Maandag 03/08/2020

Kongolese presidentskandidaat heeft verleden als wapensmokkelaar

Raphaël Katebe Katoto, een zakenvriend van de omstreden George Forrest, was in de jaren negentig vanuit Zambia actief in de illegale wapenhandel in Afrika. De covert operations van Katebe Katoto en diens zakenpartners verliepen in nauwe samenwerking met Amerikaanse firma's met sterke CIA-bindingen. Dat ontdekten onderzoekers van International Peace Information Service (IPIS) in het kader van een nog niet gepubliceerde studie naar de plundering van grondstoffen in Afrika.

Brussel

Eigen berichtgeving

De puissant rijke Katebe Katoto, alias Raphaël Soriano, verbleef de laatste jaren in Brugge en Knokke-Heist. In de schaarse interviews die hij gaf, wil hij Kongo wel eens vergelijken met Afghanistan. Net als Afghanistan na de val van het Taliban-regime heeft Kongo volgens hem een overgangsregering nodig. Een neutrale persoonlijkheid die boven elke verdenking staat, zoals hijzelf, zou het land dan moeten leiden naar democratische verkiezingen. Tot verrassing van velen besloot Katebe Katoto, die geen enkele politieke ervaring heeft, zich vorig jaar kandidaat te stellen voor het presidentschap van de Democratische Republiek Kongo.

Van opleiding wiskundeleraar maakte Katebe Katoto (58) in het Mobutu-tijdperk fortuin als leverancier van vis en vlees aan Gécamines, het Kongolese overheidsbedrijf dat de provincie Katanga domineert. Net als Forrest werkte hij ook als transporteur voor Gécamines: hij vervoerde koper, kobalt en andere mineralen van Lubumbashi naar de Tanzaniaanse havenstad Dar-es-Salaam.

Jeroen Cuvelier en Johan Peleman, beiden verbonden aan het Antwerpse onderzoekscentrum IPIS, ontdekten echter een tot nu toe volledig onbekend aspect van de Katangese zakenman. Ze hebben achterhaald dat Katebe Katoto betrokken was bij een reeks illegale wapentransporten, onder meer naar de Unita-verzetsbeweging van Jonas Savimbi in Angola, de Alliance des Forces Démocratiques du Congo (AFDL) van toenmalig rebellenleider Laurent-Désiré Kabila en het SPLA van kolonel John Garang in Zuid-Soedan. Al die operaties gebeurden onder de dekmantel van vluchten van Aero Zambia, de vroegere nationale luchtvaartmaatschappij van Zambia.

Midden jaren negentig werd het failliete Aero Zambia geprivatiseerd en overgenomen door Katebe Katoto, samen met de Amerikaanse broers David en Gary Tokoph. In jaren tachtig kwamen de broers Tokoph al in het vizier van de Belgische parlementaire onderzoekscommissie Wapenhandel. Met luchtvaartmaatschappijen als Santa Lucia en Sea Green bleken toen dat de gebroeders Tokoph, die jarenlang in de omgeving van Oostende hebben gewoond, van op de luchthaven van Oostende tot over hun oren betrokken waren bij clandestiene wapentransporten in het kader van het Iran-Contra-schandaal, de geheime Amerikaanse wapenleveringen aan Iran onder leiding van kolonel Oliver North.

De IPIS-onderzoekers reconstrueerden het verhaal van een Hercules C130-transportvliegtuig met registratienummer 9J-AFV, dat van 1995 tot 1997 eigendom was van Chani Entreprises Ltd., een Zambiaans bedrijf van Katoto Katebe, en dat gebruikt werd voor leveringen van militair materiaal aan Unita en het AFDL. In juli 1995 werd het toestel door Chani Enterprises gekocht van het Amerikaanse Heavylift International, eigendom van vliegtuigmakelaar William Eck. "Er zijn sterke geruchten dat William Eck banden heeft met de Amerikaanse inlichtingendienst CIA", stelt IPIS-onderzoeker Cuvelier. De verkoop was onderworpen aan de goedkeuring van het Amerikaanse Office of Defense Trade Controls en kon enkel gebeuren onder strikte voorwaarden. Zo mocht het toestel bijvoorbeeld enkel gebruikt worden binnen de grenzen van Zambia. Om dat probleem te omzeilen, werd het toestel tijdelijk geleast aan het obscure Pashto Holdings Ltd. en vervolgens, zo blijkt uit documenten van de Zambiaanse Civil Aviation Authority, ingezet voor illegale wapentransporten aan guerrillabewegingen in Centraal-Afrika.

