Dinsdag 28/01/2020

Koen Van Impe

Inspecteur Ivo Verbruggen

in de nieuwe reeks van 'Aspe'

Het moet soms heel

lang duren bij mij.

Dat zie je doorheen mijn hele carrière: ik ben eraan komen schuifelen'

Ja, hij geniet volop van de aandacht. Wegens die kroon op het werk. Er is een parcours afgelegd, trede voor trede op de ladder. Acteur Koen Van Impe, op tv bekend als 'betekenisvolle bijrol', timmerde geduldig aan de weg na een lome start. 'Je moet jeans spelen', beet Dora van der Groen hem ooit toe. En gooide hem nadien op straat. Van Impe heeft zijn revanche genomen. In Aspe spéélt hij jeans. 'Ze zal opkijken, ons Dora.'

Door Marijke Libert / Foto Stephan Vanfleteren

Koen Van Impe (44), dat is onder meer die kale knikker en koele kikker uit Katarakt, Kinderen van Dewindt en Matroesjka's. Niet steeds op het hoofdplateau wat de rollen betreft maar ook nooit in de luwte. Betekenisvol, heet zoiets. Een verfoeilijke term voor een acteur met drive en pit. Koen is al jaren theateracteur, debuteerde bij de Blauwe Maandag Compagnie (later Toneelhuis) en zette jaren geleden een geweldige Frank 'n Furter neer in de musical The Rocky Horror Show. Eindelijk kwam hij los van zijn imago van vleesgeworden hark.

Koen Van Impe: "In The Rocky Horror Show was ik een soort perverse love god, een echte lefgozer. Dat deel zat ergens in mij verstopt en het deed deugd het naar boven te trekken. Terwijl, (lacht luid) zie me hier zitten. Je kunt je moeilijk voorstellen dat een dergelijk vuur in mij brandt. En toch, in het diepste van zijn gedachten wil elk mens weleens de ultieme striptease uitvoeren, denkend dat hij een goddelijk lichaam heeft. Ik deed het zonder gêne of terughoudendheid. Dat was nogal een verschil met wie ik vroeger was, een heel preutse adolescent. Mijn ouders waren 42 en 43 toen ik geboren werd. Ik was een typische nakomeling. Een ventje dat teruggetrokken leefde in zijn zelfverkozen hoek. Dat net ik die uitvergroting maakte, was verwonderlijk. En ik geraakte ook moeilijk van die rol van Frank los. Mijn toenmalige vriendin werd zelfs even jaloers. Ik was zeldzaam extravert, ook naar andere vrouwen. Alle schaamte voorbij, het was alsof ik constant aan het verleiden ging. Tot die vriendin dus zei: 'Zeg, je bent toch alleen van mij, hé."

Inderdaad een grote tegenstelling met die verlegen jongeman.

"Ik wist als jongere niet hoe me te vertonen of te gedragen. Weet je dat ik een tijdlang mijn lach heb geoefend om uit te maken wat het beste bij mij paste? De hamvraag was: wie ben ik? Als ik dit verhaal vertel, moet ik denken aan de tragiek van Peter Sellers. Hij zei ooit: ik ben zoveel verschillende mensen, maar waar sta ik? Uiteindelijk bleek hij vooral gelukkig te zijn als hij speelde. Nu, dat telt niet voor mij, er is leven naast het acteurschap. Maar Sellers zei ook: 'Ik ben zelf zo weinig'. Dat gevoel ken ik wel. Toen ik gevraagd werd voor dit interview, dacht ik: God, wat moet ik daar mezelf zitten uitleggen, wie is dat 'mezelf'. Hoevelen zijn er dat?"

Er huizen meerdere zielen onder die bast?

