Zaterdag 18/01/2020

KLAMME HANDEN

Walter Grootaers: 'Ik lees dat Lierse tegen een schuldenberg van 8 miljoen euro aankijkt. Dat is nonsens, de operationele schuld beloopt nog geen vierde van dat bedrag. Met een goed businessplan is deze club perfect leefbaar in eerste klasse'Erevoorzitter Freddy Van Laer: 'We moeten terug naar de traditie. Een middenmoter die af en toe voor een uitschieter zorgt, dat is de roeping van Lierse'

OP HET LISP

Gisterenavond boog de beroepscommissie van de Belgische voetbalbond zich over het lot van Lierse SK. Leven of dood, meer opties zijn er niet voor de door schulden geplaagde eersteklasser. Duizenden geel-zwarte supporters zweven nu al twee weken lang tussen hemel en hel. Een reportage van op het Lisp, waar de voorbije dagen koortsachtig naar een oplossing voor de crisis werd gezocht. Het afschaffen van gratis drank op de nieuwjaarsreceptie lijkt alvast een goed begin.

Erik Raspoet

Foto's Stephan Vanfleteren

De Harde Kern van Lierse, zo noemden ze zichzelf in hun opeisingsmail. Hun identiteit blijft een raadsel, maar duidelijk is wel dat de anonieme activisten er gezonde eetgewoonten op na houden. Behalve eieren brachten ze ook courgettes mee toen ze in het holst van de nacht uitrukten voor een eerste en tot dusver enige wapenfeit. Hun omelet belandde tegen de ramen van de fanshop in het Lierse-stadion, een vitaminerijk statement dat ongetwijfeld in de smaak viel bij de nv Mechelse Veiling, die een van de bovenliggende loges huurt. Het gebeurde op maandag 3 mei, kort nadat een late nieuwsflash zich als een lopend sms-vuur onder de Lierse-supporters had verspreid. Die avond had de licentiecommissie van de Belgische voetbalbond beslist Lierse SK naar derde klasse te verwijzen. De ontreddering op het Lisp was compleet, want nauwelijks twee weken eerder had diezelfde instantie nog het licht op groen gezet voor de Kempense eersteklasser. De felbegeerde licentie werd echter ingetrokken na een klacht van de RSZ, die van Lierse zo'n 300.000 euro achterstallige bijdragen vorderde. Nu had Lierse bij de rechtbank wel een afbetalingsplan aangevraagd en gekregen, met instemming van de RSZ. Toen de club echter verzuimde om de eerste schijf bijtijds af te lossen, stuurde de RSZ een deurwaarder naar het Herman Vanderpoortenstadion om beslag te leggen op televisiegelden. Na dat incident was ook bij de licentiecommissie het geduld uitgeput.

Wacht Lierse SK hetzelfde lot als KV Mechelen, RWDM, Lommel en Aalst, stuk voor stuk profploegen die de voorbije jaren wegens financieel wanbeheer uit de eerste klasse werden verbannen? Vijftienduizend geel-zwarte fans aarzelen al twee weken tussen hoop en wanhoop. Reikhalzend wordt uitgekeken naar de dag van de waarheid. Vrijdagavond, 14 mei, verzamelt in het glazen Bondsgebouw aan de Heizel de beroepscommissie om zich over de zaak-Lierse te buigen. Als de intrekking van de licentie wordt bevestigd, valt meer dan waarschijnlijk het doek over de club met stamnummer 30.

