Dinsdag 29/09/2020

Aanslagen Brussel

Klassieke versus sociale media: de valkuilen van berichtgeving in tijden van terreur

Zowel op Twitter als op Facebook werden nieuwsberichten rond de aanslagen en masse gedeeld. Al bleken die niet altijd te kloppen.Beeld afp

De daders kwamen eerst uit Wit-Rusland en een dag later was Najim Laachraoui aangehouden in een pizzeria. De berichten gingen viraal, maar al even snel moesten ze ontkracht worden. Hoe moeilijk is het om als medium te berichten in tijden waar sociale media de teneur bepalen?

Geen plaats waar je dinsdag sneller de eerste beelden en foto's zag van wat er in Zaventem en Maalbeek was gebeurd dan Facebook en vooral Twitter. Nauwelijks enkele minuten na de explosies op de luchthaven zag je de eerste verontrustende berichtjes verschijnen, gevolgd door beelden die iedereen deden beseffen dat het helaas geen vals alarm was. Veel mensen zullen wellicht eerst via Twitter vernomen hebben dat er ook in de metro een bom ontploft was.

Maar ook: geen plaats waar je dinsdag en de dagen erna meer foute geruchten tegenkwam dan op diezelfde sociale media. "Zo'n dag waarna je 's avonds eens zou moeten kijken hoeveel berichten er nu klopten", tweette een journalist van Deredactie.be dinsdagavond terecht na een drukke nieuwsdag. Zo was er enkele uren na de aanslag al het bericht dat twee Wit-Russische broers verantwoordelijk zouden zijn voor de aanslagen. Klopte niet. Een van de daders zou gevlucht zijn met een politiewagen. Ook een losse flodder. Idem voor de explosie in de Wetstraat. Dat bleek het werk te zijn van de ontmijningsdienst DOVO. En de schietpartij in Antwerpen? Nooit gebeurd.

Woensdagochtend was er dan breaking news met de arrestatie van Najim Laachraoui in een pizzeria in Anderlecht. Dezelfde Laachraoui had zichzelf een dag eerder opgeblazen op de luchthaven, zou enkele uren later blijken. "Gefopt. Staatsvijand nummer 1 dan toch niet opgepakt", titelde een nieuwssite. En dan was er nog het gegoochel met cijfers van slachtoffers: waren het nu 30 doden? 31? 35? Of misschien zelfs 40, zoals de NOS beweerde? Het leek wel alsof het op een dode meer of minder niet aankwam.

Zowat alle media mogen de voorbije dagen dan puik werk geleverd hebben - nu was er nauwelijks sensatiezucht zoals na Charlie Hebdo - alle redacties kampten met dezelfde vragen. Hoe gaan we om met al die geruchten? Brengen we ze al, of wachten we nog even tot we alles zelf hebben kunnen checken? En zowat alle media hebben de voorbije dagen ook wel een gerucht verspreid dat naderhand niet bleek te kloppen.

"Er waren waanzinnig veel geruchten", zegt Hans Vandendriessche, hoofdredacteur bij Belga. "Als persagentschap moeten wij het iets voorzichtiger aanpakken dan andere media, ook al omdat veel buitenlandse agentschappen nu onze kopij bekijken. Dat zie je bijvoorbeeld aan de cijfers over het aantal doden en gewonden. Daarvoor wachten we steeds op officiële bronnen. We kunnen het ons niet permitteren een fout te maken. Van zodra wij iets verspreiden, nemen alle sites het immers over."

Toch was het voor Belga de voorbije dagen ook soms moeilijk. Zo stuurden ze bijvoorbeeld een alertbericht uit dat er een explosie in de buurt van de Wetstraat was gehoord. "We hadden toen misschien beter 'stevige knal' gebruikt in plaats van explosie", erkent Vandendriessche. "Maar het blijft een zeer moeilijk evenwicht."

"Het is de voorbije jaren steeds moeilijker geworden omdat het steeds sneller moet gaan", zegt ook Kris Hoflack, algemeen hoofdredacteur van VTMnieuws. "Twitter is een interessante bron, zeker voor buitenlands nieuws, maar ook alle indianenverhalen ontstaan daar. Alles wordt op sociale media gesmeten en iedereen neemt het over en begint het te retweeten. Kijk maar naar het nieuws over de aanhouding van Laachraoui. Hoeveel sites hebben dat niet gebracht? Wij gelukkig niet, want met Faroek Özgünes hebben we een gerechtsjournalist die heel voorzichtig is. Een half uur later moesten die andere sites wel allemaal een rechtzetting plaatsen."

Richtlijnen rond geruchten

"Soms word je opgejaagd, zoals met die aanhouding van Laachraoui", zegt ook Björn Soenens, hoofdredacteur van Het journaal. "Maar bij ons geldt het principe dat we iets niet brengen als we zelf geen bevestiging vinden. Je moet zeker zijn van je stuk. Het nieuws over de uitspraken van Erdogan hebben we ook pas gebracht toen we de beelden hadden en alles vertaald was. Met de reactie van minister van Justitie Geens (CD&V) erbij, hebben we toen zelfs meteen nieuws gemaakt."

Toch tweetten ook VRT-journalisten de voorbije dagen geruchten, al dan niet op basis van andere media. Dat zou niet mogen, zegt Soenens. "We hebben daar richtlijnen rond." Maar brengt de VRT dan nooit nieuws dat op verschillende andere sites staat? "Als het overal staat en we krijgen het niet bevestigd, zeggen we het ook zo: dit is wat verspreid wordt, maar zelf hebben we nog geen bevestiging gevonden."

Maar is het erg om als medium in alle hectiek al eens een fout gerucht te lanceren? Dat hoeft geen ramp te zijn, zegt Steve Paulussen, assistent-professor media en journalistiek aan de Antwerpse Universiteit. "Als je een feitelijk nieuwsartikel brengt, moet alles correct zijn. Maar bij een livefeed of op Twitter heb ik de indruk dat er bij de mensen meer begrip is dat niet alle informatie klopt. Als het nadien onmiddellijk gecorrigeerd wordt, is men vergevingsgezind. Het format waarin je iets brengt, heeft dus invloed op hoe het bekeken wordt."

Daarom vindt Paulussen dat de Vlaamse media de voorbije dagen goed werk geleverd hebben. "Veel foute berichten worden niet door de media verspreid (zo was er een tweet over juichende kinderen na de aanslagen, JDB), en de media waren er ook vaak snel bij om geruchten te bevestigen of te ontkennen."

Hoewel tv-zenders het in snelheid altijd zullen moeten afleggen tegen de sociale media, betekent dat ook niet dat ze hun betekenis en belang verliezen. De kijkcijfers van de voorbije dagen zeggen op dat vlak voldoende: VRT bereikte dinsdag met al zijn programma's 3,166 miljoen Vlamingen, VTM 2,275 miljoen.

"Mensen zullen altijd een baken nodig hebben dat zegt wat het belangrijkste is", meent Kris Hoflack. "We zijn ook een soort filter van informatie. Daarom hebben nieuwsuitzendingen op lineaire televisie nog succes: mensen willen weten wat er belangrijk is in die grote stroom aan informatie, en daarom kijken ze nog altijd naar ons."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234