Donderdag 14/11/2019

Kleine dartele veranderlijkheid

Een belangrijke verdienste van Het Liegend Konijn is dat het geregeld minder bekende maar vaak uitstekende dichters voor het voetlicht brengt

'Het Liegend Konijn' in het Vlaams Parlement

Ter gelegenheid van Gedichtendag biedt het Vlaams Parlement de aanwezigen een exemplaar aan van het feestnummer van 'Het Liegend Konijn'.

Jubileumeditie poëzietijdschrift 'Het Liegend Konijn'

Het poëzietijdschrift Het Liegend Konijn begint aan zijn vijfde jaargang. Om dat te vieren heeft redacteur Jozef Deleu een vuistdik nummer samengesteld onder de noemer 'Veranderlijk'.

Door Bart Van der Straeten

Het eerste nummer van Het Liegend Konijn verscheen in het voorjaar van 2003. Sindsdien brengt het blad twee keer per jaar een selectie van nog ongepubliceerde gedichten van voorname Nederlandse en Vlaamse dichters. Elk nummer bevat ook werk van een debutant. Op die regel is dit keer een uitzondering gemaakt. De nieuwe aflevering bevat immers werk van liefst 85 dichters: 57 Nederlanders, 27 Vlamingen en 1 Surinamer. Het zou niet rechtvaardig zijn een debutant te laten optornen tegen het nieuwe werk van zo veel gevestigde poëten, vond Deleu. Wel bevat Veranderlijk nieuw werk van een aantal auteurs die eerder in Het Liegend Konijn als dichter debuteerden. Zo hebben David Van Reybrouck en Peter Vermeersch voor deze aflevering hun beste werk tot nu toe ingezonden. Daarnaast kun je er gedichten lezen van de allergrootste namen in de Nederlandse poëzie. Van Rutger Kopland bijvoorbeeld, en van Leo Vroman, die speciaal voor de gelegenheid een vervolg breide aan een gedicht dat hij in 1941 schreef. Of aan Vlaamse zijde van Miriam Van hee en Stefan Hertmans. Zijn lyrische reeks 'Nostra meglio gioventu' behoort tot de hoogtepunten van dit themanummer. Ook de postmoderne poëzie is vertegenwoordigd, met onder meer Erik Spinoy en Peter Holvoet-Hanssen, net als de jongste generaties van performance- en 'postpostmoderne' poëten, van Paul Bogaert en Geert Buelens tot Alfred Schaffer en van Hagar Peeters en Els Moors tot Jan-Willem Anker. Met onder meer T. van Deel en Stefaan van den Bremt komt de meer traditionele poëzie aan bod. Poëticale verscheidenheid troef dus, en daardoor is Veranderlijk een mooie dwarsdoorsnede van de Nederlandse poëzie anno 2007.

Die poëticale verscheidenheid maakt ook nieuwsgierig. Hoe hebben al die verschillende dichters het thema 'veranderlijk' vormgegeven? En 'veranderlijkheid', wat is dat eigenlijk? Van Dale geeft drie synoniemen: onbestendigheid, ongestadigheid, wispelturigheid. In zijn korte inleiding bij het themanummer heeft Jozef Deleu het over de verbazing die ons te beurt valt als we geconfronteerd worden met wat verandert. "Alles waar we greep op hebben, kan ons ontsnappen." Al bij al een brede term, waar vele dichters in alle vrijheid hun ding mee hebben gedaan. Robert Anker interpreteert de veranderlijkheid als een draai van 180 graden. Arie van den Berg gebruikt het voor de hand liggende beeld van de weerhaan. Mark Boog schreef zeven metamorfoses - gedaanteveranderingen. Bij Hagar Peeters is het de veranderlijkheid zelf die van gedaante verandert: "Je bent een kleine dartele veranderlijkheid/ die de vorm van mijn vinger aanneemt". Een aantal dichters heeft veranderlijkheid geïnterpreteerd als vergankelijkheid en schrijft over het voorbijgaande leven en over leven en dood. Nog anderen hebben de veranderlijkheid als structuurprincipe gehanteerd in hun gedicht door te variëren op een thema (Mark Insingel bijvoorbeeld). Peter Holvoet-Hanssen, de dichter die zichzelf "een gezant van het beweeglijk element" noemt, heeft er een god van gemaakt: de Switcher die switcht. Bij Rozalie Hirs mag de veranderlijkheid dan weer transformeren tot een werkwoord: de dingen zijn volgens haar "veranderlijkt". Nog andere dichters hebben de veranderlijkheid minder expliciet als onderwerp genomen en dichten over een transformatie of een gemoedswisseling.

