Dinsdag 19/01/2021

Kleur Bekennen Pat Donnez

Van alle Belgen zijn wij, de maneblussers, de grootste malcontenten. Je moet goed zot zijn om deze stad te willen besturen

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen vraagt 'De Gedachte' dagelijks stemadvies aan een markante stadsbewoner.

Het immer kakelende kippenhok van Mechelen

Als er provinciale kampioenschappen 'om het hardst klagen' zouden worden georganiseerd, wint de Mechelaar met zijn vinger in de neus. Vooruit, laten we niet bescheiden zijn. Van alle Belgen zijn wij, de maneblussers, de grootste malcontenten. Zes jaar geleden, de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen is in volle gang, loop ik op de wekelijkse zaterdagmarkt. Heerlijke zon, opwaaiende nazomerjurkjes. Ik kijk naar boven en zie dat de eerste etage van een bekend etablissement in dichte rook is gehuld. Oppositieleider Bart Somers, die folders staat uit te delen, laat alles vallen en rent naar het café om te zeggen dat "het kot in brand staat". Hij waarschuwt de brandweer. Het voetvolk wacht. De commentaren volgen snel. "Allez, waar blijven die gasten? Straks is alles afgebrand en kunnen ze de as naar de strooiweide dragen." Nauwelijks vijf minuten later wringt een brandweerwagen zich tussen het dicht op elkaar gepakte publiek. "Ja jongens", roept er een. "Doe maar op uw gemakske, hé." Enkele tellen later volgt een tweede wagen. "Het kan niet op", hoor ik naast mij. "De stad heeft geld genoeg precies." Enfin, binnen het kwartier is de brand geblust. Een beetje onafhankelijke waarnemer moet toegeven: dankzij het snelle en efficiënte werk van een bijzonder goed op elkaar afgestemd korps. Dat vindt mijn bakker even later alvast van niet. Hij roept voor de hele winkel dat het een schande is wat ze daar hebben gedaan. "Alles, maar dan ook alles, natgespoten. Voor een brandje van twee keer niks. En wie gaat die schade betalen?" De klanten zijn het roerend met hem eens.

We zijn zes jaar later. De stad is inmiddels gemetamorfoseerd. Onder de Grote Markt kwam een parkeergarage, en de Veemarkt en de Vismarkt lijken zo weggelopen uit een dure glossy. Elke ochtend wordt de hele binnenstad gestofzuigd. Het lelijke asfalt is vervangen door aardige kasseitjes. En je mag je rug niet keren of je ziet wel een agent te fiets, te paard, in een auto, op een moto of als het moet, al joggend op straat. Maar het klagen, je bent een Mechelaar of je bent het niet, is alleen maar toegenomen. Want vroeger, toen er nog auto's op de Markt mochten staan, was er tenminste nog iets te zien. Nu is de Markt leeg. Daar krijg je pleinvrees van. De Lamotsite aan de Vismarkt hoort in Manhattan thuis, maar niet in Mechelen. Die kasseitjes, daar loop je je naaldhakken op stuk. En agenten zijn er om ons te koeioneren meneer, door parkeerbonnen uit te schrijven, maar die bruin mannen laten ze gerust. Eerlijk is eerlijk: je moet goed zot zijn om deze stad te willen besturen.

Is onze burgemeester zot? Ja en neen. Ja, omdat er in de hele naoorlogse periode geen burgervader meer is geweest die zijn stad met zoveel branie en daadkracht heeft verkocht. Somers is een meester in citymarketing. 'Stad in volle vaart' werd in de Dijlestad als het ware even populair als 'zeg niet zomaar banaan tegen een Chiquita'. Bovendien, vrees ik, meent hij het ook. Dat is nogal zeldzaam in de politiek. Maar hij is niet zo zot dat je hem een idealist zou gaan noemen. Daarvoor speelt hij het te goed. Het college van burgemeester en schepenen is in de eerste en in de laatste plaats het college van de burgemeester. Mechelen is Somers, zo heeft hij het zelf iets te veel gesuggereerd. En hij vergat iets te vaak erbij te zeggen dat Mechelen ook, nee vooral, die vele andere zotten zijn die voor hun stad vechten. Dijlefeestvierders, buurtschapvaders, Maanrockers, wijkmanagers, en welja, de helft van zijn college dat ook kan lezen en schrijven, met een verdienstelijke schepen van Cultuur en zijn collega van Ruimtelijke Ordening en Stadsvernieuwing voorop. (Van de schepen van Markten en Foren, Ludwig Neefs, weten we alleen dat hij de broer is van een beroemde charmezanger.)

Valt er dan echt niet te klagen? Natuurlijk wel. Als rasechte Mechelaar ben ik het aan mijn stedelijke genen schatplichtig om te zeuren. De socialisten van Caroline Gennez en Anissa Temsamani hebben gelijk als ze moord en brand roepen dat de werkloosheid met meer dan 50 procent is gestegen en dat de wijken en dorpen buiten het centrum aan hun lot werden overgelaten. En als Inge Vervotte van de CD&V niet al te diep in mijn ogen kijkt, durf ik nog wel eens te letten op wat ze zegt. Dat de stadsdiensten maar eens dringend met elkaar moeten gaan samenwerken, bijvoorbeeld.

Wie mijn stem krijgt op 8 oktober? Vorig jaar vierde Mechelen zijn beide Margaretha's. De stad was vier maanden 'in vrouwenhanden'. Dat kwartaal mag voor mij gerust een bestuursperiode lang duren. Als het kon, liet ik van de verschillende lijsten enkele vrouwen samen vreemd gaan. En dan gaf ik mijn stem aan Caroline, Inge & Anissa. Laat Bart dan maar de haan in het kippenhok zijn. Hij is daar, naar verluidt, bedreven in.

Pat Donnez presenteert op zondagochtend het Radio 1-programma Titaantjes.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234