Vrijdag 06/12/2019
Annelies De Rouck. Beeld Tim Coppens

Column

“Kom nekkir ier dat ik ou tege mijne frak trek”, zei mijn oma al lachend, en ik begreep precies wat ze bedoelde

Annelies De Rouck herontdekt haar vaderland.

Ik sta op met Bruzz FM, de radiozender voor Brusselaars die alles willen weten over hun stad. Hun informatie is top notch, maar het leukste eraan vind ik dat ze veel Brusselse hiphop draaien. Het is dé manier om een idee te krijgen van wat er leeft in de straten van Brussel. De teksten van die songs zijn soms echte stukjes poëzie, in de traditie van Brel en Stromae. Niet altijd de meest vrouwvriendelijke of politiek correcte poëzie, maar ook dat is de waarheid van de straat.

Ik sta vaak te kijken van onze kunstige landstalen. In het Frans en het Nederlands kun je je zo sappig uitdrukken, zeker in vergelijking met het vrij directe Amerikaanse Engels. Zelfs het Nederlands in Nederland is minder speels dan het onze. Mijn Nederlandse vrienden vinden ons taaltje veel lyrischer en we hebben, volgens hen, meer eigen woorden voor Engelse termen, die zij gewoon overnemen. Zelfstandige in hoofdberoep of in bijberoep, bijvoorbeeld. Mijn Amsterdamse vriendin Karen vroeg me wat dat betekende, toen ze bij me thuis Bossy Magazine aan het lezen was. Nadat ik het haar had uitgelegd, zei ze: dat heet bij ons gewoon parttime of fulltime zelfstandige. Zij vindt het heerlijk dat wij hier eigen woorden voor bedenken én die ook gebruiken.

Vlamingen zijn ook meester in het hanteren van spreekwoorden. Het is zelfs zo’n belangrijke vaardigheid, dat we er op school toetsen voor hebben. Een snelle rondvraag bij vriendinnen zorgde meteen voor een stroom aan schatten. Mijn lievelingsspreuk: een vliegende kraai vangt meer dan een zittende. Die is me op het lijf geschreven. Naast Algemeen Nederlandse spreekwoorden, zijn er ook regionale spreekwoorden en zelfs gemeentelijke. Ik sloeg het Zeelse ‘woordenboek’ er even op na. Blijkt dat er tientallen spreuken zijn die enkel in Zele, de gemeente waar ik opgroeide, gebruikt worden. Tot mijn hilariteit heet een receding hairline daar ‘ne langen oprit’.

In de VS wordt er op een andere manier met taal gespeeld, met slang en stopwoordjes en regionale varianten zoals y’all, maar daar blijft het zowat bij. Ik ben geen taalexperte, maar spreekwoorden zijn volgens mij echt iets van bij ons. Naast spreekwoorden hebben we natuurlijk ook absurditeiten zoals ‘ik zit op de trein’ of ‘gaan we op café?’ Met die twee knallers krijg ik mijn vriend Abdel uit Amsterdam steevast aan het gieren van het lachen. En dan vinden wij het vreemd dat ze ons schattig vinden in Nederland.

Ondanks mijn vijftien jaar buitenland, ben ik nog altijd heel Vlaams in mijn taalgebruik en uitspraak. Daar schrikken mensen van. Sommige Vlamingen klinken na tien jaar Amerika alsof ze permanent een stuk kauwgum in hun mond hebben, maar ik klink nog steeds ­hetzelfde. Ik spreek ook nog vlot Zeels en kreeg er onlangs zelfs een ­compliment over van mijn oma. “Kom nekkir ier dat ik ou tege mijne frak trek”, zei ze al lachend, en ik begreep precies wat ze bedoelde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234