Donderdag 21/01/2021

Knoeiers tegen wil en dank

Na een stilte van zeven jaar is de Britse formatie XTC eindelijk weer uit de dood opgestaan. Niet dat de groep zich in een creatieve impasse bevond. Ze was gewoon 'in staking' tegen de platenmaatschappij die haar, ruim twee decennia lang, had uitgeperst en leeggeknepen. De actie lukte: de muzikanten kregen hun vrijheid terug en zijn nu, met Apple Venus Volume 1, aan een opmerkelijk inhaalmanoeuvre begonnen.

Dirk Steenhaut

Eigenlijk heb ik een afspraak met zanger Andy Partridge, maar die ligt thuis in bed met een zware griep, zodat bassist Colin Moulding in zijn eentje naar Brussel is afgezakt om over de nieuwe langspeler van XTC te praten. Moulding blijkt een timide jongen te zijn, die niet graag in de kijker loopt en in geen jaren meer op reis is geweest. Maar hoewel hij, als songschrijver, altijd in de schaduw van Partridge heeft gestaan, is hij ook de auteur van XTC-classics als 'Making Plans for Nigel', 'Life Begins at the Hop', 'Ball & Chain', 'Wonderland' en 'Grass'.

Was het niet frustrerend dat het nieuwe materiaal zich de voorbije jaren bleef opstapelen, terwijl de groep in de onmogelijkheid verkeerde platen uit te brengen? Moulding knikt. "Daarom planden we eerst een dubbel-cd met 21 songs: de ene plaat zou orkestraal akoestisch werk bevatten, de andere potige elektrische nummers. Maar dat was te hoog gegrepen. Niet alleen zijn we trage werkers, we hadden ook niet de middelen om zo'n ambitieuze onderneming te financieren. Getob alom dus, tot een pragmatische geest van onze Amerikaanse platenmaatschappij voorstelde het materiaal gewoon op te splitsen en twee afzonderlijke cd's uit te brengen. En zo geschiedde. (lacht) Eerst hebben we ons op het akoestische luik gestort; deel twee volgt wellicht begin volgend jaar."

Wie met die gang van zaken alvast geen vrede kon nemen, was gitarist David Gregory, die prompt een einde maakte aan zijn twintigjarige lidmaatschap van XTC. "Hmm. Dave was een gitarist in hart en nieren, die tegen zijn zin keyboards speelde in de groep, maar die rol op zich nam omdat Andy en ik er zo weinig kaas van hadden gegeten. Hij hield zich ook bezig met het financiële beheer van XTC en toen hij hoorde dat Andy en ik met een symfonisch orkest wilden werken, tekende hij verzet aan: zoiets zou ons immers een bom duiten kosten. Dave vond dat we ons maar met samples moesten behelpen. Maar het resultaat zou niet half zo goed zijn geweest.

"Ach, er zijn zoveel factoren die tot zijn vertrek hebben geleid. Dave was een ondoorgrondelijke kerel: je wist nooit precies waar je met hem aan toe was. Hij was een man van uitersten, kon ontzettend agressief worden en had de smoor in omdat hij aan suikerziekte leed. Het chemische evenwicht in zijn lichaam was verstoord en daardoor kon zijn stemming bruusk omslaan. Bovendien frustreerde het hem dat hij geen songs kon schrijven. En toen ook nog bleek dat Andy en ik een orkoestische plaat wilden maken, waarop amper ruimte zou zijn voor elektrische gitaren, moet hij het gevoel hebben gehad dat zijn rol in de groep was uitgespeeld."

Anno 1999 is XTC dus afgekalfd tot een duo. "Andy en ik hebben ook weleens meningsverschillen. Maar ik zou nooit overwegen onze werkrelatie op te blazen. Tenzij het om iets onoverkomelijks ging, natuurlijk. Achteraf bekeken denk ik dat we de juiste beslissing hebben genomen. Hadden we onze akoestische en elektrische songs met elkaar vermengd, dan zouden we, net als op Oranges and Lemons of Nonsvch, weer met een bont allegaartje zijn geëindigd. Terwijl we een plaat wilden maken die een eenheid vormde en net zoveel samenhang vertoonde als Skylarking destijds. Weet je, na zeven jaar afwezigheid kun je niet zomaar naar buiten komen met iets dat je publiek als meer van hetzelfde ervaart. Als je onze nieuwe cd hoort, stel je vast dat we veranderd zijn, dat we een ontwikkeling hebben doorgemaakt. Het vervolg zal wellicht weer nader aansluiten bij de oude XTC, maar voor ons is Apple Venus Volume 1 de juiste plaat op het juiste moment. Ze schreeuwde erom gemaakt te worden."

