Zaterdag 05/12/2020

Klassiek is koning

Vorige week stelden de Britse modeontwerpers hun nieuwe herfst- en wintercollecties voor. Althans, zij die in eigen land showen. Alexander McQueen, Stella McCartney en Vivienne Westwood, drie van de grootste modenamen uit Groot-Brittannië, doen het toch liever in Parijs. We gingen snuffelen aan de kleren van de mindere, maar daarom niet minder getalenteerde goden. En aan die van Paul Smith, natuurlijk.

door Cathérine Ongenae

De London Fashion Week (LFW) ging al met-een van start met een rel. Julien MacDonald, die tot nu voor Givenchy ontwierp maar woensdag zijn eigen collectie voorstelde, trok hard van leer tegen de British Fashion Council, vanwege de stijlloze organisatie, en tegen de Britse overheid, omdat die de modewereld niet meer financiële steun verleent. "Ooit was Londen een internationaal bekende modestad, maar sinds de overheid het niet meer nodig vindt de ontwerpers te steunen, is het logisch dat ze hun heil in New York, Parijs en Milaan zoeken", zei hij in een interview met de The Sunday Times. "Andere landen beseffen dat hun modemerken tewerkstelling creëren en geld binnenbrengen. Groot-Brittannië niet, het budget is veel te klein. Met wat meer steun van de overheid zou deze modeweek een stijlvol gebeuren kunnen worden."

Je moet er geweest zijn, in het LFW-hoofdkwartier aan King's Road, om te begrijpen wat MacDonald bedoelt. De London Fashion Week wordt fanatiek gesponsord. Door Procter & Gamble bijvoorbeeld, dat onder meer grote topmodellen naar Londen overvliegt en hun hotels betaalt, zodat ook de jongere ontwerpers van grote namen gebruik kunnen maken. Op zich een mooi initiatief. Het is echter de eindeloze lijst van al die andere sponsors die het geheel een beetje het uitzicht van een jaarbeurs geeft. Accessoireontwerpster Anya Hindmarch deed bijvoorbeeld haar duit in het zakje door boodschappentassen met haar typische foto's te leveren. Hotelgoeroe Ian Schrager had een reservatiedesk in de hall van de tent waar de LFW kampeert. Je kon er een last-minutekamer in een van zijn boetiekhotels reserveren, als je al iemand aan de balie trof, natuurlijk. Johnson & Johnson stond met een caravan aan de defilétent en probeerde fashionistas naar binnen te lokken met een nieuw product: kleurlenzen die één dag meegaan. Lavazza en Moet & Chandon waren ook gevende partij, al was dat niet te merken als je een koffie ging bestellen. Die kostte een slordige twee Britse pond, drie euro dus.

Bedenk iets en er is een donor voor gevonden. En die doet niets voor niets: overal hingen logo's en lijsten met merken die hun naam aan de London Fashion Week verbonden. Misschien was dat nodig om het evenement georganiseerd te krijgen, maar ergens moeten we MacDonald gelijk geven. Hij beweert dat er dit jaar minder grote aankopers naar de modeweek zijn gekomen, net omwille van dit commercieel spektakel. Met andere woorden: Londen heeft afgedaan als internationale modestad.

Stuart Rose, voorzitter van de British Fashion Council, haastte zich om MacDonald van repliek te dienen. In de kranten, maar ook door de microfoon van de expo waar zo'n 150 merken hun najaarscollecties voorstelden. Rose hield vol dat de opkomst van pers en aankopers met 20 procent was gestegen. "Bovendien", zei hij, "is het de taak van de British Fashion Council om jonge, nieuwe namen te promoten. Londen is een creatief nest, de mode hier is vernieuwend en scherp. Het is maar goed dat al die grote namen geëmigreerd zijn, anders zouden ze die kleintjes voortdurend overschaduwen."

Niet dat alle groten het Britse eiland hebben verlaten. Paul Smith denkt er bijvoorbeeld niet over. De man ademt Britishness uit, verhuizen zou een contradictio in terminis zijn. Ook het duo Clements-Ribeiro blijft in Londen, al heeft dat meer te maken met het feit dat de twee ook voor Cacharel ontwerpen. Omdat Cacharel zijn collectie pas over twee weken voorstelt in Parijs, is het voor hen interessanter het werk wat te spreiden. Zelfs het Italiaanse merk Gibo verkiest Londen, en dat is de keuze van de ontwerpster en illustrator Julie Verhoeven. Verhoeven is naast een groot talent ook oer-Brits: een paar jaar geleden zag ze eruit als een Holly Hobby-pop, nu draagt ze uiteraard haar eigen ontwerpen. Excentriek is ze in elk geval gebleven.

