Vrijdag 07/05/2021

Klassieke junk wordt overal buitengesjot

Gent is deze week op het wereldcongres over lokaal drugsbeleid in Sante Domingo opgevoerd als voorbeeldstad. Maar er is ook een keerzijde aan de medaille. De menselijke aanpak trekt blijkbaar ook drugsgebruikers aan. Opvangorganisaties hebben de handen vol, en daardoor dreigen de klassieke junks uit de boot te vallen.

Door Cathy Galle

'Daar, nog een." Straathoekwerker Jan wijst op een afgesneden bodem van een blikje bier in het gras. Ernaast de restanten van een vloeipapiertje en een wit dopje. Wat verderop ligt een gebruikte naald. Het Luizengevecht, een speelplein in de Gentse wijk Brugse Poort, staat er al jaren om bekend. Hier komen de junks hun shot zetten. Hier is ook altijd wel iemand in de buurt die gerief verkoopt.

"Ze nemen de bodem van het blikje, leggen daar hun pakketje (een vloeipapiertje met heroïne, cg) op", legt Jan uit. "Ze doen er water en citroensap bij en branden het af. Ze leggen er een watje in en trekken het goedje door het watje in een naald. De grootste onzuiverheden blijven in het watje achter."

De straathoekwerkers in Gent merken het al een tijdje. De groep van problematische junks die op straat leeft, groeit aan. Niet alleen straathoekwerkers merken dat op, ook vanuit Samenlevingsopbouw en De Eenmaking, een organisatie die verslaafden probeert te leiden naar de drugshulpverlening, komen er gelijkaardige signalen.

"We merken dat een groot deel van de gebruikers waar we contact mee hebben geen plaats vindt in het huidige aanbod van de hulpverlening", schreven de straathoek- en basiswerkers vorig jaar al in een nota aan het Gentse beleid. Ze geraken niet binnen of blijven vaak niet lang. "De groep waar wij mee werken, wordt vaak aan de deur gezet wegens 'onhandelbaar'. De reguliere hulpverlening richt zich steeds meer op een gemakkelijkere en meer werkbare groep. Onze groep bestaat uit mensen met een complexe problematiek, die naast de drugs ook pyschiatrische problemen hebben, vaak gecombineerd met dak- of thuisloosheid."

De boodschap viel niet in dovemansoren. Ook al omdat de zichtbaarheid van het probleem, vooral in de Brugse Poort, vorig jaar vrij hoog was. De wijkpolitie greep in. "Er was een probleem met openbaar drugsgebruik op de Brugse Poort", legt Koen Goorman, leidinggevende van het wijkzorgteam Gent West, uit. "Speeltuinen en pleintjes lagen vol met spuiten, de buurt klaagde over gebruikers die laveloos in parken of in de hal van appartementsgebouwen lagen. De situatie was echt aan het escaleren."

Straahoekwerkers, opbouwwerkers en wijkpolitie sloegen de handen in elkaar. De politie begon te patrouilleren, straathoekwerkers probeerden de gebruikers uit te leggen dat spuiten op een speelplein niet kan en opbouwwerkers sensibiliseerden de bewoners. Een aanpak die werkte, stelt Koen Goorman. Vooral omdat ook het gerecht meewerkte. In Gent loopt al een tijdje het proefzorgproject, waarbij druggebruikers seponering van hun straf kunnen krijgen als ze zich laten behandelen. Justitie werkt nauw samen met het Netwerk Zorgcircuit Middelenmisbruik, een samenwerkingsverband van dertien drugshulporganisaties in Gent en omstreken. Een netwerk dat vorige week nog door professor en autoriteit op vlak van drugsbeleid Brice De Ruyver werd omschreven als "uniek" in dit land.

Goorman: "Ook voor onze inspecteurs is het proefzorgproject van groot belang. Vroeger had iedereen het gevoel dat we met de gebruikers niets konden aanvangen. Hen oppakken en in de gevangenis stoppen, had geen zin. Nu kunnen ze via dit project toch in de hulpverlening terechtkomen. Vorig jaar hebben wij een zestal gebruikers opgepakt en zij konden zo in therapie gaan."

Door alle inspanningen werd de situatie in de Brugse Poort beheersbaar, stelt Koen Goorman. "Al mogen we niet naïef zijn. Het probleem is lang niet opgelost en heeft zich ook deels verlegd naar andere buurten."

