Maandag 26/10/2020

Klapstoeltjes op een rij

Cees ZoonHet nieuwe verbond van de nationalisten uit de Spaanse deelstaten

Hoempa-orkestjes, donderspeeches, luidruchtige vlaggen en de allesdoordringende geur van worst: dit moet een bijeenkomst van nationalisten zijn. Als de Basken feestvieren, zijn vertegenwoordigers van de andere Spaanse brokkelranden meer dan welkom. Cataloniërs, Galiciërs, Mallorcanen en Andalusiërs, ieder op zijn eigen klapstoeltje, komen lucht geven aan hun afkeer voor Madrid. Twintig jaar nadat de Spaanse grondwet hen van de autonomie liet proeven, zien de 'historische naties' van het schiereiland de langverbeide onafhankelijkheid gloren. Het bestand is van kracht geworden, de nieuwe burgeroorlog kan beginnen.

'En daar zijn onze compañeros uit Galicië! Een hartelijk welkom aan onze vrienden van het Nationalistisch Blok!" De ceremoniemeester op het podium weet een bescheiden applausje op te wekken wanneer de delegatie binnenmarcheert, verscholen onder een zee van iets te luidruchtige vlaggen: gele en rode strepen plus een blauwe driehoek met een witte ster. De ether vult zich prompt met doedelzakachtige klanken, als overal waar Galiciërs ten tonele verschijnen. De stemming begint er al aardig in te komen. De uitgestrekte grasvlakte stroomt langzaam vol met vrolijk uitgedoste partijgangers die zich te goed doen aan de toog van de eindeloze rij bars en eettenten op het terrein. Ze kopen speldjes en loten voor de liefdadigheidstombola, slaan grote hoeveelheden lekkernijen in bij de stalletjes van de lokale banketbakkers, en neuriën de deuntjes van de uitbundige hoempa-orkestjes mee.

De Alderdi Eguna, het jaarfeest van de Baskische Nationalistische Partij (PNV), is veel meer dan een partijbijeenkomst. Het weiland bij Salburua, op een steenworp van de Baskische hoofdstad Vitoria, heeft het aanzien van een reusachtige braderie, compleet met marktkraampjes, handelaren, kunstenmakers en de penetrante walm van braadworsten. Kortom, een dagje uit voor de nationalistische familie.

Politici zijn er natuurlijk ook, het is tenslotte een landdag van de partij. Het jaarfeest van de PNV is traditioneel de grootste politieke happening van het Iberisch schiereiland, waarvoor zich vandaag meer dan 25.000 mensen melden. Geen partij in Spanje weet zoveel volk op de been te brengen.

Maar hoewel de verkiezingen in Baskenland minder dan een maand weg zijn, hoeven de politici hier en vandaag niet tot het uiterste te gaan om kiezers te winnen. Alle aanwezigen zijn immers al gewonnen en de bijdragen van de leiders zijn derhalve preken voor eigen parochie in de striktste zin. De sfeer is ontspannen, er wordt gelachen en gekeuveld, gezongen en gedanst. En gebeden, want Baskische nationalisten zijn in grote meerderheid katholiek, zodat de bijeenkomst begint met een korte mis voor het podium.

"Zouden al deze vertegenwoordigers van andere nationalistische partijen in de Spaanse staat hier zitten?", vraagt de laatste spreker, terwijl hij wijst naar het rijtje mannen op houten klapstoeltjes achter hem. "Zouden zij hier zitten als wij echt voorstanders van etnische zuiveringen zouden zijn?"

Pardon? Hoorden wij dat goed? Zei hij 'etnische zuiveringen'?

Jazeker, hij zei het echt: "Etnische zuiveringen."

Hij, dat is Xabier Arzalluz, voorzitter van de PNV en zonder concurrentie volksmenner nummer één van Baskenland. Als Arzalluz zijn mond opendoet, dan heb je de poppen aan het dansen. "Een oude hond," noemt hij zichzelf, maar hij is wel een oude hond die bijt. Bij de verdeling van de taken binnen het nationalisme koos Arzalluz voor zichzelf de rol van gesel van de Spaanse staat: hij valt aan, hij provoceert, hij beledigt.

