Woensdag 08/12/2021

Knotsgek stijlicoon postuum geboekstaafd en verfilmd

Drie boeken in de winkel en een film in de maak: vier jaar na haar dood is het Engelse mode-icoon Isabella Blow allesbehalve vergeten. De excentrieke styliste werd vooral bekend als ‘ontdekker’ van Alexander McQueen, maakte haar bureau schoon met parfum van Chanel en liet te pas en te onpas haar borsten zien.

atuurlijk heb ik haar vaak gezien tijdens de modeweken in Londen, Milaan of Parijs. Je kon er ook niet naast kijken. Als haar hoofd niet was gekroond met een gekookte kreeft met diamanten, dan onthulde ze haar bilspleet in een van de bumsters van McQueen. Babbelend en poserend baande ze zich een weg naar haar plaats, soms in twee, drie of vier verschillende outfits per dag. Weinigen wisten dat er achter die maskerade een vrouw schuilging die geregeld in een depressie verzonk en meerdere zelfmoordpogingen achter de rug had.

In 2007 bleef het niet bij een poging, maar lukte het met behulp van onkruidverdelger. Een fotoboek en twee biografieën onthullen nu dat bewogen leven, en proberen te verklaren waarom het fataal moest eindigen. En er valt wat te lachen, want iedereen die ooit met ‘Issie’ heeft gewerkt, heeft er wel een sappige anekdote over.

De ene biografie is geschreven door haar ex-echtgenoot, Detmar Blow, de andere door Lauren Goldstein Crowe, een journaliste die eerder al een boek schreef over Jimmy Choo. Op basis van haar verhalen is een film in de maak, en uitgekeken wordt of figuren uit de modewereld als hoedenmaker Philip Treacy en de veelbesproken John Galliano, zelf zullen meespelen en zo niet, wie hun rol zal vertolken.

BLAUW BLOED

Twee biografieën in één klap, is dat niet too much? Detmar Blow vindt uiteraard dat alleen de zijne bestaansrecht heeft, hij heeft immers twintig jaar met Isabella samengeleefd. Maar, zegt Lauren Goldstein Crowe, je hoeft je personage niet persoonlijk te hebben gekend om een goede biografie te kunnen schrijven. Zij sprak met honderd mensen uit de entourage van Blow en dat geeft haar weer het voordeel van de verwonderde blik van een buitenstaander.

Met het recente ontslag van Galliano bij Dior zijn er te pas en te onpas analyses gemaakt van de modewereld, van labiele karakters en creatieve geesten, over hun vlucht in drank en drugs. Als muze, talentscout, styliste en propagandiste zat Isabella tot haar nek in dat wereldje. De biografieën bieden echter niet alleen een kijk op dat milieu, maar evenzeer op de levensstijl van de vaak wereldvreemde Britse adel. Blows blauwe bloed opende deuren en hielp haar bij het opbouwen van haar carrière. Ze kon de telefoon pakken en meteen bellen naar prins Michael van Kent, naar Sir Elton John, naar de Tennants of de Frasers (de modellen Stella Tennant en Honor Fraser werden door haar geïntroduceerd). Detmar zat daar dichter bij, maar vindt het daardoor ook vanzelfsprekender. Hij was zelf een excentrieke figuur en kijkt minder kritisch, maar met meer compassie naar zijn ex-vrouw.

heT ZIT IN DE FAMILIE

Isabella wordt geboren in 1958. Haar vader, majoor Sir Evelyn Delves Broughton, is een hoge legerofficier. Haar grootvader Sir Jock Delves Broughton pleegde zelfmoord nadat hij was beschuldigd (en later vrijgepleit) van moord op een liefdesrivaal in Kenia. Die affaire werd wereldberoemd door het geromantiseerde boek en de film White mischief.

Isabella groeide op in een geprivilegieerde omgeving. De familie bezat niet één, maar twee stately homes, van die grote, sombere kastelen vol kunstwerken. Aristocraten toen kan je vergelijken met celebrity’s vandaag. Ze hielden zich onledig met reizen, vissen, jagen en feesten. Issie’s grootvader was echter ook heel goed in het erdoor jagen van het familiefortuin, en haar vader, Sir Evelyn zou verplicht worden om een groot deel van de bezittingen te verkopen. Daaraan zou zij volgens haar biografen een levenslange vrees overhouden om arm en dakloos te worden. Het zijn slechte tijden voor de adel. Veel stately homes werden afgebroken of als museum opengesteld omdat er geen geld meer was voor het onderhoud. Maar desondanks was het niet de gewoonte dat men werkte voor de kost of dat meisjes gingen studeren.

ASSISTENTE

In 1979 trekt ze met haar eerste echtgenoot naar Amerika en begint ze in New York aan een studie oude Chinese kunst. Daar wordt ze geïntroduceerd bij Anna Wintour, de moderedactrice van de Amerikaanse Vogue. En hier begint het verhaal sterk te gelijken op The devil wears Prada. Isabella wordt assistente van Anna’s assistente, wat betekent dat ze de post mag sorteren en Wintours schoenen naar de schoenlapper mag brengen (zij het in een wagen met chauffeur van Vogue).

Vogue is eigendom van de familie Condé Nast, en de budgetten waren in die tijd royaal. Recent nog werden journalisten die een evenement bijwoonden in Washington er in een e-mail aan herinnerd dat ze voor die avond maximaal 1.000 dollar per persoon aan onkosten mochten inbrengen!