Niemand die bij deze cruciale vergadering meer te verliezen heeft dan Peter Serlet. "Als ze Lierse failliet verklaren", zegt de man die de functies van conciërge en terreinverzorger cumuleert, "dan ben ik niet alleen mijn club maar ook mijn job en mijn woning kwijt." Hij zet zijn kruiwagen neer en steekt nog een sigaret op. Stress? "Het zal wel goed aflopen", spreekt hij zichzelf moed in. "De club heeft intussen al haar achterstallige schulden betaald. Als ze een beetje redelijk zijn, kunnen we niet zakken. Hoewel, helemaal gerust ben ik er niet op. Met die mannen van de bond weet je nooit." Het zijn twijfels die door velen in en rond Lier worden gedeeld. Het uitpluizen van de sportpers brengt hen dezer dagen geen soelaas. Wel integendeel, de stroom feiten en geruchten lijkt de vertwijfeling alleen maar te voeden. Inderdaad, het Lierse-bestuur is in actie geschoten. Zat de club jarenlang in het verdomhoekje van de wanbetalers, dan ontpopte ze zich de voorbije weken tot de beste leerling van de klas. Niet alleen werd de totale RSZ-schuld in één keer afgelost. Spelerslonen, groepsverzekering en pensioenfonds, alle kortetermijnschulden werden aangezuiverd. Alsof dat niet volstond, werd ook een tekort van 400.000 euro bedrijfsvoorheffing weggewerkt. De herkomst van al dat manna is niet helemaal duidelijk, al staat vast dat sommige bestuursleden diep in eigen zak hebben getast. Maar of dat zal volstaan om Lierse te redden? Niets is minder zeker, lezen de supporters op diezelfde voetbalpagina's, want het reglement van de beroepscommissie is onverbiddelijk. Met nieuwe feiten zoals inderhaast afgeloste schulden wordt in tweede aanleg geen rekening gehouden. Het is een merkwaardige regel, die onder anderen door Roger Blanpain als een aanfluiting van tuchtrechtelijke logica wordt afgedaan. De bekende specialist in arbeidsrecht raadt Lierse aan een eventueel negatief oordeel van de beroepscommissie aan te vallen voor de burgerrechtbank. Succes verzekerd, alleen is de club allang dood en begraven vooraleer het eindvonnis wordt geveld. Nee, daarover zijn alle analyses eensluidend: het zal vrijdagavond op de Heizel moeten gebeuren.

Best mogelijk dus dat Lierse zijn allerlaatste thuismatch in eerste klasse al heeft gespeeld. Mocht dat zo zijn, dan was het een afscheid in stijl. Vorige zaterdag won geel-zwart met 4-0 van degradatiekandidaat Heusden-Zolder, een zeldzame uitschieter in een mat en doelpuntenarm seizoen. Ook de supporters toonden zich van hun beste kant. Er werd voor rellen gevreesd na het intrekken van de licentie. "Maar niks van", zegt de jonge woordvoerder Frank Verlinden. "Er waren wel spandoeken, maar niet tegen de voetbalbond of het bestuur. De achtduizend toeschouwers stonden als één man achter hun ploeg, er heerste een geweldige ambiance."

Op deze dinsdagmiddag ligt het Lisp er verlaten bij. Vier jaar geleden werd het stadion grondig verbouwd. Lierse had enkele tropenjaren achter de rug. Landskampioen in 1997, Champions League in 1998, bekerwinst in 1999. De wenkende status van topclub schreeuwde om vers beton en spiegelglas. Loges, business seats, fanshop, themacafé, er werden miljoenen euro's in de nieuwbouw geïnvesteerd. Het leverde een fraai decor op, maar sportieve successen bleven uit. Financiële problemen waren er des te meer. Eind 2003 stond het water tot de lippen. Lierse kon een door de stad gewaarborgde Dexia-lening van een miljoen euro niet terugbetalen. De vroede vaderen van de Pallieterstad sprongen in de bres, anders was het verhaal van Lierse toen al uit. Er is de stad veel aan gelegen de club overeind te houden, en niet alleen omdat ze binnen twee jaar haar honderdjarige bestaan viert. Lier heeft zich zwaar geëngageerd via een bankwaarborg van 3,72 miljoen euro. Om maar te zeggen dat er ook op de Grote Markt bang wordt afgewacht. Degradatie betekent zo goed als zeker de vereffening van de Koninklijke Lierse Sportkring. In dat scenario zit de stad opgescheept met een half dozijn oefenvelden en een prestigieus maar waardeloos stadion. Toch is niet de nieuwe tribune de molensteen aan de nek. Ingewijden weten wel beter: vooral een mislukt transferbeleid heeft Lierse de das omgedaan. De personeelslijst puilt uit van de lamme eenden. Spelers zoals Nikolovski en Thompson met langdurige contracten die nauwelijks een bal aanraken maar die niettemin iedere maand een torenhoge wedde mogen opstrijken. Om de malaise nog groter te maken is de transfermarkt inmiddels ingestort. Een ramp voor Lierse, bij uitstek een club die overleefde dankzij de verkoop van eigen talent. Zoals Stein Huysegems, de jonge aanvaller die vorig seizoen met Arouna Kone het mooie weer maakte op het Lisp. Beide spitsen spelen nu in Nederland, bij respectievelijk AZ 67 en Roda JC. Getransfereerd voor een appel en een ei, maar wachten op een betere conjunctuur was geen optie. De kas was leeg, iedere euro was broodnodig.

