11 augustus 2006 is Kamervoorzitter Herman De Croo een bestuurder.

Duidelijk is dat de motor van zoveel activisme zich situeert binnen de MR. En dat is hoe langer hoe meer de partij van de (Brusselse) adel, en dus van 'hofkringen', zoals dat heet: de Clippele, de Jonghe d'Ardoye, de Lobkowicz, de Patouil, Roelants du Vivier, van Eyll, de Donnea, de T'Serclaes, Cornet d'Elzius, Harmel... De verzamelde MR, de partij die met Giséle Mandaila voor het eerst een regeringslid van Congolese origine aanstelde, staat te popelen om een nieuw Congoavontuur te starten. Tot verbijstering van de Belgische diplomatie reisde nog in volle Congolese verkiezingscampagne een belangrijke MR-delegatie naar Kinshasa af. Partijvoorzitter en vicepremier Didier Reynders was erbij, minister De Decker, staatssecretaris Mandaila ook. Ze wilden Kabila's huwelijk bijwonen. Dat feest werd de Franstalige liberalen jammerlijk door de neus geboord, omdat het door politieke omstandigheden een week werd uitgesteld. Maar de MR-top werd wel ontvangen door Kabila, en had ook nuttige contacten met Congolese zakenlui.

Dirk Van der Maelen legt uit waarom het niet verstandig is zich nu al zo ver te engageren: "We hebben beloften dat er veel zal veranderen, maar het is verstandig om de praktijk te toetsen aan de theorie. Congo zou niet het eerste land zijn waar de verkiezingen democratisch verlopen, maar de nieuwe regering al snel vervalt in slechte, autoritaire of corrupte gewoonten uit het verleden (dat gebeurde inderdaad in Burundi, waar na verkiezingen vorig jaar de zaak nu al uit de hand loopt, met arrestaties van politieke tegenstrevers en journalisten, WP)." Vander Maelen: "Ik zeg niet dat Kabila dat zal doen, maar het is verstandig om af te wachten of de nieuwe Congolese machthebbers het spel fair en juist zullen spelen. Vergeet ook niet dat België die regering nu al steunt, met meer dan 100 miljoen euro aan hulp. En vergeet evenmin dat, als zo'n nieuw Congolees avontuur averechts uitpakt, zoiets opnieuw de hele ontwikkelingshulp aan het Zuiden in diskrediet brengt."

Maar het pro-kamp is hardnekkig. Dat bewijst de timing. Het was de bedoeling nog voor de Belgische parlementsverkiezingen af te reizen. Dat wil zeggen ten laatste april 2007. Maar omdat de weerstand groot is, waren er nog altijd geen concrete plannen. Een staatsbezoek is namelijk redelijk ingewikkeld om te organiseren. Albert kan officieel immers niet zeggen: 'Ik wil naar Congo'. Hij moet uitgenodigd worden. Maar het zou tot een ongeziene rel leiden indien Congo officieel zou uitnodigen, en Albert gedwongen zou worden die invitatie af te slaan. Daarom dus is het overleg in de regering zo belangrijk: eerst moeten de neuzen politiek in dezelfde richting staan. Vervolgens kunnen de diplomatieke onderhandelingen starten, waarna Congo 'uitnodigt' en België 'aanvaardt'.

Door het uitlekken van het voornemen van Albert om af te reizen, is alvast die fase een beetje een farce geworden.

Dirk Van der Maelen,

sp.a-fractieleider in de Kamer:

Armand De Decker lijkt haast voor de fanfare uit te willen marcheren. Terwijl je toch eerst moet kijken of de nieuwe regering veel zal veranderenDe échte fans van Belgische bemoeienissen in Congo vinden altijd wel argumenten om onze dadendrang ginds in de praktijk om te zetten

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234