Woensdag 18/09/2019

Knapenkoren zingen toontje lager

Zullen we ons ook over enkele decennia nog in vervoering kunnen laten brengen door de hemelse stemmen van een goed geschoold knapenkoor? Zeker is dat allerminst. Jongens worden vandaag steeds vroeger mannen. Tot groot verdriet van de dirigent. 'Je verliest telkens weer je beste zangers.'

Juni 1927, in een Londense kerk wordt 'Hear My Prayer' opgenomen. Kerstmuziek, gecomponeerd door Felix Mendelssohn. Vrijwel meteen na opname blijkt het een eclatant succes. In een half jaar tijd gaan er meer dan 300.000 exemplaren van de grammofoonplaat over de toonbank. Voor die tijd is dat onwezenlijk veel.

Wie het fenomenale succes van deze plaat wil begrijpen, moet ze misschien gewoon nog eens opleggen. Of het stuk beluisteren via YouTube, dat kan ook. 'Hear My Prayer' werd gezongen door Ernest Lough, een jongen met stem die - angeliek, iel én krachtig - direct naar de ziel gaat. Lough was met andere woorden de ideale knaap. Een knaap die vandaag echter al lang geen knaap meer zou zijn.

Ernest Lough was op het ogenblik van de opname bijna zestien jaar. Bij een nieuwe, even succesvolle opname in 1928 was hij bijna zeventien. Geen enkele jongen van zes- of zeventien jaar klinkt vandaag nog iel of angeliek. Jongens moeten, vanwege de almaar betere voeding (en mogelijk ook als gevolg van hormonen in de voedselketen), steeds vroeger de symptomen van de nakende volwassenheid ondergaan.

Voor de knapenkoren heeft die tendens verstrekkende gevolgen. Omdat de jongens almaar eerder de baard in de keel krijgen, wordt de periode waarin hun stemmen op hun allermooist zijn, met de jaren korter.

Zo bekeken was het voor de componist en dirigent Johann Sebastian Bach een stuk makkelijker werken dan voor de koorleider van vandaag. Vermoed wordt dat begin 18de eeuw - de periode waarin Bach het nog altijd bestaande Thomanerchor in Leipzig leidde - jongens pas hoogstens vanaf hun zestiende begonnen te puberen. Bach kon daardoor niet alleen uit een ruimer aanbod rekruteren, de door hem gedirigeerde knapen hadden ook oneindig veel meer tijd om zich te ontwikkelen tot goeie zangers.

Zal deze tendens zich doorzetten, en komt dus de dag naderbij dat we enkel nog via oude opnamen de verrukkingen kunnen ervaren die de goed geschoolde knapenstem ons kan bezorgen?

Moeilijk te voorspellen. In ieder geval lijkt het tij nog niet gekeerd.

In Vlaanderen nam het aantal knapenkoren de afgelopen decennia fel af. Terwijl tot twintig jaar geleden zowat elk zichzelf respecterend college in Vlaanderen er een eigen knapenkoor op nahield, zijn er anno 2013 nog welgeteld drie over.

Misschien wel het vermaardste is In Dulci Jubilo, een knapenkoor dat in de jaren dertig van de vorige eeuw werd opgericht in het Sint-Jozef-Klein-Seminarie van Sint-Niklaas. Ondertussen heeft In Dulci Jubilo zich al enige tijd losgezongen van deze school. "Noodgedwongen", vertelt dirigent Dieter Van Handenhoven. "Als we alleen met jongens van deze school zouden werken, zouden we het vandaag niet meer redden."

Knapenkoren hebben het vandaag uiteraard ook moeilijk omdat ze moeten concurreren met zo veel andere, nieuwere vormen van tijdverdrijf en liefhebberij. Maar er speelt dus nog een andere factor. Ook in Sint-Niklaas en omstreken komt de baard altijd maar vroeger in de keel.