Stof genoeg om over te piekeren in de senaat, de dug-out in het trainingscentrum in Kessel. Op een zwangere vrouw na zijn het niets dan pensioengerechtigde mannen die zich aan de training van de eerste ploeg vergapen. Sommigen zijn echte habitués. Heeft een speler zijn kleine teen verstuikt? Wordt een nieuw talent in de A-kern getest? De senatoren hebben het gezien van op hun overdekte bank. Het is er knus zitten. Wedstrijden worden tot op het bot geanalyseerd, tactische meesterplannen opgesteld en nieuwtjes over de kleinkinderen uitgewisseld. Een onuitputtelijk gespreksonderwerp is Gilles De Bilde, de door Anderlecht uitgeleende spits met het geblondeerde kapsel. Niet dat ze aan de Ket veel spelvreugde hebben beleefd. De Bilde beweegt zich tegenwoordig meer over de catwalk dan in de zestienmeter van de tegenstander. "Dat verdient 50.000 euro in de maand", chicaneert iemand. "En om wat te doen? De Bilde heeft hoop en al drie volledige matchen gespeeld. Alleen tegen Anderlecht heeft hij iets laten zien. En dan zeggen dat het hier bij zijn eerste training storm liep. Niets dan vrouwen die zich aan de zijlijn verdrongen. De grote Jan uithangen, daar was hij goed in. Nu eens kwam hij op een Harley aangestoven, dan weer in een Ferrari. Op een keer hebben we hard gelachen. Dat was toen hij zijn Hummer niet gedraaid kreeg op de parking."

Vandaag staat op de rol van de senaat slechts één onderwerp. De beroepscommissie, alleen al het woord bezorgt hen klamme handen. "Ze moeten ons een licentie geven", peppen ze elkaar op. "Lierse is springlevend. Zaterdag zaten er weer achtduizend supporters in de tribune. Op verplaatsing nemen we gemakkelijk vijfhonderd man mee. Lierse heeft driehonderd jeugdspelers, een schitterend stadion en een kast vol trofeeën. Zo'n club maak je niet kapot voor een futiliteit." En toch knaagt de twijfel. Als het misloopt, zullen er bittere verwijten weerklinken, en niet alleen aan het adres van de voetbalbond. "Het bestuur heeft geklungeld", sakkert een man met een frivole wielerpet. "Hoe is het mogelijk dat ze die vervaldatum hebben gemist? Ze beweren dat ze het rekeningnummer van de RSZ niet kenden. Kom nou, maak dat de ganzen wijs. Ik heb ook al eens een deurwaarder over de vloer gekregen. Ik kan je verzekeren, na dat bezoek kende ik die man zijn rekeningnummer rats vanbuiten."

