Donderdag 20/01/2022

Klopjacht op de man van 50.000 machetes

Verenigde Staten zetten vijf miljoen dollar op kop van Rwandese genocideverdachte Félicien Kabuga

De Verenigde Staten lanceren een wereldwijde drijfjacht op dertien hoofdverdachten van de Rwandese genocide. Tipgevers kunnen daarbij vijf miljoen dollar per kop verdienen. Washington heeft het vooral gemunt op Félicien Kabuga, de belangrijkste geldschieter van de genocide die tot voor enkele dagen een luxeleven leidde in Nairobi en zijn miljoenen via de Belgische Postbank beheert. Zijn de dagen van deze duivelse ontsnappingskunstenaar geteld? Door Koen Vidal

Het Internationaal Strafhof voor Rwanda bestaat sinds 1997 en is gevestigd in de Tanzaniaanse stad Arusha. Totnogtoe berechtte deze VN-rechtbank 28 genocideverdachten waaronder een voormalig eerste minister, vier ministers, een prefect en zes burgemeesters. Het gaat om de hoofdverantwoordelijken voor de volkenmoord van 1994 waarbij naar schatting een miljoen Tutsi's en gematigde Hutu's om het leven kwamen. Momenteel worden er nog 27 verdachten berecht. Het is de bedoeling dat al deze zaken tegen eind 2007 worden afgerond waarna het Arushatribunaal definitief zijn deuren kan sluiten.

Groot probleem is wel dat er nog 13 belangrijke genocideverdachten op vrije voeten zijn. Om te vermijden dat ze na de sluiting van het Arushatribunaal onbekommerd van het leven kunnen genieten, lanceren de Verenigde Staten een wereldwijde campagne om de voortvluchtigen in extremis bij de kraag te vatten. Wie daarbij een beslissende tip geeft, strijkt een premie van 5 miljoen dollar op. Eigenlijk bestaat dit Rewards for Justiceprogramma al enkele jaren, maar nu de deadline van het Arushatribunaal snel nadert, willen de VS het initiatief herlanceren. Bedoeling is dat er massaal affiches worden verspreid met de foto's van de verdachten. Vooral in Congo, waar de meeste genocideverdachten zich zouden ophouden, wordt een grootschalige opsporingscampagne gelanceerd. Er komt ook een hotline die 24 uur bereikbaar is en via dewelke tipgevers informatie kunnen doorspelen aan de Amerikaanse overheid. "We kijken uit naar de resultaten van deze campagne", zegt Clint Williamson, de Amerikaanse ambassadeur voor Oorlogsmisdaden. "Wij zijn ervan overtuigd dat het de vervolging zal versnellen van diegenen die de zwaarste verantwoordelijkheid dragen voor deze verschrikkelijke daden. De blijvende aanwezigheid van genocideverantwoordelijken in de Grote Meren betekent een gevaar voor de stabiliteit in deze regio."

Eén van dertien gezochte oorlogscriminelen behoort onmiskenbaar tot de top-drie van de Rwandese massamoordenaars: Félicien Kabuga, de man die instond voor de financiering van de volkenmoord. Sinds 1992 gebruikte de schatrijke zakenman zijn bedrijf ETS-Kabuga voor de massale import van machetes en bijlen. In maart 1994, amper een maand voor het uitbreken van de volkenmoord, voerde Kabuga vanuit Kenia maar liefst 50.000 machetes in. Een hoeveelheid waarvan iedereen wist dat ze totaal niet in verhouding stond met de behoefte van de Rwandese landbouwers.

Kabuga was tevens een soort Joseph Goebbelsfiguur die zeer goed wist hoe hij de Hutubevolking moest ophitsen tegen Tutsilandgenoten. Hij stond mee aan de wieg van extremistische media zoals het blad Kangura en de zender Radio Télévision Libre des Mille Collines. Het was in Kangura dat de tien geboden tegen de Tutsi's werden gelanceerd: een racistisch pamflet waarin Hutu's die Tutsivrienden of partners hadden als "verraders" werden omschreven. Radio RTLM had nog een veel destructievere rol dan Kangura. Via deze beruchte zender werd de Tutsihaat over heel Rwanda verspreid. Radio RTLM zorgde ook voor een hetze tegen de Belgische vredestroepen die uiteindelijk aanleiding gaf tot de dood van de tien blauwhelmen in de ochtend van 7 april 1994.