"Faust had het makkelijker met zijn twee zielen. Ik heb er een heleboel en daar moet ik constant de kuis in houden. Het is niet simpel voor mijn omgeving. Ik kom net uit een relatie en loop na te denken over de vraag: kan ik een deel van mijn persoonlijkheid zo veranderen dat die ander zegt: 'Ah, maar dát vind ik wel leuk'. Kun je aan je persoonlijkheidsstructuur wrikken om anderen ter wille te zijn? Jawel, maar toch zal uiteindelijk blijken dat die ander ook met iets zit dat niet matcht. Je mag dan zeggen: 'Ik wil twintig jaar in de gevangenis doorbrengen voor jou', je zult het antwoord krijgen: 'Ach, weet je, ik heb een plucheke in mijn oog en dat krijg ik er maar niet uit, het heeft dus niets met jou te maken'. Heel frustrerend. En dat is de macht die je wel hebt als je een rol speelt. Je verandert jezelf, je kneedt je personage. Wat je wilt dat de lelijke kanten zijn, laat je zien. Hetzelfde geldt voor de schone kanten. (twijfelt) Maar waarom begin ik hier eigenlijk over?"

Je had het over je levensloop en de zoektocht naar wie je was.

"Ik ben zeer opvallend veranderd, uiterlijk dan. Ik was vroeger een dik ventje. Asociaal, op zichzelf levend, denkend. Niet sociaal, met de scouts op kamp gaan was de hel. Ik ben enorm gepest. Tot mijn zestien jaar. Fatso, Meatloaf werd ik nageroepen. Het was de periode van 'Paradise by the Dashboard Light'. Ik zweer u, ik had toen lang haar en ze noemden me Meatloaf. Dat ik zo dik was, had met een fout werkende schildklier te maken. Toen ik uitgroeide en die testosteronboost doormaakte, kreeg ik normale proporties. Op mijn zeventiende waren alle vetrollen weg en was de dubbele kin verdwenen. Ik werd een lang opgeschoten jongeman met een scherp gezicht. Grote verlossing, want van dat juk was ik af. Maar onlangs voelde ik het ineens weer opkomen. Bij Aspe sta ik er wat dikker op. De kleedster vond het heel oké, ik was minder enthousiast. Toen heb ik gedacht: gaan we voor ijdelheid of voor waarachtigheid? Geen makkelijke keuze, zeker met mijn achtergrond. Een mens is niet schoon, maar als hij dat durft te tonen, wordt hij net wel mooi. Dan is het waarachtig. Ik stelde me erin. Het klopte ook met mijn personage, inspecteur Ivo Verbruggen, naast inspecteur Van In. Aspe, dat is geen Starsky and Hutch, hé, met afgetrainde politiegasten die eruitzien alsof ze recht uit de modellenschool komen en die over muurtjes huppen met de flair van een turnkampioen."

Deze maand komt ook de film De SM-rechter in roulatie, waarin jij de rol vertolkt van de houterige procureur die ongeveer in tweeën breekt van correctheid.

"Klopt. Een groter tegenstelling met de Aspe-rol bestaat er niet."

In Katarakt speelde je junior, de broer van hoofdpersonage Elisabeth, ook al zo'n azijnpisser.

"Inderdaad, weer een lelijk figuur. Er waren op het einde van de casting nog twee rollen over, de twee broers van Elisabeth. Die werden onder Bruno (Vanden Broecke, ML) en mij verdeeld. Er was een etter van een zoon nodig, zo'n fils à papa, en je had de achterlijke Herman. Nu weet iedereen die iets van Oscars kent, dat de prijzen altijd gegeven worden aan de acteurs die debielen spelen. Dat was ooit de grap van Kate Winslet, die zei: 'Ik wil absoluut een achterlijke vrouw spelen, dan heb ik Oscarkans'. Goed, Bruno mocht dus die achterlijke zoon spelen en werd er terecht voor gelauwerd. Ik zat weer met die slechte mens opgescheept. Ik kreeg complimenten, omdat ik die figuur uit de grijze zone kon trekken, maar toch was ik niet tevreden. Want, eerlijk, het is niet leuk om telkens weer daar te zitten waar geen rozen naartoe worden gegooid. Soms denk ik: het zal aan mijn karma liggen. (lacht luid) Ik bedoel dan: het moet soms heel lang duren bij mij. Dat zie je doorheen mijn hele carrière: alles ging langzaam, ik ben eraan komen schuifelen, voetje voor voetje."

