Donderdag 09/12/2021

Kleuren binnen steeds nauwere lijntjes

De nieuwe vormen van censuur

Robert Atkins & Svetlana Mintcheva (eds.)

Censoring Culture. Contemporary Threats to Free Expression

New York, The New Press, 353 p., 19,95 dollar.

Terwijl censuur iets was van staatsbelang wordt ze vandaag opgelegd door multinationals, drukkingsgroepen en moraalridders. Censoring Culture gaat op zoek naar de vele gedaantes van de nieuwe censor, die in plaats van openlijk te verbieden liever de duistere ondergrond induikt en kunstenaars zichzelf de mond laat snoeren.

Door Marnix Verplancke

3 februari 2000 zou een onvergetelijke dag worden voor Marian Rubin. Ze zou eindelijk de foto's van haar kleinkinderen ophalen die ze binnengebracht had bij MotoPhoto, in Upper Montclair, New Jersey. En dat werd het ook, maar wel om een heel andere reden dan gedacht. Toen ze de zaak binnenstapte werd ze immers opgewacht door een paar politieagenten. Of ze even uitleg kon verschaffen bij die foto's? Wie waren die twee kinderen die poedelnaakt suggestieve poses aannamen? Dat waren haar kleinkinderen van vijf en acht, legde Marian uit. Net voor ze in bad gingen hadden ze Britney Spears en Christina Aguilera geïmiteerd, en oma had dat zo leuk gevonden dat ze er een paar foto's van had genomen. Daarmee was de zaak afgehandeld, dacht ze, maar in realiteit was ze nog maar pas begonnen. Wat volgde was een arrestatie, een invrijheidstelling na het betalen van een borgsom van 50.000 dollar, een bedrag dat normaal alleen aan verdachten van moord wordt aangerekend, een onmiddellijke stopzetting van haar job als sociaal assistente en een uiteindelijke veroordeling tot een jaar voorwaardelijk.

In tegenstelling tot wat we vaak denken, is censuur bezig aan een flinke opmars. Kinderporno maken of verspreiden werd in de VS pas in 1982 een strafbare daad, terwijl vandaag het tonen van een foto van een gekleed kind dat eventueel aanleiding zou kunnen geven tot seksuele opwinding al niet meer mag. In 1970 pakte de Amerikaanse Kerk uit met de informatiecampagne 'About Your Sexuality', waarin aan de hand van tekeningen jongeren diets gemaakt werd dat die plasser ook nog voor iets anders kon dienen. In 1997 werd die campagne stopgezet nadat verontwaardigde ouders gereageerd hadden tegen deze pornografie.

We mogen dus steeds minder en worden verondersteld binnen steeds nauwere lijntjes te denken. Alleen valt het niet zo op als vroeger omdat de hedendaagse censuur 'ondergronds' is gegaan. Ze wordt niet meer opgelegd door de staat, maar regeert vanuit de economie en dringt samen met het economische denken onze geesten binnen. Wat Marian Rubin overkwam - en steeds meer hobbyfotografen overkomt - is in feite zeldzaam, net zo zeldzaam als het verbod dat de Amerikaanse media na de inval in Irak kregen om beelden van lijkkisten te tonen met daarin de stoffelijke resten van Amerikaanse militairen, of - een 'mooi' voorbeeld van misdadige censuur - het verbod dat Amerikaanse leerkrachten opgelegd krijgen om in de klas over voorbehoedmiddelen te praten, waardoor er bij Amerikaanse jongeren veel meer soa's voorkomen dan bij Europese, om nog maar te zwijgen van het ontstellende aantal tienerzwangerschappen waar conservatief Amerika geen blijf mee weet.

In het heerlijk dubbelzinnig getitelde boek Censoring Culture, samengesteld door Robert Atkins en Svetlana Mintcheva, staan meer dan veertig bijdragen, gaande van persoonlijke getuigenissen, over groepsgesprekken met jongeren tot wetenschappelijke artikels van universiteitsprofessoren over de gedaanten die de hedendaagse censuur aanneemt, en dat blijken er niet weinig te zijn. Neem nu, om heel nauw bij de titel te blijven, de culturele sector. De overheidssubsidiëring van de kunsten wordt, zeker in de VS, jaar na jaar minder en een steeds groter wordend percentage ervan gaat op aan overheadkosten, zoals het onderhoud van gebouwen en het betalen van directeurs, conservators en suppoosten. Slechts een paar procent gaat naar de kunstenaars zelf. Privésponsoring is dus de boodschap en in de VS staat die in voor 75 procent van het cultuurbudget. Maar sponsors zijn natuurlijk ook niet gek. Die willen iets terug voor hun geld, met als resultaat tentoonstellingen als die over Chanel in het New Yorkse MoMA in de zomer van 2005: in feite niet meer dan een showroom voor het modemerk. Maar het kan nog erger, zoals de druk die tabaksfirma's uitoefenen op tijdschriften waarin ze adverteren om geen advertenties van de antitabaksliga op te nemen. Cosmopolitan en Psychology Today geven bijvoorbeeld grif toe dat ze er niet aan denken om zulke advertenties te plaatsen. Ze willen immers het geld van Philip Morris niet mislopen. Een andere tactiek die deze firma's toepassen is het aanspannen van rechtszaken. Zo kreeg ABC een schadeclaim van maar eventjes 10 miljard dollar aan de broek als het een reportage zou uitzenden waarin een voormalig werknemer van Philip Morris getuigde over de manier waarop deze firma haar rookwaren verslavender maakte. ABC boog het hoofd en klasseerde de band, en Amerika kreeg de getuigenis dus nooit te zien.

