Vrijdag 03/04/2020

Knokke-Heist, zijn Noordzeestrand, zijn mosterdgas

‹ Vlak na de Eerste Wereldoorlog dumpten schepen van rederij Decloedt 35.000 ton Duitse munitie op een zandbank pal voor de kust van Duinbergen, bij Knokke.
‹ Een deel van de lading bestaat uit dodelijk mosterdgas en ander uiterst toxisch materiaal.
‹ Verwijderen, die troep? Neen, vinden zowel overheid als specialisten. Ondanks de risico's op lange termijn zou dat niet alleen de gevaarlijkste, maar ook duurste oplossing zijn. En dus blijft alles liggen.

Toeristen hebben er geen benul van, maar hooguit een kilometer voor het strand van Duinbergen, in Knokke-Heist, ligt het oudste bekende stort van chemische wapens ter wereld. De dumpsite, een zandbank met de merkwaardige naam Paardenmarkt, vormt een voor alle scheepvaart verboden ankergebied, een vijfhoek ter grootte van drie vierkante kilometer. De plek is afgebakend door boeien en staat voor de rest enkel op zeekaarten aangegeven. Tussen november 1919 en mei 1920, straks een eeuw geleden, werden er dagelijks houten kratten te water gelaten. Kisten vol munitie, naar schatting 35.000 ton, vermoedelijk vooral van Duitse makelij.

Doordat de Paardenmarkt de voorbije decennia maar sporadisch het nieuws haalde, hebben opvallend weinig mensen het bestaan ervan vernomen. Zelfs binnen de milieubeweging doet het stort nauwelijks een belletje rinkelen. Wie de site toch kent, doet dat wegens de stockage van het gevreesde mosterdgas, alias yperiet, genoemd naar de frontstad Ieper waar het goedje voor het eerst werd ingezet, in 1917.

"Algemeen wordt aangenomen dat een derde van de in zee gedropte munitie uit gifgasgranaten bestaat," zegt onderzoekster Tine Missiaen van het Renard Centre of Marine Geology (Ugent), een van de beste kenners van de Paardenmarkt. "Van die granaten zou op zijn beurt een derde, ongeveer 4.000 ton, mosterdgas bevatten. Het gas zelf maakt een tiende uit van het gewicht van zo'n granaat. Het totale gewicht aan mosterdgas zou, voor een goed begrip, dus zo'n 400 ton bedragen."

Missiaen spreekt in de voorwaardelijke wijs, want hoeveel oorlogsmateriaal er exact op de zandbank is neergedompeld, en wat de samenstelling ervan is, weet niemand. Ook archieven over de zaak blijken niet voorhanden. De paradox is dat de toenmalige overheid wellicht niet eens onwil tot transparantie aan te wrijven valt. Veeleer spreekt de afwezigheid van documenten voor de haast die bij de ruiming gemoeid was. En voor de onmogelijkheid om alle niet-ontplofte granaten deugdelijk te registreren.

Tikkende tijdbom

Die hypothese klinkt aannemelijk: kort na WO I had België de handen vol met de wederopbouw van de verwoeste gewesten en de opvang van de oorlogsslachtoffers. De doorstart van de administratie verliep in relatieve chaos. Elke dag vielen er bovendien doden als gevolg van restmunitie. Zeker de neiging van burgers om de granaten eigenhandig te ontmantelen - en zo het winstgevende koper te recupereren - dwong de autoriteiten tot handelen.

"Weg ermee", moet de reflex hebben geluid. Want anders dan vandaag, nu de Dienst voor Opruiming en Vernietiging van Ontploffingstuigen (Dovo) een brede reputatie geniet, had ons land destijds niet subiet de knowhow in huis voor grootschalige ontmijning. Zo komt het dat veel achtergelaten wapentuig werd ingezameld, per trein naar Zeebrugge werd vervoerd en daar op boten overgeladen werd - klaar om te dumpen. Anno 2013, aan de vooravond van de 100ste verjaardag van de Grote Oorlog, ligt het spul er nog altijd.

Dat roept onwillekeurig vragen op over de risico's voor mens en leefmilieu. De Paardenmarkt lijkt weliswaar godvergeten, is hij daarom ook ongevaarlijk? Neen, en een decennium geleden veroorzaakte hij heus wel ophef. Met name de Vlaamse Groenen, het toenmalige Agalev, stelden vragen, en in Nederland maakte Stichting De Noordzee zich fikse zorgen over wat het een "tikkende tijdbom" noemde.

