Vrijdag 25/06/2021

KLAAGZANG VOOR DE BOEMAN VAN BUDA

Michael Chladiuk: 'Soms werd ik twee keer per nacht uit mijn bed gebeld om een lek te dichten. De hitte was moordend. In de kelders onder de oven werd het nooit kouder dan 50 graden'Generaties boekhouders hebben hier punten en komma's gewikt en gewogen. En wat schiet er over van zoveel vlijt? Een kleffe papierberg waar zelfs geen hond zijn achterpoot tegen wil opheffenMarly-Carcoke was berucht om zijn arbeidsongevallen. Vingers werden hier geplet of afgerukt, brandwonden waren schering en inslag

Voor pendelaars op de Brusselse ring was het lange tijd een reflex. Alle ramen dicht voor ze het viaduct van Vilvoorde beklommen en de smog van Marly-Carcoke trotseerden. Tien jaar geleden trok de chemische nevel op. De cokesfabriek sloot, maar de trotse torens bleven de Brusselse skyline sieren. Niet lang meer, want op 16 december komt prins Laurent hoogstpersoonlijk de sloophamer hanteren. Tijd voor een eresaluut aan een monument dat de neus prikkelt, maar het oog streelt.

Erik Raspoet / Stephan Vanfleteren

Café Buda. Een glitterbol strooit dwaallichtjes uit over de lege dansvloer. Ik heb mijn bezoek slecht getimed, betoogt een van de twee aanwezigen. Vrijdag is er topless bediening, dan loopt het hier storm. Op een dinsdagmiddag kun je in café Buda alleen genieten van het weergaloze uitzicht op de Brusselse vaart. Binnenschepen glijden onder de Buda-brug door, een wonder van meccanobouwkunst. De waard verschijnt uit de achterkeuken. Lang haar, tatoeage, oorring, de Harley Davidson fantaseer ik er spontaan bij. Maar schijn bedriegt, deze ruige rocker is een estheet in het diepst van zijn gedachten. Vaak dwaalt zijn blik af naar de donkere silhouetten aan de overkant van het kanaal. De torens van de cokesfabriek Marly, hij raakt er nooit op uitgekeken. "Die gebouwen", zegt hij onder het bedienen van de espressomachine, "dat is voor mij echte kunst. Vooral bij volle maan zijn ze prachtig. Jammer dat ze binnenkort tegen de vlakte gaan."

Op 16 december beginnen de afbraakwerken. Toeters en bellen liggen al klaar. Niemand minder dan prins Laurent zal de start van het sloopwerk met zijn doorluchtige aanwezigheid opluisteren. De wraak zal zoet smaken bij de van Saksen-Coburgs. Want hoe vaak zouden oom Boudewijn en pa Albert niet hebben gevloekt op de cokesfabriek aan de rand van Laken? De rookpluimen van Marly zorgden niet alleen voor visuele pollutie. Als de wind verkeerd stond, sloegen de roetpartikels neer op het koninklijk domein en werden ijlings lakeien uitgestuurd om alle ramen van het paleis te sluiten. Het aristocratische leed verzinkt echter in het niet bij de ongemakken die de proletariërs van Neder-over-Heembeek en Vilvoorde moesten verduren. Woonwijken bleven soms dagenlang gehuld in een chemische mist die een film van zwavelzuur neersloeg. Gevels kleurden zwart, moestuinen presteerden ondermaats, al wat metaal was, ging van lieverlede roesten. Lange tijd werden er geen vragen bij gesteld. Stank en rook hoorden bij het leven zoals vallende bladeren bij de herfst.