Atkins en Mintcheva komen uit de artistieke sector, net zoals het grootste deel van de mensen die ze voor hun boek hebben gevraagd. Zij willen creatief omspringen met de wereld en de minste rem op hun creativiteit is er een te veel. Zij en het boek gaan uit van de absolute vrijheid van meningsuiting en willen slechts inperkingen aanvaarden als dit echt nodig is. Hacking vinden zij bijvoorbeeld best te verdedigen, niet het criminele vissen naar het paswoord van onschuldige internetshoppers natuurlijk, maar wel het doorbreken van onnodige veiligheidsbarrières of het subversief omspringen met door copyright beschermde cultuuriconen als Barbie en Mickey Mouse. De auteurs zijn bijvoorbeeld lovend over Adbusters, een organisatie die zich toelegt op virtuele burgerlijke ongehoorzaamheid en servers van gewetenloze firma's platlegt door en masse steeds weer dezelfde webpagina op te vragen waardoor de boel overbelast raakt. Het ooit zo anarchistische internet gaat trouwens helemaal de verkeerde kant op, lezen we, zoekmachines zijn tegenwoordig oppermachtig en wat zij bovenaan plaatsen is volledig manipuleerbaar. Internetcensuur werkt dus niet door iets te verbieden en het daardoor juist nog meer te laten opvallen, maar wel door het te laten verdrinken in de informatiezee.

Als er al één lichtpuntje te noteren valt, moeten we het volgens Atkins en Mintcheva zoeken in de achteruitgang van de Political Correctness Police. In wat ongetwijfeld het knapste essay is uit de bundel schetst Harvardjurist Randall Kennedy de geschiedenis van het gebruik van het uiterst gevoelig liggende woordje 'nigger'. Hoe gevoelig, mag trouwens blijken op een andere plaats in het boek, waar academiestudenten op alle vlak tegen censuur zijn maar - en dit zonder te merken dat ze contradictorisch bezig zijn - beweren dat 'nigger' uit de Amerikaanse woordenboeken geschrapt zou moeten worden. Kennedy komt echter tot een heel andere conclusie. We kunnen geen woorden verbieden omdat ze een zwarte geschiedenis meedragen - denk maar aan Agatha Christies Ten Little Niggers, dat tijdens de jaren zeventig opeens Ten Little Indians bleek te heten en niet veel later And Then There Were None - waarna de auteur een pleidooi houdt voor een verdraagzaam en onafhankelijk taalgebruik, tegen alle ideologische drukkingsgroepen in.

Een censor heeft pas echt zijn doel bereikt wanneer de kunstenaar zichzelf censureert, en dat gebeurt steeds vaker. Aan het woord komen een danslerares die na 9/11 adverteerde met haar Perzische danslessen en niet meer met haar Afghaanse, en een schrijfster van jeugdboeken die schoorvoetend haar redacteur zijn zin geeft en een suggestieve scène uit haar manuscript schrapt. Zelfcensuur is van alle tijden, zo lezen we, het is alleen de reden waarom die gebruikt wordt die verschilt, en wanneer het gebeurt omdat een hogere instantie dat wil, zijn we verkeerd bezig. Soms pas je je woorden aan om aanvaard te worden door je omgeving, soms om je medemens niet op de tenen te trappen. Daar is niets mis mee, meer zelfs, dat is levensnoodzakelijk, of zoals een psychoanalytica het zegt: "Stel je voor dat ik altijd de waarheid zei en niets dan de waarheid, ik hield geen patiënten over."

Kinderporno maken of verspreiden werd in de VS pas in 1982 een strafbare daad, terwijl vandaag het tonen van een foto van een gekleed kind dat eventueel aanleiding zou kunnen geven tot seksuele opwinding al niet meer mag

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234