Op 25 april 1994, ruim twee weken na het begin van de genocide, richtte Kabuga een Fonds de Défense Nationale op dat instond voor de aankoop en levering van wapens, voertuigen en uniformen voor de Interahamwe, de extremistische Hutumilities. Kabuga gaf de toenmalige Rwandese interimregering advies over hoe de wapens en voertuigen 'het meest efficiënt' ingezet konden worden. Op dat moment kwam Kabuga aan het roer te staan van een moordmachine die honderdduizenden mensen het leven kostte. In juni 1994 sloeg Kabuga op de vlucht voor het door Tutsi's gedomineerde rebellenleger van het Front Patriotique Rwandais (FPR) dat geleid werd door Paul Kagame, de huidige Rwandese president. De zakenman slaagde erin om de noordelijke stad Gisenyi te bereiken, aan de grens met het toenmalige Zaïre. Net voor hij met de noorderzon verdween, stelde Kabuga nog een laatste daad, één die het leven kostte aan nog eens duizenden mensen: hij liet lijsten opstellen van alle Tutsi's en gematigde Hutu's die naar Gisenyi waren gevlucht en overhandigde die aan de Interahamwemilities.

Enkele maanden na de volkenmoord duikt Kabuga op in Zwitserland, maar dat land weigert hem politiek asiel te verlenen. De zakenman reist vervolgens naar Kinshasa en daarna naar de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Vreemd genoeg kan hij daar in alle vrijheid een nieuw zakenimperium uitbouwen. Hij koopt verschillende prestigieuze huizen en appartementsgebouwen waarvan hij er sommigen aan nietsvermoedende hulpverleners verhuurt. Verder begint hij een import-exportbedrijf en bezit hij verschillende vrachtwagens die goederen van de Keniaanse havenstad Mombassa naar de Rwandese hoofdstad Kigali vervoeren. In augustus 1995 huwt zijn dochter met een zoon van de voormalige Rwandese president Habyarimana. Op het huwelijksfeest worden 350 gasten uitgenodigd waaronder nogal wat Keniaanse hooggeplaatsten.

Er zijn zware vermoedens dat Kabuga tot op de dag van vandaag één van de belangrijkste geldschieters is van een extremistische Huturebellenbeweging in Oost-Congo. Het voormalige Leger voor de Bevrijding van Rwanda (ALiR) noemt zich tegenwoordig FDLR en is één van de belangrijkste struikelblokken voor het huidige vredesproces in Oost-Congo. Het FDLR is bovendien verantwoordelijk voor het merendeel van de gruwelijke verkrachtingen in die regio.

Onderzoekers van het Arushatribunaal zitten Kabuga al jaren op de hielen, maar slaagden er nooit in om hem te arresteren. "Door gebruik te maken van zijn netwerk en zijn aanzienlijk fortuin slaagde hij er telkens weer in om aan het gerecht te ontsnappen", stelt een woordvoerder van het Arushatribunaal. Het feit dat Kabuga minstens vijf paspoorten bezit (op naam van Faracean Kabuga, Idriss Sudi, Abachev Straton, Anathase Munyaruga en Oliver Rukundakuvuga) maakt het de speurders er niet gemakkelijker op.

In juli 1997 zag het er even naar uit dat Kabuga dan toch zou gearresteerd worden. Keniaanse politie-agenten bestormden toen een huis in een chique buitenwijk van Nairobi. Maar net voor de operatie werd Kabuga getipt door een agent waarna hij snel een vlucht nam naar de Seychellen. Hij dook een tijdje onder en reist daarna opnieuw terug naar Nairobi.

Hoewel de vernietigende krachten van Félicien Kabuga door weinigen betwist worden, worden er nu pas financiële maatregelen tegen hem genomen. Vorige week besliste de Keniaanse regering om zijn bezittingen te bevriezen. Onder andere de huurgelden van de Spanish Villa, een luxueus appartementencomplex in Nairobi, worden sinds vorige week in beslag genomen. Die gelden, die lange tijd naar de Belgische Postbankrekening van Kabuga's vrouw werden gesluisd, stelden de voortvluchtige genocideverdachte in staat om het gerecht op afstand te houden. Nu Kabuga niet meer over voldoende cash flow beschikt om Keniaanse agenten en politici om te kopen, wordt het spannend. Bepaalde bronnen zeggen dat zijn arrestatie een kwestie van weken is. Anderen zeggen dan weer dat deze man dermate spitsvondig en creatief is om tot op het einde van zijn dagen uit de handen van het internationale gerecht te blijven.

Félicien Kabuga was ook een soort Joseph Goebbelsfiguur die zeer goed wist hoe hij de Hutubevolking moest ophitsen tegen TutsilandgenotenKabuga, medestichter van Radio Mille Collines, stond aan het roer van een moordmachine die honderdduizenden mensen het leven kostte

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234