Zaterdag 05/12/2020

KLEINTJE WILFLINK GROEIEN

De sp.a leeft in een tijd van volhouden en doorzetten. Een tijd waarin het land gefixeerd is op een regeringsformatie en Bart De Wever, die zegt dat hij spreekt voor ‘80 procent van Vlaanderen’, de ‘niet-progressieven’ zeg maar. In die visie is de resterende groep - met daarin sp.a - een minderheid, en haast veroordeeld tot een bijrol. Om die doem te vermijden is er vandaag ‘Visie 2010’. Een congres. Een zwemcursus in vijf bedrijven: hoe kopje-boven blijven? Hoe terug naar de 20 procent of daaromtrent van Louis Tobback in 1995? Antwoord: door weer flink links te zijn.

ICrisis

Slechte boodschappen breng je best meteen. De allereerste zin van de allereerste pagina van De onvoltooide vernieuwing, de discussienota van voorzitter Caroline Gennez, luidt dan ook: “Sp.a beleefde op 13 juni een dieptepunt.” Het moet een belletje doen rinkelen bij de partijgenoten die nog in de valse vooronderstelling zouden leven dat de Vlaamse socialisten er al bij al niet zo slecht voorstaan, nu ze straks zowel federaal als Vlaams mogelijk weer ‘erbij’ zijn. Nogmaals Gennez: “De cijfers zijn wat ze zijn. De harde conclusie is inderdaad dat we sinds 2007 niet wegraken van de 15 procent. Als je het kartel (met Spirit, WP) niet meerekent, was dat in 2007 hoogstwaarschijnlijk ook onze score. We staan zelfs opnieuw op het niveau van 1999.” Elf jaar zwemmen, van bodemkoers tot bodemkoers. Wie niet wat vaker boven water komt, zal ooit hopeloos verzuipen. Daarover gaat het.

Het is trouwens een halve verrassing dat het Visiecongres er hoe dan ook komt. De twee andere klassieke beleidspartijen, Open Vld en CD&V, hebben hun congressen voor onbepaalde tijd uitgesteld. Dan hoeven ze namelijk niet openlijk toe te geven: we zijn onze wonden nog aan het likken, en we hebben eigenlijk nog niets nieuws te vertellen. Het concept ‘beleidspartij’ zit dus in crisis. Fractieleider Bruno Tobback: “Ook in het verleden werd je nochtans niet mateloos populair door bezig te zijn met serieuze zaken en goed beleid te voeren. Je kreeg er wel appreciatie voor, maat daarom nog niet veel extra stemmen. Maar toen ‘bedienden’ we nog een eigen achterban, verdedigden we hun belangen, en werden we daarvoor beloond. Intussen zijn we met zijn allen opgeschoven zijn naar het zogezegd veilige centrum. Daar is het zodanig drummen dat we er elkaar stilaan verstikken.”

Zowel CD&V, sp.a en ook Open Vld keken op 13 juni ongeveer tegen hun slechtste electorale situatie ooit aan. Caroline Gennez: “Vroeger waren er vier of vijf partijen: dat is gemiddeld 25 tot 20 procent voor ieder. Nu zijn er zeven of acht, dat is gemiddeld 15 tot 12 procent voor elk. Dat maakt een structureel verschil met ‘vroeger’.”

Socioloog Mark Elchardus is niet verwonderd: “De drie partijen zijn geënt op een bepaald soort maatschappij. En die maatschappij is stilaan voorbij. Zij waren opgebouwd rond grote maatschappelijke conflicten die vandaag een deel van hun relevantie verloren hebben, zoals de oorlog tussen de katholieken en de vrijzinnigen. Dat maakt - overigens overal in Europa - de weg vrij voor politieke avonturiers, in het beste geval politieke vernieuwers, die zonder echte concurrentie kunnen polariseren rond nieuwe thema’s die de mensen van vandaag beroeren, vanuit een positie waar ze weinig tot geen concurrentie hebben.”