De overlast door het fenomeen mag dan al beheersbaarder zijn, het probleem is er nog. En wordt groter. Dat merken straathoek- en basiswerkers elke dag weer op straat. Zij schatten de groep van problematische junks die vooral op straat leven in Gent alleen al tussen de driehonderd en de vijfhonderd.

En junks zijn ook nogal creatief als ze een shotplaats zoeken. "Hier komen ze geregeld", zegt straathoekwerker Jan. Hij toont garageboxen achter een appartementsgebouw en een braakliggend terreintje. Overal het klassieke beeld: vloeipapiertjes, afgesneden blikjes. In het oude elektriciteitsgebouw aan de Groene Vallei, op een boogscheut van de Gentse gevangenis, is het weer van dat. Het lugubere gebouw ligt zowat vol met spuiten. Naast vuile matrassen, uitwerpselen en opnieuw afgesneden blikjes en lepels.

Dit zijn officieuze gebruikersruimten, want officiële zijn er niet. "De praktijk toont aan dat een deel van de gebruikers op zoek gaat naar een plaats om te consumeren, het liefst zo dicht mogelijk bij de plaats waar de drugs werden gekocht", stelt Hans Bodyn, coördinator van het Gentse straathoekwerk. "Dat brengt met zich mee dat er informele gebruikersruimtes ontstaan, al dan niet op openbare plaatsen. Speel- en parkeerterreinen, inkomhallen en daken van appartementsgebouwen, wassalons, kraakpanden en krotten zijn de uitverkoren plaatsen, en de ruimtes verschuiven naargelang er intensievere politiecontroles plaatsvinden."

Het straathoekwerk pleit al geruime tijd voor echte gebruikersruimtes. Bodyn: "We zijn ervan overtuigd dat het probleem beter beheersbaar zou zijn, mochten er ruimten zijn waar gebruikers zonder overlast voor hun omgeving en beter gecontroleerd hun ding kunnen doen. Iedereen die de straat en de dagelijkse realiteit van de klassieke gebruikers kent, beseft meer dan ooit dat dit een antwoord kan bieden op een harde maar groeiende realiteit."

Terug in het Luizengevecht komt Steve bij ons zitten. De bijna-dertiger ziet bleekjes en bibbert. "Koude rillingen", klinkt het. "Ik zit al twee dagen zonder. Er is op mijn kot ingebroken en al mijn geld is gepikt. Ik probeer nu mijn gsm te verkopen, maar zo'n oude Nokia moet niemand hebben." Hij zucht. Weet niet goed waar te beginnen met zijn verhaal. "Vroeger hingen we met zo'n vijftien, twintig man rond in het bosje aan de Wielewaalstraat. We rookten wat jointjes, hadden lol. Toen kwam de heroïne, en die maakte alles kapot. Op de duur gingen we sacochen trekken. We moesten iets doen."

Een shot kost geld. Zo'n 20 euro voor iets minder dan een halve gram en daar kom je als zware gebruiker niet ver mee. "En toch is het de max van een geriefke", vindt Steve. "Ik werkte vroeger in de bouw. Met de drugs voelde ik me goed en kon ik functioneren. Alleen heb je er steeds meer van nodig om dat effect te hebben. Toen ging het mis."

Hij heeft moeite om een braakneiging te onderdrukken als hij vertelt over het kraakpand aan de Nieuwe Vaart waar hij vroeger 'woonde'. Zonder stromend water of elektriciteit, tussen vuilnis en uitwerpselen. Maar mét gerief en enkele vrienden. Sinds het pand ontruimd werd, woonde hij op een kamertje. Dat ging goed. Tot nu. Een lek in de waterleiding zette deze morgen de hele ruimte onder water en er werd ingebroken. Waar hij vanavond zal slapen weet hij nog niet. In de nachtopvang van het Centrum Algemeen Welzijnswerk aan de Gasmeterlaan mag hij niet meer binnen. De vorige keer had één van zijn makkers gerookt op de kamer en aangezien hij hem niet wou verraden, is hij er persona non grata.

Zijn gezicht ziet er almaar grauwer uit. Of hij er al aan gedacht heeft om te stoppen? De gekwelde blik spreekt boekdelen. "Hoe dan? Ik heb al enkele keren gebeld naar het CIC (het crisisinterventiecentrum van De Sleutel, cg) toen ik het zwaar had. Er zijn wachtlijsten. 'Bel over twee weken eens terug, dan zien we wel', zeiden ze mij. Twee weken later kreeg ik hetzelfde te horen. Wat doe je dan? Verder gebruiken natuurlijk."