De complexe vocale en instrumentale arrangementen van de songs doen een beetje denken aan de meesterwerken van Brian Wilson met The Beach Boys en verraden een soortgelijke drang naar perfectie. Zijn Partridge en Moulding geobsedeerd door kleine details?

"In de studio kunnen we ons inderdaad nogal pietepeuterig gedragen," geeft de bassist olijk toe. "Dat houdt het risico in dat we zo eindeloos lang aan een nummer blijven schaven dat het nooit af raakt. We zijn wel onze eigen producers, maar soms hebben we een buitenstaander nodig die ons tot de orde roept. Toen we de songs schreven, gebruikten we orkestsamples die we in een sequencer stopten. Tijdens het opnameproces vervingen we die gemanipuleerde geluiden geleidelijk door een echt orkest en dat was niet bepaald een makkie. Want al doende stelden we vast dat de arrangementen door 'levende' muzikanten bijna niet te spelen vielen. Mensen hebben, in tegenstelling tot machines, af en toe een adempauze nodig. Dat hadden we even over het hoofd gezien." (lacht)

Colin Moulding omschrijft Apple Venus Volume 1 als "a very grown up record". Dat heeft niet alleen met de ecologische thematiek van 'River of Orchids' en 'Green Man' te maken, maar ook met de maturiteit en levenservaring die een veertiger nu eenmaal voorheeft op een twintiger. Zo getuigt slotnummer 'The Last Balloon', over hoe irrelevant materieel bezit wordt in het aanschijn van de dood, van een haast zen-achtige onthechting. Daartegenover staat dan weer het in vitriool gedrenkte 'Your Dictionary', waarin Andy Partridge brandhout maakt van zijn gestrande huwelijk.

"Andy's recente echtscheiding was nogal pijnlijk. En ja, dat lied is een furieuze afrekening met zijn ex-vrouw, waar hij zich nu een beetje over schaamt. Nadat hij zijn woede en frustratie van zich af had geschreven, vond hij het zo gênant dat hij er eigenlijk niets meer mee te maken wilde hebben. Als de song uiteindelijk toch de plaat heeft gehaald, gebeurde dat vooral op mijn aandringen."

Toch klinken de twee liedjes die Moulding zelf tot de nieuwe XTC heeft bijgedragen aanmerkelijk frivoler. "O, zeker, hoewel Andy en ik er zowat dezelfde muzikale voorkeuren op na houden: filmmuziek, Bacharach, West Side Story, de musicals van Rogers & Hammerstein... Ik heb de teloorgang van de 'lichte' muziek altijd betreurd. Liedjes van het type 'What's New Pussycat?' worden vandaag de dag niet meer geschreven, maar zelf hecht ik er grote waarde aan. Ik hou van muziek met een luchtige toets. Al die navelstaarderige bands van tegenwoordig zijn aan mij niet besteed, al besef ik heel goed dat ook ik me weleens schuldig heb gemaakt aan een overdosis sérieux. Maar goed, zelfs op Apple Venus lijken 'Fruit Nut' en 'Frivolous Tonight' eilandjes in een immense oceaan. Ze fungeren een beetje als tegenwicht. Want als ik op onze nieuwe cd één ding heb aan te merken, dan is het wel dat hij, zeker naar het einde toe, iets te zwaarmoedig wordt."

'The Last Balloon' gaat toch vooral over sereniteit en aanvaarding? "Ja, maar de sfeer die door de muziek wordt opgeroepen, is me te finaal. Wat mij betreft, had het allemaal een beetje hoopvoller gemogen. Zoals met 'Dying' op Skylarking: da's een song die meteen ook een nieuw begin inluidt." Typisch voor de nummers van XTC is dat ze doorgaans vatbaar zijn voor uiteenlopende interpretaties. Zelfs de groepsleden zelf verschillen soms van mening over de betekenis van hun werk. En als er ook nog ironie aan te pas komt, ontstaan er misverstanden die haast niet meer uit de wereld te helpen zijn. Zo wordt 'Dear God', een van XTC's grootste hits in de VS, door de Amerikanen veel te ernstig genomen. "Die lui snappen er de ballen van," mompelt Colin Moulding, niet zonder leedvermaak. "Ze hebben niet in de gaten dat die song eigenlijk is geschreven vanuit het standpunt van een kleine jongen. Ze horen er enkel een haatlied in, gericht aan die klootzak van hierboven, die almaar karrenvrachten stront over ons heen blijft kieperen. Tja." Sinds hun vertrek bij Virgin hebben Andy Partridge en Colin Moulding zélf een platenlabel opgericht. Is Idea Records uitsluitend bedoeld als uitlaatklep voor hun eigen muziek, of willen de heren op termijn ook jong talent een kans geven?

