Maandag 08/08/2022

Klein hoofd, onpeilbaar verdriet

Riziv-cijfers die laten zien dat 4.105 kinderen onder de tien jaar in ons land met depressie kampen, zorgen voor ontzetting. 'Maar we weten helemaal niet hoeveel kinderen depressief zijn. Die cijfers dekken de lading niet. Belangrijker is dat we leren zien wat een kinderdepressie is en wat het niet is. Want nu overschatten én onderschatten we het probleem.'

En dan, zonder dat je er erg in had, tuimelen ze de dieperik in. Dat grappige meisje dat altijd een wolk van vriendinnen rond zich had en de zotste toekomstplannen smeedde, is een zwijgzame schim geworden die door je huis doolt en enkel nog 'Ik weet niet' en 'Ik wil niet' mompelt. Die nieuwsgierige jongen die de beste bassist ter wereld aan het worden was en echt nooit begreep waarom je op zondag wilde uitslapen terwijl er zoveel te dóén was, komt zijn bed niet meer uit. Hij kijkt je verwijtend aan wanneer je zomaar eens vrolijk bent. 'Moet dit nu echt, al dat leven?', lijkt hij je te zeggen. Net nu zoon- of dochterlief, met behulp van de onbevangenheid en energie die enkel kinderen hebben, aan boord moest klimmen van de benepen speedboot die wij 'onze maatschappij' noemen, gaan ze overstag. Zwemmen is er niet bij. Ze zinken. Laten zich zinken.

Wat te doen? Dokters? Zelfhulpboeken? Toch geen pillen? Er met een grote boog omheen lopen en hopen dat het wegebt, ook al gaat dat nu al maanden zo? "Sommige kinderen zijn geboren met een ongelofelijk talent om te lijden", liet schrijfster Connie Palmen zich onlangs ontvallen. "Ik herken ze meteen. Je ziet het in hun blik. Piepjong zijn ze. Maar lijden kunnen zij als geen ander. Toch wil dat ook zeggen dat zij zich intenser dan anderen gelukkig kunnen voelen."

Is het dat? Een aangeboren somberte vervat in de genen? Of zou het toch de scheiding zijn geweest? Of de dood van een favoriete tante? Of ben jij het, met je opvoedingsstijl waar je vooral niet al te veel over nadenkt? En hoe krijg je dat hartverwarmende kind van je terug?

Als we de cijfers mogen geloven, worstelen duizenden ouders in ons land met de verbijsterende lawine aan vragen en twijfels die ontstaan wanneer hun zoon of dochter afglijdt in een depressie. De term lijkt gereserveerd voor door het leven murw geslagen volwassenen. Maar een kind met een depressie? Het komt al even absurd over als een man met borstkanker. Toch zijn er dus die cijfers. Deze week haalden ze voorpagina's en laatavondprogramma's: 4.105 kinderen onder de tien aan de antidepressiva.

"Dat klopt niet. De Riziv-gegevens zijn op een hoopje gegooid", zegt psycholoog Jan Van Speybroeck van de Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheid. Slechts 762 van die 4.105 kinderen onder de tien nemen medicijnen tegen depressie. De overige 3.343 gebruiken antipsychotica, vaak omdat die middelen kalmerend werken bij een reeks andere psychische problemen. "Bovendien krijgen niet enkel mensen met een depressie antidepressiva, maar ook wie kampt met posttraumatische stress, obsessief-compulsieve stoornis of paniekstoornis. Zelfs bij sommige slaapstoornissen krijg je antidepressiva voorgeschreven", zegt Van Speybroeck.

Experts die dagelijks met depressieve kinderen werken, bevestigen dat de cijfers weinig zeggen. "Dat gegoochel is ook niet zo relevant", zegt Koen Lowet van de Belgische Federatie van Psychologen. "De cijfers zijn gebaseerd op medicatie, terwijl we bij kinderen pillen vermijden. Heel wat depressieve kinderen zitten dus niet in dat cijfer. En als ze al medicijnen krijgen, is de aandoening niet altijd af te leiden uit het soort medicatie. Hoeveel kinderen en jongeren tussen nul en achttien werkelijk met depressie kampen, weten we niet. Al zijn het er veel meer dan die 762 onder de tien jaar uit dat Riziv-lijstje. Tegelijkertijd noemen we een heleboel kinderen onterecht depressief."

Dat laatste loopt parallel met de situatie bij volwassenen. Volgens de medicatiecijfers is 12 procent van de bevolking depressief, terwijl prevalentiestudies uitwijzen dat het 5 tot 7 procent is. Bij kinderen gaat het om 2 à 5 procent tussen nul en tien jaar en 10 à 20 procent bij volwassenen. "Dat komt omdat mensen die zich slecht voelen, bij huisartsen terechtkomen die erg snel 'depressie' op je plakken", zegt psycholoog Lowet. "Het is dan ook een bijzonder groot probleem dat er in de eerstelijnszorg nauwelijks psychologische diagnostiek gebeurt om een onderscheid te maken tussen wie door een dal gaat en wie depressief is. Dat geldt zeker ook voor kinderen. Ik moet geregeld zeggen: 'Mevrouw, uw zoon is helemaal niet depressief. Het is een puber die met zijn zelfbeeld worstelt en dus soms opstandig doet. Dat is normaal.'"