Ooit volgde Steve wel een behandeling. Noodgedwongen. Hij was depressief, had zich opgehangen, maar werd net op tijd nog gevonden door zijn vriendin. Toen besloot hij in therapie te gaan. Na enkele weken mocht hij beschikken. Reden? Hij had met maten over drugs zitten praten. "Dat mocht niet. Je moet je gedachten volledig afwenden van gerief. Maar waarover moet je praten als je zowat de helft van je leven niets anders dan drugs gekend hebt?"

Steve gaat ervandoor. Hij wil een nieuwe poging doen om iets te verpatsen om vandaag toch aan gerief te geraken. Het wordt dringend. "De fysieke pijnen zijn het ergste", zucht hij zwakjes. "Dan moet ik er gewoon hebben. Wat kan ik anders doen?"

Ook S. wil best zijn verhaal vertellen. De voorbije jaren bracht hij vooral in gevangenissen door. Telkens omwille van zijn drugsgebruik en daarmee gepaard gaande feiten. Hij heeft ook gedragsproblemen, kan zich moeilijk aanpassen, functioneert niet in groep. Enkele keren ging hij in therapie. Dat ging telkens prima. Nooit waren er problemen en hij slaagde er perfect in van de dope af te blijven. Tot hij weer in de maatschappij moest functioneren. Buiten op straat kon hij de drang niet weerstaan en herviel telkens.

De Gentse rechter had hem opgedragen het nog eens te proberen. Deze keer met een aangepaste therapie die zich vooral richt op reïntegratie, op het terugkeren naar de maatschappij. Een korte residentiële behandeling en dan stap voor stap naar begeleid wonen en een sociale werkplaats. Want een dak boven het hoofd en werk zijn het allerbelangrijkste, zei de de rechter.

Drie maand gaat het goed. Net wanneer S. kan doorstromen naar de sociale werkplaats, loopt het mis. Een domme discussie over de djellaba die hij had aangetrokken. Twee dagen later moest hij weg. Hij stond weer op straat. Letterlijk, want een woning heeft hij niet, werk evenmin. In de andere hulpverleningscentra raakt hij moeilijk binnen. Via De Eenmaking, een organisatie in de Brugse Poort die gebruikers naar de hulpverlening leidt, kan hij over twee weken op gesprek bij een instelling. In Limburg. Het enige centrum waar niet automatisch een negatief antwoord kwam.

"Ik wil zeker niet schieten op de organisaties die met drugshulp bezig zijn", zegt Arafat Bouachiba, medewerker bij De Eenmaking. "Maar we merken wel dat er een verschuiving optreedt bij de groepen die opgevangen worden. Een verschuiving van de klassieke heroïneverslaafde, met zijn typische junkmentaliteit van liegen, manipuleren, moeilijk doen, naar personen bij wie men weet dat er geen al te grote problemen zullen zijn. En bij wie bijvoorbeeld de familiebanden nog hersteld kunnen worden. Mensen dus bij wie er een redelijke kans op succes is." Dat heeft volgens Bouachiba, die in een vorig leven zelf bij drugshulporganisaties werkte, te maken met de manier van financieren. "De bedden moeten gevuld zijn. En om een continuïteit te hebben, kiest men voor het cliënteel dat het langst blijft."

Daar is op zich niets mis mee, vindt Bouachiba. "Maar niemand kan om het feit heen dat er op die manier wel een groep mensen niet terechtkan. Met name de echte junks, met hun typische overlevingsgedrag en straatmentaliteit. De groep die als 'moeilijk' beschouwd wordt."

Bij De Sleutel, de grootste, bekendste en vooral ook strengste van alle drugshulporganisaties, geven ze grif toe dat niet iedereen bij hen terechtkan. De verslaafden moeten in de eerste plaats over een goeie motivatie beschikken. "Er moet een aanzet tot verandering zijn", stelt Rita Brauwers, hoofd externe relaties bij De Sleutel. "Iemand die niet geholpen wil worden, kun je niet helpen. We merken vaak dat mensen bij ons komen, maar niet echt willen stoppen. Ze willen vooral af van de negatieve gevolgen van hun drugsgebruik."

De centra van De Sleutel zijn in heel Vlaanderen ook volledig drugsvrij. "Voor een deel van de verslaafden is dat al op zich een grote drempel", geeft Brauwers toe.