Van Handenhoven: "Ik ben hier ondertussen precies twintig jaar dirigent. Lang genoeg om zelf te kunnen constateren dat de knapenstem steeds vroeger begint te breken. Je kunt het ook zien als je oude foto's van het koor bekijkt. Onze knapen worden altijd maar jonger."

Om nog voldoende knapen over te houden, heeft In Dulci Jubilo een tijdje terug de toetredingsvoorwaarden aangepast. "Vroeger kon een knaap pas vanaf het vijfde leerjaar tot het koor toetreden", zegt Van Handenhoven. "Vandaag laten we hen al toe vanaf het vierde. Dat wil zeggen dat sommige knapen al op hun negende in het koor worden opgenomen."

Dat is best vroeg, zeker omdat ik niet wil toegeven op het repertoire. Net als vroeger wil ik hen de 'Matthäus-Passion' en de 'Messiah' laten zingen, en net als vroeger wil ik ze - nog een stuk moeilijker - ook Gregoriaanse liederen of polyfonie laten zingen. Maar zulke muziek vertolken met knapen van negen is absoluut niet evident. Een Matthäus Passion zingen vergt een zeker muzikaal en verstandelijk intellect. En dat intellect groeit met de leeftijd. In het algemeen mag je stellen dat knapen op hun allerbest zijn nét voor het moment dat hun stem breekt. Voor een dirigent is dat best hard. Het betekent dat je heel vaak wordt getroffen op de plek waar het het meest pijn doet: bij je beste zangers."

Voor het probleem van het knapenkoor bestaat een heel eenvoudige oplossing: laat ook de meisjes toe. Strikt genomen zijn het dan uiteraard geen knapenkoren meer, maar of dat dan zo veel verschil maakt?

Van Handenhove geeft toe dat zelfs een geoefend oor niet altijd het verschil kan horen tussen de ongebroken knapenstem en de stem van een meisje of een jonge sopraan. "De grootste verschillen zitten in de stijl van het zingen, niet in het geslacht van de zanger."

Toch blijven meisjes in Van Handenhovens koor tot nader order niet welkom. De dirigent heeft daar ook argumenten voor. "Uit ervaring van andere dirigenten weet ik dat er een groot mentaliteitsverschil is tussen jongens en meisjes van twaalf, en dat het bijzonder moeilijk is om daar een geheel van te smeden. Ik heb het zelf vaak gezien: een knapenkoor dat een gemengd koor wordt, is binnen de kortste keren een meisjeskoor. Met als indirect gevolg dat, op langere termijn, onze koren nog nauwelijks mannelijke zangers vinden."

Van Handenhove stipt nog aan dat de baard in de keel niet per se het einde van de zangcarrière hoeft te betekenen. "Sommige jongens gaan er een paar jaren uit, maar pikken later de draad weer op. Anderen blijven gewoon doorzingen. Meestal kan dat, zij het dan op een andere plaats in het koor, bij de bassen of de tenoren, en zij het niet zonder risico's voor hun stem."

Zingen op het allerhoogste niveau is voor de knaap met een baard in de keel hoe dan ook even geen optie meer. Want mag een puberende jongen in Sint-Niklaas gewoon blijven zingen, dan zijn ze bij de Britse topkoren desgevallend veel onverbiddelijker. "Een baard in de keel betekent daar het einde. Ik heb zo'n Engels topkoor wel eens van nabij mogen volgen. Het niveau ligt daar echt buitenaards hoog. Jongens van elf krijgen daar de notenleer die je normaal gezien pas aan het conservatorium krijgt.

"Knapenkoren maken in Engeland een onlosmakelijk deel uit van het onderwijssysteem. Anders dan hier raak je daar niet zomaar binnen op een gerenommeerd college. Je hebt er bemiddelde ouders voor nodig. Of een hele goeie stem. Voor een knaap van bescheiden komaf kan een engelenstem het toegangsticket zijn voor een school waarvan hij zonder zijn zangtalent alleen maar van had kunnen dromen."

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234