In het parlement probeerde de toenmalige minister van Defensie, André Flahaut, geruststellend te antwoorden. Ook verzekerde hij dat de site scherp gemonitord werd, met periodieke geofysische en geochemische metingen. Terwijl Defensie gespecialiseerde duikers aanlevert die stalen afnemen - en voor alle verdere info naar het Directoraat-Generaal Leefmilieu doorverwijst, dat wel - controleren wetenschappers op last van dat laatste departement de munitie en de bewegingen ervan. Als zich een ramp voordoet, dan wordt het Algemeen Nood- en Interventieplan Noordzee (ANIP Noordzee) van kracht.

Om te beginnen: veel valt er onder de zeespiegel niet te observeren, daar op de Paardenmarkt. Vanaf de nullijn op maritieme plattegronden ligt de stortplaats 1,5 tot 5,5 meter diep. De gifbommen zwerven geenszins over de zeebodem, maar raakten onder een dikke sedimentlaag ingegraven. "De uitbouw van de haven van Zeebrugge, eind de jaren zeventig, heeft het stromingspatroon in het gebied radicaal veranderd", zegt Missiaen. "Dat leidde tot een forse afzetting van zand. Magnetische metingen geven aan dat de granaten zeker twee meter onder de bodem begraven liggen."

Volgens Missiaen, en dat is een meevaller, "mogen we er dan ook van uitgaan dat ze zich niet verplaatsen." Meer nog: "De sedimenttoename lijkt gestabiliseerd. Recente topografische studies wijzen uit dat er zich sinds 2003 geen noemenswaardige veranderingen meer hebben voorgedaan. De Paardenmarkt is met andere woorden niet langer onderhevig aan uitgesproken erosie, en evenmin aan doorgedreven afzetting."

In goede staat

Mosterdgas, denken we bij de zandplaat voor Knokke-Heist. Maar daar horen twee kanttekeningen bij. Ten eerste is het woord 'gas' misleidend omdat het gros van de gifgasverbindingen vloeibaar of vast is. Mosterdgas, dat akelige brandwonden, blindheid en in veel gevallen ook de dood veroorzaakt, dient zich aan in de vorm van een stroperige brei. Als het mosterdgas ooit vrijkomt, zullen we dus geen gas waarnemen, maar vloeistof of klonters.

Ten tweede liggen op de Paardenmarkt ook andere gifgasgranaten. Die bevatten niet alleen chloorpicrine, fosgeen en difosgeen, maar evengoed de zeer toxische arseenverbindingen Clark I en II. De essentiële vraag luidt dan ook wat er precies gebeurt als de omhulsels oxyderen en het gif in zee terechtkomt. Of, nog concreter, op onze stranden aanspoelt.

"De meeste munitie bevindt zich in het centrale gedeelte van de afgebakende vijfhoek", zegt Frederic Francken van de met Leefmilieu verbonden Beheerseenheid Mathematisch Model Noordzee (BMM). "Aangezien zich daar veel organisch materiaal heeft opgestapeld, is die zone zuurstofarm, zodat zich maar uiterst langzame doorroesting voordoet. In 1972, voor de grote werken in Zeebrugge, bleek uit duikoperaties dat de staat van de granaten opmerkelijk goed was."

"Mosterdgas heeft een erg lange levensduur en kan, eenmaal het zich in het water bevindt, een jaar of langer giftig blijven", gaat Francken door. "Maar stel nu dat er inderdaad yperiet uit een obus weglekt, dan zal door de trage diffusie in het zeewater het toxische effect beperkt blijven tot enkele centimeters van het oppervlak van het object. Het aangetaste volume zal zelfs kleiner zijn dan het volume van de obus zelf."

Uiterst langzame afbreking met erg plaatselijke verspreiding in het zeewater: dat is de risico-inschatting die Francken op grond van de verschillende onderzoeken ook voor Clarkgranaten en TNT-munitie maakt.

Urgentie of reden voor prompte paniek suggereert deze analyse niet. Maar dat aan het gifgas hoe dan ook bedreigingen zijn verbonden, en dat je als nietsvermoedende kustganger beter niet met de smurrie in aanraking komt, het hoeft geen betoog. "Stel: er scheurt een schip door de zandbank en de hele boel barst open, dan hebben we uiteraard een probleem", zegt Jan Seys van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ). "Dat is niet onmogelijk. Ooit belandde een zwalpende boot bijvoorbeeld op het strand van Blankenberge", aldus Seys, die de Paardenmarkt uitvoerig documenteerde voor de maritieme publicatie De grote rede.