Er volgen nog meer zure oprispingen. Dat ze al die Brusselaars maar eens dringend buiten moesten gooien. Die sneer gaat recht naar het hart van Gaston Vets, de voorzitter die uitgerekend in deze turbulente periode van een zware darmoperatie herstelt. Hij was het immers die in 2000 RWDM-manager Van Holsbeeck naar Lierse haalde. Herman Van Holsbeeck, intussen aan de slag bij Anderlecht, heeft Lierse op een professionele leest geschoeid. Het secretariaat verdubbelde in mankracht, er kwam een voltijdse pr-medewerker, de medische staf werd fors uitgebreid. Ook sportief verzette Van Holsbeeck de bakens. Hij trok Emilio Fereira als trainer aan, nog zo'n Brusselaar die in zijn zog een rist nieuwe spelers meebracht. De kritiek op die Brusselse connectie moet met een korrel zout worden genomen. Fereira, die vorig jaar een puik klassement neerzette, geniet nog altijd veel respect. Het verfoeide Brussel staat veeleer symbool voor de Grote Sprong Voorwaarts van Gaston Vets. Want daarover is de senaat unaniem: de geldverslindende poging om Lierse als topclub te vestigen dreigt nu faliekant af te lopen. "Terug naar de roots", luidt de resolutie van de dag. "Gedaan met de dure transfers. Lierse moet zijn eigen jeugd opnieuw een kans geven."

We rijden terug naar het Lisp. Naar Café Waregem, een geel-zwart supporterscafé waarvan de naam om toelichting schreeuwt. De kastelein is niemand minder dan Louis Proost, een gewezen wielrenner die in 1957 het wereldkampioenschap voor liefhebbers won. Dat heuglijke feit speelde zich af in Waregem, vandaar dus. In dit volkscafé met de onvermijdelijke trofeeën en kermisaffiches ontmoet ik twee eminente Lierse-supporters die het op één punt grondig oneens zijn. Herman Van Holsbeeck heet de twistappel. Voor Corneel Sluydts, gepensioneerd schooldirecteur en gewezen voetbalverslaggever van Volksgazet, staat het vast. "Van Holsbeeck heeft ons de das omgedaan met zijn doorgedreven professionalisering", zegt hij. "Het kon niet meer op. Plotseling moesten er drie dokters en drie kinesisten mee naar een oefenkamp in Spanje. Real Madrid doet dat ook zo, werd er verteld. Maar wij zijn Real Madrid niet. Dit was altijd een provincieclub die teerde op de inzet van vrijwilligers. Daar wilde Van Holsbeeck echter niet van horen, onder zijn bewind heeft Lierse zijn familiale karakter verloochend."

Walter Grootaers luidt een heel andere klok. "Wat is er tegen professionalisering?", vraagt hij zich hardop af. "Voor mij kunnen ze daarin niet ver genoeg gaan. Trouwens, ik heb Van Holsbeeck bezig gezien. Die kon niet alleen geld uitgeven, hij werkte ook aan de inkomsten. Van Holsbeeck was een kei in het aantrekken van sponsors." Walter Grootaers kent de interne keuken van Lierse. Hoe hij het allemaal bolwerkt, blijft een raadsel, maar tussen zijn optredens als televisiemaker en zanger door fungeert de opper-Kreuner als VLD-schepen Sport en Toerisme in Lier. "Natuurlijk zal de stad er alles aan doen om de club te redden", zegt hij. "Als Lierse zakt, mogen wij die lening van 3,75 miljoen afbetalen. Met de hypotheek zullen we het niet redden. De terreinen van Lierse dekken maar een derde van dat bedrag. Maar het is niet alleen een financiële kwestie. Lierse is onmisbaar voor het imago van onze stad, het is een club die in het hele land sympathie opwekt. Je had dat moeten zien toen we in 1997 naar Luik reden voor de kampioenenmatch tegen Standard. Van alle bruggen over de autosnelweg hingen spandoeken om ons aan te moedigen. Dat heeft ook met onze supporters te maken. Lierse heeft welgeteld één geregistreerde hooligan. Neem nu de match van zaterdag tegen Heusden-Zolder. Niet de minste agressie op de tribunes, terwijl onze club toch met een doodvonnis wordt bedreigd. In Antwerpen zou het niet waar zijn, daar breken ze boel af. Zonder overdrijven, het verdwijnen van Lierse zou een ramp zijn voor de hele streek. Zestig procent van de supporters komt uit de provincie. Vergeet Westerlo maar, Lierse is nog altijd dé club van de Kempen." Al bij al is Grootaers optimistisch gestemd. "Ik heb me grondig laten informeren", zegt hij. "De financiële toestand is niet zo hopeloos als sommigen doen uitschijnen. Ik lees dat Lierse tegen een schuldenberg van 8 miljoen euro aankijkt. Dat is nonsens, de operationele schuld beloopt nog geen vierde van dat bedrag. Met een goed businessplan is deze club perfect leefbaar in eerste klasse."