"Fuck new talent!", roept Moulding malicieus. "Momenteel hebben we amper genoeg geld om onze platen te bekostigen. Maar mochten we het ons kunnen veroorloven anderen een duwtje in de rug te geven, dan zouden we het zeker doen. Eigenlijk is het best opwindend je eigen meester te zijn. We zijn nu onze eigen manager, nemen alle zakelijke beslissingen zelf. Maar zo'n leerproces verloopt met vallen en opstaan. Want het is ook vermoeiend en omslachtig. En: het leidt je te veel af van de creatieve aspecten van je werk."

De jongste jaren waren Partridge en Moulding van nabij betrokken bij een aantal projecten die vooral verband hielden met het verleden van hun groep. Ze lieten zich bijvoorbeeld omstandig interviewen voor het boek XTC: Song Stories en hielpen met de samenstelling van de vier cd's tellende box Transistor Blast, een verzameling oude concertopnamen en radiosessies voor de BBC.

"Het leuke is dat de versies die we speelden tijdens die John Peel Sessions, zeker van de songs uit onze eerste drie, vier elpees, beter klonken dan de originele. In die periode toerden we namelijk nog, en dat merk je aan ons hechte groepsgeluid. Dat jeugdige enthousisame, die ongebreidelde energie heeft nog een zekere charme. De latere opnamen klonken veel te afgemeten, omdat we krampachtig probeerden ons studiogeluid te benaderen. Maar het is een document, niet? Gewoon een stukje geschiedenis."

Heeft al dat achteromkijken bij de groepsleden geleid tot nieuwe inzichten over het oeuvre van XTC? "Niet echt. Naarmate je ouder wordt, maak je vanzelf wel uit met welke aspecten van de muziekindustrie je kunt leven en aan welke je de pest hebt. We genieten vooral van het platen maken, dus dat is wat we doen. En het gaat ons steeds beter af."

De groep was voor het laatst op een podium te zien in 1982. Sindsdien lijdt zanger Andy Partridge aan zulk een verlammende vorm van plankenkoorts, dat hij halsstarrig blijft weigeren de hort op te gaan. Heeft het Moulding geen moeite gekost zich bij die beslissing neer te leggen?

"In het begin wel. Ik dacht dat live spelen er nu eenmaal bijhoorde als je in een band zat. Maar door de optredens op te geven konden we meer tijd en zorg besteden aan onze platen. Een onmiddellijk gevolg daarvan was dat die beter werden. Ook mijn toerkriebels waren dus gauw verdwenen. Maar voor Dave lag dat anders: hij was de enige die zich als een volwaardige muzikant beschouwde. Andy en ik daarentegen zijn veeleer non-muzikanten. Meesterknoeiers, zeg maar. Ons maakt het geen donder uit of een partij van de eerste keer perfect op de band staat. Desnoods spelen we ze wel 120 keer, tot ze helemaal goed zit. Eigenlijk komen onze platen tot stand zoals de meeste films: op de montagetafel, met veel knip- en plakwerk. Dat vergt een andere manier van denken. We zijn ook niet bang fouten te maken. Het gaat er ons om de kern van een gevoel of een sfeer te vatten. En alle technologische hulpmiddelen zijn goed om dat doel te bereiken.

"Ik besef nu beter dan ooit dat een groep niet live hoeft te spelen om bestaansrecht te hebben. We hebben er geen behoefte aan mensen op en neer te zien springen of dronken te zien worden. Onze kracht schuilt in het maken van platen. Wij communiceren met ons publiek via onze muziek. En die dient om naar te luisteren. Bij voorkeur thuis, in je woonkamer, door je hoofdtelefoon."

In de loop der jaren heeft XTC diverse platen uitgebracht onder enigmatische pseudoniemen als The Dukes of Stratosphear en Johnny Japes & His Jesticles.

"Dat deden we puur voor de lol: eenvoudigweg de studio intrekken met een vaag ideetje en kijken wat er gebeurt. Soms is het leuk eens iets informeels te doen waarin je niet je hele ziel en zaligheid bloot hoeft te leggen. Men verwijt ons dat we veel te ernstig zijn in de studio, maar... We zijn er ons gewoon van bewust dat onze muziek een bepaald publiek aanspreekt en die mensen willen we niet voor de gek houden. Als we ons aan de buitenwereld presenteren als XTC, ontstaat er meteen een zekere druk om iets te maken dat goed is. We zijn dan geneigd ons van onze beste kant te tonen. Maar ook wij hebben af en toe de behoefte dat chique kostuum even uit te trekken en eens lekker loos te gaan. Voor ons heeft dat vrijblijvende amusement iets heilzaams."

