Woensdag 23/10/2019

Konijnen tussen Arabische billen

Aan het begin van de 21ste eeuw roepen de islam en de Arabische cultuur doorgaans het beeld op van dogmatisme en onderdrukking. De lust lijkt verdrongen, de seksualiteit gereduceerd tot frustratie. Daar is evenwel niets van aan, zo bewijst de Frans-Algerijnse Malek Chebel in zijn ongemeen interessante Le Kama-Sutra arabe.

door Catherine Vuylsteke

PARIJS l Nadat hij werken als Liefdeswoordenboek van de islam en Anthologie van wijn en dronkenschap in de islam had geschreven, bundelde psychoanalist en antropoloog Malek Chebel (53) twintig jaar onderzoek over seksualiteit in de islamitische cultuur. 'Ik wilde aantonen dat de Arabische cultuur altijd heel open is geweest over seks. Dit boek moet een kaakslag zijn voor de islamisten, die onze erfenis proberen te kapen.'

Chebel laat er geen twijfel over bestaan dat "de vleselijke liefde volgens de islam een zegen is. Bewerk uw veld, bedrijf de liefde zoveel u wilt, zolang ze zich maar binnen een wettelijk kader afspeelt. Veel meer staat er over seksualiteit niet in de Koran, in tegenstelling tot wat velen misschien denken. De regels die zijn opgegeven, bevinden zich in twee andere bronnen: de Hadith en het latere canonieke corpus.

"Talloze Arabische en bij uitbreiding islamitische filosofen en schrijvers hebben door de eeuwen heen de liefde bezongen in al haar gedaanten, van de hoofse tot de passionele, met inbegrip van Sodom en Gomorra in al zijn variaties." De 14de-eeuwse Ibn Al Qayyim al-Jawziyya vond vijftig namen voor de liefde, gaande van As-Sababa (raffinement en de kracht van het verlangen) over Al'Ichq (het bitterste van alle liefdeswoorden: de minnaar of minnares, verteerd door hun passie, verschrompelen in het bijzijn van de beminde) tot Al Wadd (de nobelste van alle liefdes, de zuiverste). De enige tientallen jaren later levende Al Ad-Din Mughaltay schreef een encyclopedie van alle minnaars die zijn gestorven van de liefde, wat een verzameling werd van meer dan 170 tragedies. "En ook de Arabische versie van Romeo en Julia ontbreekt niet: Majnun en Layla heten deze zesde-eeuwse personages en het verhaal wil dat Shakespeare zich daarop heeft gebaseerd voor zijn tragische geliefden."

Het werk dat het beste de kunst van het minnen weergeeft zoals de Arabieren die zagen in hun bloeitijd in Andalusië, is Ibn Hazms Het halssnoer van de duif uit de elfde eeuw. Daarin worden onder meer de verschillende betekenissen van de oogopslag geanalyseerd en worden de soorten schoonheid gerangschikt. De hoogste, zo oordeelt Ibn Hazm, is de natuurlijke elegantie, gevolgd door de algemene aanblik, de verleiding, de charme en uiteindelijk het verstaan van de kunst om te prikkelen.

Niet alleen van de liefde of de schoonheid zijn er lijsten, ook van de edele delen van hem en haar. "De 39 namen van de penis en de 43 van de vagina zoals Cheikh Nefzaoui ze in De geurige tuin als eerste verzamelde in volkskringen gaan van Mochfi al-Ghalil (de genezer van het verlangen) over Abu-La'aba (de kwijlende) tot Al-Makchuf (de zichtbare, de ontdekte) voor hem, en An-Naffar (de gezwollene), Al-'Ass (de primitieve) tot Al-Addad (de zuigende) voor haar." Ook in de sprookjes van Duizend-en-een-nacht (vanaf de 11de eeuw) zijn de benamingen niet van de lucht. "O konijnen van alle kleuren en soorten tussen de billen van de tienerdochters van de koning. U was mals, rond, blank, gesloten, zonder oren, gevoelig, excellent..."

In de vijftiende eeuw beschreef Ibn Foulayta zeer uitgebreid de etiquette van het bed. Voor de daad horen uiteraard de tanden te zijn gepoetst en de neus gespoeld, alsook de intieme delen gewassen met koud water. Veel eten voor het copuleren is af te raden, en benen en voeten ongevraagd op de ander laten rusten, met de mond open of op de rug slapen, is uit den boze.

Waar het bedrijven van de liefde hoog in het vaandel wordt gedragen, kunnen ook de afrodisiaca niet ontbreken. "De 13de-eeuwse Ahmed Tifachi was een kenner. Hij beval een parfumering met henna aan, De 8ste- en 9de-eeuwse Jhazi raadde het vlees van de bronstige bok, wolf, kameel, ezel of everzwijn aan, terwijl Cheikh Nefzaoui het meer had voor eieren als ontbijt of het kauwen op een mengsel van staartpeper of cubebe, pyretrum, gember en kaneel. Net voor de geslachtsdaad wrijft de man zijn lid in met zijn eigen speeksel. Je vrouw zal je geen seconde meer kunnen missen, garandeert hij."

