Maandag 30/11/2020

‘Knap werk, zei Lance tegen me’

Gisteren werd bekend dat Mikel Astarloza, die in de rit over de twee Saint-Bernards de zege voor de neus van Jurgen Van den Broeck wegkaapte, betrapt is op het gebruik van epo. Wie weet hoe ver Jurgen Van den Broeck in die etappe had kunnen komen, als...Maar goed, eerst gaan we even terug in de tijd.

Hoe kwam een stille, eenvoudige Kempenzoon er in godsnaam bij om Tourcoureur te willen zijn?

“Het was een kinderdroom, van het moment dat ik op m’n veertiende begon te koersen. In de zomer is de Tour toch het eerste waar je op tv naar kijkt? En dan die foto’s in de boekskes: renners die zich in die mensenzee met alle kracht in hun lijf naar boven hijsen. ‘Dát wil ik ook ooit doen’, nam ik me voor.”

Wie waren je helden toen?

“Mijn eerste Tour die ik bewust meemaakte was die van 1998, de Pantani-editie. Maar ik heb altijd een boontje gehad voor Jan Ullrich. Zijn atletisch vermogen sprak me aan.”

Kom je uit een koersfamilie?

“Een paar van mijn ooms koersten, maar van hen kreeg ik de microbe niet over. Het gebeurde eerder stomweg. Met mijn neef een ‘toerke’ gaan doen, puur voor de fun. En ik was verkocht.”

Was je als jonge renner al gefocust op klimmen en tijdrijden?

“Ik trok geregeld richting Ardennen, op zoek naar een lastiger parcours. Bij de nieuwelingen en junioren won ik een paar klimkoersen. Dus had ik zoiets van: mmm, moet lukken.”Moeder Agnes: “Regelmatig ging hij hier in Morkhoven de deur uit en reed hij naar de Citadel van Namen. Heen en terug een slordige 200 kilometer. En altijd alleen. Dat trainen in volstrekte eenzaamheid doet hij nu nóg. ‘Omdat je dan zelf het best kan bepalen wát je doet en hóe je het doet’, redeneert hij. (lacht) Als er dan een wielertoerist in zijn wiel komt hangen, geeft hij extra gas. Kan hij niet verdragen.”Jurgen: “De sfeer in dat rondewerk heeft me altijd meer aangesproken dan de klassiekers. Ik zou graag eens de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix rijden, maar me er echt voor 100 procent op toeleggen? Nooit. Iedereen focust in België op dat Vlaamse voorjaarswerk. Koersen als de Omloop en Kuurne zijn monumenten bij ons, maar internationaal stellen ze bitter weinig voor. De Trofeo Laigueglia is even groot, hoor.”

Nam je status een vlucht na die vijftiende plaats in de Tour?

“Het verschil met mijn zevende plaats in de Giro 2008 is enorm. ‘Chique’, zei iedereen toen. En daar bleef het bij. Ze zagen me niet staan op de criteriums. Nu krijg ik meer applaus dan Boonen. Dan schrik je wel even. Kevin Seeldraeyers, veertiende in de Giro en toch ook fraai werk afgeleverd, loopt er anoniem bij. Raar.”

Je kiest niet voor de makkelijke weg. Dertig jaar zitten we al te wachten op een nieuwe Merckx of Van Impe. Gek moet je zijn om je als ronderenner te willen profileren in België.

“Maar dat ís het juist. Stel dat het zou lukken... Het is net díe uitdaging die me een kick geeft.”

En waar je héél veel voor over hebt. Via de ouders van Dario Cioni huur je een appartement in Toscane, waar je geregeld naartoe trekt om in de bergen te trainen.

“Een must om te slagen. In de Schrans-straat in Morkhoven liggen een paar vluchtheuvels. (grinnikt) Hier leer je niet klimmen. In Toscane vind ik colletjes van 1.500 meter, zeven à tien kilometer lang. Ideaal. Dit jaar trok ik ook op stage naar de Sierra Nevada en verplichtte ik mezelf dagelijks tot twee uur bergop te fieten. Kotsbeu was ik dat na twee weken. Maar het heeft me wel wat opgebracht.”

