Donderdag 17/06/2021

Kleren voor grote en kleine kinderen

'La mode et l'enfant', Parijs

Jean-Paul Sartre kon een rilling van afgrijzen niet onderdrukken toen hij het opschreef in 'Les Mots': als jongetje van drie droeg hij meisjesjurken - en samen met hem

ongeveer al zijn tijdgenoten. Onze familiealbums bulken van de pofbroekjes, de lakschoenen en de krullen die kunstig op het voorhoofd van onwillige wezens (m/v) werden geschikt. We kunnen het nakijken in 'La mode et l'enfant', de tentoonstelling die vanaf vandaag in Parijs te zien is.

Achthonderd kledingstukken vanaf het einde van de 18de eeuw hangen in 'La mode et l'enfant' een leerrijk beeld op van de kindermode en grote omgeving: invloeden, kruisverbanden tussen kleren voor grote en kleine mensen, de verhouding tussen familie en individu, de macht van de gewoonte en het geld.

In een vitrine bij de ingang krijgen we de thema's te zien die als rode draden door de expositie lopen. Een ingebusselde, haast gespalkte baby ligt naar zijn vrolijk in kruippakje rond dabbende nakomeling te turen. De feestjurk van een twaalfjarige jongedame uit de late 19de eeuw steekt schril af bij de blote buik van haar nichtje anno vandaag.

In de hoge, voorname zalen van hertogin Galliera's stadspaleis, waar het Parijse Modemuseum sinds 1977 tentoonstellingen organiseert, verdrinken we haast tussen de kleren waarin generaties Europese burgerkinderen hebben rondgelopen. Aan het einde van het parcours wandelen we niet echt naar buiten met een mand vol antwoorden, maar dat hoeft niet. Dit is een typisch Franse tentoonstelling, en laat dit voor een keer een compliment zijn. Complexe ideeën worden aangereikt en weer verlaten, grote namen (Françoise Dolto, Bruno Bettelheim) komen iets essentieels zeggen waarna wij weer het tegendeel mogen denken. Zeker is alvast dat er niet één verhaal na te vertellen valt, maar verschillende aanzetten en situaties die elkaar als in een spiegelpaleis reflecteren. Deze tentoonstelling gaat ook over mentaliteitsgeschiedenis, ideologie en economie.

Neem de begrippen 'kind' of 'jeugd'. Ze dekten niet altijd dezelfde lading, hebben zelfs niet altijd bestaan. Sinds de renaissance werden kinderen als wezens van een aparte categorie beschouwd. Ze gingen 'eigen' kleren dragen, vaak maar niet altijd kopieën van wat hun ouders aantrokken. Kinderen werden uitgedost als miniatuurvolwassenen, fungeerden als uithangbord voor de status van de familie of mochten zichzelf zijn. De jeugd werd af en toe zelfs ervaren als een inspiratiebron of rolmodel voor hun ouders. Jean-Jacques Rousseau, wiens boek 'Emile ou de l'Education' uit 1770 trouwens in een vitrine tussen de mutsen en de schortjes troont, wist het allemaal beter en ging tekeer tegen de loopmanden en de tuigjes die peuters letterlijk aan de leiband hielden. In plaats van hen te laten verkommeren in de bedompte lucht van een kamer, moesten ze elke dag de natuur opzoeken om er te rennen en te ravotten, tegen de vlakte te gaan en weer recht te krabbelen. Wanneer jongelui tot de jaren van verstand gekomen waren, kon de 'openbare slavernij van de burger' beginnen; waarom zouden we die laten voorafgaan door een equivalent voor huiselijk gebruik?

Rousseau heeft het hier vooral over jongetjes, en hij is geen uitzondering. Als toekomstige erfgenamen kregen zij het eerst een eigen kleerkast. Honderd jaar later halen de meisjes hen in, met Amerikaanse jurken en de 'smock' van over het Kanaal. Een eindeloze parade van paspoppen over de hele lengte van de balzaal schetst de evolutie van het silhouet vanaf 1785. Kinderen uit de bourgeoisie werden minstens twee eeuwen lang gepresenteerd als waardige vertegenwoordigers van de familie, als mannequins die 's zondags in het Luxembourg mochten gezien worden. Hun individualiteit was bijzaak. Tweelingen werden identiek aangekleed, broer en zus droegen nauwelijks verschillende varianten van hetzelfde tenue en later zouden moeder en dochter, vader en zoon hun verbondenheid showen met de kleren die ze droegen.

