Maandag 03/08/2020

'Klagen op het toneel is verboden'

'Trillend, lillend, levend theater.' Dat wil Dirk Tanghe (56) maken. Zijn enscenering van Tsjechovs De meeuw in HETPALEIS is, na enkelen jaren van depressie en alcoholisme, een rentree door de grote poort.

Op de grond van de leeszaal van HETPALEIS ligt een muntje van 2 eurocent. Dirk Tanghe ziet het en raapt het op. "Geld mag je niet laten liggen. Vraag maar aan Arkadina (protagoniste in Tsjechovs 'De meeuw', red.)." Als vanouds lopen bij de regisseur leven en theater door elkaar. Hoewel. Hij heeft leren doseren, vertelt hij. Zijn leven staat niet meer "elke seconde van elke dag" in het teken van het theater.

In de jaren '80 en '90 was Tanghe het godenkind van het Vlaamse theater. Zijn legendarische enscenering van Romeo en Julia in '88 was baanbrekend en is nog steeds vaste prik in elke studie theaterwetenschappen. In '96 verkaste de regisseur naar het theater De Paardenkathedraal in Utrecht, waar hij 11 jaar lang furore maakte. Na zijn vertrek daar echter ging het licht uit. Zijn bipolaire stoornis bracht hem in een diep dal en alcohol duwde hem helemaal de dieperik in. Met de grootste moeite klauterde hij naar boven. Zijn zoon Sjoerd legde het vorig jaar vast in de hartverscheurende documentaire Me Will Always Be Me.

Maar zie, Tanghe staat er weer. Nog wat wankel op de benen soms, maar met de blik op de toekomst gericht. Zo herneemt hij volgend jaar, of het jaar daarna, zijn Romeo en Julia. "Opdat ook de nieuwe generatie het stuk kan zien", vertelt hij enthousiast. "En opdat ik mezelf 25 jaar na datum kan fêteren (lacht). Het moet een Romeo en Juliarevisited worden, geen exacte kopie. De Montagues worden Vlamingen, de Capulets Nederlanders. Een compagnie uit Nederland heeft me geëngageerd."

Voorlopig is het toekomstmuziek. Een dag per keer. En de volgende grote dag: die staat vrijdag gepland. Dan gaat in jeugdtheater HETPALEIS in Antwerpen zijn enscenering van De meeuwin première. Met op scène: een paar ouwe getrouwen als Michaël Pas en zijn ex-vrouw Karin Tanghe, maar ook jong geweld als Alessandro Cangelli en Dorien De Clippel.

De meeuw is het verhaal van een zoon en een moeder. Kostja en Arkadina, de hemelbestormer en de diva. Zij houdt vast aan haar traditionele ideeën over theater, hij wil vernieuwing op scène. We zeiden het al: bij Tanghe lopen leven en theater toch altijd weer door elkaar.

Tanghe: "De repetities lopen ten einde. Dit is het moment dat alles samenkomt: muziek, licht, decor, kostuums, acteurs. Dan is het als regisseur breien, 'crocheren'. Tot je moet loslaten. Het wordt tijd dat de acteurs ook eens van een ander horen dat het mooi is wat ze doen. Dat ze niet nog langer op mijn snufferd moeten staan kijken (lacht). Maar nu nog niet. Ik heb tien acteurs. Aan elke vinger één. En ik besef hoe broos en kwetsbaar ze zijn."

"Ik heb altijd een goed idee van wat ik niet wil. En in dit geval is dat: een landerige Tsjechov. Je moet ook opletten met de naam Tsjechov. Drie zusters is voor mij helemaal anders dan De meeuw, De meeuw een compleet ander stuk dan Oom Wanja. Ik wil wrikken aan het gevestigde beeld rond repertoire-auteurs. Tsjechov smeekt daar ook om. Hij ligt bij mij in bed en hij weet dat het goed wordt."

"'Dit stuk zal geboren worden uit woede', schreef ik in aanloop naar het stuk. Maar als ik eerlijk ben, worden al mijn stukken uit woede geboren. Woede hoeft niet destructief te zijn. Ik wend haar aan als een constructieve kracht."

"Herkenning is cruciaal in het theater. Altijd. Ik herken mezelf in De meeuw, niet toevallig een stuk over theater in het theater. De grote clash tussen de oude theatergeneratie en de jonge: ik ken die. Als jongeling in de toneelkring Sint-Rembert in Torhout moest ik ook opboksen tegen de gevestigde waarden en namen. Ik identificeer mij met alle personages, want ik ken hen uit mijn eigen leven. En die dialogen! Tsjechovs teksten komen uit het leven van alledag.'Niet te veel complimentjes geven. Dat brengt ongeluk.' Mensen zeggen het elke dag. 'Nieuwe vormen zijn er nodig', zegt Kostja op een bepaald moment. Al wie in het theater werkt, weet dat die woorden ook in het echte leven al vaak uitgesproken zijn."