De cokesfabriek Marly dateert van 1932. Jaarlijks werden er 750.000 ton cokes geproduceerd. Een immense hoeveelheid, maar de vraag was dan ook groot. Cokes, in feite verrijkte steenkool, dienden zowel om hoogovens te stoken als om Leuvense kachels aan te maken. Aan de Vilvoordsesteenweg gonsde het van de bedrijvigheid. Dag en nacht voerden schepen en treinen de ruwe steenkool en cokes aan en af. Halfweg de jaren tachtig keert het tij. Marly is dan al overgenomen door Cockerill-Sambre en heet Carcoke. De naam is wel veranderd, maar de overlast niet. Buurtcomités en milieuverenigingen beginnen te ageren tegen de grootste vuilak van de Brusselse agglomeratie. Carcoke vormde niet alleen een permanente bedreiging voor de luchtkwaliteit, ook inzake waterpollutie kende de fabriek haar gelijke niet. Al het zwaar verontreinigde afvalwater werd via een smeerpijp onder het kanaal in de Zenne gepompt, reden genoeg voor de Nederlandse Stichting Reinwater om Carcoke in 1992 als eminent Noordzee-vervuiler voor de rechtbank te slepen. Alsof de groene kritiek niet volstond, stort de markt in elkaar. Cokes hebben afgedaan als huisbrandstof, en staalfabrieken kiezen voor goedkope import uit het Oostblok. Het woord sluiting valt steeds nadrukkelijker, en op 27 januari 1993 worden de ovens gedoofd. Driehonderd werknemers verliezen hun baan in een sociaal drama dat alleen door de betrokkenen wordt betreurd. In Brussel en Vilvoorde haalt men opgelucht adem nu het laatste restant zware industrie uit de kanaalzone is verdwenen. Voor de pendelaars op de Brusselse ring is het wel even wennen. Jarenlang waren de zwarte, witte en gele rookzuilen van Marly een baken op hun weg. Het was een reflex geworden: bij het oprijden van het viaduct vlug alle ramen dicht alvorens de stinkende mist in te duiken.

Ik moest niet lang aandringen om Maurice mee te tronen. Nochtans heeft hij sinds zijn brugpensioen achttien jaar geleden geen voet meer op het fabrieksterrein gezet. Met de afbraak in het verschiet wint de nieuwsgierigheid het evenwel van de onverschilligheid. Graafmachines en bulldozers zijn al druk in de weer, het startschot van prins Laurent werd kennelijk niet afgewacht. Oppassen, waarschuwt een van de grondwerkers, want het terrein is bezaaid met verraderlijke putten. Maurice haalt de schouders op. Leer hem de gevaren van Marly kennen, hij die hier zijn veertig beste jaren heeft gesleten. We ploeteren door de modder, waaruit een zware teergeur opstijgt. 22,5 miljoen euro zou de sanering van het 14 hectare grote terrein de NV Brusselse Haven kosten. De bodem is tot op een diepte van dertien meter vervuild, onder meer met kankerverwekkend benzeen en asbest. "Het was smerig werk", zegt Maurice. "Als we thuiskwamen stonden onze kleren stijf van het roet. Twee keer moesten ze in een tobbe met een stamper worden bewerkt voor ze in de wasmachine konden. Mijn vrouw was blij toen Marly ons eindelijk zelf een werkplunje verschafte."

Maurice is een naam die hij aan Marly dankt. Volgens zijn identiteitskaart heet hij Michael Chladiuk en werd hij 78 jaar geleden in de buurt van Lvov geboren, een stad die achtereenvolgens onder Polen, Nazi-Duitsland, de Sovjet-Unie en Oekraïne ressorteerde. De opsomming is niet zonder belang, want de geopolitieke wisselvalligheden verklaren zijn loopbaan in de cokesfabriek. Maurice werd als knaap van vijftien met zijn hele klas door de nazi's naar Duitsland gedeporteerd, een lot dat zijn ouders een jaar eerder al hadden ondergaan. De bevrijding had voor de twee generaties een totaal andere afloop. Gedeporteerd of niet, de sovjets beschouwden alle in Duitsland 'bevrijde' Polen als collaborateurs. En dus werden vader en moeder Chladiuk andermaal gedeporteerd, naar Siberië dit keer. Maurice, die zijn ouders nooit meer heeft teruggezien, werd door de Amerikanen bevrijd. Hij trad in dienst van het Amerikaanse leger en belandde in Antwerpen. Toen hij bedankte voor een toekomst als Korea-vrijwilliger, zag hij maar één manier om in België te blijven. "Werken als gastarbeider", zegt hij. "Ik kon kiezen uit verschillende sectoren. Steenkoolmijnen, hoogovens, chemische fabrieken, allemaal plaatsen waar de Belgen niet graag werkten. Op de lijst stond ook een naam die ik niet kende. Cokerie, ik had zelfs geen benul van wat ik me daar bij moest voorstellen." Intussen weet hij maar al te goed wat werken aan de cokesoven betekent. Hard en vuil labeur, waar hij niettemin met trots aan terugdenkt. Hij wijst naar de oveninstallatie. "Ik moest de deuren herstellen", zegt hij. "Soms werd ik twee keer per nacht uit mijn bed gebeld om een lek te dichten. De hitte was moordend. In de kelders onder de oven werd het nooit kouder dan 50 graden."

