Woensdag 20/11/2019

Klacht van Luikse topmagistraat tegen Thily

Magistraat werd ten onrechte verdacht van pedofilie en eist nu schadevergoeding

Luik / Brussel.

Eigen berichtgeving

De Luikse substituut-procureur-generaal Marc de la Brassine heeft klacht ingediend tegen de Luikse procureur-generaal Anne Thily wegens schending van het beroepsgeheim en eerroof. De klacht werd ingediend bij een Luikse onderzoeksrechter. Die zal het dossier normaal overmaken aan minister van Justitie Van Parys (CVP), die het op zijn beurt zal doorzenden naar procureur-generaal Eliane Liekendael bij het Hof van Cassatie voor onderzoek.

Op 8 november 1996, in het zog van de affaire-Dutroux, schreef Anne Thily in een rapport aan toenmalig justitieminister Stefaan De Clerck (CVP) dat substituut-procureur-generaal De la Brassine verdacht werd van pedofilie. Ze verwees daarbij naar "verklaringen van sommige jongeren". Verder citeerde zij in dat verband met naam en toenaam ook minstens één getuige, waarvan achteraf bleek dat hij in deze zaak niet eens verhoord was. Een andere getuige in deze 'pedofiliezaak', die Thily in haar brief citeerde, was de vroegere echtgenote van de bewuste magistraat. De verklaringen van de echtgenote kaderden bij nader toezien in hun scheidingsprocedure. En Thily had de minister er ook op gewezen dat De la Brassine volgens haar in verdachte financiële transacties betrokken was met een oudere dame die kort nadien om het leven kwam door verdrinking. Kortom, Thily schreef net niet dat de substituut-procureur-generaal ook indirect bij een moord betrokken was.

Een en ander leidde tot een strafonderzoek, waarbij substituut-procureur-generaal De la Brassine ten slotte op 11 maart '97 voor enkele weken in de gevangenis vloog op beslissing van onderzoeksmagistraat Marique, raadsheer bij het hof van beroep in Brussel (die ook fungeerde als onderzoeksmagistraat van de commissie-Dutroux).

Vóór die arrestatie waren de media reeds op de hoogte gebracht van al die verdenkingen tegen De la Brassine. Volgens Marc de la Brassine nam niemand minder dan Anne Thily zelf daartoe destijds het initiatief.

Vandaag, meer dan een jaar later, heeft het strafonderzoek ten laste van de Luikse substituut-procureur-generaal de zwaarste aantijgingen tegen hem helemaal niet hard kunnen maken. Hij is kennelijk ook een van de slachtoffers geworden van het klimaat dat in '96-'97 is ontstaan rond de affaire-Dutroux. Er zijn zelfs ernstige aanwijzingen dat er tegen De la Brassine op het parket-generaal al vóór de zaak-Dutroux een persoonlijke hetze bestond.

In het strafonderzoek tegen hem heeft men nergens bewijzen gevonden van pedofilie. Ook alle verdenkingen inzake het fortuin van de jammerlijk verongelukte oude dame leverden uiteindelijk geen enkele betichting tegen hem op. Op die aanvankelijk essentiële punten bleken de verdachtmakingen van Thily in haar brief aan de minister van Justitie totaal ongegrond.

De la Brassine zal zich voor het hof van beroep te Brussel echter wel moeten verantwoorden voor andere feiten die volgens de tenlastelegging wel bewezen zijn. Het gaat om valsheid in geschrifte in bancaire transacties en om het tijdelijke zwartwerk van een aantal personen in zijn kasteel. Er is verder alleen nog sprake van illegaal wapenbezit omdat in zijn woning een oud wapen werd aangetroffen dat al generaties lang tot het familiebezit behoort.

Walter De Bock

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234