Dinsdag 09/03/2021

Kleine partijen vrezen dat Aznar en Zapatero het op een akkoord gooien om niet door het stof te hoeven gaan

Oud-premier Aznar zweeft bijna onaantastbaar boven het onderzoek

Politieke heibel weegt op 11-M-onderzoek

Een parlementair onderzoek moet duidelijk maken of de inmiddels vertrokken Spaanse regering van José Maria Aznar de publieke opinie bespeelde in de dagen na de aanslagen in Madrid. Ook parlementsleden en ministers van de nieuwe regeringsploeg onder de socialist José Luis Zapatero, en zelfs buitenlandse correspondenten, ontsnappen niet aan de commissie.

Madrid

Van onze correspondent

Rop Zoutberg

Het was te verwachten dat de parlementaire onderzoekscommissie zou uitlopen op een politiek steekspel. Deze week dienden de politieke partijen hun verzoeken in voor documenten die ter tafel moeten komen en voor de personen die zij gehoord willen hebben. Op 6 juli beginnen de eerste verhoren in het parlement.

De grote vraag blijft echter of alle geheime rapporten over de grootste terreurdaad die Spanje ooit trof uit de bureauladen worden getrokken, met het risico dat ze lopende onderzoeken in gevaar brengen. Uitgesloten lijkt dat de Spaanse geheime dienst CNI en het Nationaal Gerechtshof al hun verslagen naar het parlement zullen sturen.

Vraag twee is wíe de commissie zal horen, wat net als bij de rapporten afhangt van de verzoeken die de partijen indienen en de meerderheid van stemmen die de aanvragen binnen de commissie halen. Vrijwel zeker zullen de oud-ministers Ángel Acebes (Justitie) en Ana Palacio (Buitenlandse Zaken) en ex-regeringswoordvoerder Eduardo Zaplana opgeroepen worden. Ook huidig minister van Binnenlandse Zaken José Alonso wordt gehoord, net als zijn partijgenoot Alfredo Rubalcaba, destijds woordvoerder van de PSOE.

Inmiddels is bekend dat een aantal hoge ambtenaren van Binnenlandse Zaken, onder wie de voormalige directeuren van de CNI, de politie en de Guardia Civil, als eerste voor de commissie aantreedt. Maar wie de namenlijst bekijkt, komt al snel tot de conclusie dat niet alle hoofdrolspelers van de dramatische drie dagen tussen aanslag en algemene verkiezingen aantreden. Rodrigo Rato bijvoorbeeld, recentelijk benoemd tot directeur van het IMF en destijds vice-premier. Ook de voormalige tweede vice-premier, Javier Arenas, lijkt vooralsnog de dans te ontspringen.

Ten slotte is er José María Aznar. De oud-premier zweeft haast onaantastbaar boven het onderzoek na veel wapengekletter van zijn partij, de centrumrechtse Partido Popular (PP). Aznar liet weten geen bezwaar te hebben om voor het parlement te getuigen. Maar als de PSOE Aznar toevoegt aan haar namenlijst ligt de tegenzet van de PP al klaar. Ze zal in een reactie onmiddellijk de komst van huidig premier José Luis Zapatero voor de commissie opeisen. Of dat nu politiek gevoelig ligt of niet.

In een furieuze reactie beschuldigden kleine oppositiepartijen afgelopen week PSOE en PP ervan een pact te hebben gesloten om zo te voorkomen dat Zapatero noch Aznar door het stof van het onderzoek moeten kruipen.

De parlementaire enquête zal naar verwachting weken vergen, al wil de commissie nog voor het zomerreces tot de eerste conclusies komen. Tegelijkertijd gelooft niemand dat het onderzoek tot spetterende bevindingen zal leiden. De vrees is dat politieke spanningen tussen de grote machtsblokken van de PP en PSOE het werk van de commissie zullen vertroebelen.

Anders dan in de Verenigde Staten lijken in Spanje nog maar weinig details verborgen over de aanslagen op de vier forensentreinen bij Madrid, waarbij op 11 maart 190 mensen om het leven kwamen. De voorlopig laatste puzzelstukjes vielen deze maand in Brussel en Milaan op hun plaats, met de aanhouding van 'de Egyptenaar' Rabei Osman el Sayed.

De politie gaat ervan uit dat Osman el Sayed de aanslagen bedacht, waarmee een van de centrale vragen van het parlementair onderzoek is beantwoord. Een ander nog onopgelost thema is waarom het commando uitgerekend 11 maart koos, op drie dagen voor de algemene verkiezingen. Ook wil de commissie weten hoe het kan dat een aantal verdachten zoveel bewegingsvrijheid had, terwijl Justitie hen in verband gebracht had met de terreurdaden van 11 september en in Casablanca.

Daarnaast moet meer duidelijkheid komen over de rol van regering en oppositie. Over welke informatie beschikte de regering-Aznar tussen 11 en 14 maart? Een teer punt daarbij is dat de overheid hardnekkig heeft volgehouden dat de Baskische Eta verantwoordelijk was voor de ontploffingen. Een van de elementen die het meeste stof doen opwaaien is de vraag wannéér het de PP-regering duidelijk werd dat het politieonderzoek een wending kreeg.

De PP wil op haar beurt weten wie de protesten voor de kantoren van de regeringspartij in gang zette. Daags voor de verkiezingen ageerden duizenden mensen tegen de PP, daartoe oproepend via boodschapjes per mobiele telefoon. De PP wil dat Telefónica de data van het sms-verkeer kort na de aanslagen prijsgeeft, al is nog onzeker of het telecombedrijf de wettelijke mogelijkheid heeft dat te doen.

Even opmerkelijk is de eis van de PP dat de journaaluitzendingen van de regionale tv-stations TV3, ETB, Canal Sur, het privé-station Canal+ en de machtige progressieve radiozender Cadena Ser worden geanalyseerd. Volgens de PP kregen zij geheime informatie doorgespeeld om zo met succes de PSOE de verkiezingswinst te bezorgen. De kleine nationalistische partijen ERC en PNV eisen op hun beurt dat de redactiechefs van het persbureau Efe en de kranten El País en ABC worden gehoord. Daarbij gaat het om de vraag of die media onder druk werden gezet door de regering om de overheidsboodschap van de Eta als enige verdachte uit te dragen. In datzelfde licht zullen Alessandro Oppes, correspondent van de Italiaanse krant La Republicca, en Giles Tremlett van The Guardian wettelijk verplicht in het parlement moeten verschijnen. Ook NRC/Handelsblad-correspondent Steven Adolf, voorzitter van de Spaanse Kring van Correspondenten, kan om die reden een oproep verwachten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234