Walter Grootaers komt uit een echte voetbalfamilie. Zijn eerste liefde was FC Köln, de club van zijn vader, die als beroepsmilitair in Duitsland was gekazerneerd. "Maar als we met verlof kwamen, gingen we altijd naar Lierse", zegt hij. "Het is een familietrek. Mijn jongere broer Alain was keeper bij de Uefa-juniores, hij heeft nog op de reservebank van de eerste ploeg gezeten."

Als het op geel-zwarte wapenfeiten aankomt, dan moeten zelfs de gebroeders Grootaers het afleggen tegen Corneel Sluydts. Zijn vader heeft nog getimmerd aan de houten tribune waarin Lierse zijn eerste triomfen heeft behaald. Hijzelf werd 77 jaar geleden geboren in de schaduw van het Sint-Gummaruscollege, een bolwerk van stadsrivaal Lyra, die momenteel in derde klasse speelt. Dat mag overigens een wonder heten, want gewezen eersteklasser Lyra werd in 1972 door grote broer Lierse opgeslorpt. Een handvol Lyra-fanaten bleef zich echter tegen de fusie verzetten en stichtte een volledig nieuwe club, die zich vanuit vierde provinciale naar derde klasse wist op te werken. Het zegt iets over de tegenstellingen, die niet alleen om voetbal draaien. Was de Lierse Sportkring de ploeg van liberalen en socialisten, dan gold Lyra als de club van de katholieken. "Dat zat erg diep", vertelt Corneel. "Als we thuis een geel-zwarte vlag durfden uit te hangen, dan spraken onze buren twee weken niet meer met ons. Als kind van het Atheneum had ik het niet gemakkelijk in onze buurt, ik was de enige die zondag niet naar het lof ging. Op straat kwam er altijd ruzie van. Als we voetbalden, werd ik geschopt en uitgescholden door die van de Lyra." Corneel heeft het zich voorgenomen: mocht Lierse volgend seizoen toch in derde nationale aantreden - een mogelijkheid waaraan hij niet mag denken -, dan zal hij alvast voor één wedstrijd verstek geven. "De derby op Lyra", zegt hij. "Daar krijg je mij met geen stokken naartoe. Jonge mensen begrijpen dat niet, maar ik heb in mijn jeugd te veel afgezien met die van Lyra."

Een degradatie zou ook jammer zijn voor het huldeboek dat binnen twee jaar moet verschijnen. Honderd jaar Lierse, aan vergeten hoogtepunten geen gebrek. Wie weet nog dat Lier in 1971 in de Uefabeker met 0-4 ging winnen op het veld van Leeds, nadat thuis kansloos met 0-2 werd verloren? Heel Europa stond paf, want Leeds gold toen als de sterkste ploeg van Engeland. Naar verluidt hangt er nog altijd een bordje in de spelerstunnel van Elland Road. 'Remember Lierse', opdat de thuisploeg nooit meer zijn tegenstanders zou onderschatten. Ook aan Corneel werd een bijdrage voor het jubileumboek gevraagd. Misschien moet hij maar schrijven over de kampioenstitel van 1942, de eerste die hij bewust heeft meegemaakt. "Op straat vieren kon niet", zegt hij. "Het was tenslotte oorlog. Maar gelukkig was er geen gebrek aan supporterscafés. Van de elf spelers uit die kampioenenploeg hielden er maar liefst zeven een café open. Na de match zaten die stampvol, en zo verdienden die mannen een centje aan hun sport. Een van die cafébazen was Bernard Voorhoof, een aanvallende middenvelder die 61 keer werd geselecteerd voor de nationale ploeg. Lierse heeft veel fantastische spelers gekend. Jan Ceulemans, Erwin Vandenbergh, noem maar op. Maar de allergrootste, dat was Bernard Voorhoof. Als je vroeger over Lier sprak, dacht niemand aan Felix Timmermans. Lier, dat was de stad van Bernard Voorhoof."