En dus galmt de retorische vraag nog na die Louis Tobback een paar maanden terug al in De Morgen stelde: “Als er iets is wat de sp.a weer moet opbouwen, is het kennis van zaken. De vraag is: weet de sp.a waar ze naartoe wil met deze samenleving? En op dit ogenblik is het antwoord: neen.” Dat was einde juni. Vier maanden later wordt nu een poging gedaan een antwoord te vinden op deze uitspraak van het oude maar alom aanhoorde Orakel van Leuven.

II De bocht

Het werd nochtans tijd dat de Vlaamse socialisten weer aan politiek deden, in plaats van elkaar af te bekken. Ooit stond de SP/sp.a bekend om de partijdiscipline. Maar sinds een paar jaar liet de sp.a zich ineens kennen als een partij in vrijwel permanente clan-oorlog, waar persoonlijke ambities en uiteenlopende politieke analyses voortdurend botsten. De slagkracht verlamde, de militanten raakten ontmoedigd, de kiezers werden weggejaagd. Die fase werd tussen de verkiezingen van 2009 (Vlaamse) en 2010 (vervroegde federale) afgesloten: geen oorlog met de vakbond meer, Frank Vandenbroucke opnieuw zichtbaar op de lijst, geen minister van staat meer die de kijkcijfers van Phara of Terzake de hoogte en Caroline Gennez de gordijnen in joeg. Het grote voordeel van die pax socialista was dat waar in 2009 de ene socialist nog de andere de schuld kon geven voor de verkiezingsnederlaag, in 2010 zich allen solidair bewust waren van samen verliezers te zijn.

Gennez: “Toen ik voorzitter werd in 2007, wisten we dat het geen gezondheidswandeling werd. We moesten het progressieve gedachtegoed versterken in Vlaanderen. We moesten aansluiting vinden bij grote groepen mensen in de samenleving, bij al die stille helden in Vlaanderen: verpleegkundigen, onderwijzers, jonge ondernemers die met hun spaarcentjes een eigen onderneming beginnen, begeleiders in de bijzondere jeugdzorg... Hoe ga je al die mensen duidelijk maken dat ze het best af zijn met en belang hebben bij een sterke, noem het linkse of sociaaldemocratische of socialistische of progressieve partij? Bij het vorige Visiecongres, in oktober 2009, werd een boekje geschreven, De plicht van een overtuiging, en daarin stond dat ‘wij de plicht hebben om het politieke centrum in Vlaanderen meer naar links op te schuiven.’”

Maar dat is bepaald niet gelukt. Vlaanderen was nooit echt ‘links’ en is het nu minder dan ooit. Het enige nuttige is dat links stilaan minder ruzie maakt. In de kamer dienen Maya Detiège (sp.a) en Wouter Devriendt (Groen!) sámen een resolutie in rond armoedebestrijding: het moet geleden zijn van de tijd dat de dieren nog spraken dat SP/sp.a en Agalev/Groen! elkaar nog eens openlijk als bondgenoten en vrienden zagen, niet als tegenstanders of vijanden. Even betekenisvol: op het slotdebat van het Visie-congres is Groen!-kopstuk Jos Geysels erbij, net als de ACW-top. Het besef kwam laat, maar het is er intussen: Vlaanderen gaat niet progressiever worden als de ene progressief met veel ijver en argumenten uitlegt hoe dwaas en fout het verhaal van de andere progressief wel is.

III Het verhaal

Maar zo’n politiek verhaal moet dan nog altijd verteld worden, een verhaal dat bij de kiezers niet overkomt als een sprookje. En dat gebeurt wel eens. Uit interne analyses van het kiesgedrag, die een paar weken terug werden voorgesteld op de sp.a-fractiedagen, bleek bijvoorbeeld dat het grote campagne-lokmiddel bij de verkiezingen - 200 euro extra pensioen per maand voor wie voldoende lang gewerkt had - contraproductief is overgekomen bij de socialistische kiezers. De sp.a verloor er haar sérieux mee, door tegelijk te hameren op ernstig beleid wegens de precaire budgettaire toestand, en blijkbaar ‘met geld te smijten’. De les die eruit getrokken wordt, hoort eigenlijk tot het abc van de politiek: je verhaal moet consistent zijn wil het aanslaan.

