Dinsdag 07/07/2020

'Koken zorgde altijd al voor troost'

Zelfs 5.724 mensen staan samen soms zwak. Ze wilden Jan Roegiers op 25 mei 2014 opnieuw tot parlementslid verkiezen, maar helaas. Naar Villa Politica kijkt hij nu niet meer en - 'dju toch' - soms vloekt hij nog. Maar zonder spijt opent Roegiers eind januari in Gent koffiebar Franz Gustav. 'Misschien was mijn moeder altijd mijn grote voorbeeld.'

Hij is van 1967 en dat bindt ons. En hij is een verrader. Want zijn stem klinkt schor, zo schreeuwde de supporter AA Gent een avond eerder naar de zege tegen Zenit. "Ik geef het toe", glimlacht Jan Roegiers. "Als kind was ik ook voor Club Brugge, zoals veel jongens van onze generatie. Ze werden toch altijd kampioen? Maar ondertussen heb ik zoveel vrienden die naar Gent gingen, dat ik de omslag maakte. Sinds de Ghelamco Arena er staat, heb ik zelfs een abonnement."

Zélfs. En dan leggen we dit bij met koffie en is dit de plaats voor een (lacht). Want moet een gesprek, een interview, schuren om goed te zijn? Misschien. Maar dat doet dit niet. Want hij is dus ook van 1967, zijn geboortedorp Merendree was ons buurdorp en misschien dansten we wel ooit samen in de lang gesloten feestzaal De Rudderslodders. Of passeerden we elkaar op weg naar zwemkom De Boer in Zomergem. Hij deed stageles in de meisjesschool waar jongens van Drongen-Luchteren alleen als kleuter welkom waren. We kenden elkaar niet maar AA Gent zal een gedeeld verleden niet wegwissen.

Jan Roegiers stond op 25 mei 2014 als vijfde op de sp.a-lijst voor het Vlaams Parlement en al zes maanden voordien wist hij dat dit het einde was van zijn dertien jaar in de politiek. Hij had zich nog geweerd hoor, op zijn website zie je de roos tussen zijn tanden nog altijd, "alles of niets" zei hij bij dat beeld. Maar 's namiddags ruimde hij met medewerker Stijn alle afficheborden langs Oost-Vlaamse wegen op en in De Cirk in de Zebrastraat ruimde hij 's avonds zijn politieke carrière op. "De vijfde plaats was een onmogelijke plaats. Zeker als je weet dat de burgemeester de lijst ook nog duwde. De dag dat je in de politiek stapt, weet je dat er een dag komt waarop je niet meer verkozen wordt. En toch komt die altijd onverwacht. Toch vind je dat onrechtvaardig."

Onverwacht, al was dat wel relatief. Bij de eerste lijstvorming kreeg Jan Roegiers de laatste plaats bij de opvolgers. Pas na discussie kwam die vijfde plaats er nog uit. Maar al in maart 2014 zei hij in De Morgen: "Ik geef mezelf nog een half procent kans om verkozen te raken." Aan zijn hoge tafel - in het Gentse appartement dat hij smaakvol inrichtte, waarin je omringd wordt door veel boeken en nog meer kookboeken ("ik ben er verslaafd aan, het is eigenlijk potsierlijk, er liggen er zelfs naast mijn bed") - zegt hij nu dat hij die campagne toch gedreven voerde. "Ik had dertien jaar in het parlement 'mogen' zetelen, vond ik. En uit loyauteit voor mijn militanten moest ik die kiesstrijd aangaan. Natuurlijk ben ik ongelukkig en gefrustreerd geweest, maar na anderhalf jaar heb ik dat een plaats gegeven en ik ben gelukkig dat ik met veel mensen uit andere partijen door dezelfde deur kan. Iedereen heeft zijn mening: ik heb dat altijd gerespecteerd."

Die plaats was het resultaat van een puzzel: man-vrouw, jong-oud, vernieuwing, regio. Zijn stukje paste niet. Vraag is: zijn de quota doorgeschoten? Tellen ervaring en inzet op een bepaald moment minder? "Neen", zegt hij. "Ik sta 100 procent achter die gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Anders zaten we vandaag nog altijd maar met 20 procent vrouwen in de politiek. De rest is een zo getrouw mogelijke afspiegeling van deze samenleving en dat is goed. We moeten zelfs goed nadenken of we niet nog meer moeten doen. Waarom vinden mensen van allochtone afkomst zo moeilijk werk? Waarom zitten ze zo weinig in raden van bestuur, net als vrouwen? Alleen moet die afspiegeling niet alleen in de politiek gebeuren. Het moet ook in het bedrijfsleven en in de samenleving."