Vier jaar geleden verscheen A Testimonial Dinner, een eerbetoon aan XTC waaraan werd meegewerkt door artiesten als Freedy Johnston, Joe Jackson en de Crash Test Dummies. "Of ik me geflatteerd voelde? Zeker. Maar mocht die plaat er nooit zijn gekomen, dan zou ik het ook niet als een gemis hebben ervaren. Al is het natuurlijk interessant te horen wat een beroemdheid als Joe Jackson met je liedjes uitspookt. Het leukste en meteen ook het grappigste aan het hele project is echter dat we er, vermomd als Terry & The Lovemen, ook zelf op te horen zijn. Een geniale inval van Andy. En zo slaagden we er dus op een tongue-in-cheek-manier in hulde te brengen aan onszelf, ha ha. Typisch XTC!"

Andy Partridge en Colin Moulding groeiden allebei op in het provincienest Swindon en wonen er nog steeds. Hebben ze nooit de behoefte gevoeld zich op een kosmopolitischer plek te vestigen? "Nee hoor. We gaan sowieso al nooit naar feestjes, komen bij voorkeur de deur niet eens uit. We zijn echte huismussen: de rock'n'roll lifestyle is aan ons niet besteed.

"Of Swindon een invloed heeft gehad op onze muziek? Dat kan haast niet anders. Maar in welke mate? Ik denk dat, waren we in Londen opgegroeid, we andere mensen zouden zijn geweest. Vroeger schaamden we ons een beetje voor onze afkomst: onze manager raadde ons dus aan ze geheim te houden. Als we bijvoorbeeld op tournee waren met New Yorkers als Talking Heads, voelden we ons echte boerenlullen. Maar eigenlijk is het leven best aangenaam in Swindon. Achteraf bekeken geloof ik zelfs dat die parochiale mentaliteit in ons voordeel heeft gewerkt. Want doordat we afkomstig waren uit een doorsneeplattelandsmilieu, kon het publiek zich makkelijker met ons identificeren." De heren van XTC staan bekend als de lichtjes excentrieke chroniqueurs van alles wat typisch Brits is. "Vergelijk ons maar met impressionistische schilders," zegt Moulding. "We houden van huiselijkheid, van kleine en gewone dingen. Als je die door een vergrootglas bekijkt, stuit je op een heel aparte wereld. Heb je weleens insecten bekeken onder een microscoop? Op zo'n moment zien ze er net zo afschrikwekkend uit als dinosauriërs. Het onooglijke, het schijnbaar banale is voor ons dus een onuitputtelijke inspiratiebron. En als je onderwerpen kiest die de meeste andere liedjesschrijvers links laten liggen, trek je ook makkelijker de aandacht, waardoor meer mensen met gespitste oren luisteren naar wat je vertelt." Terugblikkend op twintig jaar XTC beseft Colin Moulding maar al te goed dat de groep een hoop fouten heeft gemaakt. "Vooral op zakelijk gebied. We zijn altijd nogal goedgelovig geweest en dat is ons zuur opgebroken. Maar gedane zaken nemen geen keer: je kunt de klok nu eenmaal niet terugdraaien."

Wat beschouwt hij zelf als het voornaamste wapenfeit van de groep?

"In de periode waarin Nigel Lawson (tot 1989 minister van Financiën in de regering-Thatcher, DS) ontslag moest nemen, sloeg ik een gezaghebbende Britse krant open. En boven zo'n diepgravend politiek artikel hadden ze 'Making Plans For Nigel' als kop gebruikt. God, als je een song hebt geschreven waarvan de titel zo diep in het collectieve bewustzijn is doorgedrongen dat het een soort van catchphrase wordt... Eigenlijk is dat het mooiste compliment dat je in deze business te beurt kan vallen. Maar ik ben ook erg trots op mijn nieuwe liedjes. 'Frivolous Tonight' is naar mijn gevoel het allerbeste dat ik ooit heb gemaakt."

Het feit dat XTC twee songwriters in zijn rangen telt, geeft aanleiding tot competitie. "Maar het werkt wél normverhogend," onderstreept Moulding. "We sporen elkaar aan. Andy is altijd al de productiefste van ons beiden geweest, maar doordat ook ik af en toe een liedje lever, kijkt hij wat vaker over zijn schouder en doet hij harder zijn best. En zelf moet ik, als ik mij met Andy wil meten, ook voortdurend op de toppen van mijn tenen staan. En dat is een goede zaak. Het komt erop aan de routine geen enkele kans te geven."

De cd Apple Venus Volume 1 van XTC is uit op Cooking Vinyl en wordt verspreid door Bertus.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234