Donderdag 27/02/2020

Kleren maken de vrouw

'De geknipte stof' bundelt de voornaamste teksten van cultuurminnaar Dirk Lauwaert over mode. Hij schreef even briljant over het patroon als over de brutaliteit van Helmut Newton of de onaardse Audrey Hepburn in een pakje van Givenchy.

Enkele jaren geleden raakte ik aan de praat met een kersverse doctoraatsstudente in de filosofie. Ik vroeg haar naar het onderwerp van haar onderzoek. "Mode", zei ze. "Het moet vast een of andere obscure Franse filosoof zijn die ik niet ken", was eerlijk gezegd het eerste dat in me omging. Maude, of iets dergelijks. "Wie?" vroeg ik dus. "Hoe bedoel je, wie? Mode, kleding, weet je wel."

Deze anekdote zegt iets over hoe er binnen de filosofie naar filosofie gekeken wordt. In hun streven om de complexiteit van het menselijke leven te verhelderen, verliezen filosofen zich weleens in abstracties en drijven ze weg van het object van hun onderzoek: het leven zelf. Husserls eidetische reductie, of Kants transcendentale deductie, dat zijn nog eens behoorlijke onderwerpen voor een proefschrift. Daar zou niemand in een vakgroep wijsbegeerte vreemd van opkijken. Maar iets banaals als mode? Wat heeft dat met filosofie te maken? Of om het met de woorden van de betreurde Dirk Lauwaert te zeggen: "Wat is de verhouding tussen taal en kledij, tussen denken en mode? Wat valt er te denken?"

Dicht bij het leven

Nochtans: als filosofie een beetje verheldering wil brengen in de chaos van het leven, lijkt het vanzelfsprekend dat ze dicht bij dat leven blijft. De duiding van het alledaagse, de analyse van het dagelijkse. En is er iets alledaagser dan het feit dat we ons kleden? Het alledaagse ontsnapt echter geregeld aan de filosofische interessesfeer. En in het geval van mode en kleding is dat meer dan onterecht. Het feit dat we ons kleden, hoe we ons kleden, waarom we ons kleden, de economische exploitatie van dat kleden; dat roept allemaal filosofische en ethische vragen op.

Jammer genoeg moet er een fabriek in Banglasdesh instorten voor we bepaalde vragen durven te stellen over de kledingseconomie. Moet er al eens een angorakonijntje fotogenieke folteringen doorstaan voor we stilstaan bij de herkomst van wat we dragen. En ook de ecologische kost van de overconsumptie en de persoonlijke prijs die een shopaholic moet betalen voor zijn of haar koopverslaving doen je nadenken over de wenselijkheid van de sociale en economische druk om 'mee te zijn' met de alsmaar voorthollende mode en trends.

Toch worden niet zozeer dat soort ethische vragen gesteld in De geknipte stof. Schrijven over mode. Deze postume uitgave bundelt een twintigtal essays en artikels die Dirk Lauwaert de afgelopen tien jaar over de maatschappelijke en persoonlijke betekenis van mode schreef.

Veruitwendigd innerlijk

Lauwaert overleed afgelopen zomer aan de gevolgen van een hersentumor. Hij was een cultuurminnaar in de meest ruime zin van het woord. Dat blijkt ook sterk in De geknipte stof, waarin misschien niet zozeer Lauwaerts liefde voor mode, als wel zijn liefde voor cultuur en het geschreven woord centraal staat. In de bundel ontbreekt het dan ook niet aan uitweidingen over film of verwijzingen naar de wereldliteratuur.

Het spreekt voor zich dat zo'n uitgebreide bundeling essays en artikels een erg verscheiden geheel oplevert. Een weerkerend thema betreft de relatie tussen mode en identiteit. De relatie tussen wat we dragen en het innerlijke dat daarmee gedrapeerd wordt. Ook op de paradoxale sociale betekenis van kledij komt Lauwaert geregeld terug. Hij neemt scherp de tweeslachtigheid van onze kledij waar. Kledij is enerzijds een middel tot sociale inclusie. Anderzijds gebruiken we kledij als affirmatie van onze hoogste individualiteit. Kledij als expressie van ons verlangen om tegelijk een grijze muis en een origineel individu te zijn. Steeds veruitwendigd innerlijk.

Monopolie in winkelstraat

Een van de beste stukjes in de bundel is 'Window dressing'. Daarin stelt Lauwaert zich kritische vragen over de homogenisering van het winkelstraatbeeld en de hegemonie van kledingketens. Terwijl Lauwaert zich de winkelstraten uit zijn jonge jaren herinnert als een feest van diverse zinnelijke prikkelingen, stelt hij vast dat in de winkelstraten van vandaag de grote kledingconcerns de "baken van stadsdynamiek en culturele identificatie" vormen. Lauwaert juicht die alomtegenwoordigheid van de kledingseconomie niet toe. De zogenaamde esthetisering werkt volgens hem niet bevrijdend; de kledingsmachinerie lenigt een nood die ze zelf gecreëerd heeft. Wilde consumptiedrift noemt hij het.

Zowel thematisch als vormelijk bestaan er grote verschillen tussen de essays en artikels, en ze zijn niet allemaal even geslaagd. Soms komt de theorie niet tot leven, bijvoorbeeld in het essay waarin Lauwaert poogt te beargumenteren dat mode en karikatuur twee nauw verwante expressievormen zijn. Wat ook ontbreekt is een ruimer historisch perspectief. De kracht van Lauwaerts stukken is de persoonlijke reflectie; de eigen ervaring als vertrekpunt.

Maar dat is soms ook het gebrek ervan. Over de betekenis van kledij in niet-westerse culturen komen we weinig tot niets te weten. En ook de wijze waarop kledij zo'n belangrijk deel van onze beschaving is geworden, wordt niet echt geduid. De rol van kledij - in het bijzonder slaapkledij en de veranderende houding tegenover het menselijke naakt - in het civilisatieproces, zoals door Norbert Elias opgetekend bijvoorbeeld.

Ritselende taal

Bijzondere vermelding verdient zeker het stukje 'Een kast vol winterkleren'. Daarin buigt Lauwaert zich over de relatie tussen taal en mode. De limieten van de taal. De taal die steeds op haar eigen grenzen botst wanneer ze uitdrukking wil geven aan de esthetische ervaring. Taal als gebrekkig vehikel van ons gebrekkig denken. "Is het mogelijk sprookjesachtig te denken? Is het mogelijk taal te laten ritselen als een vogel die scharrelt in het kreupelhout?" Door heel de bundel heen etaleert Lauwaert met dergelijke zinnen zijn literaire bekwaamheid.

Het schrijven van Lauwaert balanceert tussen het complexe en het begrijpelijke, het abstracte en het concrete, het is het verfijnde zonder franje, weloverwogen zonder vergezocht te zijn. Dat maakt de bundel een bijzonder aangename leeservaring, ook voor wie niet echt in mode geïnteresseerd is.

Daarnaast wordt het na lezing van Lauwaerts bundel ook bijzonder moeilijk om te ontkennen dat kledij een essentieel deel van onze menselijke conditie vormt. En dat het als dusdanig ook een essentieel filosofisch thema is. Ook al ritselt het al te vaak onhoorbaar en onopgemerkt in het kreupelhout van de wijsbegeerte.

Dirk Lauwaert, De geknipte stof, Lannoo, 264 p., 24,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234