Een belangrijke verdienste van Het Liegend Konijn is dat het geregeld minder bekende maar vaak uitstekende dichters voor het voetlicht brengt. In dit themanummer valt vooral de bijzondere kwaliteit op van een heleboel jonge vrouwelijke dichters. De gedichten van Rozalie Hirs, Sylvia Hubers, Saskia de Jong, Marije Langelaar en Hagar Peeters zijn stuk voor stuk hoogtepunten in het nummer. Deze dichteressen verschillen onderling nogal van stijl, maar ze hebben een bepaalde frisheid gemeen. Ze bekijken de wereld vanuit een apart perspectief, en dat levert verrassende, innemende poëzie op. Het gedicht 'Hij is niet thuis' van Sylvia Hubers bijvoorbeeld:

Hij is niet thuis.

Als hij niet thuis is

schrijf ik namen op de muren.

Ik bak eieren met namen.

Soms belt hij op.

Dat hij thuiskomt.

Hij noemt het aantal minuten

uren dagen.

Ik weet hoeveel vreemde bewegingen

ik in die tijd kan maken.

De muren weten

hoeveel vreemde bewegingen

ik maak

Hagar Peeters, ja, die van de "kleine dartele veranderlijkheid", overtreft zichzelf dan weer met haar zes bladzijden lange 'Europese jeremiade'. Daarin staat roest symbool voor het verval van Europa - roest als metafoor voor veranderlijkheid dus. Wat overblijft nadat alle ijzer weggeroest is, is "het verdwijnen van de tastbare dingen": de lege, ongrijpbare virtuele wereld, waarin alles "slechts nog denkbeeldig" ontstaat.

Behalve deze jonge vrouwelijke dichters hebben ook Jan-Willem Anker en Abdelkader Benali verzen van erg hoge kwaliteit afgeleverd. De jonge Nederlander Anker gaat daarmee voort op het elan van zijn eerste twee bundels. Het gedicht van Benali is geschreven tijdens zijn verblijf in Beiroet in juli 2006, midden in de Israëlisch-Libanese crisis. Het bestaat uit een lange "woordenkrans", een soort litanie die duidelijk maakt hoe oorlog zo'n abstract begrip als 'veranderlijkheid' heel concreet kan maken: "alles veranderlijk, mijn maag veranderlijk, mijn eeuwigheid/ veranderlijk, veranderlijk mijn laatste aanwinst op de blog", maar ook: "veranderlijk dat ik/ deze woorden opschrijf terwijl de doden opgeteld worden".

Natuurlijk kunnen niet alle gedichten in Veranderlijk hoogtepunten zijn. Bij sommige dichters had er een scherpere keuze gemaakt kunnen worden. Zo zijn Huub Beurskens en Pieter Boskma met negen en tien gedichten wel erg volumineus aanwezig. In beide gevallen had de helft kunnen volstaan. En het is wat flauw om in zo'n indrukwekkende dichtersvloot te gaan speuren naar wie er uit de boot is gevallen, maar je blijft als lezer toch benieuwd naar wat grote dichters als Leonard Nolens en Tonnus Oosterhoff, nu niet vertegenwoordigd, over het veranderlijke te zeggen zouden hebben gehad.

Maar het is hoe dan ook niet moeilijk genoegen te nemen met wat wél in het nummer terecht is gekomen. Veranderlijk is geen bloemlezing die je in één ruk uitleest: het nummer telt 432 bladzijden en bevat 365 gedichten - één voor elke dag. Je moet erin bladeren en terugbladeren, lezen en herlezen. En beetje bij beetje kom je dan het veranderlijke op het spoor, vind je het terug waar je het nog niet had gezien, doemt het onontkoombaar uit de verzen op. Tot je met Charles Ducal beseft dat het veranderlijke misschien niets meer of minder is dan een metafoor voor Het Liegend Konijn zelf, dat met Veranderlijk nog eens bewijst hoe dartel het is:

Onvindbaar

(voor het jarige konijn)

Omdat het liegt en dus kan veranderen

omdat het maar zichtbaar is tussen de lijnen

omdat het ontdekt wat al lang is ontdekt

maar nooit op deze onmogelijke wijze

omdat het zich aanpast, ook aan het zeer grijze

omdat het de jager zelf heeft gewekt

omdat het elk schot tot een spat kan verkleinen

omdat het gestroopt en verhandeld

nog nooit is gevat.

Het Liegend Konijn

Jaargang 5, nummer 1, januari 2007.

Van Halewyck/Meulenhoff, Leuven/Amsterdam, 432 p., 17,50 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234