Het pathologiseren van de kindertijd is dan ook een trend, stelt psychologe Ariane Bazan (ULB) vast. "Normale evoluties vinden we 'ziek', terwijl zich slecht voelen bij opgroeien hoort. Het is dan aan ouders om ook zeer veel vertrouwen te geven in plaats van in paniek te slaan. Een kind voelt het wanneer de ouder erop vertrouwt dat het wel in orde komt. Als de ouder angstig is, verliest het kind vertrouwen in zichzelf. We moeten ook opletten met diagnoses. Dat is een label op een kind plakken, en dat is niet zonder gevolgen. Een kind dat te horen krijgt dat het depressief is, kan ook denken: 'Het ligt aan mij. Ik ben nu eenmaal zo.' Niet weinig mensen in mijn praktijk vinden dat ze niet meer te helpen zijn, omdat ze nu eenmaal 'in hun kern depressief' zijn", zegt Bazan.

Ze vindt het dan ook belangrijk om elke ontreddering ernstig te nemen, zonder daarom voortdurend kinderen te screenen op het minste mankement, van ADD tot depressie. "Die 'verdachtmaking' ondermijnt het vertrouwen. Kinderen kunnen niet leven van 'goede zorg' alleen, ze voeden zich ook aan de dromen, de hoop en het vertrouwen van de ouders om zin te hebben in het leven", vervolgt ze.

Onnodig snel bepaald gedrag 'ziek' of 'zorgwekkend vinden helpt daar niet bij. Toch is het ook zo dat kinderen, net zoals volwassenen, die écht depressief zijn meestal veel te laat hulp krijgen én dat iedereen, ook kinderen, vandaag sneller in een echte depressie dreigen te vallen omdat de prestatiedruk zo groot is. "Het is een uiterst moeilijke afweging voor ouders: enerzijds niet overal problemen zien, anderzijds zeker ook de depressieve problemen erkennen als die er zijn. Een depressie is een complex geheel van aanleg, omgevingsfactoren, toeval, triggers", zegt psycholoog Peter Walleghem (Hogeschool Gent). "Wat daarbij voor volwassenenen geldt, geldt zeker voor kinderen. Iedere stresserende factor die een extra opvoedingsbelasting voor de ouders met zich meebrengt, is een potentiële risicofactor die het psychisch evenwicht en de emotionele stabiliteit van een kind kan bedreigen. Dus zeker ook de crisis en de enorme druk in onze neoliberale meritocratische consumptiemaatschappij. Ouders stellen enorme hoge eisen aan zichzelf en dus ook aan hun kinderen, die ze als het uithangbord van het ouderlijke succes zien. Wanneer ouders van hun leven een ratrace maken, kunnen kinderen meehollen of zich heel klein en stil maken. Bedenk het drama wanneer het kind dat niet kan waarmaken: gefrustreerde 'falende' ouders en 'mislukte' kinderen opgezadeld met een negatief zelfbeeld. Soms is depressie dan een uitweg."

Op welke signalen moet je als ouder dan letten? Lowet: "Een puber die eens zegt 'Ik ben het leven beu', dat is niet zo ongewoon. Wanneer je kind echter op verschillende vlakken erg verandert van gedrag en houding, altijd moe is, nergens zin in heeft of net hyperactief is, zich aan je vastklampt, prikkelbaar is of niet slaapt en dat houdt weken aan, dan praat je er het best mee. Zonder angstig te doen. En lukt dat niet of helpt dat niet, klop dan aan bij een psycholoog. Probeer altijd eerst te praten vooraleer je naar medicatie grijpt. Besef dat kinderen sneller dan volwassenen van een depressie kunnen herstellen. En dat het zeker goed kan komen, met een paar weken behandeling."

Neem bijvoorbeeld Bas. Veertien is hij en zoals alle andere woensdagnamiddagen de afgelopen twee maanden heeft hij vandaag therapie. Zijn moeder komt brengt hem maar zit niet bij de sessie. "Ik wil dat hij mij volledig kan vertrouwen dus ik praat pas nadien met de mama of de papa. En Bas en ik spreken af welke dingen hij liever tussen ons houdt", zegt psychologe Annelien Van de Broek. Bas zit met groot verdriet, zware concentratieproblemen, een verleden van pesterijen op school en een gelukkig overwonnen lichamelijke ziekte. Hij isoleert zich en heeft last van neerslachtigheid zonder dat hij daar veel over kwijt kan. "Zo'n druilerig gevoel, zoals het weer, ken jij dat dan niet?', zegt hij daarover.

Toch begint de sessie zo:

'Hoe gaat het?'

'Goed. Het is uit met Isabelle.'

'Oei. Hoe komt het?

'We hadden ruzie. Over vrienden. Toen wist ik dat het niet meer lang ging duren. Na geschiedenis heeft ze het uitgemaakt.'

'En wat voel je daarbij?'

'Het is nu fijner. Ik werd er niet gelukkiger op.'