De nakomeling bleek ook een laatbloeier.

"Juist. Als je een toneel- en tv-carrière met een ladder vergelijkt, dat ben ik trede voor trede naar boven gestapt. Ik heb nooit een lift gehad waarmee ik meteen hoog op het platform werd gehesen. Het voordeel is: ik ben nu twintig jaar bezig en het lijkt alsof ik nog maar net begonnen ben. Ik vind het prettig om gevraagd te worden, goede kritieken te krijgen en aandacht. Ik hoop dat de mensen dit niet onnozel vinden, maar ik voel me daardoor zo goed deze dagen. Ik krijg rollen waarvan ik het beste mag maken én ik heb keuzes. Vroeger bouwde ik rol per rol op, meter voor meter won ik terrein, kreeg ik ervaring en mensenkennis. Eens de veertig voorbij sta ik er en komt alles samen. Ik ben nu ook weer volop met toneel bezig, er is tv en film. Het is genieten. Wel vreemd is dat ik nu journalisten van populaire tijdschriften aan de deur krijg die me vragen: 'En, heb je hiervoor ook al geacteerd?' (lacht)"

Toen ik je cv bekeek, dacht ik: jaren bij de Blauwe Maandag Compagnie, in zoveel stukken gespeeld, ook zelf geschreven en dan die resem rollen in tv-series. Amai, die is al lang bezig.

"(haalt schouders op) Maar heel divers, versplinterd en traag. Ik begon met De meeuw van Tsjechov, maar daar kennen de mensen mij natuurlijk niet meer van. Ik hoor ze wel zeggen: hé zijde gij niet die kalen van Trigger Happy. Wat natuurlijk ook klopt. Dan denk ik... allez vooruit."

Waarom deed je die verborgen camera? Wegens de gein, de onzin?

"Omdat het ook een aspectje van mij is, natuurlijk. Onnozel doen en mensen in het ootje nemen. Toen ik begon als acteur wou ik heel veel comedy doen, maar het liep anders. Dat dollen in het programma van Tom Waes is een uitzondering."

U hebt aan het conservatorium van Antwerpen gestudeerd bij Dora van der Groen.

"Maar niet in eerste instantie. Ik ben aan een regieopleiding begonnen in het Rits in Brussel. Ik zocht toen kaders op. Ik wou tenminste de illusie hebben vrij te zijn en dus dacht ik: laat ik regisseur worden, dan kan ik alles naar mijn hand zetten. Het slechtste wat ik echter kon doen was naar Brussel gaan. Het was in 1983 een ronduit vreselijke school, bevolkt door kabinetslui, nazibeulen, burgerlijk ingenieurs met een vijs los, my god, wat ze daar niet allemaal bijeen hadden gegooid. Ik ging voor toneelregie en moest leren hoe bandopnemers in elkaar staken. Ik kreeg colormetrie, optica, geluidsopnameleer en maar twee uur toneelgeschiedenis en twee uur dramaturgie per week.