Het is zondag en dus heeft Arzalluz zich in het uniform gehesen waarin alle Spaanse politici zich op hun vrije dag aan volk en pers vertonen: een poloshirt met een krokodil als logo. Maar daarmee houdt elke overeenkomst tussen de PNV-leider en de Spaanse politici op. Wie de indruk mocht hebben dat het jaarfeest van de PNV alleen maar een gezellig samenzijn van partijgenoten is, wordt door Arzalluz uit de droom geholpen. Hij grijpt de gelegenheid aan om duidelijk te maken dat Spanje in de huidige vorm zijn langste tijd heeft gehad. De Basken gaan nu eindelijk korte metten maken met de Spaanse staat, zoals het gebied waar de Baskische nationalisten niets mee te maken willen hebben in hun jargon heet. Voor Baskenland gloort de langverbeide onafhankelijkheid waarvoor de eerste stap is het op de helling zetten van de Spaanse grondwet. "Dit volk past niet in deze grondwet!", roept Arzalluz. "En in geen enkele andere grondwet die het recht op zelfbeschikking van de Basken niet erkent."

Felipe González had de bui zien hangen en op voorhand zijn antwoord geformuleerd. Op een discussiedag over de Spaanse grondwet van 1978, die de erfenis van de dictatuur van generaal Franco heeft vervangen door een democratisch systeem, sprak de socialistische ex-premier harde en dreigende woorden: de wijziging van de grondwet en de statuten van de autonome deelstaten die de nationalisten voorstaan, zou wel eens 'niet de weg naar Brussel, maar naar Tirana of Sarajevo' kunnen blijken te zijn.

Xabier Arzalluz is er de mens niet naar om een dergelijke aantijging te negeren, nee, hij geeft lik op stuk. Waren het niet voormalige socialistische bewindslieden die vorige maand de gevangenis in draaiden omdat zij doodseskaders hadden ingezet tegen de ETA? En was González niet al die tijd hun hoogste baas geweest? Voor Felipe González moet je oppassen, waarschuwt Arzalluz, want "die man denkt als een Serviër".

Misschien wel, riposteerde González een dag later in Brussel, waar hij verslag kwam uitbrengen van zijn mislukte bemiddeling namens Europa in Joegoslavië. Maar men dient onderscheid te maken tussen een volk en zijn leiders: "Je voelt je een Serviër wanneer je het opneemt tegen een meneer als Arzalluz, die sprekend lijkt op Milosevic." Arzalluz pretendeert bovendien namens het gehele Baskische volk te spreken en gedraagt zich aldus "meer als een ayatollah dan als een politiek leider".

Het bestand is van kracht geworden, de nieuwe burgeroorlog kan beginnen. Deze extreme en curieuze paradox geeft de atmosfeer in politiek Spanje en Baskenland weer. De terroristische organisatie ETA heeft na dertig jaar moorden en aanslagen plegen het geweld voorlopig afgezworen en eenzijdig een 'wapenstilstand voor onbepaalde tijd' afgekondigd. Een reden tot juichen, want politici kunnen hun lijfwachten naar huis sturen, politieagenten en gewone burgers hoeven niet meer elke dag te kijken of er een bom onder hun auto zit, en niet elke verlaten plastic tas leidt meer tot het uitrukken van de explosievenbrigade.

Maar het juichen heeft in een ommezien plaatsgemaakt voor keiharde debatten en bezorgde monden waaruit doemscenario's opwellen. Want het geval wil dat de ETA pas een bestand afkondigde nadat alle nationalistische groeperingen in Baskenland een akkoord waren overeengekomen met Herri Batasuna, de politieke tak van de terroristische groep. De strekking van dat akkoord is ondubbelzinnig: de eis dat Madrid het recht op zelfbeschikking erkent van het herenigde 'historische Euskal Herria', dat behalve het huidige Baskenland ook de naburige deelstaat Navarra en Frans-Baskenland omvat. Kort en krachtig: onafhankelijkheid.

Een paar maanden geleden ontstond in Spanje opschudding over het nieuwe boek van de Amerikaan Tom Clancy. In de actieroman Balance of Power schetst 's werelds best verkopende schrijver Spanje als een land dat op het punt staat zich als een nieuw Bosnië te ontpoppen. Waar tot de tanden gewapende 'etnische groepen' als de Basken, de Catalanen en de Castilianen elkaar naar het leven staan met oogmerk hun eigen, etnisch zuivere staten te stichten.

Menig journalist en columnist wond zich op over de absurde voorstelling van Spanje die Clancy aan de man brengt. Het is waar dat zelden iemand erin is geslaagd zoveel onzin over Spanje in één boek bij elkaar te schrijven. Maar dezelfde journalisten en columnisten laten nu te pas en te onpas de naam Bosnië vallen wanneer zij hun licht laten schijnen over de toekomst van Spanje. Sinds Felipe González zijn vergelijking met Sarajevo maakte, lijkt half Spanje ervan overtuigd dat een burgeroorlog in de lucht hangt.