'Zou jij een paar maanden geleden op dezelfde manier gereageerd hebben, op nog een extra verlies?'

'Ik denk het niet.'

Na afloop zegt Van de Broek: "Ik ben zéker van niet. Het was allemaal heel dramatisch toen hij hier tweeënhalve maand geleden voor het eerst kwam. Nu gaat hij hier erg los over en daarom ga ik er ook niet op in. Hij heeft geleerd om voor zijn eigen geluk te kiezen."

Hoe Bas dat leerde, wordt verder in de sessie duidelijk. Op een blad heeft Van de Broek de componenten van zijn depressieve toestand getekend. Zijn fysieke pijn, het vroegere pesten op school, zijn afzondering, zijn prikkelbaarheid en de problemen met zijn concentratie staan in cirkels die met elkaar zijn verbonden. Van de Broek vraagt de jongen om aan te geven hoe groot al die componenten nu nog zijn. "Ze zijn kleiner. Niet alles is weg maar ik zonder me niet meer af op school en ik voel mij niet meer zo neerslachtig", zegt Bas.

Ook wanneer hij in een lang lijstje met symptomen van depressie de elementen moet aanduiden waar hij nog last van heeft, blijkt dat het al veel beter gaat. Doodstil, licht voorovergebogen en met een zeer ernstig gezicht overloopt hij traag de termen. "Concentratieproblemen heb ik nog wel. Maar gelukkig krijg ik daar medicatie voor. Als klein kind slikte ik zomaar rilatine. Daar werd ik neerslachtig van. Nu heb ik die psychiater helemaal ondervraagd over dit medicijn. Met wat geluk begint het te werken tegen de eindexamens."

Met gerichte vragen doet Van de Broek de tiener inzien dat de vakantie die eraan komt hem misschien zwaar zal vallen. "Wanneer ik me verveel, glijd ik sneller weg. Gamen en op de computer spelen helpt wel. Al weet ik dat ik daar niet te veel in mag opgaan", zegt Bas. In samenspraak met zijn moeder krijgt de jongen als taak mee om tegen de volgende keer zijn vakantie te plannen. "Dat lukt wel", zegt hij grijnzend.

"Afhankelijk van de leeftijd en de intelligentie proberen wij de kinderen soms via spel, metaforen of tekeningen eerst de samenhang te laten zien tussen wat verkeerd loopt. Zodat ze zien dat ze niet 'gek' zijn maar dat het normaal is wat gebeurt", zegt Lowet. "Het gaat altijd om het trio negatief denken, je emoties daardoor niet beheersen en je wegstoppen. Wat de oorzaken kunnen zijn, maken we ook duidelijk in tekeningen.

"Maar het belangrijkste is dat we één ingang in dat kluwen vinden om op te werken. Het komt erop neer dat we de kinderen trucs leren om negatieve emoties, gedachten of gedrag om te buigen. We vragen Bas bijvoorbeeld om eens wél in de cirkel schoolvrienden die hij mijdt te gaan staan. Zo merkt hij dat zijn gedachte dat ze hem niet moeten en uitlachen niet klopt. De bedoeling is dat hij niet afhankelijk wordt van ons om zich beter te voelen. Daarom zoeken wij naar manieren waarop hij positieve ervaringen kan opdoen die de vicieuze negatieve cirkel keren. Dat leert hij hier."

Lowet en Van de Broek benadrukken dat ze beide ouders in verschillende sessies bij dat proces betrekken. "De manier van opvoeden heeft veel impact. Ouders die wij zien staan daar open voor, leren zelf ook bij." Ook voor alle andere ouders heeft Lowet advies. "Twee principes zijn cruciaal: aandacht hebben voor de talenten van je kinderen zodat ze succeservaringen opdoen en je hen kunt meegeven dat ze echt goed zijn in sommige dingen. Zo ontwikkelen ze een positief zelfbeeld.

"Tegelijkertijd moet je grenzen stellen, hen durven te frustreren om hen te leren omgaan met negatieve ervaringen en emoties. Misschien zien we nu meer depressieve kinderen omdat de opvoedingsstijl waarin alles kan en mag, de hippiestijl, al zo lang in zwang is. Het komt in feite neer op alles toelaten en vermijden van wat negatief is. We zijn in het algemeen een vermijdende, angstige samenleving geworden. Dat verhoogt het risico op depressie. Baken je kinderen af en durf laten zien dat verdriet tot het leven hoort."

Niet dat de experts een antidepressierecept hebben. Lowet: "Dit zijn aanwijzingen. Wie begrijpt wat een kinderdepressie is en wat het niet is en niet te lang wacht om in te grijpen, bewijst zijn of haar kind een enorme dienst. Er zijn zoveel volwassenen die in therapie zijn omdat ze iets in hun kindertijd niet verteerd hebben. Was dat toen wel aangepakt, dan hadden ze wel een gereedschapskist meegekregen om beter met het leven om te kunnen. En dan zaten de wachtzalen van onze collega's niet zo vol."

(Om de privacy van de jongen te beschermen is zijn voornaam gewijzigd.)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234