"Het was een nachtmerrie, met als enige lichtpunt en eyeopener Alex Van Royen. Een acteur van de oude garde die mee aan de wieg had gestaan van T 68, een theatermanifest dat Carlos Tindemans en Hugo Claus nog hadden geschreven. Die man kon fantastisch vertellen. Hij wás theater. Dat is mijn wereld, dacht ik. Ik heb bij wijze van stil protest enkel die examens meegedaan waarvan ik dacht dat ze enige relevantie zouden hebben voor mijn beroep later. Ik zou naar Antwerpen gaan, het conservatorium. Alex Van Royen probeerde me nog in Brussel te houden met 'Enfin Koen, jong, ge gaat toch niet naar die zotte Dora'. Ik ben toch gegaan naar zotte Dora. (lacht) Ze liep in die tijd in oranje gewaden rond, was helemaal in Bagwan. Hoe dan ook, wij lagen elkaar niet. Ik was toen nogal cerebraal bezig, met bewustzijn krijgen, me proberen te definiëren, heel existentieel.

"(twijfelt) Kijk, ik ga jou een primeur geven. Weet je dat ik nooit afgestudeerd ben op die school? Na twee jaar werd ik aan de deur gezet. Onder andere door Dora. De ene helft van de leraars vond dat ik absoluut moest blijven; de andere vond dat ik iets anders moest gaan zoeken om mijn leven mee te vullen. De Warre Borgmans, met wie ik nu samen speel, heeft zich de afgelopen twintig jaar elke keer als ik hem tegenkwam uitgebreid verontschuldigd. (imiteert Warre): 'Man, man, ik zit daar nog altijd zo mee in'. (lacht luid)"

Warre stond aan de kant van Dora?

"Nee hoor. Hij wou me binnen houden, maar hij kon dat niet hard maken of iets forceren. Ik sus hem nu: 'Komaan, Warre, het is toch allemaal weer goed gekomen, we gaan samen nog heel mooie dingen doen."

Waarom die tweespalt? Kreeg men geen hoogte van jou?

"Dora vond me heel houterig. Ik was toen meer bezig met mezelf te regisseren dan dat ik alles losliet. Pas rond mijn dertigste is alles in elkaar geschoven. Mijn bewustzijn, mijn intuïtie en dat 'me laten gaan'. Zodra je door de gêne heen gaat én de creativiteit integreert in je spel is veel mogelijk. Het is wel een proces geweest, iets wat tijd nodig had en niet meteen kantelde. Het duurde even voor ik het systeem doorhad. Maar ik ben er geraakt, voel me als een vis in het water. Dora had mijn probleem door maar rekende me erop af. Ze riep maar: 'Je moet jeans spelen'. Ik denk nu: naar Aspe kijken, Dora. Daar heeft den dezen nogal jeans gespeeld. Twintig jaar na datum."

Toch lijk je in de rolverdeling die twee uitersten te behouden. Je speelt én de houten klaas in gesteven pak én de jeansfiguur. Opmerkelijk is ook je rol van Nico in Kinderen van Dewindt, een man die uit zijn houterigheid loskomt, mens wordt.

"Mooi, ik was daar zelf niet op gekomen, maar het klopt volledig. Die man, die houten klaas, met een beetje autistische kenmerken, in dat gesteven witte hemd, zich bewust van elk woord dat hij uitspreekt, maakt ineens die wenteling. Daar zie je op een manier mijn eigen evolutie in."

De liefde redt hem.

"De liefde heeft hem inderdaad losgemaakt, waarna hij emotionele beslissingen ging nemen. Het is een parafrase op mijn eigen verandering, een gelijkaardig proces, van controle afgeven en zeggen: laat maar komen wat komt. Ik ben een maand naar Australië geweest. Daar heb ik dingen gehoord en meegemaakt die ik in mijn hoofd heb opgeslagen. We zaten op een bepaald moment in the outback met een groep mensen. De moeder van onze gids was er ook bij, een ontzettend toffe vrouw. Op een avond midden in de nacht zitten we aan een vuurtje een potje te koken en verhalen te vertellen. Ineens begint het in de verte te bliksemen. Ik zeg: 'Moeten wij nu niets ondernemen?' Nee hoor, zegt die vrouw, en ze vertelt gewoon verder. Het onweer komt intussen maar dichterbij. Wat doen wij westerlingen op zo'n moment? We beginnen in ons hoofd te plannen, schuilplaatsen te verzinnen of op te zoeken, willen die 'kooi van Faraday' construeren. Net dat deden die mensen daar dus niet. De volgende dag op de bus vraag ik die vrouw: 'Was dat niet gevaarlijk hoe wij daar zaten vannacht?' 'Tuurlijk', zegt ze, 'maar wat kun je doen? Als het moet gebeuren, dan zal het wel gebeuren'. Ik dacht: fuck, dat is het. Stel je voor dat je zo kunt leven. Alles loslaten en op jou laten afkomen. Niet makkelijk in onze maatschappij, waar alles gestructureerd is om te leren accepteren wat op je afkomt. Je moet ook niet uitdagen, natuurlijk. Je moet niet met een ijzeren staaf in de woestijn gaan staan als het begint te bliksemen. Maar als je er zit en het komt eraan is het niet mis om te denken: relax and enjoy the show."