"Ongelukkig en gefrustreerd", zei hij daarnet. Is 'ontgoocheld' in iemand daar ook bij? "Ik kan daar moeilijk een naam op plakken", zegt hij eerst. Dan denkt Jan Roegiers lang na. Stilte is nooit slecht. "Net omdát ik het een plaats heb kunnen geven, kan ik niet aan één persoon denken. Op dat moment was dat wel een beetje zo: de partij. Een verzameling van mensen. De toppers. Maar nu? Moet je na anderhalf jaar nog zoeken naar wie je ontgoochelde? Of moet je mensen dankbaar zijn omdat je dertien jaar mocht samenwerken?"

Hij kiest het laatste. En vertelt over Joris Vandenbroucke, nu fractieleider van sp.a. "In het leggen van de puzzel past Joris wel. We waren heel goed bevriend en dat maakte het extra moeilijk toen. Vier dagen voor de lijst gevormd werd, waren we samen gaan eten. Joris was in de absolute overtuiging dat ik al op de hoogte was. Dus zweeg hij. Maar het was een misverstand. Nadien heeft hij perfect aangevoeld dat hij me even met rust moest laten. Het was moeilijk."

Je voelt de 'maar' komen. En hier is ze. "Maar Joris heeft dat later op een prachtige manier opgelost. Zelfs nu ik dit zeg, word ik er emotioneel van. Een tijd na de verkiezingen kreeg ik van hem een handgeschreven brief. Hoe lang was dat geleden? Van mijn moeder op scoutskamp? En wat Joris schreef, was correct, niet pathetisch. Nadien liet hij me weer een tijdje met rust en toen stuurde hij me een sms. 'Zullen we samen een koffie drinken?' Daar heeft hij me zijn kant van het verhaal verteld en het is oké. (lacht) Ik weet niet of er ooit nog iets politieks op mijn weg komt. De volgende verkiezingen zijn lokaal. Als de partij denkt dat ik iets kan betekenen, dan wil ik best praten. Zeg nooit nooit. Maar nu niet dus. Ik stuur Joris en iemand als Rob Beenders nog wel eens een mail: 'Heb je daar en daar aan gedacht?' En ik denk nog dikwijls: 'Dju toch'. Want ik mis het nog elke dag. Niet de politique politicienne, absoluut niet, ik kijk ook niet naar Villa Politica. Lange tijd las ik er zelfs niet over in de krant of zapte ik bij Het journaal. Maar het is wel jammer dat ik niet meer kan doen wat ik het allerliefste deed: politiek bedrijven."

Kooklessen

Dat we hier zitten en niet in een pand in de buurt van de Dampoort, heeft een reden: terwijl we praten, staat wat eind januari zijn koffiebar zal worden nog in de steigers. Al snel na 25 mei 2014 liet hij weten dat hij plannen had voor een brunchbar. Anderhalf jaar duurde het, dat had te maken met het verwerven van het pand waar jarenlang CB-amateurzenders zaten. Ondertussen brak zijn huwelijk en reisde hij dit jaar een maand alleen naar Vietnam. "Een beetje louterend, als therapie. En ik ben er blij mee: alleen reizen in een onbekend land waarvan je de taal niet spreekt, heeft me de weldaad van het alleen zijn bijgebracht."

Maar straks staat op de ramen dus 'Franz Gustav'. Er is plaats voor 35 mensen, de combinatie van goeie koffie en brunch all day, overdag. Een buurt als een mix van oude Gentenaars, nieuwkomers en - proef dit prachtige woord - neringdoenden. Toneelregisseur en -schrijver Freek Neyrinck is zijn buurman.

Franz Gustav? "Françoise en Gustaaf waren mijn meter en peter. Al 48 jaar sleur ik die twee voornamen mee als tweede en derde naam, maar ik zag die alleen op mijn belastingbrief. Zo kwam het idee om er iets mee te doen."

