Maandag 24/01/2022

Komeet in de schilderkunst

Was Jan van Eyck de spreekwoordelijk ufo in de 15de-eeuwse schilderkunst? Op die vraag wil de tentoonstelling De weg naar Van Eyck in Rotterdam een antwoord bieden. Rond 1400 waren er uitstekende kunstenaars bezig, maar de realistische schilderkunst van Van Eyck blijft een wonderlijke revolutie.

Is de 'perfecte' schilderkunst Jan van Eyck echt zomaar uit de lucht komen vallen? Dat vroegen de samenstellers van de baanbrekende expositie in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam zich geruime tijd geleden af. Jan van Eyck (circa 1390-1441) wordt altijd voorgesteld alsof hij uit het niets komt. Maar klopt dat ook?

Het oudste schilderij dat we van hem kennen is het Lam Gods in de Gentse Sint-Baafskathedraal. Dat dateert van 1432 en is meteen een meesterwerk. Het grote veelluik blijft evenwel door raadselen omringd, want het zou opgezet zijn door Jans broer Hubert van Eyck. Over hem is voorts nauwelijks wat bekend maar hij zou een zo mogelijk nog uitzonderlijker schilder dan Jan zijn geweest. Misschien levert de aan de gang zijnde restauratie in Gent meer inzichten op.

Als een donderslag bij heldere hemel wordt met Van Eyck de schilderkunst 'realistisch' en biedt ze een venster op de wereld. Van Eyck wordt omschreven als tegelijk microscoop en telescoop, omdat hij dichtbij de planten en dieren natuurgetrouw en gedetailleerdschildert, en veraf ook het landschap en zijn dieptewerking op een overtuigende manier in beeld brengt. Onder zijn handen krijgen figuren volume en stoffen worden bijna tastbaar. Om de fabuleuze sprong van Van Eyck enigszins te verklaren werd hij uitgeroepen tot uitvinder van de olieverfschilderkunst. Een hardnekkige mythe, want er wordt al lang vóór Van Eyck met olieverf geschilderd. Hij heeft de techniek geperfectioneerd door dunne lagen, bijna doorschijnende, verf boven elkaar aan te brengen: die geven aan zijn schilderijen een fabelachtige diepte en glans.

Beeldhouwwerk

"Alle schilderijen die we van Jan van Eyck kennen, stammen uit de periode na het Lam Gods, tussen 1432 en zijn dood in 1441", zeggen samenstellers Friso Lammertse en Stephan Kemperdick. "We zijn daarom op zoek gegaan naar de vroegste sporen van de schilder. In het zogeheten Turijns-Milanese getijdenboek, dat vanaf 1380 ontstaan is, zittentwee miniaturen die algemeen aan Jan van Eyck worden toegeschreven. Ook daar zien we al een wonderbaarlijke lichtval en een opmerkelijke ruimtelijkheid."

Daarna hebben Lammertse en Kemperdick een speurtocht ondernomen naar wat er rond 1400 gemaakt werd. Was die kunst inderdaad van "een groote plompicheyt", zoals de zestiende-eeuwse geschiedschrijver Marcus van Vaernewyck stelde?

De twee onderzoekers brachten in Museum Boijmans van Beuningen negentig werken samen: zes van Van Eyck zelf en 84 van voorlopers en tijdgenoten. Ze hebben een onwaarschijnlijke arbeid verricht, want heel veel is er niet bekend uit die periode. Lammertse en Kemperdick wilden vooral focussen op paneelschilderkunst, omdat Van Eyck als paneelschilder opgeleid is. "Maar er zijn in totaal slechts 25 à 30 paneeltjes uit die periode overgeleverd." Er is veel verloren gegaan door de beeldenstorm en diverse oorlogen, maar ook door de veranderende mode: in een werk van 1410 werd dertig jaar later de lijdende Christus overschilderd om hem 'realistischer' en in de nieuwe, door Van Eyck geïntroduceerde stijl uit te beelden. Zo konden de gelovigen zich gemakkelijker met het lijden van Christus vereenzelvigen.

Door het grondige onderzoek van de twee samenstellers en door enkele nieuwe toeschrijvingen - een werkje dat in Keulen in het depot zat blijkt een uniek stuk uit Doornik - zijn er vijf panelen aan het bestand toegevoegd. In Boijmans zijn voorts miniaturen, tekeningen, houten sculpturen en ivoortjes te zien.