En toch: "Doordat we maar weinig weten over de exacte omstandigheden waarin het deponeren destijds plaatsvond, zou het best hachelijk zijn om vandaag in dat potje te gaan roeren. In de Noordzee, in het noordoosten van de Atlantische Oceaan of in de Baltische Zee, overal liggen naoorlogse munitiestorten en geen enkel land heeft een mirakeloplossing."

Een jaar evacueren

Gesteld dat België alsnog voor de ruiming van de Paardenmarkt kiest en alle munitie wil uitgraven, dan zou dat technisch weliswaar mogelijk zijn, het zou ons voor niet te overziene praktische problemen stellen. "In een radius van 500 meter van het strand zou je alle bewoners een jaar lang moeten evacueren", zegt Seys. "En oké, bij Dovo in Poelkapelle hebben we wel state of the art ontmijningstechnologie, de verwerkingscapaciteit blijft er te gering om deze klus snel te klaren."

"Berging van de munitie wordt niet overwogen," beaamt ook Missiaen. "Het zou een uiterst dure onderneming worden met flinke risico's, zowel voor het betrokken personeel als voor het milieu. De kans dat ongecontroleerde hoeveelheden schadelijke stoffen in het leefmilieu belanden, is erg groot."

Gegeven de stilte die de Paardenmarkt inmiddels omhult, heeft het er alle schijn van dat de don't touch-strategie van de overheid gemeengoed is geworden. "Ons standpunt is dat we het munitiedepot beter gewoon laten liggen - en opvolgen," zegt Joris Gansemans, woordvoerder van Natuurpunt. "Graag waren wij in dit dossier een dissidente stem geweest, maar ook wij concluderen dat het te riskant is om in dat goedje te gaan rommelen." Bond Beter Leefmilieu, Greenpeace en de Noordzee zijn al evenmin pleitbezorgers van periculeuze operaties.

Vogelbroedplaats

Alleen: hoe tergend traag de doorroesting ook verloopt, en hoezeer de huidige toestand van de site ook "stabiel" en "gecontroleerd" heet, op langere termijn blijft België met een dilemma zitten. Seys: "Tot nu toe zijn er nooit verontrustende metingen afgenomen. Maar wat zegt ons dat het ook in de toekomst zo blijft? Een van de mogelijkheden waarop specialisten broeden, is inkapseling. Je dijkt die hele zandbank in, je maakt er een eiland van en je dekt alles netjes af. Als we eilanden kunnen aanleggen voor windmolens, waarom dan niet voor de Paardenmarkt? Het zou zelfs een interessante broedplaats voor vogels kunnen worden."

Om de eerder vermelde redenen muntte België destijds niet uit in openbaarheid van bestuur. Sowieso bleef het een halve eeuw wachten - tot aan de werken aan de Zeebrugse haven - voor onze overheid zich opnieuw voor het probleem interesseerde. Is de transparantie die toen mankeerde vandaag wél totaal? Francken noch Seys hebben de indruk dat de autoriteiten informatie achterhouden. En ja, er vallen wel wat rapporten te downloaden.

"In 2002 werd een uitgebreide evaluatiestudie afgerond in opdracht van het federaal wetenschapsbeleid", bevestigt Tine Missiaen. "De overheid heeft toen zelfs een hele brochure uitgebracht. Die nieuwe openheid werd goed ontvangen door pers en publiek en het aantal ongeruste reacties nam zienderogen af."

Alleen: sindsdien bleef het opvallend stil, aldus de wetenschapster. "Sinds 2002 is een groot aantal onderzoeken en monitoringscampagnes uitgevoerd in opdracht van de FOD Leefmilieu. Maar voor zover ik weet zijn die resultaten nooit vrijgegeven. Dat is bepaald betreurenswaardig."

Robert Martens, die het dossier-Paardenmarkt op Leefmilieu beheert, nuanceert: "Wij publiceren de resultaten inderdaad niet. Het gaat om lijvige, heel technische dossiers. Maar in het kader van de openbaarheid van bestuur is alles uiteraard wel raadpleegbaar. En voor het grote publiek hebben we intussen een nieuwe brochure in de voorbereiding."

Ook het ontbreken van een overzichtelijke database over het gevoerde onderzoek en de eventuele hiaten daarin, vindt Missiaen problematisch. "Met het oog op de optimale monitoring en de toekomstige research is een dergelijke gegevensbank broodnodig. Niet enkel om mogelijke onrust bij de burgers weg te nemen, ook om dit probleem zo goed mogelijk te blijven aanpakken, vandaag en morgen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234