Was dat je dieptepunt, na die conservatoriumjaren?

"Ik was supergedemotiveerd. Ik heb me zitten afvragen wat er aan de hand was. Ik ben eerst gaan reizen en toen het einde van die vakantie naderde, ben ik ingestort. Wenen, wenen. Het enige wat ik wou gaan doen, was mislukt. Een paar maand later kreeg ik een telefoon van Guy Joosten: 'Wij beginnen met iets nieuws, de Blauwe Maandag Compagnie, heb je geen zin om mee te doen?' Ik ben begonnen met een minuscuul rolletje, nadien heb ik er een prachtige theatertijd meegemaakt. In het midden van de jaren tachtig. Wij vonden het toneel opnieuw uit. Een boost van creativiteit was het én een gevecht. Luc Perceval die Othello regisseerde met de fine fleur van acteurs, Dirk Van Dijck, Warre Borgmans, Johan Van Assche, en met Fred Van Hove aan de piano, die freejazz speelde. Nooit eerder gezien. Verbazing, ongeloof en dan... waw. De première spelen van Othello, met staande ovatie nadien. Het gevoel: oef, het publiek is er ook klaar voor. Wij hebben hier een goudader aangeboord."

Je hebt je vak dus in de praktijk geleerd.

"Onder meer Luc Perceval heeft me als acteur gevormd. Ik heb mijn einddiploma bij de Blauwe Maandag Compagnie behaald. Een harde school was het. Luc Perceval is een zeer groot regisseur maar ook een moeilijke mens, met wie je toch altijd een beetje een gewrongen relatie hebt. Niet altijd veilig, omdat je de ene keer in die armen kunt vallen en het volgende moment uitgescholden kunt worden voor het vuil van de straat. Op een dag heeft ook hij op een nogal directe manier van mij afscheid genomen. 'Ik heb je niet meer nodig, zoek het zelf maar uit', klonk het. En daar stond ik weer op straat. Ik moest me ineens aan de buitenwereld geven. In de jaren negentig ben ik gaan shoppen met mezelf en kwam ik bij NTG terecht voor een musical, gebaseerd op Faust. Jan Leyers en Bart Peeters hebben de Faustmythe toen bewerkt tot Dokter de Vuyst. Ik ben daar zwaar uit mijn pijp moeten komen. Ik voelde toen al: doordoen, je bent geen acteur geworden om alleen bijrollen te spelen. Jij moet mee kunnen zorgen voor die dramatische lijn."

Je hebt op een bepaald moment ook zelf geschreven, monologen gemaakt.

