Zondag 01/08/2021

Koning Boudewijn, nonkel Albert

Tien jaar na de troonsbestijging van Albert II heeft Le Soir-journalist Christian Laporte een biografie geschreven van de zesde koning van België. Daarin schetst hij een portret van Albert II en de monarchie zoals dat vandaag leeft bij het Franstalige establishment.

Christian Laporte

Albert II. De biografie

Oorspronkelijke titel: Albert II:

le premier Roi fédéral

Vertaald door Macha Snouckaert

van Schauburg en Reina Ascherman,

Lannoo, Tielt, 316 p., 19 euro.

Pol Van den Driessche

Albert II, 10 jaar koning

Uitgeverij Van Halewijck, Leuven,

152 p., 22,5 euro.

Verjaardagen van belangrijke gebeurtenissen zijn gesneden koek voor uitgevers, en tien jaar Albert II vormt daarop geen uitzondering. Voor Pol Van Den Driessche, ex-De Standaard-journalist en ex-hoofdredacteur van Het Nieuwsblad, was het een buitenkansje om zijn vierde Albert-boekje (de 'biografie' van koninklijk kabinetschef Jacques van Ypersele de Strihou meegerekend) in minder dan tien jaar in de rekken te krijgen. Met wijlen Luc Neuckermans schreef hij al in 1995 Albert II. Koning na Boudewijn. In 1998 was hij de bezieler van 'De Kroongetuigen', een lezenswaardige krantenreeks die in Het Nieuwsblad verscheen en nadien in boekvorm werd uitgewerkt. Met spitsbroeder Gui Polspoel was hij auteur van bovenvermeld Van Ypersele-boek, en nu is hij samen met mensen van VTM's Royalty-redactie de man achter Albert II. Tien jaar koning, een wat hybride fotoboek-kritisch koningsboek met het 'primeurtje' dat journalist Van Den Driessche aan zichzelf verplicht is: dat de politieke wereld toch liever prinses Astrid dan Filip ziet als troonopvolger van Albert. Grondwettelijke nonsens natuurlijk (Astrid is vandaag 'amper' vierde in rij in de troonopvolging, na Filip en zijn inmiddels tweekoppige kroost), maar het klinkt altijd pittig.

Het boek van Van Den Driessche en co. ziet er braver uit dan het is. Veel prestigieuzer ziet de biografie van Le Soir-journalist Christian Laporte uit, zeker met de Nederlandse titel: Albert II. De biografie. Dé biografie? In het Frans stond er Albert II: le premier Roi fédéral, en die vlag dekt beter de lading. Het boek krijgt vrijdag een plechtige presentatie in de Senaat, maar ligt al een paar dagen in de winkelrekken.

Wat valt er eigenlijk over Albert te schrijven? Eigenlijk was alles al te zien tijdens die warme maar tamelijk vochtige augustusmaand van 1993. De koning is dood, maar leve de koning, zo ging dat ook in Brussel. Een paar dagen na de begrafenis van Boudewijn was er de eedaflegging van koning Albert. De begrafenis van Boudewijn was een internationaal evenement: hooggestemd, speciaal en intens katholiek. Kroonprins Akihito kwam voor het eerst voor een dergelijke plechtigheid buiten Japan, en er was een hoogst ongewone misviering waarin Knack-journalist Chris De Stoop en een Filippijnse prostituee een opgemerkte toespraak hielden. Twee dagen later vond de eedaflegging van broer Albert plaats. Zo Belgisch als maar kon. Wie ooit een goede illustratie wil van het begrip 'belgitude' moet de videobanden van die plechtigheid opvragen.

Dat was nog eens een dagje. Eerst de nieuwe vorst die aan het Paleis der Natiën uit de auto uitstapte maar niet zag dat de klep van zijn generaalspet op halfzeven stond. Echtgenote Paola zette de erg letterlijke scheve situatie recht, door met Italiaanse flair maar voor het oog van de camera's een tik tegen de klep te geven: pet recht, Albert kon al wat waardiger de gestelde lichamen tegemoet. Dan de eedaflegging van de vorst, waarbij Albert stond te bibberen dat het geen naam had. Men fluisterde over Parkinson, maar al na korte tijd was het begrip 'intentionele tremor' gemeengoed: de vorst bibberde gewoon van spanning. Vervolgens zijn toespraak, waarin Albert, zoals bekend geen grote boekenwurm, ineens uitpakte met een bevlogen citaat van de negentiende-eeuwse Alexis de Tocqueville, de in die jaren in besloten, elitair-conservatieve clubjes zeer en vogue zijnde conservatieve denker. En dan ineens, van op de achterste rij, een slappe Julien Lahaut-imitatie van Jean-Pierre Van Rossem, voor de gelegenheid uitgedost in een iets te nijpend vestje en iets te korte cravatte. Fabiola, die haar ogen naar de hemel wegdraaide en de handen om haar borsten kruiste, een wat pathetisch aandoende actualisatie van de mater dolorosa aan het kruis, en senaatsvoorzitter Frank Swaelen, die er met oprechte verontwaardiging die ene merkwaardige volzin uit kreeg: "Mijnheer, uw gedrag is onwaardig en schandalig en het hele land zal u veroordelen." Waarop Het Laatste Nieuws, de dag nadien, inderdaad plechtig op zijn voorpagina bekendmaakte dat Jean-Pierre Van Rossem voortaan persona non grata was in de kolommen, en dat de krant hem geen aandacht meer zou schenken.