"Op mijn 22ste was ik een Kostja en ik ben blij dat ik hem nog altijd ben. Maar noem me geen enfant terrible. Ik heb gewoon steeds mijn intuïtie gevolgd. Er is ook een fundamenteel verschil tussen Kostja en mij. Hij pleegt zelfmoord en ik leef nog. Ik heb ook aan de afgrond gestaan, heb om verschillende redenen en op verschillende momenten geprobeerd uit het leven te stappen, maar ik ben er nog. Vandaar ook dat ik in De meeuw een andere hartenklop gevonden heb. Er zit een overlevingsdrang in dat stuk, geen 'kop in het zand'-mentaliteit. In mijn enscenering komen alle personages op voor hun droom. De liefde van Masja is onmogelijk, want Kostja haat haar, en toch is ze in onze Meeuw een soort Phaedra-figuur die hartstochtelijk blijft smachten naar haar Hippolytus. Onze Meeuw heeft een kolkend ritme en is niet larmoyant of klagerig. Klagen op het toneel is sowieso verboden."

"Ik voel dat kolkende ritme ook in onze maatschappij. Mensen blijven niet Tsjechoviaans bij de pakken zitten. Het is mijn bedoeling jonge mensen de andere kant van Tsjechov te laten zien. Maar noem het geen jeugdtheater! Ik maak theater. Punt. Een publiek is niet jong of oud.

"Ik wil weten wat er in de boekentassen van de jeugd zit. Ik heb zelf drie zonen. Sjoerd, Wietse en Joppe: dat zijn hyperkinetische jongemannen! Het zijn jongens die opkomen voor hun ideaal en verantwoordelijkheid opnemen voor zichzelf."

"Ik kom uit een zwarte periode van drie jaar waarin ik geen theater heb gemaakt. Al ben ik er steeds over blijven dromen. Als ik stukken las, bleef ik dingen voor me zien. Ik bleef ook mijn filter vullen met dingen die mij boeien in het leven: schilderkunst, muziek, beeldhouwkunst, mode, sport. Theater is een plek waar al die dingen kunnen samenkomen. Dat gaat door de filter en dan krijg je trillend, lillend, levend theater."

"Zelfs in mijn donkerste dagen had ik nog steeds talloze ideeën, maar ik vond er geen uitweg voor. Het voelde als een afgeknepen orgasme. Iedereen zei: 'Maar Dirk, jij met jouw cv, jij vindt zo weer werk.' Ik wist niet eens wat een cv was! En ik vond geen werk. Misschien omdat ik altijd zo'n einzelgänger ben geweest? Ik zocht een theaterhuis dat stevig onderbouwd is. Niet zoals het Publiekstoneel waar Geert Allaert me vier jaar terug voor engageerde. Dat was een zéér zwarte bladzijde. Ik wil er ook niet meer over praten. Ik heb die bladzijde uit het boek van mijn leven gescheurd. Maar het heeft wel gevolgen gehad. Ik was kwetsbaar en werd weer overvallen door depressie. Dus zocht ik mijn heil in de drank."

"De mens als individu wordt als een goed wezen geboren. Daar blijf ik van overtuigd. Maar de mensheid is wreed. Net als het theatermilieu. Ze horen een cowboyverhaal over jou en ze stappen erin mee. Toch ben ik blijven geloven dat er ooit weer een engel op mijn schouder zou neerdalen."

Natte eend

"In april 2011 was ik te gast bij Kurt Van Eeghem in het radioprogramma De sporen op Klara. Toen ik uit de studio kwam, sprak een dame me aan. Het was Barbara Wyckmans van HETPALEIS, zo bleek. 'Bent u Dirk Tanghe? Hoe gaat het?' Ik moest eerlijk zijn en zei dus: 'Niet goed, want ik zit zonder werk.' Waarop zij vol ongeloof reageerde en me vroeg wat ik die donderdag deed. 'Stempelen', zei ik (lacht). En prompt maakten we een afspraak in HETPALEIS. Die donderdag had ze me binnen het kwartier al gevraagd welk stuk ik wilde regisseren. Ik had een paar ideeën, maar toen ze me vroeg welke voorstelling ik het liefst wilde maken, zei ik meteen: De meeuw.