Volgens Johan Peleman circuleerden er al sinds oktober 1997 geruchten over wapenleveringen vanuit Zambia aan Unita in ruil voor diamanten of andere waardevolle producten uit Angola. "In dat verband viel herhaaldelijk de naam van Tito Chiluba, de zoon van de toenmalige Zambiaanse president", zegt Peleman. "Een piloot van Aero Zambia verklaarde dat een Boeing 707, geschilderd in de kleuren van Aero Zambia, illegale vluchten uitvoerde tussen Zuid-Afrika en Angola. Hij verklaarde ook dat een Boeing 737 van Aero Zambia, die in april 1998 bestookt werd door een Ethiopische MiG-straaljager op de luchthaven van Asmara, guerrillastrijders had vervoerd voor de Soedanese SPLA-leider Garang." De Zambiaanse autoriteiten maakten bekend dat Aero Zambia illegale vluchten naar Angola had georganiseerd via haar dochteronderneming Greco Air. Ook de toestellen van Greco Air, twee Boeings 737 en een Twin Otter, waren voor de gelegenheid geschilderd in de kleuren en voorzien van het logo van Aero Zambia.

Volgens de Zambiaanse pers werd de in België geregistreerde firma Sea Green, een oudgediende van de Iran-Contra-affaire, op exact dezelfde manier ingezet voor illegale vluchten naar Angola. Het Belang van Limburg heeft in 1996 al gemeld dat Sea Green, in weerwil van het door de Verenigde Naties opgelegde wapenembargo tegen Rwanda, kalasjnikovs en munitie had gesmokkeld naar Rwanda en Goma, nabij de Kongolees-Rwandese grens. De vliegtuigen van Sea Green vertrokken leeg in Oostende naar Burgas in Bulgarije, waar kisten met AK47's en munitie van de Bulgaarse firma Kintex werden geladen met bestemming Centraal-Afrika. Sea Green verdween in 1996 uit België, ongeveer gelijktijdig met de privatisering van Aero Zambia.

Al die beschuldigingen werden systematisch ontkend door het management van Aero Zambia. Maar naarmate er steeds meer details over de wapensmokkel aan het licht kwamen, kon de Zambiaanse overheid niet langer werkloos blijven toezien. Op 26 januari 1999 werd David Tokoph, de voorzitter van Aero Zambia, gearresteerd op de luchthaven van Lusaka op beschuldiging van het illegaal invoeren van... drugs. Tijdens zijn verhoor in het politiekantoor werd Tokoph onwel en moest hij worden overgebracht naar een privé-hospitaal. Een dag later werd de man op borgtocht vrijgelaten. Tokoph nam meteen de benen. Hij vloog eerst naar Zuid-Afrika en vervolgens naar zijn thuisbasis in El Paso, Texas.

In Zambia zit de clan-Chiluba momenteel in nauwe schoentjes. Frederick Chiluba moest inmiddels als president plaats ruimen voor Levy Mwanawasa. Die beschuldigt zijn voorganger van corruptie op grote schaal. Zo maakte hij op 12 juli jl. tijdens een speciale zitting van het Zambiaanse parlement bekend dat Chiluba 20,5 miljoen dollar overheidsgeld heeft betaald aan Katebe Katoto. De betaling paste volgens Mwanawasa in een wapencontract ter waarde van 100 miljoen dollar dat werd afgesloten tussen de Katangese zakenman en het Zambiaanse leger. "Het militaire materieel werd nooit geleverd, maar dit land heeft wel 20,5 miljoen dollar verloren", verklaarde de president. Als gevolg van de beschuldigingen werd de parlementaire onschendbaarheid van Chiluba opgeheven. (GT)

De Tokoph-broers waren in de jaren tachtig al verwikkeld in het Iran-Contra-schandaal

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234