De tentoonstelling is opgezet in één grote grijze ruimte, waar een wat koud, diffuus licht heerst. Op het eerste gezicht maakt die ruimte een kille indruk. Toch komen de uitgestalde kunstobjecten, vaak in warme kleuren en materialen, er uitstekend tot hun recht. Centraal in de ruimte staan twee wanden als concentrische cirkels opgesteld: in het hart daarvan bevindt zich de echte schatkamer met het werk van Van Eyck en van directe voorlopers.

Onderweg naar de schilderijen van Van Eyck komen we pareltjes tegen, zoals een uiterst verfijnd ivoortje uit de Zuidelijke Nederlanden, dat omstreeks 1430 is gesneden. De intieme voorstelling van Maria en kind leunt sterk aan bij Van Eyck. Aardig is de reünie van Zuid-Nederlandse paneeltjes (omstreeks 1380) met Christus en de Heilige Christoffel, die respectievelijk afkomstig zijn uit Museum Mayer van den Bergh in Antwerpen en het Walters Art Museum in Baltimore. In het Paradijstuintje(circa 1410) heeft de onbekende schilder heel goed planten en dieren geobserveerd: een realisme dat zo kenmerkend is voor Van Eyck.

Toch is het vooral het beeldhouwwerk dat de komst van Van Eyck volop voorbereidt. Beeldhouwer Claus Sluter uit Haarlem maakte in opdracht van de Bourgondische hertog Filips de Stoute omstreeks 1400 levensechte beelden voor het kartuizerklooster van Champmol nabij Dijon. In Rotterdam staan twee albasten pleurantsvoor het graf van Filips de Stoute van zijn hand. Houtsnijder Jacob de Baerze maakte een retabel voor hetzelfde klooster: daarvan is een erg realistische gekruisigde Christus te zien.

Het lijkt erop dat Van Eyck, die zelf hofschilder van de Bourgondische hertogen zou worden, zich sterk op de sculpturen van Sluter en De Baerze heeft geïnspireerd. Vooral Sluter was een groot vernieuwer, die al een generatie ouder was. Schilderijen, zoals de Heilige Barbara (1437, uit KMSK Antwerpen), het portret van Baudouin de Lannoy (1435-40, uit Staatliche Museen Berlijn) en de Annunciatie(1430-35, uit de National Gallery Washington) tonen hoe Van Eyck erin slaagde een tastbare, sculpturale werkelijkheid in olieverf op te roepen.

Slagschaduw

Vooral in de Annunciatiecreëert hij een overtuigend ruimtelijk gevoel. Zijn figuren krijgen volume doordat hij - als eerste - slagschaduwen introduceerde. "Hij gebruikte ook geen bladgoud meer om gouden glans aan voorwerpen te geven", zegt Friso Lammertse. "Van Eyck gaat echt voor de zuiver optische illusie. Vóór hem werd de kleur bruin gebruikt om een houten voorwerp aan te duiden. Bij hem krijgt hout echt een stoffelijke verschijning."

Van Eyck introduceerde licht, tijd en ruimte in de schilderkunst. Zijn figuren - ook zijn heiligen - waren niet langer platte iconen maar leken op sterfelijke mensen uit de dagelijkse werkelijkheid. Van Eyck mag dan zijn wortels in een traditie hebben, en hij mag ook niet alles uitgevonden hebben, toch blijft hij redelijk ongrijpbaar. Hoewel hij door deze tentoonstelling iets minder raadselachtig is geworden, blijft hij nog altijd een komeet in de schilderkunst. Er is voor Van Eyck, en er is na Van Eyck. Na hem verandert alles, de waterscheiding is totaal.

De weg naar Van Eyckbiedt een ongewoon, adembenemend panorama van de late middeleeuwen en de vroege renaissance. Zoiets is zelden vertoond. Helaas kon Van Eycks wonderbaarlijke Madonna in de kerkuit Berlijn de reis naar Rotterdam niet maken. Het hout van het paneeltje is één millimeter dik en er zit een barst in het schilderijtje. "Het kreeg een njetvan onze restauratieafdeling", zegt Kemperdick.

Panelen reizen dus minder en minder. Het maakt deze tentoonstelling - een van de uitschieters van 2012 - er alleen nog maar uitzonderlijker op.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234