'Die gaan we laten vliegen', was haar simpel antwoord. Barbara Wyckmans is niet iemand die zomaar de gevallen engelen van straat raapt. Ze kende mijn werk en staat achter mijn artistieke waarden. Barbara heeft me mijn trots en bezieling teruggegeven."

"Bij mij begint alles bij de casting. Ik zie de acteurs opdoemen als ik een stuk lees. Ze dringen zich aan mij op. In De meeuw zit geen enkele acteur van tweede keus. Ik moet verlangen naar mijn acteurs. Moeten werken met acteurs naar wie ik niet verlang: dat is de dood voor mij. Een goede speler voor mij is iemand die humor heeft en dienstbaar is aan zijn medespelers. En ik, ik geef de lijn aan waartussen ze zich moeten bewegen. Rekening houdend met hun wensen, uiteraard, en met hun talenten. En ze weten: ze mogen een meter rechts van die lijn, of een meter links. Twee meter nemen echter, is niet aan de orde. Dan heb ik voor hen geen vangnet meer."

"Ik hou niet van het woord regisseur. Ik voel me een director: ik geef een richting aan. Het gaat niet om de herhaling, het gaat om het proberen. Een stuk wordt geboren al proberende. En soms vallen we op onze bek. Maar dan vallen we samen."

"Ik ben opgeleid als acteur, maar voel de behoefte niet meer zelf te spelen. Ik ben blij als ik stikjaloers in de zaal zit te kijken hoe mijn acteurs aan de haal gaan met hun talent. Sowieso ben ik een homo ludens. Ik doe nog steeds belletje trek aan de deur van de 'grote mensen'. Zo overleef ik. De loeiende kudde zegt me niks."

"Ik ken ondertussen wel de triggersdie mij in een depressie doen belanden. In die zwarte jaren heb ik veel geleerd. Dat ik het moet benoemen. Ik ben manisch-depressief. Vroeger kon ik mezelf verliezen in de theaterstukken die ik ensceneerde. Nu waak ik erover dat dat niet gebeurt. Ik ken de angst van de creatieveling die zijn manische periodes - zijn woeste hoogtes - niet wil verliezen uit angst daarmee ook zijn talent te verliezen. En ik dacht dat alcohol me hielp. Toen ik in 2006 opgenomen werd in een ontwenningskliniek in Engeland, dacht ik oprecht dat ik nooit meer theater zou kunnen maken omdat ik van de drank af was. Alsof dat het voedsel was. Het tegendeel is waar. Drank neemt alles van je weg. Mijn moeder zei me ooit: 'Dirk, je bent als een prachtig landhuis met tal van kamers. Zorg er goed voor.' In 2006 echter waren alle luiken voor de ramen dicht, was het landhuis overwoekerd met klimop en leefde ik in de kelder. In Engeland zijn na een paar weken de luiken gelukkig terug open gevlogen. En besefte ik dat ik wel nog theater zou kunnen maken. Misschien zelfs nog beter dan voorheen."

"Ik neem nu medicatie. De enorme piek en het duizelingwekkend diepe dal ken ik niet meer. Maar ik ben en blijf een Alpenlandschap. Van mij gaan ze nooit een Ardense plateau maken (lacht). Mijn perfectionistische drang was vroeger vaak destructief. Ik probeer er nu iets positiefs van te maken. Door ook eens de deur achter mij dicht te slaan. Anders is het elke seconde van elke dag theater."

"Ik heb ontdekt dat het simpel is. Mijn zonen zijn het allerbelangrijkste in mijn leven. Niet dat ik gebonden ben. Mijn kinderen zijn mijn beste vrienden en het is een zaligheid hen te zien evolueren. Dat geeft zoveel energie als vader. Trots, ook. En die trots ben ik lang kwijtgeraakt omdat ik in een spiraal van destructie was terechtgekomen. Toch blijf ik niet hangen in mijn verdiensten. Het zijn andere mensen die het hebben over 'mijn gloriedagen' of 'de wonderboy van het theater'. Al heb ik ook bagger over me heen gekregen. 'Tanghes Midsummer Night's Dream dreef me bijna tot zelfmoord', schreef een recensent ooit. Ach. Mijn moeder zei altijd: 'Dirk, jij bent een natte eend. Niemand zal jou ooit kunnen pakken.' Ze heeft gelijk gekregen."

De meeuw, van 14/9 t.e.m. 13/10 in HETPALEIS, Antwerpen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234