Maar Isabella ontpopt zich niet als werkmier. Na negen maanden heeft Wintour er genoeg van en schuift ze haar door als assistente van de fameuze stylist André Leon Talley. Hij herinnert zich nog levendig haar eerste dag op kantoor: “Ik kwam binnen en zag Isabella zitten in een felrode, geborduurde Chinese jurk, met lange, zwarte lederen handschoenen waarmee ze probeerde een memo te typen. Dat beeld vergeet ik nooit.”

Wintour: “Ik wist nooit wat te verwachten als ik naar kantoor ging. De ene dag was ze gekleed als maharadja, de volgende dag als een punk, maar ze kon ook de perfecte secretaresse spelen, met een keurig mantelpakje en handschoenen. En aan het eind van de werkdag maakte ze haar bureau schoon met Perrier en parfum van Chanel.”

Ook bij Talley zingt Isabella het niet lang uit, en in 1986 keert ze naar Londen terug waar ze haar talent voor mode kan uitleven in het societymagazine Tatler, en daarna in The Sunday Times.

KLEREN ALS HARNAS

In 1989 trouwt ze voor de tweede keer; Detmar Hamilton Blow is net als zij half van adel. En Isabella heeft een nieuw talent op het oog, Philip Treacy. Hij mag haar hoed maken voor het huwelijk. Een traditioneel bruidskoppel zijn ze niet: Detmar draagt een lange Thaise legerjas, Isabella een paarse fluwelen jurk en een middeleeuwse hoofdtooi. De bruidsjongetjes zijn als pages gekleed en moeten hun helm aanhouden met het vizier omlaag. In zijn biografie schrijft Detmar dat de kleren van Isabella een soort harnas waren waarin ze zich veilig voelde en ze haar rol speelde. Behalve hij en enkele dichte vrienden wist niemand dat ze permanent tegen depressie vocht en gebukt ging onder het feit dat ze geen kinderen kon krijgen.

Volgens Goldstein Crowe werd het werk voor Isabella een verslaving. Voortdurend was ze in de weer met haar nieuw ontdekte talenten. De bekendste is ongetwijfeld Alexander McQueen, maar ook model Sophie Dahl (“een opblaaspop met hersenen”, zei Isabella) en ontwerper Matthew Williamson, hielp ze op weg. Als moderedactrice schakelde ze ook vrienden, bekenden en familieleden in voor fotoshoots. Voor Tatler maakte ze een van de meest waanzinnige: ‘Kiss my feet’ (kus mijn voeten), een eerbetoon aan schoenenontwerper Manolo Blahnik. Het was de duurste productie uit de geschiedenis van Tatler. Onder meer Grace Jones en Sarah Ferguson droegen Blahniks en poseerden ermee op verschillende plekken in de wereld. Toen Grace Jones in Parijs aankwam en vaststelde dat het magazine geen hotel voor haar had geregeld, boekte ze een suite voor een slordige drieduizend euro per nacht. Op kosten van het blad, natuurlijk. De shoot kostte uiteindelijk 45.000 pond, ongeveer het volledige jaarbudget voor mode. Maar het kon. Want plots sprak de hele wereld over Tatler.

Tragiek

Kort voor haar dood werkte Isabella als artistiek directeur voor de Koeweitse modeondernemer sjeik Majed al-Sabah aan een serie boeken over schoonheid in de Arabische wereld. Ze leed toen al ernstig onder depressies. Het zat haar ook niet mee. Haar rijke vader liet haar slechts 5.000 pond na en toen haar pupil Alexander McQueen een lucratieve baan kreeg in Parijs, was ze geschokt dat hij haar niet als styliste had meegenomen. Kort na haar scheiding van Detmar in 2004 stelde men eierstokkanker vast. Twee jaar later poogde ze er tevergeefs een eind aan te maken met slaappillen, en ook een sprong van een viaduct leverde haar slechts twee gebroken enkels op. Er volgden nog pogingen, tot die fatale dosis van de erg giftige onkruidverdelger Paraquat. Op 7 mei 2007 vond men haar dood op de vloer van de badkamer. Geen bloementuil sierde haar doodskist, maar een hoed van Philip Treacy.

Ondanks de tragiek van haar leven, is vooral A life in fashion van Goldstein Crowe een amusant en onderhoudend boek. Met een glam- en paparazzogehalte om van te snoepen. Veel van haar levensverhaal is ontsproten aan de fantasie van Isabella Blow zelf, en de anekdotes zijn inmiddels ook al wat aangedikt. Zo had Blow een heel eigen manier om mensen aan elkaar voor te stellen: “Dit is John, en hij was een junk. Weet je nog Johnnie, toen Alexander je half dood in je slaapkamer vond?” Of, toen ze een fotograaf voorstelde aan een lid van de koninklijke familie: “Dit is Donald, en hij heeft een enorme penis.” Daar had je toch bij willen zijn. n

•Blow by Blow, the story of Isabella Blow, door Detmar Blow en Tom Sykes, uitgeverij Harper Collins

•Isabella Blow, a life in fashion, door Lauren Goldstein Crowe, uitgeverij Quartet Books

•Isabella Blow, door Martina Rink, met een voorwoord van Philip Treacy, uitgeverij Thames & Hudson

•De Zweed Anders Palm zou volgens de laatste berichten de biopic over Isabella Blow produceren.

Hoedenmaker Philip Treacy kon het zo gek niet bedenken, of Blow wilde ermee naar buiten.

Links: tijdens de modeweken verkleedde Isabella Blow zich wel drie maal per dag, telkens met aangepaste schoenen en hoed. Rechts: reeds als kind hield ze van hoedjes, en ze schuwde geen dode vogel op haar hoofd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234