Dat waren nog eens dagen, plechtig bedoeld maar burlesker dan de boerenkermissen van Pieter Breughel of de drinkgelagen van Frans Hals.

En toch is het goed gekomen met onze Albert. Tien jaar later heeft hij zijn positie verworven. Die is minder verheven dan die van zijn broer-voorganger Boudewijn, maar ook Albert heeft zijn plaats. Hij lijkt bereikbaarder, minder een man van principes dan iemand van gezond verstand, geen heilige maar een man met fouten en tekortkomingen, die zich daarvoor zelfs wil verantwoorden. In de laatste jaren van Boudewijn won zijn nichtje Astrid aan prestige, ook meer icoon dan een vrouw van vlees en bloed. In de dagen van Albert is er ineens de onnavolgbare prins Laurent en kreeg prins Filip zowaar een vrouw en kinderen, wat ook de prins meer man maakte. Kortom, zowel Albert als zijn familie zijn Belgen waarin veel landgenoten zichzelf herkennen. Voor een man als Albert is een eretitel als 'Vader des Vaderlands' ongetwijfeld te veel eer, maar het nationale oompje is hij zeker wel.

Nonkel Albert die een glaasje lust, nonkel Albert die op tv toegeeft dat hij privé ooit moeilijke momenten heeft doorgemaakt, nonkel Albert die ontwapenend overkomt omdat hij nu en dan een grapje vertelt (naar aanleiding van de vervrouwelijking van beroepsnamen vroeg hij of hij een vrouwelijke advocate voortaan niet meer met 'maître' moest aanspreken maar met 'maîtresse'. Als een vorst dat doet, is het ijs bij de gesprekspartners natuurlijk gebroken). In zijn boek heeft auteur Christian Laporte die evolutie van koning naar nonkel Albert ook in de gaten. Niet dat hij in een dergelijke spottende terminologie vervalt, maar in het hart van zijn boek schetst hij heel treffend de essentiële - en politiek-staatkundig niet onbelangrijke - overgang van het tijdperk-Boudewijn naar de inmiddels ook al aardige periode-Albert. "Soms moeten de moeren wat aangedraaid worden", zegt Laporte, "en soms moeten de bouten wat losser."

Of de operatie nu min of meer gepland is vanuit Laken, of dat het veeleer intuïtief gebeurde, of dat het meer past bij het karakter van Albert, zeker is dat de Belgische monarchie behoefte had aan een koningschap zoals Albert II dat vandaag voert. Eigenlijk last deze vorst een rustpauze in. Zeker de laatste jaren van zijn koningschap tastte Boudewijn voortdurend de grondwettelijke grenzen af: hij interpelleerde individuele parlementsleden als een of ander standpunt van de partij of de fractie hem niet zinde, hij schreef veel brieven voor ministers, die in het geval van de Rwandese president Habyarimana nog eens uitlekte in de pers. Dat een topminister de koning zo voetje had gelicht, was nog het beste teken dat de Boudewijn te ver ging in zijn intimidatie van de hoogste politieke kringen.

De pagina's waarin Laporte dat mechanisme schetst, zij het in de bloemrijke taal die misschien aansluit bij een Franstalig publiek maar veel te weinig to the point is voor Nederlandstalige lezers, horen bij de meest essentiële en dus de beste van zijn boek.

Christian Laporte is een erudiet man. Hij heeft al een paar lezenswaardige boeken op zijn naam: een paar interessante bundelingen van interviews over de toestand van de kerk in België, en de eerste goede geschiedenis van Leuven-Vlaams uit het zuidelijke landsgedeelte. Wanneer een klassejournalist als hij tekent voor een koninklijke biografie, zijn de verwachtingen dan ook hooggespannen. Helaas.