Maar dat de begeleiders bij De Sleutel niet met de straatmentaliteit van de junks omkunnen, ontkent ze in alle toonaarden. "Zeker bij het CIC. Daar zijn ze echt wel gewoon om met dat soort gedrag om te gaan. Maar natuurlijk is er ook daar wel een minimum aan regels, anders is het gewoon niet werkbaar." Waarom geraken junks dan zo moeilijk binnen in het CIC? Volgens Brauwers heeft dat te maken met het beperkte aantal plaatsen. "We hebben twintig plaatsen en die zitten altijd vol. De mensen moeten dus inderdaad enkele weken zowat dagelijks bellen. Dat zegt ons ook veel over hun motivatie."

Ze wil nooit meer terug naar de therapeutische gemeenschap waar ze ooit zat. "Zet dat maar in de krant", zegt Sylvie beslist, terwijl ze haar lepeltje klaarmaakt om te gebruiken. "Ik heb ooit therapie gevolgd omdat ze anders mijn kindje zouden afpakken. Maar omdat er op een avond een van de jongens bij ons op de meisjeskamer was gekomen om een klapke te doen, zijn we buitengesjot. Tuurlijk ben ik weer herbegonnen. Wat moest ik anders?"

Ze gebruikt al sinds haar dertiende. Coke, speed, bollen. En sinds enkele jaren ook methadon en heroïne. "Ik heb het nooit als een probleem ervaren", klinkt het eerst stoer. "Ik wou altijd al kijken hoever je kunt gaan zonder echt te ver te gaan. Ergens hoop ik dat mensen zeggen: kijk naar haar, zo ver weg geweest en er toch uitgeraakt. Snap je?"

Maar plots verandert de toon van het verhaal. Want hoe moet ze er in godsnaam ooit uitgeraken? "Ik zie zo'n therapie gewoon niet zitten", zegt ze stilletjes. "Zo vernederend. Telkens opnieuw je verhaal moeten vertellen, waardoor je telkens weer compleet in de put zit. Ik kan dat niet meer. De meeste organisaties zijn zo streng dat je bijna clean moet zijn om binnen te raken. Maar het ergste is dat ik mijn twee katten moet achterlaten. Zij zijn het enige wat ik nog niet ben kwijtgeraakt door de heroïne."

Motivatie hangt erg nauw samen met een perspectief hebben in het leven, stelt coördinator Hans Bodyn. "Je moet de moed en de energie hebben om de stap te zetten en dat kun je enkel wanneer een betere situatie tot de mogelijkheden behoort. Iemand die al jaren op straat of in kraakpanden leeft en in de goorste omstandigheden gebruikt, wat moet die aanvangen als hij een therapie heeft gevolgd en weer clean is? Terug de goot in? Dit is een erg complexe problematiek die dringend een oplossing nodig heeft."

Dat is ook wat de Gentse burgemeester Daniël Termont (sp.a) wil. "We mogen deze problematiek niet onderschatten", zegt hij. "Het totale drugsprobleem neemt zo'n omvang aan dat we wel moeten ingrijpen." De burgemeester heeft er nochtans afgelopen week net een trip naar Sante Domingo opzitten, waar Gent op het wereldcongres over lokaal drugsbeleid als voorbeeld werd opgevoerd. Het Gentse combinatiemodel van hulpverlening, preventie en repressie waar nodig oogstte heel wat succes.

Maar Termont beseft ook dat dit theorie is. "We zijn goed bezig, zeker. Maar we moeten ons er wel van bewust zijn dat de instroom veel groter is dan wat de bestaande hulpverlening kan verwerken. We zijn voor een stuk aan het dweilen met de kraan open."

En het is ook net omwille van die goeie en menselijke aanpak dat het probleem zich in Gent lijkt te concentreren, stelt de burgemeester. "Kijk naar West-Vlaanderen: dat is, op Oostende na, een witte vlek op vlak van drugshulpverlening of hulp aan daklozen. Dus komen ze naar Gent en dat kan onze stad niet alleen aan. De federale overheid moet haar rol spelen en dringend meer investeren in hulpverlening. De drugsproblematiek in haar geheel is de pan aan het uitswingen. Als ze denken met de huidige financiering de problemen de baas te kunnen, zijn ze goed mis."

Arafat Bouachiba (De Eenmaking):

Er is een verschuiving in de opvang: van de klassieke junk, met zijn mentaliteit van liegen en moeilijk doen, naar personen bij wie men weet dat er geen grote problemen zullen zijn

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234