Vrijdag 27/01/2023

Klassiek

Herbert von Karajan

Weinig beroemde musici zijn na hun dood zo snel in het verdomhoekje geraakt als Herbert von Karajan. De man die decennialang door publiek en (een deel van de) kritiek werd aangezien als de belangrijkste naoorlogse dirigent, was plots persona non grata, een goed woord over hem not done. Nu ben ikzelf nooit een erg groot liefhebber van das Wunder Karajan geweest. Als tiener luisterde ik wel naar zijn opname van de negende symfonie van Beethoven maar dat was omdat ik niet beter wist. Ik heb me zelfs ooit een langspeelplaat met zijn Le Sacre du Printemps laten aansmeren; enkele jaren later vertelde iemand mij dat dat zowat de slechtste opname op de markt was, samen met die van Stravinsky zelf maar aan het andere uiteinde van het spectrum. Ik was totaal geïntimideerd en heb er sindsdien niet meer naar durven luisteren.

Later begon ik een hekel te krijgen aan Karajans gepolijste plaatopnamen, waarin alle muziek van Bach en Vivaldi over Mozart en Beethoven tot Grieg en Sibelius werd overgoten met dezelfde eenheidssaus van de perfecte Berliner Philharmoniker-klank. Zijige strijkers, een houtblazersensemble dat zo juist uitgebalanceerd is dat je nauwelijks nog een hobo van een klarinet onderscheidt en een volumineuze maar nooit opdringerige koper- en slagwerkgroep, ik begon er telkens weer van heen en weer te schuiven op mijn stoel. Met enkele uitzonderingen natuurlijk, met name bij de vroege opera-opnamen, die soms aanstekelijk en bijzonder goed gezongen zijn, en in een gedeelte van het laat-negentiende-eeuwse repertoire zoals de jonge Sibelius, waar een dergelijke aanpak wel kan. Toch bleef het mij ergeren dat er nooit eens een lelijke klank kwam, dat alle conflicten in de muziek werden gladgestreken, dat Karajan met andere woorden muziek leek te maken zoals een goede Duitse auto over de autowegen glijdt. Toen ik dan ook nog vernam dat de man voor en in de oorlog heel erg fout was geweest, had hij helemaal afgedaan.

Maar ik ben niet haatdragend, na een tijdje wil ik altijd mijn mening nog eens natrekken. Die tijd lijkt gekomen. Na jarenlang uitmelken van het bestaande Karajan-erfgoed, tot muzikale stroopwafels als Adagio Karajan toe, heeft zijn platenfirma eindelijk iets anders van onder het stof gehaald. In de archieven van de Oostenrijkse radio vond zij live-opnamen uit de Weense Staatsopera uit de tijd dat Karajan daar de plak voerde. En daar bleken ontdekkingen tussen te zitten.

De werken van Richard Strauss speelden geen centrale rol in Karajans Weense activiteit. Maar voor de honderdste verjaardag van de componist en op een moment dat Karajan zijn ontslagbrief al had getekend wilde hij wel laten zien dat hij dat - zeker met het toenmalige legendarische ensemble van de Staatsopera - even goed kon als wie dan ook. De opvoering van Die Frau ohne Schatten op 11 juni 1964 is terecht de geschiedenis ingegaan, en niet alleen vanwege de fenomenale bezetting: Jess Thomas, Leonie Rysanek, Walter Berry, Christa Ludwig. Zelfs de kleine rollen waren bezet met dergelijke kwaliteit: Fritz Wunderlich, Lucia Popp. Het is interessant deze opname te vergelijken met degene die Karl Böhm dertien jaar later in Wenen maakte, eveneens met Rysanek en Berry. De vergelijking is van aard om vele vooroordelen weg te nemen.

Velen zullen zich ook nog herinneren dat Karajan zich ook als Wagner-dirigent profileerde (een Ring-cyclus, Tristan, Meistersinger, Parsifal). Tannhäuser was zijn laatste Wagner-productie en was vooral muzikaal een succes. Weer is de bezetting ijzersterk; heel bijzonder is Gré Brouwestijn als Elsa.

Maar wie wist nog dat er in die tijd ook hedendaagse opera's werden gebracht? Weliswaar van eerder conservatieve componisten en met een aansprekend onderwerp, maar is daar eigenlijk iets op tegen. Dat Assassino nella Catedrale van Ildebrando Pizzetti behalve in Italië nooit echt in het repertoire is opgenomen ligt aan de sterke binding van Pizzetti's declamatorische stijl met de Italiaanse taal; dat probleem is ook hier in de Duitse vertaling te horen. Toch blijkt dit werk nu, terugblikkend, een opmerkelijke maar nogal erg verheven partituur.

Iedereen is allang vergeten (en iedereen was daar blij om) dat Karajan ooit L'Incoronazione di Poppea van Monteverdi heeft opgevoerd. Hij deed dat in een zeer disparate bewerking van ene Erich Kraack, die enkele momenten van genie paart aan heel veel vergissingen en banaliteiten. Het is een erg late uiting van een gelukkig vergeten omgang met oude muziek; voor Monteverdi was die enkele jaren later al verleden (Nikolaus Harnoncourt nam in 1967 L'Orfeo op en voerde in 1971 Il ritorno d'Ulisse in Wenen scenisch op). Het enige voordeel van deze opname zijn enkele uitstekende zangers (Sena Jurinac als Poppea en vooral Gerhard Stolze als een haast waanzinnige Nerone); wat ze moeten zingen, is het beluisteren nauwelijks waard.

Wie dat allemaal te veel is, kan zijn vrienden de duvel aandoen met een mierzoet albumpje vol familiefoto's en een cd'tje met "hoogtepunten" uit allerlei Karajan-opnamen. Het is een concept waar zijn platenfirma ook andere artiesten mee heeft bedacht; het succes ervan lijkt van de artiest in kwestie afhankelijk te zijn. Een mooie selectie (van muziek en zelfs in zekere zin van fotootjes) is er bij Anne Sofie von Otter.

Stephan Moens

De vier genoemde opera-opnamen, alle met koor en orkest van de Weense Staatsopera, werden uitgegeven door Deutsche Grammophon, evenals de Artist's Albums.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234