'De biografie' van Albert biedt te weinig interessante inzichten, te weinig nieuws om het uit te roepen tot een goed boek. De grote fout is dat Laporte een boek heeft geschreven dat op iedere pagina de indruk geeft dat het Laken moet behagen. We hebben het uitgeplozen, maar op driehonderd pagina's hebben we geen dertig alinea's aangetroffen waarmee Van Ypersele of iemand van zijn staf het absoluut oneens zouden zijn.

Oh ja, Laporte gaat sommige kleine kantje van de koning niet uit de weg. In zijn schets van het verschil in stijl van audiënties tussen Boudewijn en Albert is het duidelijk dat Albert niet de impact heeft van Boudewijn. De eerste was "precies, nog eens precies en precies" in zijn vragen en priemende opmerkingen. Albert is veel minder overheersend. Hij bereidt zijn audiënties gewoon voor op steekkaarten, als geheugensteuntje, en soms leest hij gewoon de vraag die hij moet stellen af van dat kaartje. Af en toe gebeurt er dan eens een ongelukje. "Een anonieme waarnemer herinnert aan een audiëntie waarbij de koning per ongeluk tweemaal dezelfde vraag stelde."

Bij dat soort onschuldige indiscreties zullen sommigen aan het Hof misschien eens de wenkbrauwen fronsen, tot daar aan toe. Maar kritischer is het niet. Het blijft een keurige, haast afgelikte tekst. Alles wat het Hof doet is goed, en als het niet goed was, dan was het met de beste bedoelingen gedaan: dat is de rode of - om in de statige taal van het boek te blijven - scharlaken draad door het geheel.

Nu is het natuurlijk niet zo dat het enige goede boek dat over een koning kan verschijnen, er een is waarin hij neergesabeld wordt. Maar het is wel zo dat een goed boek degelijk moet zijn, met behoorlijke en onafhankelijke research, en vooral: nooit kruiperig van toon.

Een vergelijking. De Britse hoogleraar Paul Preston, een van de allergrootste Spanje-kenners (even goed als en zelfs beter dan alle Spaanse historici samen) heeft in 2001 een monumentale biografie van Juan Carlos gepubliceerd. De Spaanse vertaling kreeg als ondertitel mee: El Rey de un Pueblo ('De koning van een volk'), al op de kaft een aanduiding dat Preston er geen geheim van maakt dat hij Juan Carlos zeer hoog inschat. Maar de biografie staat er wel, en praat de Spaanse vorst niet voortdurend naar de mond.

Aan die vleierij bezondigt Laporte zich wel. Bijna het hele boek is geschreven vanuit het perspectief van de trouwe hoveling. (Dat het tegelijk in de drie landstalen verschijnt, is in deze eigenlijk al een knipperlicht.) Was Albert als prins en specialist buitenlandse handel in de jaren zeventig in opspraak gekomen bij de Eurosystem Hospitalier-affaire in Saoedi-Arabië? Kort samenvattend: Albert II had discreet mee gelobbyd voor een megacontract waarin een paar van de grootste Belgische ondernemingen van die tijd betrokken waren bij de bouw van een reuzegroot militair ziekenhuis in Saoedi-Arabië. Het geheel liep op een sof uit, en er kwam een gerechtelijk onderzoek van naar smeergeld, callgirls en allerlei frauduleuze toestanden.

Kwaadsprekerij om het blazoen van Albert te besmeuren, vindt Laporte in een van de meest revisionistische passages die de laatste jaren over het koningshuis geschreven zijn. Volgens de auteur had Karel Van Miert, die zich er als (B)SP-voorzitter publiekelijk over opwond dat de troonopvolger zich ingelaten had met gangsters, er eigenlijk niets van begrepen. Dat een socialistische voorzitter na de koningskwestie slechts bij hoge uitzondering publiekelijk kritiek uit op leden van het koningshuis en dat een man als Van Miert dat zeker niet lichtzinnig deed, schijnen voor Laporte geen elementen ter overweging te zijn geweest - je vindt ze alleszins niet terug in zijn boek. Te vrezen valt dat Laporte met zijn boek een slechte keuze heeft gemaakt. Er zijn zoveel passages, zoveel kleine zinnetjes, zoveel gekleurde adjectieven die het vermoeden wettigen dat hij er alles aan heeft gedaan om een boek te schrijven dat waardering zou krijgen bij Laken, het paleis en het Franstalig-Belgische establishment. Laat hij daar aan renommee gewonnen hebben, hij verliest er wel credibiliteit door: de geloofwaardigheid van een onafhankelijke journalist met een scherpzinnige pen. Dé biografie van Albert? Daarop blijft het wachten.

walter pauli

De grote fout is dat Laporte een boek heeft geschreven dat op iedere pagina de indruk geeft dat het Laken moet behagen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234