Dat typisch Britse is dan ook de charme van de London Fashion Week. Ondanks alle hipheid blijft in Londen dat oergezellige en kneuterige wel wat hangen. In plaats van zich erover te schamen hebben de Britten er hun handelsmerk van gemaakt, van al die schattigheid. En aangezien schattig enorm in de mode is, doen veel Britse ontwerpers het vrij goed. Antoni & Alison bijvoorbeeld, die furore maakten met grappige slogans op T-shirts en foto's van taartjes op handtassen, hebben hun eigen flagship store en vijftien shop-within-shops in Japan. Daarnaast kochten zo'n 150 Italiaanse winkels hun zomercollectie van 2004 aan. Ook de exclusieve kledinglijn die het duo bedacht voor het warenhuis Debenhams schijnt een succesnummer te zijn. Hun winterthema is Frankenstein. Een beetje raar, maar hun thema's zijn altijd autobiografisch en Alison is net moeder geworden, dus dat zou er wel iets mee te maken kunnen hebben.

Betty Jackson is nog zo'n type die steevast hedendaagse silhouetten weet te puren uit klassiekers als wijde rokken en cardigans, en wie ook op de typisch Britse trip van lieflijkheid zit, is Jessica Ogden. Deze ontwerpster groeide op in Jamaica, studeerde mode in Londen en maakte haar eerste kleren uit tweedehandsstukken voor Oxfams merk NoLoGo. Intussen heeft ze al tien jaar haar eigen merk, maar haar voorliefde voor oude en verweerde materialen is gebleven. Haar stijl is bohémien, voor de winter bedacht ze sexy varianten op de soepjurken die de hippies in de jaren zeventig droegen. Die zien er voorwaar nog erg goed uit ook. Gekleurde flanelletjes gecombineerd met contrasterende nylons en schoenen in nog een andere kleur. Het klinkt eenvoudig, en het is alleszins prachtig.

Misschien was Julie Verhoeven wel haar inspiratiebron. Zij haat het om gefotografeerd te worden, en dus circuleren er maar een paar portretten van haar, waaronder een waarop ze een bordeaux fluwelen soepjurk draagt. De show van Gibo by Julie Verhoeven was overigens een zeldzaam pareltje van deze modeweek: uitgepuurd, gesofisticeerd en gedurfd. Verhoeven liet zich inspireren door de schilderkunst en stuurde modellen met gigantische schildersbaretten de catwalk op. Wijd openvallende stofjassen bedrukt met Klimt-achtige tekeningen, jurken en bloesjes met op Freud geïnspireerde tekeningen en caméejuwelen. Ondanks deze artistieke en historische benadering ziet het geheel er uiterst elegant en fris uit. Britse mode kan dus vernieuwend zijn.

Ook Sir Paul Smith haalde zijn mosterd in het verre verleden, meer bepaald uit de tijd van de Titanic. De zeevaart is zijn thema en hij wijkt er niet vanaf. Modellen lopen af en aan in donkerblauwe, rode en witte uniformachtige tenues. Op de truien grote ankers, de bloesjes scherp gesneden, alle jassen en cardigans met dubbele sluiting over de borst, en door de boxen schalden stukjes 'In the Navy'. De verbeelding krijgt deze winter vrijaf van mijnheer Paul, het zie er allemaal heel erg klassiek uit. Na de bemanning komen de cruisers, in zwarte en met bloemen bedrukte fluwelen feestjurken. Of die verwijzen naar de bekleding van de banken op zo'n cruiseschip of naar de stijl uit die tijd is niet helemaal duidelijk. De babydoll op het einde wel: zelfs in de kajuit kroop men in stijl en alle zedigheid onder de wol. Paul Smiths winterlijn verrast niet echt en is ook ont- daan van alle typische Smith-kneepjes; kleur, streepjes, bloemetjes. Anderzijds kunnen we ons voorstellen dat we volgende winter per se zo'n donkerblauw plooirokje willen, vooral omdat het ons herinnert aan de tijd dat moeder ons zulke rokjes liet dragen. De grens tussen nostalgisch, conservatief en trendy wordt op die manier wel erg vaag.

Uiteraard zijn er ook Britse ontwerpers die de Laura Ashley-stempel en de strenge lijnen verafschuwen. Onder hen twee categorieën: zij die ontwerpen voor de high society, die van het ene gala naar de andere cocktailparty fladdert, en zij die ontwerpen voor de liefhebbers van rock-'n-rollachtige feestjes en vrouwen met benen van minstens twee meter lang.