Bijklussen in de horeca is allang geen noodzaak meer voor talentrijke voetballers. Tegenwoordig hebben veertienjarige Uefa-internationals een manager, verneem ik woensdag van jeugdcoördinator Marcel Vets. We staan aan de zijlijn van een oefenveld waar preminiemen en miniemen hun kunstjes vertonen. Lierse heeft weer een geslaagd jeugdseizoen achter de rug. Drie ploegen nationaal kampioen, twee ploegen vice-kampioen, en de rest eindigde netjes in de linkerkolom van het klassement. In voetbalmiddens is het welbekend: Lierse heeft veruit de beste jeugdopleiding van de eerste klasse. "Met zo'n reputatie sta je in de etalage", zegt Marcel Vets (69). "Het wemelt hier van de talentscouts. Ook uit Nederland komen ze kijken. Een van onze elfjarigen is naar PSV Eindhoven vertrokken. Dat joch woont in Berlare, en die van PSV pendelen er een paar keer per week mee over en weer." Marcel, geen familie van voorzitter Gaston Vets, speelde zelf vele jaren in eerste klasse bij Berchem Sport. Toch zal hij vooral worden onthouden als jeugdtrainer van Lierse. De voorbije 27 jaar heeft hij 58 jeugdspelers klaargestoomd voor het eerste elftal. Namen als Nico Van Kerckhoven, Karel Snoeckx, Bob Peeters, Dirk Huysmans, Jurgen Cavens, Carl Hoefkens, Hans Somers en Stein Huysegems zijn allemaal door zijn handen gegaan. Lierse heeft er flink aan verdiend, want heel wat van die in Kessel gepolijste talenten spelen nu in buitenlandse competities. Wat als vrijdagavond de bom ontploft? "Dan loopt de boel hier leeg", voorspelt Marcel Vets nuchter. "De jeugdploegen degraderen mee met het eerste elftal. Zonder matchen tegen andere topclubs trekken alle talenten hier meteen weg. Dat zou pas echt de doodsteek zijn voor Lierse."

De huidige crisis heeft één positief neveneffect. Voorzitter Gaston Vets en erevoorzitter Freddy Van Laer spreken weer met elkaar. Het was zelfs een tikje ontroerend. Van Laer die Vets moed kwam inspreken, vlak voor zijn opname in het ziekenhuis. Naar de juiste woorden moest hij niet lang zoeken. Van Laer, een 71-jarige transportondernemer, is zelf herstellende van een zware operatie. "De helft van mijn maag is weggenomen", zegt hij. "Ik volg nog altijd chemotherapie. Gaston en ik zitten in hetzelfde schuitje. Tijd om de spons over het verleden te halen, zeker nu de club in nood verkeert. Want Lierse is ons levenswerk, ook dat hebben we met elkaar gemeen." Nochtans was het water diep. Freddy Van Laer was zelf voorzitter van 1989 tot 2000, een succesperiode waarin Lierse zowel de landstitel als de beker binnenrijfde. Hij werd echter opzijgeschoven toen hij zich verzette tegen de komst van Herman Van Holsbeeck. "Die zag het allemaal veel te groot", houdt hij vol. "Nieuwjaarsrecepties met gratis drank voor vijfhonderd man. Voorstelling van de ploeg met een diner voor honderd man. Megalomanie die Lierse zich niet kan permitteren. Gaston heeft het ondertussen wel begrepen hoor, we moeten terug naar de traditie. Een middenmoter die af en toe voor een uitschieter zorgt, dat is de roeping van Lierse."

Aan de muur van het foeilelijke themacafé hangt een veelzeggende slogan: 'De grootste kleine club van het land'. Freddy Van Laer stapt in zijn Mercedes. Nog anderhalve dag, op het Lisp tellen ze de uren af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234