"Ook dat diende uitgeprobeerd. En ik heb een prachtige monoloog mogen doen, een stuk van Pirandello, over het deconstrueren van een persoonlijkheid. Dat is toch wel het thema van mijn leven, het hersamenstellen van mezelf. Mooi verhaal trouwens. Over een man die 's morgens wakker wordt en vaststelt: tiens, heb ik hier nu een puistje op mijn neus. Zijn vrouw komt binnen en zegt: ben je aan het kijken hoe krom je neus is? Die man beseft dat hij nooit gezien heeft hoe hij er echt uitzag. En daarop begint hij zijn persoonlijkheid te deconstrueren. Hij is de zoon van een bankdirecteur en ook zijn opvolger. Hij besluit leningen toe te staan aan een zwerver, waardoor die bank in de financiële problemen komt. Eigenlijk is het iets om nu te spelen. Het is het thema van Amerika's rommelkredieten. Maar het is vooral het verhaal van de verschuivingen. De man wordt uiteindelijk gek verklaard. Pirandello's les is: je mag volgens de maatschappij niets verschuiven binnen je persoonlijkheid."

Dat gold dan gelukkig niet voor jou.

"Tja, gelukkig inderdaad. Het was een keihard proces, met een grote beloning. Weet je, het gaat vooral over excelleren. Ik heb een heel goede humanioraopleiding genoten. Toen ik later Dead Poets Society zag, dacht ik dat het over mijn Griekse klas ging. Op een oud-leerlingendag twintig jaar later kwamen oud-collega's van de moderne humaniora zeggen hoe ze naar ons opkeken, naar die twaalf 'chosen'. Ik had dat nooit gemerkt. Maar ergens was het wel in me geweekt: als je iets doet in het leven zorg er dan voor dat het de middelmaat overstijgt. Ik herinner me nog levendig de film Amadeus uit het midden van de jaren tachtig. Vooral dat thema 'Salieri zijn'. Negentig jaar worden en heel je leven de duurste pralines gegeten hebben, maar tot het einde beseffen dat je middelmaat was. Maar wat is middelmaat en wat zijn hogere doelen? Veel hangt af van de waarde die je daar zelf aan geeft. Ik heb overzicht bewaard, denk ik, omdat ik trede per trede ging. En het hoogste is nog lang niet bereikt. Ik moet nog wrikken aan van alles. Maar de energie is er, meer dan ooit. Ik speel toneel, ben scenario's aan het schrijven en denk: laat ik maar eens tonen dat ik nog zoveel meer kan. Er zijn nog prachtige rollen te spelen. Tot mijn 65ste meedraaien in een circus waarin alleen middelmatige politie- en advocatenseries worden gedraaid, daar heb ik geen zin in. Dat is comfortabel maar daar zit toch te weinig vlees aan."

En Aspe dan? Dat is toch ook een geformatteerd ding?

"Absoluut, maar ik had nooit het gevoel dat ik daar aan banden werd gelegd. Ik heb heel mooie dingen mogen doen met die rol van Ivo. Ik zie dat personage graag. Als ik hem bezig zie, denk ik: fijne vent. Een bruut, een ongepolijst stuk vreten, een onhandige macho waar kosten aan zijn. Maar zo jeans. Ook dat thema cowboy en indiaan spelen is fantastisch. Stel je voor, je doet een leren vestje aan, komt wijdbeens ergens binnen gestampt, je vlijt je in een stoel en dan ineens voel je tegen je heup dat holster met een écht wapen erin, het is de pure jongensdroom. Aangezien we in Vlaanderen geen westerns kunnen maken, moeten we ons wel beperken tot het verhaal van (gaat in een lager stemregister) in a litlle town called Bruges. (schatert) Belachelijk hé. Brugge, that shithole waar zich nu al vijf jaar pure misdaad voltrekt. Het is te gek om rond te lopen, maar ik amuseer me te pletter. Ook daar heb ik alles kunnen losgooien, vond ik mensen die vertrouwen gaven, en dan is spelen een gigantisch groot feest."

Een mens is niet schoon, maar als hij dat durft te tonen wordt hij net wel mooi

n Van Impe als Carlo Dubois in 'Matroesjka's'.

n Van Impe als Ivo Verbruggen naast

Herbert Flack in 'Aspe'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234