Een restaurant wordt Franz Gustav niet. Te stresserend. Te riskant. Te veel restaurants misschien wel. Maar na het Vlaams Parlement een koffie- en brunchbar beginnen, is best een aflevering in 'De wending' waard. Maar het is geen folie. Nochtans is Roegiers niet opgeleid, hij heeft een diploma van onderwijzer, maar al in het parlement ging hij op een dag avondlessen volgen in de koksschool. Of zaterdagvoormiddaglessen, want eigenlijk was het maandag maar dan zat het parlementaire werk in de weg. Gelukkig bleek de hele groep flexibel en jarenlang kookten en bakten ze samen dezelfde gerechten als de leerling-volksvertegenwoordiger. "In het koken heb ik altijd troost gevonden. Alles vergeten, kunnen koken voor mensen en het liefst voor vriendentafels waarbij we de schotel op tafel zetten. Het feit dát je aan tafel zit, is al goed. Ik heb een diploma hulpkok gehaald en later dat van kok. Na 1 juli 2014 ben ik eerst twee maanden gaan werken in pop-uprestaurant Gaston en vervolgens werd ik kok aan huis. Op een dag kreeg ik telefoon van Johan Vande Lanotte. Hij had dat gehoord en hij vroeg me om voor hen het nieuwjaarsdiner in de familie te verzorgen. Dat heb ik gedaan. (lacht)Het moest wel vis zijn."

Hij noemt Vande Lanotte en je vraagt naar zijn grote voorbeelden. Dit jaar verloren we Steve Stevaert. Dat choqueerde hem, al kende hij hem misschien het minst van alle Grote Namen: "We zaten samen in het parlement toen Steve voorzitter was. En zoals alle voorzitters kwam hij daar alleen stemmen."

"Misschien is de term 'groot voorbeeld' overdreven. Ik heb van verschillende mensen verschillende aspecten gezien waarvan ik dacht: mocht ik dit maar kunnen. Bert Anciaux is zo iemand. Hij is zowel de hemel in geprezen als verguisd en allicht zal hij, zoals veel mensen met macht, fouten gemaakt hebben. Maar ik heb zelden iemand met zoveel passie aan politiek zien doen. Voor Frank Vandenbroucke heb ik gigantisch veel respect. Een beetje als een professor, wat hij ook wel was, legde hij in de fractie dingen uit zoals niemand anders dat kon. En ik heb nog altijd veel respect voor mensen als Freya(Van den Bossche, RVP). Uiteindelijk heeft ze me ook gevraagd of ik bestuurder van de VRT wilde worden, samen met John Crombez. Dat vind ik een mooie waardering. Maar ook Marino Keulen bewonder ik. Die was minister-af, draaide meteen de knop om en werd een schitterend parlementair."

Passie

Het is 1988. Er wordt gebeld aan de deur van de familie Roegiers in Merendree, dan al een deelgemeente van Nevele. Het is iemand van de lijst Gemeentebelangen en die vraagt aan de moeder van Jan: 'Gij zijt toch sociaal geëngageerd, wilt ge niet op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen komen staan?' Mevrouw Roegiers vindt dat niet zo'n goed idee, maar ze heeft er een beter. "Er loopt hier nog iemand rond."

Jan: "Met mijn 20 jaar was ik de jongste kandidaat van alle lijsten, en ik kwam op de dertiende plaats terecht. Van de 21. Ik ben in heel Merendree, waar de CVP sterk was, van deur tot deur gegaan en kreeg 351 stemmen. Wat veel was, maar natuurlijk niet voldoende om verkozen ter geraken. Bij mijn tweede verkiezing was ik vierde opvolger op de lijst van de Volksunie. Dat was op 24 november 1991 en dat zou Zwarte Zondag worden."

"Mijn moeder was maatschappelijk assistente en werkte in een instelling voor licht en zwaar mentaal gehandicapten. De passie waarmee ze over hen sprak, is me altijd bijgebleven. Mijn ouders waren niet met politiek bezig, maar wel Vlaamsgezind. Allicht kwam dat door hun jeugd. Mijn moeder zat in Gent op school, in de Onderstraat, en maakte de tijd mee dat er een blokje hout werd gegeven aan wie Nederlands sprak. Wie op het einde van de dag dat blokje hout had, kreeg straf. De keuze voor de Volksunie was logisch. 'Sociaal en federaal' was in die tijd de slogan en mijn moeder zei altijd: 'Ik ben voor dat eerste woordje'."

