Donderdag 20/02/2020

Strijd tegen IS

Koerden strijdvaardiger dan ooit in bevrijd Kobane

Beeld rv

Kobane werd maanden geleden per toeval een topprioriteit in de strijd tegen Islamitische Staat. Nu de extremisten uit de stad verdreven zijn, blijkt dat er een hoge prijs werd betaald. Maar: "gebouwen en geld kunnen ons niet schelen. De overwinning telt." De Koerden zweren intussen dat ze nooit meer overheerst zullen worden door buitenstaanders.

Lasheen Abdulla (43) manoeuvreert haar witte bestelwagen door de straten van haar stad, voorbij geblakerde wrakken van opgeblazen auto's, verwoeste etalages, onontplofte mortiergranaten. Tussen het grijs van de vernieling flakkeren flarden kleur op. Het zijn de paarse doeken die de Koerdische sluipschutters aan het oog moesten onttrekken. Maandenlang verdedigden die de stad tegen de extremisten van Islamitische Staat (IS).

Ze wijst de plekken aan waar de martelaren van de stad sneuvelden - vijf een beetje verderop, dicht bij de met kogelgaten bezaaide muur van de meisjesschool, zes aan de hoop vuilnis waar vroeger de groentemarkt plaatsvond. In de voorbije dagen werden lichamen van Koerdische strijders van onder het puin gehaald, het hoofd afgesneden. Er werden zelfs onthoofde kinderpoppen teruggevonden, symbolisch, zegt Abdulla, voor de wreedheid van de vijand.

"Als je je thuisstad zo vernield ziet, dan voel je je ook vanbinnen vernield", zegt Abdulla, die tijdens de belegering constant in de stad is gebleven. Ze heeft tal van lichamen van Koerdische strijders gewassen voor de begrafenis - momenteel liggen er nog drie te wachten in het huis waar ze verblijft.

De verwoesting van de stad, het resultaat van een belegering door Islamitische Staat en Amerikaanse luchtaanvallen die de militanten uiteindelijk verdreven, is zo extreem dat het irreëel aanvoelt. Je waant je een beetje op een filmset.

Beeld © AP
Beeld © AP

Ratten

Maar nu de stad bevrijd is, overheerst bij de Koerden die er leven toch vooral trots. Zelfs toen de strijd nog volop woedde en de afloop onzeker was, ontwikkelde Kobane een mythische status - de Koerden noemden de stad Stalingrad - als de plek vanwaaruit de Koerden een vaderland zouden uitbouwen op de brandhaarden van het Midden-Oosten.

"Ik ben gelukkig en voel uitsluitend vreugde na deze overwinning", zegt Anwar Jarmesh (33), die twee broers verloor in de gevechten. In het heetst van de strijd was hij naar Turkije gevlucht, maar nu is hij terug om zijn eigen bijdrage te leveren: het wassen van het lichaam van strijders. "Gebouwen en geld kunnen ons niet schelen. Alleen de overwinning telt. IS heeft ons niet gebroken", zegt hij.

De strijd om Kobane, een stad aan de grens met Turkije, begon in september. In principe had de plek weinig strategisch belang voor de door de VS geleide coalitie, maar Kobane werd bijna per toeval een topprioriteit, omdat daar uitgetest zou worden of de strategie van de Amerikaanse president Barack Obama - Amerikaanse luchtaanvallen gecombineerd met de inzet van plaatselijke troepen op het terrein - zou kunnen werken.

In vijf maanden voerde de door Amerika geleide coalitie 700 luchtaanvallen uit, het grootste aantal in Syrië of Irak, waar Islamitische Staat een grote lap grond controleert in het grensgebied van beide landen.

Amerikaanse functionarissen stelden dat Kobane alleen belangrijk werd omdat IS het belangrijk vond. Het bleef versterkingen naar de stad sturen - een aanhoudende stroom doelwitten voor gevechtspiloten van de VS-coalitie - en gebruikte de gevechten om buitenlandse jihadisten te rekruteren.

Vorige vrijdag gaf Islamitische Staat in een communiqué toe dat het zich uit Kobane had teruggetrokken "vanwege de bombardementen en omdat sommige broeders gedood werden".

