Woensdag 23/10/2019

Komt dat zien, er is niets aan de hand

Een Nederlandse visie op de zaak-Dutroux

Douglas De Coninck

Als journalist maakte Hans Knoop in de jaren zeventig furore door oorlogsmisdadiger Pieter Menten op te sporen en uit te leveren aan de politie. Journalist is Knoop allang niet meer en dat is te merken aan het boek dat hij in samenwerking met Jean Lambrecks, de vader van Eefje, schreef over de zaak-Dutroux. Vader Lambrecks had nog een rekening te vereffenen met Paul Marchal, Knoop wou best wel een "lekker verhaal". Dat trof. Zo werd de overhandiging van geheime gerechtelijke stukken - Lambrecks heeft toegang tot het dossier in Neufchâteau - pasmunt voor een tirade tegen de nieuwe publieke vijand nummer één. Hij heet Paul Marchal.

Op pagina 37 belanden we middenin de actie. De auteur is getuige van een belangwekkende gebeurtenis: "Het is juni 1997. We zitten met een groepje van vijf Belgische en één Nederlandse journalist op een terras in Tel Aviv. Op uitnodiging van enkele Israëlische diamantairs bezoeken we de diamantbeurs van Ramat Gan..." Het gesprek komt op Paul Marchal. Het schnabbelende gezelschap vindt hem "een lijkenpikker" en een "publiciteitsgeile clown". Het journalistenkorps zou collectief moeten besluiten om de naam Marchal op stalinistische wijze uit kolommen en uitzendingen te weren, zo luidt de conclusie. De zes journalisten, van wie geen enkele kaas gegeten heeft van de zaak-Dutroux, nemen zich voor om op hun redacties stappen te ondernemen bij hun collega's die de zaak wél volgen.

Had Marchal in zijn boek nog het fatsoen de conflicten met zijn lotgenoot uit Kuringen slechts zijdelings te behandelen, dan worden hier alle registers opengetrokken. Paul Marchal kwam te laat op vergaderingen, zat dronken achter het stuur, schold politiemensen voor verrot, was onbeleefd tegen de koning (!) enzovoort enzovoort. Beide vaders leefden in de eerste dagen na de verdwijning van hun dochters al op voet van oorlog, vernemen we nu. Marchal liet affiches drukken waarmee gezocht werd naar 'An en Eefje'. Jean Lambrecks repliceerde met affiches over 'Eefje en An'. Knoop knoopt er een hele theorie aan vast. Zou A&C als merknaam minder goed in de mond hebben gelegen als de stichters van C&A daarvoor hadden gekozen? Nee toch. En was Eefje niet een jaar ouder dan An?

Ook de families Lejeune, Russo en Marchal hebben toegang tot het gerechtelijke dossier. Ze spendeerden op de griffie van Neufchâteau al eindeloos veel uren met het inlezen van processen-verbaal op bandjes en het uittikken ervan. "We zouden niks liever willen dan bepaalde zaken openbaar maken", zei Carine Russo onlangs. "Maar als we dat doen, ontzegt men ons vast het verdere inzagerecht en zal dit door de advocaten van Dutroux worden aangegrepen om op basis van een schending van de rechten van de verdediging de nietigheid van de hele procedure te bepleiten."

