Vrijdag 30/10/2020

KMKG geeft Belgische art nouveau en art deco de ruimte die ze verdient

Vazen met ronkende namen

Design l Art nouveau

De hoofdstad van de art nouveau? Vergeet Barcelona, Nancy, Glasgow, Wenen, Turijn. De meest vernieuwende stijl van het einde van de negentiende eeuw ontsprong in Brussel. Ongelovige Thomassen moeten maar eens door de stad struinen, en zeker ook een kijkje nemen in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, in het Jubelpark, dat zijn naam niet gestolen heeft.

Door Eliane Van den Ende

Een klein kristallen bord in een toonkast. Het is een onopvallend, kitscherig, blauw en geel glazen schaaltje van de fabriek Val-Saint-Lambert. Dat gele glas is het resultaat van het aanwenden van uranium. Uranium uit Kongo, oorspronkelijk het privéwingewest van Leopold II, die het begin twintigste eeuw overdroeg aan de Belgische staat. Bij Val-Saint-Lambert werkten niet alleen topambachtslui, maar ook ingenieurs die de samenstelling van het glas in het oog hielden. Dit kleinood vat de Belgische art nouveau samen: het versmelten van vakmanschap, nieuwe technologieën, materialen, en politieke en maatschappelijke visies. Art nouveau is in België niet zomaar een nieuwe fase in de (decoratieve) kunsten. De stijl vertolkt de drang naar een nieuwe, nijvere natie en wil het bestaansrecht van de burgerij promoten.

1895 is de officiële startdatum. Samuel Bing opende dat jaar in Parijs zijn winkel met "Objets d'Art Nouveau". Twee jaar voordien al ontwierp Victor Horta de huizen voor twee universiteitsprofessoren, Autrique en Tassel, in de 'stillekes aan'-stijl, zoals de nieuwlichterij in Brussel werd genoemd. Paul Hankar bouwde datzelfde jaar een eigen woning en twee jaar later bouwde ook Henry Van de Velde zijn Bloemenwerf in Ukkel. Het zijn doordachte optrekjes waarbij functionaliteit primeert boven opsmuk, en waarbij het hele pand van kelderkeuken tot bestek, en in het geval van Henry Van de Velde zelfs het kleed en de juwelen van de vrouw des huizes, werden ontworpen. "Kunst en toegepaste kunsten mag je evenwel niet met dezelfde maatstaven bekijken", zegt conservator Werner Adriaenssens, "siervoorwerpen hebben een meer leesbare symboliek. Het is verkeerd om ze als schone kunsten te interpreteren. 'La Caresse du Cygne' (de streling van de zwaan) is zo een titel die pas later aan dat werk van Philippe Wolfers werd toegekend omdat men hem als kunstenaar ging beschouwen, maar eigenlijk had hij simpelweg een decoratief werk gemaakt. Zoals ook vazen in de catalogi gewoon vazen werden genoemd en pas later een ronkende naam kregen." Op oude foto's is trouwens te zien dat er inderdaad ivoren slagtanden met bloemen werden gevuld. Die foto's dateren van de koloniale tentoonstelling van 1897 in Tervuren toen België met de vruchten van Kongo te koop liep. Kunstenaars kregen gratis ivoor, tropisch hout en andere koloniale waren, en zo ontstonden 'kunstwerken' als 'Civilisation et Barbarie', een olifantentand geprangd in zilverwerk die als documentenhouder diende, en het 'Kongolees (geschenk)album'. Beide siervoorwerpen werden verloren gewaand, maar doken opnieuw op en konden met sponsoring worden aangekocht. Nog een aanwinst, met de steun van de Koning Boudewijnstichting, is het bureau met kast dat Victor Horta voor de internationale ten toonstelling van Turijn in 1902 bedacht en waarvoor hij het ereteken van de Italiaanse kroonorde opgespeld kreeg.

Het mooiste achterwerk

Al dat precieus is tegenwoordig zelden te bewonderen, maar daar komt verandering in. Want zopas kregen de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis van het Fonds Inbev-Baillet Latour een genereuze schenking van anderhalf miljoen euro (omgerekend 60 miljoen oude Belgische franken). Dat bedrag wordt aangewend om de Belgische art nouveau en art deco tegen 2010 op een frisse manier te tonen. De vier zalen voor art nouveau en de twee ruimtes voor art deco krijgen bovendien een historische omkadering voor het brede publiek. En die historische achtergrond is voor conservator Werner Adriaenssens essentieel, zowel in de aankooppolitiek, de dossiers en het museaal beleid. Ook de logica van het verglijden van de zwierige lijnen van de art nouveau naar de veel sobere en strakkere lijnvoering van de art deco, die vooral tijdens het Interbellum floreerde, maar in praktijk al veel vroeger opdook. Want op de wereldtentoonstelling in Gent in 1913 toonde Albert Van Huffel (de latere architect van de Basiliek van Koekelberg), een indrukwekkende eetkamer. Nu pronkt het ensemble met een ronde maar uittrekbare eettafel voor 24 gasten in het Jubelpark. Tafel, stoelen en buffet zijn tegelijkertijd imposant en geraffineerd, met de kostbare palissander, macassar, ebbenhout en kleine parelmoerdropjes. Nog strakker geometrisch en nog verfijnder is het ensemble 'Gioconda', waarmee Philippe Wolfers in 1925 op de 'Exposition Internationale des Arts décoratifs et Industriels Modernes' in Parijs de allergrootste onderscheiding wegkaapte. 'Gioconda' was een unieke eetkamer met buffetkast, tafel, maar ook borden, glasservies en bestek. Verpersoonlijking van 'Gioconda' was een bronzen beeld van een naakte deerne die in Parijs de commentaar ontlokte: "La Belgique nous montre le plus beau derrière du monde."

Tot 22 februari toont de tentoonstelling Art Nouveau en Maatschappij de aanwinsten van de laatste tien jaar van het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis in het Brusselse Jubelpark. Daar wordt ook een film vertoond die de stroming in zijn context plaatst. Meer info op www.kmkg.be en www.artnouveau-net.eu

Art nouveau was een versmelting van vakmanschap, technologie en een maatschappelijke en politieke visie

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234