Door haar stapte Jan Roegiers dus eigenlijk in de politiek. Wie Jan Roegiers daarin werd, zegt hij, werd ook mee bepaald door de scouts. Leren samenwerken. Beseffen dat de groep maar zo sterk is als de zwakste schakel. In patrouilles van vijf man op kamp vuur maken, tenten opbouwen, shelters zetten: "Ik vraag me eigenlijk af wanneer we nog speelden", glimlacht hij. "Maar mijn vrienden van toen zijn de vrienden waarmee ik nu nog altijd naar het voetbal ga." Naar AA Gent, ja.

Er zijn mensen die andere mensen bepalen. Of gebeurtenissen. Voor onze generatie was dat misschien Nelson Mandela. Of de verhalen van Oscar Romero in El Salvador. Zelfs Live Aid. "Maar ik heb het meest opgekeken naar de leerkrachten van de lagere school. Allemaal meesters, dat ging zo. Meester Mertens en Broeder Jan uit het vijfde en zesde leerjaar spraken met ons, jongens van 12, over politiek. Later zag ik een kaartje met daarop de samenstelling van de eerste Vlaamse Executieve onder Gaston Geens: ik leerde al die namen en functies uit het hoofd. Ik ging graag naar school en was er altijd vroeg. Mijn vader werkte in Gent, hij zette me vroeg af en in december was het toen nog koud. Als je dan om 7.40 uur op de speelplaats stond, was je blij als de leraar je binnenvroeg om het bord af te vegen." Hij werd zelf onderwijzer. Al droomde hij in het zesde middelbaar van de universiteit, van politieke en sociale wetenschappen, van geschiedenis of rechten. Maar hij dubbelde ("dat is het enige waar ik spijt van heb") en concludeerde zelf: 'Als je de secundaire school niet zonder kleerscheuren doorkomt, moet je ook niet naar de universiteit.' Eerst wilde hij nog maatschappelijk assistent worden. Zoals moeder. En toen zei moeder:'Jan, ik zou je willen vragen dat niet te doen. Je gaat niet gelukkig zijn.'

"Ze kende me. En ze wist dat ik de problemen van het werk mee naar huis zou nemen. Uiteindelijk ben ik onderwijzer geworden en twee jaar gaf ik les in een bso-school voor gedragsgestoorde jongeren in Gentbrugge. Dat waren twee intensieve jaren waarin mijn respect voor het onderwijzend personeel nog groter is geworden. Vaak waren dat toch kleine boefjes. Op een dag schreef ik op het bord en toen ik me omdraaide, zag ik Tim op de vensterbank staan. Hoe oud was hij? Dertien? Ik ben op die jongen beginnen inpraten en ik heb hem weer binnen gekregen. Later is me wel eens verteld dat Tim op een bepaald moment in de gevangenis is terechtgekomen. Ik weet het niet. Het was in ieder geval een mix van moeilijke achtergronden."

"In de politiek heb ik vaak aan die jaren teruggedacht. In de Commissie Welzijn ging het heel vaak over dit soort kinderen die er, ondanks alle inspanningen, niet in slaagden op de maatschappelijke ladder te klimmen. Mijn moeder ging vaak op bezoek bij mensen die in de marginaliteit wonen.'Die wonen hier ook en die mogen hier ook wonen', zei ze. 'En die zijn al onze inspanningen waard. Voor hen zorgen, mag veel geld kosten.' Ook mijn zorg is in de eerste plaats voor de have-nots geweest."

Moeders mogen niet sterven

'MOEDER', staat plots in het schrift waarin dit gesprek genoteerd wordt. Terugdenkend aan zomerse gesprekken, is stilaan opgevallen hoeveel mensen over hun moeder spreken. Over de rol van een moeder. Over het belang ervan. En nu staat het hier zo: is Jan Roegiers' Grote Voorbeeld niet gewoon zijn moeder?

Hij valt stil. "Het is de eerste keer dat iemand me ernaar vraagt en het is de eerste keer dat ik erover nadenk. Maar ik denk dat je gelijk hebt. Misschien was zij wel mijn grote voorbeeld."