Heel wat journalisten die de zaak-Dutroux volgden, bezitten kopieën van verhoren. Ze springen er zedig mee om, vrezen ooit te worden aangewezen als verantwoordelijken voor een vrijspraak van Dutroux op procedurele gronden. Lambrecks en Knoop hebben minder schroom. In het boek vliegen de processen-verbaal je om de oren. Dat is fijn voor Jan met de pet van een wit comité, maar dit is het probleem: de auteur presenteert ze als het evangelie. Zijn waarheid berust op datgene wat Marc Dutroux hem vanuit de verhoorkamer aanreikt. Gretig citeert hij het stuk - al sinds een jaar in het bezit van zeker twintig Belgische journalisten - waarin Dutroux uitlegt hoe hij op 20 maart 1996 de gevangenis mocht verlaten en zich naar zijn huis in Marcinelle begaf. Daar, zo heet het, hadden Julie en Mélissa ruim drie maanden lang zitten verkommeren met proviand voor een maand. Julie was er luidens Dutroux het ergst aan toe en stierf diezelfde dag. Mélissa zou nog even geleefd hebben. Op grond van wat hij in Science et Vie las, diende Dutroux haar injecties toe, gaf hij haar fruitsap met een pipet en waakte hij "vier dagen en vier nachten" naast haar bed. Tot ze in zijn armen stierf. Teneinde zich een dubbele verplaatsing naar Sars-la-Buissière te besparen, stopte Dutroux het lichaam van Julie in een zwarte vuilniszak en deed die in de diepvriezer. Knoop, zeer onder de indruk, citeert als een bezetene: "Naast het toetsenbord van mijn computer liggen hoog opgestapeld de complete dossiers..."

Eén document zat er kennelijk niet bij: de uitdraai van Dutroux' magnetische klantenkaart bij de Makro. Daaruit blijkt dat hij daar op 21 maart 1996, daags na zijn vrijlating dus, een hydraulische krik ging kopen. In Neufchâteau kwam men er inmiddels achter dat die krik moest dienen om de poort van de kinderkooi te herstellen. Tijdens Dutroux' gevangenschap had Michelle Martin - naar eigen zeggen - één enkele poging ondernomen om Julie en Mélissa te gaan opzoeken. Ze kreeg het luik niet open, rukte er verwoed aan, net zo lang tot het ding met een luide dreun naar beneden viel. Daarvoor diende de krik. Het herstellen van de schade was dringender dan al het andere. Knoop poneert nu dat de versie van Dutroux de enige juiste is en bestempelt al wie daaraan durft twijfelen als een aanhanger van fantaisistische complottheorieën.

Het is wel zo, geeft hij toe, dat Mélissa blijkens het autopsierapport kort voor haar dood nog verkracht werd. Dat was één van die elementen die Carine en Gino Russo liever onbesproken wilden laten. Knoop geeft het detail zonder meer weer, realiseert zich al schrijvend dat dit gegeven wel eens contradictorisch zou kunnen zijn met al het voorgaande, maar vindt raad in een pv waarin Dutroux hierover wordt geïnterpelleerd: "Lelièvre heeft zich aan het kind vergrepen." Dat uit het hele onderzoek niets anders is gebleken dan dat Michel Lelièvre alleen belangstelling had voor heroïne en zeker niet voor kinderen, laat Knoop makkelijkheidshalve onvermeld.

Contradicties en fouten zijn er wel meer - in overvloed zelfs. Ook al beweren Lelièvre en Martin in het boek pv na pv dat Michel Nihoul de opdrachtgever was, is het voor Knoop een uitgemaakte zaak dat hij met de hele affaire niks te maken heeft. Want Dutroux zegt het. Van de getuigen die hem in Bertrix zagen tijdens de verkenningsrit voor de ontvoering van Laetitia, heeft Knoop nooit gehoord. Het boek bevat een foto van het huis van Bernard Weinstein in Jumet. Onderschrift: "Het huis van Dutroux in Marcinelle." Plaatsnamen zorgen voortdurend voor problemen. Dutroux, weet de auteur nog, woonde vroeger in Outorux. Bedoeld wordt dus: Goutroux.

Teneinde de thesis van Dutroux als einzelgänger kracht bij te zetten, gaat de auteur te rade bij de specialist bij uitstek... Mark Eyskens. In de Verenigde Staten worden per dag gemiddeld 64 personen ontvoerd, doceert de oud-premier. De helft van de slachtoffers zijn kinderen en het motief is meestal seksueel misbruik. In feite, zo mogen we concluderen, was er helemaal niks aan de hand.

Zelden zoveel sympathie gehad voor Paul Marchal.

Hans Knoop, De zaak Marc Dutroux, BZZTôH, Den Haag, 256 p., 590 frank.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234