Vandaag komen de analyses die de socialistische kopstukken maken merkwaardig overeen. Caroline Gennez: “We zijn altijd een partij geweest van probleemoplossers. Daar zijn we geweldig goed in: geef ons een concreet dossier en we komen eruit. Maar we hadden geen kader.” In de woorden van fractieleider Bruno Tobback: “Wij, sociaaldemocraten, waren verworden tot sociaaltechnocraten.” Gennez: “We moeten de mensen dringend vertellen waarom we iets doen. Wij zijn een partij van waarden, en we zijn vergeten dat te vertellen. Onze waarde is: wederkerigheid. Solidariteit is niet: ‘Ik geef, jij krijgt.’ Solidariteit is: ‘Ik geef opdat jij geeft. En dan zal ieder wel krijgen als hij het nodig heeft.’

Frank Vandenbroucke: “Wederkerigheid is inderdaad essentieel. Boven de homo economicus verkiezen we de ‘homo reciprocans’. Ik ben lange tijd een voorstander geweest van de sp.a als een waardenpartij. Ik ben dat nog altijd, maar ik zie nu in dat dit onvoldoende is. We moeten ook voldoen in de behoeften van de mensen. En die zijn niet altijd materieel: het gevaar van een nieuw ‘biefstukkensocialisme’ loert nog altijd om de hoek, als we weer de pensioenen willen verhogen of andere welvaartsondersteunende maatregelen nemen. Maar het gaat niet alleen om geld. Het gaat minstens even zeer om immateriële zaken. Je kunt de mensen niet vragen om te investeren in sociale programma’s als blijkt dat die investeringen een bodemloze put zijn, Je kunt niet vragen te investeren in de multiculturele maatschappij, als daar geen toenadering tegenover staat. Dus moet je álle partijen aanspreken. Mijn sleutelwoord is fairness. De mensen willen een inspanning leveren zo lang ze inzien dat die eerlijk is. Dat is op kleine schaal zo, maar ook op grote schaal. Waarom heeft de solidariteit met Wallonië bij zo veel

Vlamingen haar legitimiteit verloren? Omdat veel Vlamingen de indruk hadden dat het toch niets hielp. Dat het weggegooid geld was. En dan haakt de Vlaming af.”

Gennez: “De basis voor solidariteit wordt ondermijnd als werkende mensen vinden dat ze te zwaar belast zijn. De man in de straat zegt: ‘Als je mij doet belasting betalen, ik die elke dag vroeg opsta om te gaan werken, dan wil ik ook dat bedrijven hun deel betalen. Dan stel ik mij vragen over vluchtelingen die hier aankomen en meteen sociale steun krijgen.’ Want dat we het maar toegeven: elk jaar komt er hier een middelgrote Vlaamse stad bij met vluchtelingen en migranten. Dat brengt problemen met zich mee, en die moeten we aanpakken.”

Mark Elchardus: “De grote fout van de sp.a en bij uitbreiding van links is dat we hét thema van de moderne tijd hebben genegeerd: de problemen van de multiculturele samenleving. We mochten en wilden er zelfs niet over spreken. Die fout is in heel Europa gemaakt. Het was een probleem dat steeds meer mensen beroerde, behalve de socialisten en andere progressieven. Ze zagen een probleem dat niet in hun kader paste, maar weigerden dat kader aan te passen aan de realiteit. Je had dus alleen rechtse antwoorden op de immigratie, en extreem linkse. Redelijk links nam er afstand van, jarenlang. Vandaar dat ik niet zo pessimistisch ben over Nederland. Natuurlijk vind ik dat een vreselijk kabinet, met veel ranzige maatregelen. Maar wat ze zeggen over het stoppen of regelen van volgmigratie: ik zou graag hebben dat zo’n maatregel ook in België zou worden doorgevoerd.”