Verder luidde het: "Ze legden het land plat met hun raketten, we werden gedwongen ons terug te trekken. Toen rukten die ratten op."

Zaterdag stelde de Amerikaanse buitenlandminister John Kerry dat Islamitische Staat "altijd gezegd had dat Kobani een reëel symbolisch en strategisch doelwit was. Dat zeiden ze tegen elkaar; ze gaven het die status. Dat we ze daar verdreven hebben, is dus heel belangrijk".

Volgens plaatselijke bronnen vonden zowat 400 Koerdische strijders de dood in Kobane. Islamitische Staat leed echter grotere verliezen. Volgens het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten sneuvelden meer dan 1.000 strijders, vaak jihadi's uit het buitenland.

Vrijdag stond een Koerdische strijder hier rond te kijken terwijl op de achtergrond explosies en geweerschoten klonken uit dorpen in de buurt. "Barbaren", zei de man, Zagros Mohammed. Vroeger was hij huisschilder in een rustig dopje bij Kobane. Hij wees naar een ziekenhuis dat vernield was door een autobom van Islamitische Staat. Maar, zei hij, "ondanks dat hebben wij gewonnen, en zijn zij op de vlucht".

Beeld © AP

Zwaar en moeilijk

De verwoesting die Kobane etaleert, zou wel eens een afschrikwekkende voorafspiegeling kunnen zijn van de taferelen die verderop liggen te wachten. De oorlog tegen Islamitische Staat vindt ook op andere plekken plaats, vooral in Irak. In steden als Mosoel en Fallujah, waar IS zich ingegraven heeft, wordt het wellicht veel moeilijker en destructiever om de extremisten te verdrijven.

Pentagon-woordvoerder John Kirby erkende dat toen hij het had over de overwinning in Kobani: "Niemand doet hier een vreugdedans. Dit gaat zwaar en moeilijk worden."

De strijd om Kobani plaatste Turkije van het begin in een ongemakkelijke positie. De Syrische Koerdische groep die het merendeel van de strijdmacht vormde, is een uitvloeisel van de PKK, een gezworen vijand van Turkije. Terwijl aan zijn grens hevig gestreden werd, weigerde Turkije in te gaan op vragen van de Verenigde Staten en andere westerse bondgenoten om direct op te treden tegen Islamitische Staat.

Turkije ving wel bijna 200.000 mensen op die wegvluchtten uit Kobane. Zelfs toen de stad bevrijd werd, bleef de vluchtelingencrisis voortduren. In de voorbije dagen opende Turkije zijn grootste vluchtelingenkamp, in Suruc, een grensstad niet ver van Kobane.

Vrijdag boden de lokale Turkse autoriteiten journalisten een rondleiding in het nieuwe kamp aan. In de middag zouden ze dan helpen om Kobani te bezoeken.

Momenteel zitten er zo'n 4.000 vluchtelingen uit Kobani in het kamp, maar dat zal snel oplopen tot 35.000. Het geeft nog maar eens aan dat de bevrijding van Kobani daarom niet betekent dat de vluchtelingen vlug terug kunnen. "Het zal snel vollopen. Dit wordt het grootste vluchtelingenkamp van Turkije", zei de directeur van het kamp, Mehmet Han Ozdemir.

Het kan dus nog een poosje duren om Kobane te herbevolken. Toch zweren de Koerden dat ze nooit meer overheerst zullen worden door buitenstaanders: niet door de Arabieren uit Syrië, die hen als tweederangsburgers behandelden, niet door de Turken, die de plak zwaaiden in de dagen van het Ottomaanse Rijk. Er circuleren al plannen voor een school in Kobani waar lesgegeven zal worden in het Koerdisch, wat lang verboden was.

Net achter het hek dat Kobane van Turkije scheidt genoot Mohammed Jarada, een strijder die de grens bewaakte, na van de recente overwinning. Er werd een hoge prijs betaald, maar daar kon hij mee leven. "Dit betekent dat de Koerden bestaan", zei hij. "We bestaan."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234