Tot de eerste categorie behoren Ben de Lisi en Jenny Packham. De Lisi is van Amerikaanse afkomst, en hadden we dat niet geweten, dan zouden we het wel geraden hebben. Zijn stijl valt dagelijks te bewonderen om tien na zes op VTM: zijn ideale vrouw is altijd gekleed alsof ze de eregast is op een of ander groot liefdadigheidsbal. De Lisi is dan ook een ontwerper voor de rode lopers. Kate Winslet droeg in 2002 een van zijn creaties op de Oscars en sindsdien is 's mans bedje gespreid. Voor Debenhams ontwerpt hij een collectie 'betaalbare' avondjurken waar gewone meisjes die naar een trouwpartij gaan voor vechten. Voor zijn winterseizoen, dat voor het overgrote deel bestaat uit jurken in vloeiende lijnen, gebruikt De Lisi kant, en abrikoos en zalmroze, dé rozetinten van de winter.

Ook een liefhebber van avondfeesten, maar dan toch met iets meer zin voor creativiteit, is Jenny Packham. Packham is pas aan haar derde defilé toe, maar wist op korte tijd een grote schare bewonderaars te verzamelen. Velen onder hen zullen nog nooit een avondjurk hebben aangetrokken. Dat geeft niet, want Packhams wereld is een sprookjesachtige, en ook dat spreekt aan. In The Royal Opera House schiep ze een sneeuwlandschap waardoor modellen schreden. Niet in oogverblindende prinsessenjurken deze keer, maar in tere, nymfachtige gewaden, in tutu's en volumineuze jurken uit repen chiffon. Nog iemand om in het oog te houden tijdens de Oscar-festiviteiten. Geen Oscar-materiaal, maar wel rijp om op de vip-pagina's van Vogue te komen, zijn merken met een moderne look als Bouddica en nieuwkomer Jens Laugesen, die zijn defilé te danken had aan Topshop. Die keten steunt een aantal jonge ontwerpers, zodoende. Lingerieontwerpster Damaris Evans is een van hen, maar ook Jonathan Saunders, ex-Pucci-designer die nu zijn eigen glamoureuze collectie heeft. Topshop is blijkbaar ook wild van Miki Fukai, een Japanse die nog niet zo lang geleden afstudeerde aan de modeacademie, en van het duo PPQ. Zij waanden zich antropologen in een nieuw ontdekt stadje, waar de vrouwen zich verkleden naargelang het uur van de dag. Altijd op en top af in glamoureus-chique fluoroze stretch of comfortabel-chique jacquard truien en poncho's. Een leuke en hippe collectie, maar geen die op het netvlies blijft kleven.

De grootste teleurstelling van de week was de collectie van FrostFrench, het merk achter actrice Sadie Frost en ontwerpster Jemima French. Ze richtten hun lijn in 1999 op, beginnend met frivole lingerie in satijn, met daarop lieve of stoute woordjes geborduurd. Een volledige prêt-à-portercollectie volgde snel toen het duo succes rook, en tot nu toe was dat altijd een frisse look voor hippe meiden die snel leven en geen tijd hebben om vijf keer per dag van outfit te veranderen. FrostFrench dacht het deze keer in de Charles Dickens-sfeer te zoeken. De show kreeg erg veel media-aandacht, niet in het minst omdat Kate Moss op de eerste rij zat en omdat Sadie Frost de ex van Jude Law is. Beroemd zijn, daar is ze goed in, maar van mode heeft ze niet veel kaas gegeten. De collectie is lusteloos, de kleren bedroevend herkauwd. Hoeveel jeansbroeken met lage taille met daarop een bloesje met vleermuismouwen kan een mens nog opnieuw uitvinden?

In een notendop voorspelt de winter in Londen niet erg veel nieuws: de eeuwige hipheid blijft uiteraard hip, de eeuwige gezellige warme wolletjes blijven prachtig, de eeuwige schattige tasjes en prints worden in een nieuw, vrolijk jasje gestoken (die van Lulu Guinness in het bijzonder), en de eeuwige Britse statigheid heeft ook zijn plaats gekregen. Alles gerestyled en mooi en elegant versneden, en volledig mee met de tijdgeest. Die trouwens heel erg naar conservatief begint te neigen. Op dat gebied is mode even betrouwbaar als de politieke peilingen.n

Met dank aan Eurostar (reserveren kan via www.eurostar.com, enkele reis vanaf 40 euro) en Visit Britain, Louizalaan 140, 1050 Brussel, 02/646.35.10, fax 02/646.39.86,

british.be@visitbritain.org.uk). Brochures op verzoek via 02/626..25.94 of www.visitbritain.com.

In plaats van zich erover te schamen hebben de Britten van schattigheid hun handelsmerk gemaakt. En aangezien schattig enorm in de mode is...

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234