Gennez zegt niet neen: “Het is niet zo dat we niets deden, maar we zijn niet consequent geweest. We geven opnieuw financiële steun aan asielzoekers, met alle negatieve gevolgen van dien, en een plotse toeloop van Oost-Europese asielzoekers bij onze OCMW’s. Omdat ze wéten dat ze zomaar geld krijgen. Wat is daar solidair aan? Dat ondergraaft alleen maar de solidariteit. We moeten dat dus afschaffen. Ik vind niet het warme water uit: op het einde van de jaren negentig deden we dat ook, en toen heeft het gewerkt.”

IV De actie

Maar wat te doen? Hoe die bekommernissen in de praktijk omzetten? Een partijkaderlid: “Door meer te durven. Wij zijn klein, binnen de partijtop leeft het gevoel dat we zeker niet verder mogen verliezen, want dat we dan irrelevant dreigen te worden. De sp.a kan zich inderdaad niet permitteren nog kleiner te worden. Alleen leidt dat tot een schrikreactie. Men is hypergevoelig voor de kleinste verschuiving in de peilingen. We durven geen fouten meer te maken. Men wil niet één voorstel lanceren dat mogelijk een beetje kritiek zou krijgen van de pers. Want dan dreig je stemmen te verliezen. En dus zijn we niet meer rood, maar zo vaak zo veel te roze.

“Een goed voorbeeld was de pedofilie-affaire van monseigneur Vangheluwe. In theorie was dit een uitgelezen kans voor de sp.a om de verontwaardiging van zoveel gewone Vlamingen te capteren. Alleen gingen op het partijbureau onze West-Vlaamse kopstukken Johan Vande Lanotte en ook Renaat Landuyt aanvankelijk op de rem staan. We moesten namelijk oppassen dat wij zouden overkomen als te gretig antikatholiek, want dat kon slecht vallen bij de kiezer. We mochten wel verontwaardigd zijn, maar we hoefden niet met de vlag voor de fanfare te lopen.

“Het gevolg is natuurlijk dat je moet oppassen of je bent ook niet meer aantrekkelijk. Je wilt op veilig spelen, maar de kiezer krijgt de indruk dat je bang bent. En voor je het weet, zit je ineens op 14 of 12 procent. We zijn haast dwergen, dan worden we kabouters, en komt er hoogstens nog een rode puntmuts boven het maaiveld uit.”

Dat vindt ook het Antwerpse kamerlid Maya Detiège: “Ik hoop echt dat we de kans krijgen om er met wat meer poeier tegenaan te mogen gaan, ook als we straks weer in de federale meerderheid zitten en ministers leveren. We moeten weer een partij worden die durft. Die zich ook eens riskeert. We moeten niet té veel angst hebben om op onze bek te gaan. Een doorleefd gezicht, met rimpels en een klein littekentje is toch zo veel sexyer zijn dan een gebotoxt lijf?”

Het kaderlid: “En please, mogen we weer een beetje stout zijn? Bart De Wever verstaat niet alleen de kunst om behoorlijk moeilijke zaken zéér begrijpelijk uit te leggen - zijn verhaal over de staatshervorming klinkt simpel maar zit best behoorlijk ingewikkeld in elkaar - maar hij is niet bang om een tegenstrever verbaal te tackelen. Wij socialisten zijn zo braaf. Ik pleit niet voor een smerige politiek, maar voor kopstukken met lef.”

VDe casting

Is dat kritiek op voorzitter Caroline Gennez, die nu haar derde jaar als partijvoorzitter achter de rug heeft? Niet echt, omdat echt niémand Gennez met de vinger wijst. Wel integendeel. Bruno Tobback: “Ik vind het bepaald onkies van mogelijke critici om in deze moeilijke situatie Caroline met de vinger te wijzen.” Een lid van het partijbureau: “Ze is echt wel gegroeid sinds die moeilijke beginjaren. Onze klassieke basis draagt haar op handen. Ze praat ook met iedereen die ze tegenkomt. Dat is toch wel een grote verandering in vergelijking met voorzitters als Patrick Janssens en ook wel Johan Vande Lanotte: het modale sp.a-lid durfde hen amper aan te spreken.” “Maar”, volgt er direct uit, “dat is ook haar nadeel. Als je voortdurend met oude vrouwtjes praat, is je input natuurlijk navenant. En dan krijg je het beeld van een jonge vrouw met een oude boodschap.”