Het zijn niet alleen de Basken die de territoriale integriteit van Spanje ondermijnen. Op het feest van de PNV in Salburua zijn ze allemaal van de partij, elk op zijn eigen klapstoeltje op het podium: vertegenwoordigers van de nationalistische bewegingen in Catalonië, Galicië, Valencia, Mallorca, de Canarische Eilanden en Andalusië (een vertegenwoordiger van die laatste club beklaagde zich er eens over dat Andalusië zijn eigen taal niet in de strijd kan gooien, want dat is dezelfde taal als ze in Madrid spreken).

Nationalisten aller gebieden, verenigt u! Dat is een andere paradox in de lopende politieke discussie. Wat de nationalisten in alle perifere contreien van Spanje bindt, is hun afkeer van Madrid. De enige 'etnische groep', om het in de termen van Clancy te zeggen, die ontbreekt, zijn de Castilianen. Als die ook uitgenodigd zouden worden, zouden alle nationalisten gemeenschappelijk een nieuwe staat kunnen stichten, die zij dan bijvoorbeeld Spanje zouden kunnen noemen.

Inmiddels hebben de nationalisten van drie deelstaten besloten gezamenlijk de strijd tegen Madrid te gaan voeren. Zij gaven daartoe de zogeheten Verklaring van Barcelona uit, waarin zij 'vrijheid' eisen voor hun 'historische naties' Catalonië, Baskenland en Galicië. Twintig jaar democratie heeft de autonome deelstaten niet gebracht wat zij gehoopt hadden en wat zij met de herrijzenis van 'Galeuzca', zoals de triple alianza schertsend wordt omschreven, wel in de wacht denken te slepen. Een soortgelijke 'samenzwering van de periferie' was in 1936 voor generaal Franco een van de aanleidingen om het leger te laten uitrukken en met een bloedige burgeroorlog de 'eenheid van de natie' veilig te stellen.

De Baskische PNV en de Catalaanse CiU regeren hun eigen deelstaat al zo'n twintig jaar en hebben zich behoorlijk los weten te weken van Madrid. De Spaanse regering benadrukt voortdurend dat geen gebied in Europa een zo verregaande vorm van autonomie heeft als Baskenland, met een eigen parlement, een eigen regering, een eigen politie, een vrijwel autonoom belastingstelsel.

Hetzelfde geldt voor Catalonië. Maar de Catalaanse president Jordi Pujol laat geen gelegenheid voorbijgaan om zijn wensen voor nog meer zelfstandigheid te verwoorden. Deze week opende hij de politieke beschouwingen in het parlement in Barcelona met de stelling dat het huidige statuut dat de autonomie van de deelstaten regelt, is "uitgeput". De Spaanse grondwet hoeft voor hem nog niet direct gewijzigd, maar dient wel "op een flexibeler manier te worden geïnterpreteerd". En in geen geval zal Pujol accepteren dat Catalonië minder bedeeld wordt dan voor Baskenland mogelijk gaat worden.

Ietwat merkwaardig is de aanwezigheid in dit Baskisch-Catalaanse gezelschap van Manuel Beiras en diens Nationalistisch-Galicisch Blok. Niet alleen ideologisch gezien, omdat zijn partij een radicaal-linkse achtergrond heeft, terwijl de andere twee producten van de hogere middenklasse zijn. Fiscale onafhankelijkheid is aantrekkelijk voor de rijke deelstaten Catalonië en Baskenland, maar een regelrechte ramp voor Galicië, de arme noordwesthoek van Spanje die aanzienlijk meer van Madrid ontvangt dan afdraagt.

De Spaanse grondwet is een meloen. Geen hond die dat wist totdat José Antonio Ardanza het onlangs onthulde. "De grondwet is een meloen, en hij is rijp," verklaarde de lehendakari oftewel de president van Baskenland. "Het is tijd om hem open te maken."

Niet iedereen begreep het beeld, maar Ardanza bedoelde waarschijnlijk dat de grondwet een groot goed is, dat Baskenland er veel aan heeft gehad, maar dat het moment is gekomen er eens goed naar te kijken en de noodzakelijke wijzigingen aan te brengen. 'De meloen' is overigens net zo'n eigen leven gaan leiden als 'Bosnië'.

