Vrijdag 27/01/2023

Kokoschka en de jongelingen van Minne

Collectie van de Kokoschka-Stichting in het Brusselse stadhuis

De Oostenrijkse kunstenaar Oskar Kokoschka (1886-1980) geniet deze zomer ruime belangstelling in ons land. In het Félicien Rops Museum in Namen worden gravures van zijn hand tentoongesteld, het Museum van Elsene pakt uit met een expositie over Het Oostenrijks Expressionisme: van Schiele en Kokoschka tot de jaren twintig. In hartje hoofdstad, in het stadhuis op de Grote Markt, begon gisteren een expositie met tekeningen en schilderijen van de kunstenaar.

Het Brusselse stadhuis probeert, onder impuls van schepen van cultuur Marion Lesmesre, enige uitstraling te verwerven als tentoonstellingsruimte. Onlangs ontstond de vereniging Expo Musea die het tentoonstellingsbeleid van de stad Brussel in goede banen moet leiden. De zomertentoonstelling vorig jaar over art-nouveaukunstenaar Mucha lokte 40.000 bezoekers (misschien ook weer niet zo verwonderlijk op de meest toeristische plek van het land). Net zoals toen wordt voor de Kokoschka-tentoonstelling samengewerkt met het Commissariaat-generaal voor Internationale Betrekkingen van de Franse Gemeenschap.

De in het stadhuis tentoongestelde werken zijn afkomstig van de Kokoschka-Stichting, het legaat dat de weduwe van de schilder, Olda, toevertrouwde aan het Jenisch Museum in het Zwitserse Vevey. Olda, die aanzienlijk jonger was dan haar echtgenoot, leeft nog. Hoewel ze toegezegd had op de vernissage in Brussel aanwezig te zullen zijn, bleek ze afwezig wegens gezondheidsproblemen. Aanvankelijk beschikte de Kokoschka-Stichting slechts over werken die de kunstenaar in het tweede gedeelte van zijn leven maakte. Dankzij aanwinsten en aankopen kan nu een vollediger beeld van zijn werk worden getoond.

Kokoschka, plastisch kunstenaar én auteur, deed zijn eerste ervaringen op bij de beroemde Wiener Werkstätte in Wenen, die ageerde tegen de uniformisering van gebruiksvoorwerpen en opnieuw de voorkeur gaf aan de ambachtelijke schepping. De Werkstätte publiceerde zijn tekst Die Traümenden Knaben, die hij had opgeluisterd met steendrukken. Vanaf dan werd hij al beschouwd als een van de voorlopers van het expressionisme. Hij maakte kennis met Gustav Klimt, toen die zich al had teruggetrokken uit de Wiener Sezession, de Oostenrijkse Jugendstil-beweging. In 1910 publiceerde Kokoschka in Der Sturm, het in Berlijn gestichte tijdschrift dat het expressionisme verdedigde en de belangrijkste avant-gardekunstromingen, zoals het kubisme en het futurisme, bekend zou maken. Voorts maakte hij kennis met architect Adolf Loos, een verdediger van sobere vormen en volumes. In sommige werken van Kokoschka is ook verwantschap met Egon Schiele te bespeuren: het deerniswekkende 'Naakt van opzij' (1908), potlood en aquarel op papier, zou van de hand van Schiele kunnen zijn.

Na als vrijwilliger te hebben gevochten in de Eerste Wereldoorlog maakte hij in de jaren twintig lange reizen. In de jaren dertig vestigde hij zich in Praag en vervolgens, om aan de nazi's te ontkomen, in Groot-Brittannië.

Kokoschka schreef in zijn boek Mein Leben (1971) onder meer hoe 'onze' Georges Minne voor hem een inspiratiebron was. 'Hoe zeer nog de schilderijen van Van Gogh, van Gauguin, van de Fauves mij mogen getroffen hebben, toch zijn het de beelden van Georges Minne die op mij de grootste indruk hebben gemaakt. Ik dacht in de sterke innerlijkheid van deze beelden een mogelijkheid te ontwaren om zich van de bidimensionaliteit van de Jugendstil, met zijn dorre vormen, los te maken. Binnen deze figuren van jongelingen, onder het oppervlak van de huid, scheen er iets te bewegen dat deed denken aan de spanning die de ruimte in de gotische kunst beheerst en die alleen een driedimensionele spanning kan oproepen.' Kokoschka zocht naar de zielenroerselen van zijn modellen, en van zichzelf, in de zelfportretten. Later kwam hij enigszins tot rust en schilderde onder meer aquarellen met tuintaferelen. Pompoenen, zomerbloemen, irissen in vrolijke kleuren. Of een rudimentair maar veelkleurig optimistisch portret van Olda, dat ver afstaat van de schrale, verkrampte lijnvoering in 'Naakt van opzij'.

Op een reeks postkaarten met folkloristische motieven (litho's) en een angstaanjagend aquarel 'Studie voor het crematorium' na, zijn er in Brussel eigenlijk weinig werken uit zijn vroegste periode, waarmee Kokoschka het meest wordt geassocieerd. Het is spijtig dat de uitleg bij de werken zo schaars is. Vermelding van de gebruikte technieken ontbreekt, evenals een goede situering van de werken binnen het oeuvre van Kokoschka.(AB)

De expo loopt tot 30 september in het Brussels stadhuis, van di tot zo van 11 tot 18 u. Rondleidingen 02/513.89.40.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234