Over het politieke personeel zal het op het Visiecongres dus niet gaan, maar iedereen weet wel dat het een deel van het probleem is, en wellicht een deel van de oplossing. Wie zijn straks de gezichten van de sp.a? En hoe ze in te zetten? Na de Vlaamse verkiezingen leidde de regeringsdeelname - normaal gezien een momentum om vooruit te gaan - tot niet-aflatend intern geruzie wegens het niet opnemen van Frank Vandenbroucke in de Vlaamse regering. Ook vandaag dreigt er een probleem. Het begint bij pure wiskunde. Als de zeven-partijen-regering er toch zou komen, heeft de sp.a twee ministers in het nieuwe federale kabinet. Algemeen wordt aangenomen dat Frank Vandenbroucke en Johan Vande Lanotte ‘ja’ zullen zeggen als zij gevraagd worden tot de regering toe te treden. En er is Bruno Tobback, en Caroline Gennez. Een insider: “Er zijn amper scenario’s denkbaar waarin Frank Vandenbroucke niet in de regering zal stappen, en ik hoorde ook niet veel scenario’s waarin Caroline Gennez voorzitter blijft.” Het valt trouwens op dat Gennez honderd keer enthousiaster praat over de Mechelse kant van haar carrière - waar ze schepen is, onder meer van jeugd. “Het aller-aller-aller-aller-beste wat ik in mijn politieke loopbaan al heb mogen doen”. Dat heeft ze over haar voorzitterschap nog nooit gezegd. Bruno Tobback, al wat beter/vuiler gebekt, zou voorzitter kunnen worden. Tobback: “Ik heb dat ook gehoord. Geen commentaar.”

Maar dan zijn er nog altijd drie federale sp.a-‘ministerabelen’ voor twee potentiële plaatsen. Een sp.a-kopstuk: “Vande Lanotte en Vandenbroucke samen in de regering is géén optie. Hoe knap die twee ook zijn, dan trek je naar de kiezer van 2012 met twee gezichten die in 1994 al onze ministers waren. Dus minstens één van de twee zal moeten slikken. Omdat niemand een nieuwe Vandenbroucke-rel wil, zou Johan kunnen afvallen.”

Ander alternatief: een van de Vlaamse ministers maakt plaats voor Gennez: Freya Van den Bossche of Ingrid Lieten. Van den Bossche omdat velen zich afvragen of ze niet onherroepelijk op haar retour is. Maar als er dan gepolld wordt, haalt de zogezegd ‘onzichtbare’ Freya Van den Bossche nog altijd de top tien, gaat ze zelfs de veel zichtbaardere Siegfried Bracke vooraf. Van Ingrid Lieten vraagt men zich af of ze geen betere manager is dan een politica, laat staan als potentieel stemmenkanon. Sommigen zien Lieten een partijvoorzitter-manager worden, wanneer alle ogen gericht zijn op de nieuwe federale regering. Anderen vinden die piste geen optie: “De sp.a is dood als we ons profileren met ministers die de inleveringen belichamen. We hebben dus een geprofileerde partij nodig.” Waarop de bal weer bij Bruno Tobback komt.

Soit. Wie het ook wil doen of mag doen, wie ook de sp.a-boodschap de volgende jaren mag verspreiden, vanuit welke functie dan ook, zij of hij zal het moéten doen. Of, zoals Caroline Gennez zelf met enig cynisme besluit: “Indien niet, dan hoeven we ons niet meer het hoofd te breken over de precieze partijnaam: socialistische partij anders, socialisten en progressieven of sociaal-progressief alternatief.” Dan is het voorbij met dit alternatief.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234