De politieke wereld varieert naar hartelust op het beeld. De socialistenvoorman Borrell verklaarde dat er niets op tegen is "de meloen te openen, maar dat doe je niet met een bijl". Een van zijn partijgenoten meende dat de meloen pas open mag als de meerderheid van de bevolking dat nodig acht.

Ardanza is al veertien jaar de hoogste functionaris in Baskenland, een positie die hij na de verkiezingen van 25 oktober overdraagt aan zijn partijgenoot Juan José Ibarretxe. Hij begrijpt niet goed waarom er zoveel deining is ontstaan over het eventueel wijzigen van de grondwet. "Het lijkt wel of de paniek toeslaat in Madrid," zegt Ardanza tijdens een lunch in San Sebastián. "Ik vraag alleen: doe mee aan de democratie. Alle wetten zijn te wijzigen als een meerderheid dat wil. Dat heb ik ook altijd tegen de radicalen gezegd. Jullie staan in je recht om elke denkbare politieke aspiratie te verdedigen, maar de meerderheid zal altijd beslissen. We zeggen al jaren tegen de niet-democraten dat zij niet bang hoeven te zijn voor de democratie. Nu lijkt het erop dat die angst zich meester maakt van Madrid. Daar zeggen ze dat zestig procent van de Basken tegen volledige zelfbeschikking is. Als die peilingen juist zijn, waar maken zij zich dan druk om?"

Ardanza staat wel op het standpunt dat "wij Basken onder elkaar beslissen wat wij willen. Madrid moet dat respecteren. Bij het opstellen van de grondwet van 1978 hebben ze ons niet laten meedoen." Inspraak hadden de nationalisten wel bij het opstellen van het Statuut van Gernika, dat de autonomie van Baskenland regelt. Maar, laat Ardanza zich per ongeluk ontvallen, "als de ETA er niet was geweest, hadden we dat statuut nooit gekregen."

"Madrid zegt: de ETA komt voort uit het nationalisme," vervolgt Ardanza. "Het nationalisme is slecht, het is een kiem van fascisme. Het nationalisme is voor hen het ware probleem. Maar wij Basken zijn niet de ETA, wij zijn niet een tunnel vol fanatici."

De grote vraag is wat er gaat gebeuren met alle Basken die niet het nationalistische geloof zijn toegedaan. De zondebokken in de Spaanse politiek op wie de PNV haar giftige pijlen richt, zijn minister Mayor Oreja van de Partido Popular en de socialistische leider Almunia. Die twee hebben ideologisch niets met elkaar, maar zij hebben gemeen dat ze beiden Basken zijn die niets met het nationalisme op hebben. En dat is voor de PNV een onvergeeflijke zonde.

PNV-leiders als Ardanza, Ibarretxe en Atutxa hebben aan de vooravond van de verkiezingen de mond vol van meerderheden, tolerantie en pluriformiteit. De ETA en de door de PNV als gesprekspartner geaccepteerde Herri Batasuna zijn voorlopig nog niet zo ver. Leden van de Ertzaintza, de eigen Baskische politie, worden in de bestandsverklaring nog onverkort 'collaborateurs' genoemd, waarmee zevenduizend mensen tot onbevoegden van de democratie zijn bestempeld.

Eenieder die zich niet voegt naar het ideeëngoed van de radicale nationalisten, zal het ook in de toekomst op zijn brood krijgen, aldus de verklaring: "Het zal een taak van allen zijn een front te vormen tegen degenen die vijanden van dit project zijn en dat blijven. Het is tijd voor de sociale vervolging, waar degenen die ons dwongen tot het gebruik van wapens, zulke voorstanders van waren."

Is Ardanza het gematigde gezicht van de Baskische nationalisten, de 'oude hond' Arzalluz heeft een verdachter taalgebruik. De PNV-voorzitter mag graag spreken over de speciale bloedgroep waarmee de echte Basken zijn gezegend. Of over hun afwijkende schedelmaat. "Nationalisme is gevoel voor het eigene," zegt Arzalluz, "en het is erg in de mode, ook elders, dus het moet wel iets hebben."

"De enige echte Bask is een nationalistische Bask," betoogde Arzalluz onlangs kort en krachtig. Bij het idee dat voor die filosofie een meerderheid te vinden zou zijn, huivert niet alleen Madrid, maar ook het niet-nationalistische deel van de Baskische bevolking. Want dan gaat de meloen het afleggen tegen Bosnië.Als ook nog de Castilianen zouden worden uitgenodigd, konden alle nationalisten samen een nieuwe staat stichten. Die kunnen ze dan bijvoorbeeld Spanje noemen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234