Heb je al overwogen om je daar definitief te vestigen?

“Mijn vriendin Niki zou het zien zitten, mij valt het moeilijker. Zodra de vakantiesfeer voorbij is en de winter in aantocht, zul je ginder maar zitten... Dan reis ik er liever af en toe naartoe en kom ik na een dag of tien terug. En als je je vertrouwde omgeving achterlaat, krijg je ooit toch een mentaal krakje, vrees ik. Een mens heeft behoefte aan een sociaal leven.”

Heb je bouw- en trouwplannen?

“Trouwplannen niet. We zijn aan het bouwen, op 500 meter van het ouderlijk huis. Volgende maand trekken we erin.”

Je dweept vaak met je persoonlijke trainer, Marc Lamberts. Wat schenkt je zo’n blind vertrouwen in de man?

“Ik werk met Marc samen sinds ik naar Silence-Lotto verhuisde. Het klikt tussen ons. In die mate dat hij nu deel uitmaakt van het ‘totaalpakket Van den Broeck’. Ga ik naar een andere ploeg en ze willen er Marc niet bij, dan kom ik niet. Simpel. Ik heb iemand nodig die me stuurt, anders train ik me te pletter. Als er vroeger vijf uur op mijn schema stond, dacht ik: zes uur zal wel beter zijn. Terwijl 4,5 uur eigenlijk volstond. Zo liep ik een paar keer met mijn kop tegen de muur. Marc kreeg vat op me. Afgelijnd maar op de grens van het realiseerbare zijn ze, zijn programma’s. Maar ik word er wel beter van.”

Heb je in je drie US Postal/Discovery-jaren iets opgestoken van Armstrong?

“Het was Lance die me op een dag zei: ‘Jurgen, als je de top wilt bereiken in het rondewerk, moet je naar het buitenland’. Als iemand als Lance je dat aanraadt, twijfel je niet. Dus boekte ik een paar keer een hotelkamer voor twee weken in Benidorm. (lacht) Evenveel keer stond ik na vier dagen alweer in Morkhoven.”

Hoe is je contact met Armstrong?

“Tijdens de Tour hebben we een paar keer gepraat. In de rit naar Arcalis kwam hij naast me rijden. ‘Hi, Jurgen. Je doet het goed. Nice work, kid’. Zoiets doet veel deugd. Ik heb respect voor Lance. Bergop merkte je wel dat hij niet meer de Armstrong van vier jaar geleden is. Maar ik kon hem geen pijn doen, hoor. En hij stond er toch maar, op dat derde trapje.”

Heb je hobby’s waarin je kunt vluchten?

“Ik heb een passie voor auto’s. Ik speur het internet af, op zoek naar nieuwe wagens. Vorig jaar, na mijn zevende stek in de Giro, kocht ik een Audi A5. Die wordt nu, na mijn goeie Tour, vervangen door een S5. Hij is al besteld. Als ik iets presteer wat ik niet op voorhand verwacht had, mag ik ‘mijn eigen zelve’ wel eens een cadeau gunnen, hé.”

‘In de koers moet je een beetje schelm kunnen zijn. Jurgen is dat iets te weinig’, vindt gewezen wielercommentator Jan Wauters.

“Ik kan fel uit de hoek komen, hoor. Had je me in de eerste minuten na de ploegentijdrit in Montpellier geïnterviewd, had ik heel lelijke dingen gezegd. Ik heb mijn fiets toen vlak voor de voeten van de grote baas van fietsensponsor Canyon tegen de grond gekeild. Boos omdat ik gevallen was, maar vooral omdat ik problemen had met dat loskomend zadel. Dé reden waarom ik zoveel tijd verloor. ‘Foutje’, gaf die man toe. ‘Wat?’, riep ik. ‘Foutje? De Tour is verdomme niet het moment om te experimenteren.’ Ik stapte de bus op, nam een douche en werd een ander mens. Gelukkig maar.“ ’s Avonds, in bed, heb ik er nog heel even over gepiekerd. Bon, besloot ik. Morgen begin ik aan mijn inhaalmanoeuvre. Apetrots ben ik dat ik dat tot een goed einde heb kunnen brengen.” (JDK)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234