De Arabieren homofoob, schampert Chebel in zijn hoofdstuk over 'Sodom of de particuliere liefde'? "Al-Jahiz (8ste-9de eeuw), Abu Nuwas (8ste-9de eeuw), Al-Antaki (16de eeuw) en veel andere groten zouden zeggen dat u ze slecht kent, met die bewering. De Egyptenaar Al-Maqrizi schreef in zijn Al-Khitat zelfs dat de homoseksualiteit onder de Mamloukse dynastie zo wijdverspreid was dat de vrouwen verplicht waren zich als verwijfde venten te kleden om door de mannen ook maar een blik waardig te worden gegund."

Malek Chebel heeft de erotische Arabische en islamitische literatuur gedurende decennia op markten, in boekhandels en bibliotheken opgespoord. "Maar het valt mij op dat bijvoorbeeld Cheikh Nefzaouis De geurige tuin dertig jaar geleden nog overal in de Arabische wereld te vinden was, het was de referentie voor de seksuele opvoeding van velen. Nu tref je het boek nergens meer aan. Dat komt door de terugkeer van de moraal, van de islamisten. Of stel het zo: dat komt door de sociale regressie waaraan die cultuur ten prooi is gevallen, precies op een moment dat er meer informatie, contact en verkeer is dan ooit te voren."

Hoe verklaart u die terugval? "In de eerste eeuw van de islam, de zevende, bracht die religie een heleboel vooruitgang, voor de vrouwen en voor de maatschappij in het algemeen. In de plaats van honderd konden mannen nu nog 'slechts' vier vrouwen hebben, de wijdverspreide moorden op pasgeboren dochters werden afgekeurd en er kwam een soort van erfenisrecht voor vrouwen. Maar daarna kwam de islam in conflict met het christendom. En in tijden van oorlog sterven de liberale gedachten, het genot en de vrouwenrechten altijd het eerst.

"Later, tussen de 9de en de 12de eeuw, kreeg je de grote bloei van het genot, de vreugde en het plezier binnen de islamitische cultuur, met de Abassidische dynastie (750-1258) in het huidige Irak, en de Arabo-Andalusische beschaving in Zuid-Spanje. Daar beleefde de islam in de elfde eeuw haar verlichting en daarna is het alleen bergafwaarts gegaan. De breuklijn is bijna een geologisch fenomeen: in 1492 vertrekt de laatste kalief uit Andalusië en in datzelfde jaar ontdekt Christoffel Columbus Amerika. De ene beschaving gaat ten onder en de andere maakt haar opgang.

"Met het Ottomaanse rijk (1299-1922), dat veel te groot was en fundamenteel alleen in oorlog en onderwerping geïnteresseerd was, is de islam veel agressiever geworden. Hij moest een instrument tegen de christenen worden. En ook daarna kwam het niet meer goed: de kolonisatie was een nieuwe beweging van onderwerping en in de postkoloniale periode zagen we totale anarchie: het Westen steunde en steunt vaak heel kortzichtig dictatoriale regimes die de eigen economische belangen dienen.

"Het is tegen deze achtergrond dat je het islamisme moet zien, als een poging van de onderdrukte om zich te verdedigen, door een eigen identiteit te construeren, daarbij zoekend in het verleden naar wortels, zuiverheid, de religieuze leidraad, een gemeenschap.

"De islam is aldus in de voorbije eeuwen een gevecht tegen de vrijheid geworden, want als je wilt mobiliseren voor de strijd, kun je in eigen rangen geen vrijheid toelaten. Alle voedingsbodems van de vrijheid moesten worden afgesneden en geen enkele is sterker dan de seksualiteit. Seks is vrijheid, seksuele keuzes zijn altijd individueel. Die onderdrukking ontaardde in misogynie, een fenomeen dat altijd al aanwezig was in de Mediterrane cultuur. Maar het gaat eigenlijk nog verder: er is de angst voor het opkomen van de vrouw en alles wat ermee gepaard gaat. De vrouw is fitna, subversie voor de man."

Hoe Chebel de seksualiteit in de Arabische wereld met die in de westerse vergelijkt? "In de Arabische en islamitische wereld in het algemeen is seksualiteit nu verzwegen, onderverdedigd, te weinig uitgelegd. Ze zit in de hoek van de schaamte, terwijl je in het Westen precies het tegenovergestelde ziet: daar is seksualiteit overgeëxpliciteerd, er is een obsessie met viriliteit, seks geldt als verkoopargument voor alles. Een gezonde houding zou het midden van die twee moeten zijn."

Malek Chebel, Le Kama-Sutra arabe, uitgeverij Pauvert-Arthème Fayard.

Malek Chebel:

Bedrijf de liefde zoveel u wilt, als het maar binnen een wettelijk kader is. Veel meer zegt de Koran niet over seks

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234