Maandag 21/10/2019

Knokke in de bergen

Ischgl is een skioord met voor- en tegenstanders. De een vindt het te yuppie, de ander bejubelt de netheid. Onze journalist, compleet groen achter de oren wat skiën betreft, biedt alleszins een frisse kijk op De Zaak Ischgl.

"Regular or goofy?", vraagt een ietwat gladde, sportieve jongeman met halflang haar aan mij. Hij is een vakantiewerker, gok ik, die voor deze baan, skiverhuur, heeft gekozen opdat hij dagelijks zelf op de latten kan staan, in de malse sneeuw van de puntige bergen. Maar nu staan hij en ik op een zwarte, rubberen vloer met antisliplappen en rondom ons gonst het kletterende geluid van vaders en moeders en nageslacht die met skilaarzen achter mijn rug passeren. "I don't know", antwoord ik veel te laat op de vraag van de vakantiewerker. Hij vraagt me om te draaien. Eens de rug toegekeerd geeft hij een nonchalante duw en ik zet mijn rechtervoet vooruit voor evenwicht. "Okay", zegt hij. "You're goofy".

Dat duwtje is de lakmoesproef die de maagden scheidt van de ervaringsdeskundigen. Iedereen die al ooit één poot heeft gezet op een snowboard weet of hij al dan niet goofy is, wat zoveel betekent als rechtsvoetig. Ik beken dan ook: ich bin ein ski dummy. Sterker nog, ik ben een soort van ski-negationist: ik ontken liever het bestaan van sneeuw en wintersport. De grondslag van dat negationisme ligt in de bulk aan negatieve associaties rond skiën. Als ik aan skiën denk, duiken beelden op van sportieve dudes in schreeuwerige jassen van Lafuma, The North Face en O'Neill; van après-skimomenten met Jägermeister en polonaises en 'Anton aus Tirol'; van scholieren met rode kaken en het gezicht boven de wc-pot. Niet de beste associaties. En terwijl ik op mijn goofy snowboard wacht, wordt dat misnoegen enkel aangesterkt. De geur van de rubberen vloer, de hordes feloranje en rode ski-jassen. Hoe ben ik hier in godsnaam verzeild geraakt?

Eenvoudig: de chef van dit magazine. Die besloot om een ski-leek de bergen in te sturen. Waarom? Wel, aan skiën is al massa's papier versleten: tijd voor een frisse kijk op de dingen. Zalm en zo. En nu sta ik hier in Ischgl, een van de bekendste en properste skiresorts van het Oostenrijkse Tirol, in mijn afgesleten jeansjasje met sneeuwdrek over de tippen van mijn zwartleren Chelsea-botten.

"Heb je het niet koud?", vraagt de begeleidster van de trip, Katharina, die me een muts cadeau doet met de Oostenrijkse vlag erop. Opeens besef ik dat ik geen ski-jas, skibroek of zelfs maar een muts bijheb. Ik ben slecht voorbereid. Dit gaat pijn doen.

Upper maar comfy

"Pain don't hurt", zei Patrick Swayze in de legendarische vuist-op-je-smoelfilm Road House. Terwijl ik in het restaurant van Hotel Solaria een noothammetje met radijsjes naar binnen werk en iedere serveerster in dirndl me met een zoete glimlach gedag zegt, besef ik dat Swayzes citaat opgaat voor Ischgl. De accommodaties zijn zalvend, de gasten rijk en rustig. Luide scholieren eindigen niét hier. Nu wil ik niet doen uitschijnen dat Ischgl een rusthuis is voor skiërs van de vierde leeftijd. Het oord verwelkomt eerder de ervaren dertigplusser met een zeker budget. Op vlak van sfeer houdt Ischgl het midden tussen het klassieke Sankt Moritz en het op adrenaline gerichte Sankt Anton - zowat het bekendste skioord van Oostenrijk.

Op de tafel van mijn ruime kamer met rood, geruit tapijt en persoonlijke UV-cabine ligt een exemplaar van Ischgl Magasin. Dat magazine blijkt een bron van info als het op de beschrijving van de Ischgl-sfeer aankomt. In 2013, zo staat er geschreven, was de rondborstige Tamara Ecclestone, de dochter van Formule 1-rijkaard Bernie, de ambassadrice van het dorp. Verder: Ischgl telt 42 viersterrenhotels, het meeste in Oostenrijk. Die zijn maximaal twintig jaar oud en erg up-to-date. Eén hotel telt vijf sterren: Trofana Royal.

Driemaal per jaar gooit Ischgl geld tegen het vertier aan met het Top of the Mountain Festival. Dat gebeurt aan het begin en het einde van het skiseizoen, en met Pasen. Op het festival treden artiesten op zoals Mariah Carey, Kylie Minogue, The Killers en Robbie Williams. Grote mainstream artiesten dus. Dit jaar was het Muse die op een bergtop van 2.300 meter mocht spelen voor meer dan twintigduizend man.