"In 2002 is ze overleden aan kanker, twee weken nadat ze met pensioen was gegaan. Drie jaar eerder zag ze in een ooghoek een zwart vlekje. 'Oei', zei de dokter. Een schoonheidsvlekje, een melanoom eigenlijk, aan de binnenkant van haar oogbol. Ze hebben haar oog weggenomen en ze dacht dat de problemen zo weg zouden zijn. Maar drie jaar later bleek de kanker over haar hele lichaam te zitten. Toen zeiden de dokters: 'Nog zes maanden.' In die zes maanden ben ik bijna elke dag bij haar geweest. We hebben samen muziek en teksten gekozen voor haar afscheidsdienst en maar één keer was ze kwaad. Ik had gezegd dat ik vier dagen weg moest, maar had niet gezegd waarheen: we gingen Gaza bezoeken met enkele parlementsleden. Wat ik niet wist, was dat Rudi Vranckx en Patrick Van Gompel ook mee zouden gaan en er vlogen kogels boven onze hoofden toen ze ons interviewden. Toen ik terug thuiskwam, zag ze me en stak haar vuist naar me op."

"Ik heb mijn moeder niet veel zien wenen en ook in die zes maanden heeft ze dat niet gedaan. Op 28 april zou ze zestig worden en hoe zouden we dat vieren? 'Als ik het nog haal, wil ik iedereen die ik graag heb uitnodigen', zei ze. (lacht) In Sluis ben ik met mijn broer wiet gaan kopen, om voor haar wiet-thee te maken. Van een tante wisten we dat dat verzachtte. Dat feest heeft plaatsgevonden. Kun je op een grootsere manier afscheid nemen van het leven?"

Eigenlijk deed ze wat je weleens denkt: haar eigen begrafenis bijwonen. "Op 17 mei is ze dan overleden. 'Ik wist niet dat sterven zo lastig was', zei ze. Het afscheid gebeurde in de kerk, al had ze daaraan getwijfeld. Want ze was ontgoocheld. 'Feest' van The Scene werd als eerste nummer gespeeld. Mijn broers kindje was drie en had een tekening gemaakt: 'Oma, ik zie je pijn', was de titel. Er is jachthoornmuziek gespeeld, daar houdt mijn vader van. 'De roos' natuurlijk, van Ann Christy. En 'La Mamma Morta' van Maria Callas. De voorganger was onze vroegere scoutsaalmoezenier en hij zei: 'Moeders, ze zouden niet mogen doodgaan.' We hebben haar as in de tuin uitgestrooid. Daar moest zij een document voor ondertekenen, maar dat ging niet meer. Dat heb ik dus gedaan."

Holebirechten

Die tuin is nog altijd zijn jeugd. Zijn vader is 74 en woont er nog. In het huis waarop hij op een dag, al bijna dertig jaar oud, antwoordde op moeders vraag: 'Wat is er toch aan de hand met u, Jan? Ge lacht niet meer.' "Ben je morgenavond vrij, vroeg ik haar. Kom eens naar mijn huis. Ik heb haar toen verteld dat ik homo was. Dat is laat, ik worstelde er al lang mee en ik wijt het aan het feit dat ik geen voorbeelden had. Het internet bestond ook niet als kind. 'Ik dacht het wel', zei ze. 'Maar ik heb er net zo goed aan gedacht dat je me zou zeggen dat je iemand zwanger hebt gemaakt.' De volgende dag zou ik op reis vertrekken naar Zuid-Afrika, ik heb mijn broer en mijn beste vrienden een mail gestuurd en ik wist dat de tamtam dan wel zijn werk zou doen. Toen ik tien dagen later van die reis terugkeerde, was alles oké." Later werden holebirechten een van zijn thema's in het parlement. Daar is Jan Roegiers nog altijd trots op. Zoals hij trots is op de oprichting van een Vlaams Vredesinstituut. Op een resolutie van hem die de wapenexport naar Israël verbood. "We waren de enigen die dat deden."

Maar zij was dus de eerste die het wist. Ze zal deze regels niet lezen. En ze zal helaas geen koffie komen drinken bij Franz Gustav. Maar misschien steekt ze wel haar vuist in de lucht. 'Komaan jongen.'


MORGEN DEEL 3
Tv- en radiopresentator Fien Sabbe wordt advocaat

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234