De mode - als oppervlakkig fenomeen dat alleen met de vorm te maken heeft, niet met de (ideologische) inhoud - komt en gaat. We dwalen door een woud van rijgkorsetten, mutsjes (die vanaf 1650 tot in de jaren dertig van vorige eeuw ook binnenshuis standhielden), matrozenpakjes, Schotse of Poolse motieven (al naargelang vorstenhuizen verbroederden of grote groepen rijke inwijkelingen toestroomden). Kleren werden gemodelleerd naar 'grote' voorbeelden of met veel zorg voor het jonge lichaam ontworpen. In de vitrines treffen we zowel rijglaarsjes (met hakjes !) voor peuters aan, als luiers of schooluniformen. Een pet uit 1881 met het insigne 'Enseignement primaire obligatoire' houdt het midden tussen het hoofddeksel van de postbode uit Tati's 'Jour de Fête' en een soldatenmuts. Naast talloze anonieme ontwerpen zijn er reformjurken van Liberty, creaties van Jeanne Lanvin en brave motieven voor stoffen, van de klassieke poesjes van Disney tot Pokémon.

Sociale codes waaien af en aan. Het 'blauw is voor jongetjes, roze voor meisjes' zou uit de jaren twintig dateren, maar blijkbaar volgde men al in 1780 dezelfde regel. Ook over trends en rolmodellen mogen we rustig nadenken. Zo is er het ritueel van het gemaskerd bal waar herderinnetjes en markiezen de dienst uitmaken. Een uniek fotoalbum van het feest bij gravin Fleury in 1867 moet het bewijzen. Ook de zwangerschap wordt niet vergeten. Een baljurk uit het Second Empire is een zeldzaamheid in een tijd dat zwangere vrouwen geacht werden binnen te blijven. Voor kleren die triomfantelijke bolle buiken laten zien, moeten we wachten tot pakweg dertig jaar geleden - we krijgen voorbeelden van Marithé en François Girbaud of de Castelbajac, naast de sensuele 'Balloon' uit 2000 in goudkleurig geribd polyester.

Aardig is ook dat de slinger van de invloed af en toe de andere kant opgaat: volwassenen kopiëren lustig hun nageslacht. Omstreeks 1780 namen dames gretig de blanke tuniek van hun dochters over, in een opstoot van neoclassicistisch verlangen naar een onbereikbaar Arcadië. In de sixties zijn de futuristische creaties van Courrèges of Ungaro een echo van de kruippakjes en broekjes met bretellen in felle kleuren. Brigitte Bardot, 'Lolita', vichyruitjes en de college-look doen de rest.

In de laatste zaal blijkt dat vandaag alles kan: uniseks, discotrends die van de straat worden opgeraapt, retrograde bloemetjesjurken... Er zijn geen volwassenen meer, de jeugd is niet langer een afzonderlijke categorie of een stadium in onze ontwikkeling maar een waarde op zich. Het 'jeunisme' is de norm geworden. Kleren zijn nog nauwelijks sociale merktekens. Inspecteur Maigret kon aan de jas van het slachtoffer nog aflezen of het een schooldirectrice, een rentenierster of een naaistertje uit de provincie was, maar vandaag zijn we haast allemaal individuen die de codes volgen van die ene groep die door de reclamejongens als een dringend in te lijven volksstam wordt beschouwd: de twaalfjarigen. Ze hebben geld, en daar gaat het toch om?

Eric Min

Tot 18 november in het Musée Galliera, Musée de la mode de la Ville de Paris, 10 avenue Pierre 1er de Serbie, 75116 Parijs (16e arr. - metro Iéna of Alma Marceau), tel. 0033/1/56.52.86.20 (elke weekdag van 10 tot 12 en van 14 tot 17 uur). Open elke dag van 10 tot 18 uur, gesloten op maandag en feestdagen. De toegangsprijs bedraagt 45 Franse frank (277 Belgische frank)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234