Wat leer ik nog? Dat Ischgl voornamelijk toegespitst is op de meerwaardezoeker. Het telt elf verzorgde zwarte pistes en daarnaast nog bochelpistes en raceparcours; een piste met een hellingsgraad van zeventig procent en de zogenaamde 'Route Eleven', die zwarte en rode pistes aan elkaar verbindt tot één route van elf kilometer.

Wanneer ik de volgende ochtend aan de ontbijttafel een Nederlandse delegatie van journalisten ontmoet, allen doorgewinterde skiërs, onderschrijven zij al die informatie. En dan vraagt de luidste uit de bende - de blonde veertigplusser Angela met Gooische allures - of ik als groentje degelijke ski-kledij heb kunnen bemachtigen. Ik antwoord dat ik in een gewone lossere broek zal skiën met daaronder de geleende panty's van mijn vriendin. De ontbijttafel bevriest en Angela staart me aan. "Dat gaat écht niet lukken, hoor!"

Een uur na het ontbijt sta ik op de piste voor skileraar/ hunk Tom in een witte skibroek van O'Neill die ietwat rond de heupen spant. Het is het reservestuk van de dochter van Angela. Verder draag ik een gele regenjas (zo'n rubberen vissersjas) die ik thuis nog had liggen. In de skilift word ik bekeken. Na twee uur oefenen met skileraar Tom, mag ik de babypiste af en slaag ik erin om een frontside turn en een rearside turn enigszins naar behoren uit te voeren. Tom is blij, ik ook. De vingers van mijn veel te dunne leren handschoenen staan stokstijf bevroren.

In het snowboarden vind ik geen nieuwe passie. Wel begrijp ik het licht op het gezicht van de anderen. Het is een prachtige, heldere dag - met perfecte sneeuw, zo hoor ik later. Maar vooral, wanneer ik in een skilift boven de pistes zweef en onder mij al die skiërs als Playmobil-figuren naar beneden zie glijden, ervaar ik de veelbesproken schoonheid en vrijheid van de wintersport. Blauwe lucht en niets dan bergen; de rush van de snelheid.

Maar ik ben meer onder de indruk van de accommodatie. Zoals de lunch in Pardorama, een blits restaurant van drie verdiepingen hoog op 2.600 meter hoogte, volledig gebouwd uit staal en blauwgetint glas, met uitzicht over de bergen. Het restaurant bevindt zich aan de eindhalte van een al even luxueus gadget, de Pardatschgratbahn, een kabelbaan die 1.373 meter hoogte overbrugt in één trek (zonder tussenstation dus) en daarmee een wereldrecord vestigt. Ischgl investeerde de laatste tien jaar tweehonderd miljoen euro in kabelbanen en pistes, vertelt begeleidster Katharina. Alle liften zijn piekfijn in orde en voorzien van zetelverwarming.

Rodelen op leven en dood

Om middernacht hang ik aan de toog van de hotelbar voor een laatste hazelnotenschnaps om de avond te bezegelen. De serveerster van dienst, een olijke jongedame in dirndl, vraagt wat ik die avond uitgespookt heb. Ik zeg dat ik net terugkom van de nachtrodel. Ze spert haar ogen open: "Nachtrodelen is erg gevaarlijk! Ik ken iemand wiens schoenzolen gesmolten waren van het remmen!"

Wel, vier uur voordat ik met gebogen rug aan de toog hang, zit ik met de Nederlandse delegatie in een donkere kabellift en niemand is er gerust in. Terwijl we een zwarte berg beklimmen, kijken de Nederlanders angstig naar beneden. Honderd meter lager zien we een groep rodelaars. Als dikke mieren op kleine, houten sleetjes slippen en crashen zij op een piste vol haarspeldbochten. De Nederlanders zijn erg stil.

"Je haalt makkelijk snelheden tot veertig kilometer per uur op zo'n ding", zegt Nina, de sportieve begeleidster van de nachtrodel als we boven op de berg staan met een kleine, doodeenvoudige slee in de handen. Op minder dan drie minuten legt ze de basisregels uit: rem met je voeten maar rem niet te veel, want zo kun je je been breken. Neem bochten met je lichaam. Krijg je de slee echt niet meer geremd, hef dan de voorkant op met beide handen. Dat is de noodrem.

Angela ziet het niet meer zitten en laat zich wegleiden op een skimobiel. Al snel leer ik dat Pain don't hurt niet geldt voor nachtrodelen. Mijn overmoedige, krachtige aftrap wordt namelijk binnen de minuut afgestraft. Ik maak binnen enkele tellen een enorme snelheid, geraak de controle kwijt en slinger tollend tegen de grond. Wanneer ik als een dronken schipper probeer recht te komen, knalt een achterligger tegen mijn slee aan. Rodelen blijkt een gevaarlijk spelletje.

Op het einde van de lange rit zijn mijn zolen niet gesmolten, maar janken mijn knieën wel van de pijn door het vele remmen. Ach, nachtrodelen is vooral bijzonder sferisch. Zes kilometer lang zit je op een sleetje en kijk je over een bochtige piste die als een geel verlichte slang door het zwart van de nacht kronkelt. Er is zelfs geen hek dat de piste van de afgrond scheidt, alleen maar het geluid van je eigen glijdende slee.

Après-ski met sterren

Naast nachtrodelen kun je de avonden in Ischgl ook vullen met eten, drinken en dansen. Ischgl staat bekend om zijn erg diverse après-skiscene. Het dorp telt vier nachtclubs en heel wat bars, van Tiroolse zweetkoten tot fancy technoketen. De ultieme Tiroolse bar heet Nikis Stadl, het is de zaak van oude rot Niki Ganahl. Hij dj't en zingt heel de avond Duitse klassiekers. Madlein is een Studio 51 getinte club met mimespelers en bizarre danseressen in technoblauw licht. Voor lezers van Ché Magazine is er de Schatzie Club, waar slanke deernen in dirndl op de toog dansen volgens de officieuze regels van Coyote Ugly.

In Ischgl zijn er ook verschillende restaurants en bars gevestigd die gastronomisch hoog scoren. Ik laat me leiden door Andreas Steibl van de Dienst Toerisme. Met zijn gebruind gezicht, vreemde grijns en blond haar tot aan zijn staartbeen lijkt hij een kruising tussen een overjarige hippie en een doorgewinterde surfer. We wandelen Plangger binnen, een après-skiwijnbar op de eerste verdieping van een delicatessenwinkel. Ik drink er enkele glazen rood van Burgenland, een opmerkelijk goede wijn die niet te zwaar valt als aperitief. In het winkeltje onder de bar tref ik allerhande soorten schnaps en vreemde charcuterie, zoals die van steenbok.

De meeste restaurants in Ischgl zijn erg verzorgd maar twee ervan steken boven de rest uit. De eerste heet Stüva (yscla.at), het restaurant van de jonge en gelauwerde kok Benjamin Parth (28). Gault Millau gaf hem 17 punten en drie toques. Een viergangenmenu verschilt van samenstelling, afhankelijk van het seizoen, en kost 79 euro. De tweede aanrader is het restaurant van het enige vijfsterrenhotel in Ischgl: Trofana Royal. De zaak wordt gerund door chef Martin Sieberer die door Michelin met een ster werd bekroond.

Andreas trakteert mij en de hele delegatie op Michelin-cuisine. Ondanks de pocherige inkomhal van het hotel, waar kamerbrede Perzische tapijten in het niets verdwijnen op de vloer, oogt het restaurant zelf eerder rustiek en typisch Oostenrijks: laag plafond, houten muren, klassiek meubilair. "Dit is ingericht volgens de regels van een stube", legt Katharina uit. Een stube betekent letterlijk een kamer, in de gastronomische context een huiskamerrestaurant.

De bediening is ontzettend opmerkzaam en behulpzaam, zoals het een sterrenzaak betaamt. Na een weelde aan aperitiefhapjes - met aangepaste wijnen - van vooral kaviaar en zeevruchten bouwt chef Martin Sieberer na anderhalf uur de avond verder op naar tarbot, om te eindigen met rib van lokaal rund. Vooral de paddenstoelengerechten raken een gevoelige snaar bij mij. De rib is er zelfs te veel aan, maar klagen doen we enkel als er te weinig geserveerd wordt. De prijs van dit avondvullende programma blijkt goed mee te vallen: 80 euro, of 125 euro met aangepaste wijnen. Dat is een scherpe prijs voor zes gangen van Michelin-kwaliteit.

De volgende dag staat er langlaufen op het programma. Daarvoor trekken wij naar Galtür, een naburig dorpje dat zich richt op gezinnen en het meer moet hebben van gezelligheid dan van strakke skiliften. We eten een stevige gerstsoep en een käsespätzle (Oostenrijkse macaroni zeg maar) in Hotel Almhof. "De beste van de vallei", aldus begeleidster Barbara. Dan vertelt de blonde dame over een speciale soort schnaps die ik niet in het hotel heb geproefd. Een schnaps gearomatiseerd met het prachtig blauwe gentiaanbloempje. "Jaarlijks worden er via een loterij slechts tien personen uitgekozen die in de bergen de bloemen mogen plukken. Elke persoon mag maar honderd kilogram plukken, wat goed is voor zeven liter schnaps". Gentiaanschnaps, bedenk ik, dat mag zo'n dirndldame me wel eens inschenken.

We reisden op uitnodiging van het Tourist Office Paznaun-Ischgl. Meer info over Ischgl: ischgl.com

Praktisch

- Naar Ischgl reizen gaat het gemakkelijkste met de wagen. Vanuit Brussel is het een kleine 900 kilometer rijden. Alternatief: vliegen op Innsbruck en van daaruit de trein of de taxi nemen.

- Een verblijf voor 2 personen bij Hotel Solaria (waar wij overnachtten) kan vanaf 156 euro per nacht.

- Skipas voor een week vanaf 243 euro

- Info over hotels, skipassen en meer: ischgl.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234