Gisteren liep ik hier moederziel alleen rond. Strompelend over hopen puin, verstrikt rakend in woekerende kabels, piekerend over manieren om mijn indrukken te verwoorden. Het beeld van de honingraat leek me alvast geschikt om de 350 meter lange oveninstallatie te omschrijven. De constructie wordt geritmeerd door 160 uitsparingen, vijf meter hoog en niet meer dan veertig centimeter breed. In de uit vuurvaste steen opgetrokken tussenmuren lopen gasleidingen die temperaturen van 1.200 graden genereerden. Pyrolyse, zoals het procédé heet, heeft iets van een perpetuum mobile. Zodra de verbranding op gang is gekomen, wordt de installatie zelfbedruipend. Energie toevoegen hoeft niet meer, door de verhitting komen uit de steenkool voldoende gassen vrij om de oven te doen draaien. Er wordt zelfs te veel gas geproduceerd, Marly was een grootleverancier van de nabijgelegen krachtcentrale Verbrande Brug. De pyrolyse perst nog andere vluchtige bestanddelen uit de steenkool. Grote hoeveelheden teer, benzol, ammoniak en sulfaat werden naar Kemira afgevoerd, het aanpalende zusterbedrijf dat onder meer kunstmeststoffen produceerde. Na een etmaal in het inferno werden de cokes uitgebraakt. Twaalf ton voor elk van de 160 ovens, Marly was beslist geen kruidenierszaak. Er zit een breuk in het midden van de honingraat: een immense kolenbunker vanwaaruit de ovens aan weerszijden werden bevoorraad. In deze moloch lagen ook de douchezaal en kantine, die intussen door graffitispuiters werden verfraaid. Is er dan toch leven in deze zwartgeblakerde woestenij? Op een boekenplank in het directiegebouw ontdekte ik een verse ui, achtergelaten door een kraker. Wat een omgeving om te kamperen. Kapotte ramen, omvergeworpen kantoorstoelen, kasten waar alle laden werden uitgerukt, het lijkt wel alsof de Gestapo er een razzia heeft gehouden. Verspreid over de trappen, gangen en kantoren liggen duizenden dossiers. Een gevoel van tristesse overviel me toen ik me een weg baande tussen rekeningen, bestelbonnen, financiële balansen, jaarverslagen van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en prospectussen voor mijnbouwmachines. Generaties boekhouders hebben hier punten en komma's gewikt en gewogen. En wat schiet er over van zoveel vlijt? Een kleffe papierberg waar zelfs geen hond zijn achterpoot tegen wil opheffen. Het werd een expeditie vol verrassingen. In een van de ateliers staan reusachtige tanks waarin god weet welke giftige stoffen werden opgeslagen. Eén verkeerd manoeuvre en het hele zaakje vloog de lucht in. Aan de kanaalzijde ligt het mooiste gebouw: de toren waarin steenkool en gruis tot ovenvoer werden gemengd. Deze betonconstructie mag zonder overdrijven een pareltje van modernistische architectuur heten, het industriële pendant van de Boekentoren van Henry van de Velde in Gent. Onwillekeurig moest ik aan de Ruhrtriënnale denken, het prestigieuze kunstenfestival dat zich volledig op verlaten industrieterreinen afspeelt. In Nordrhein-Westfalen springen ze anders om met industrieel erfgoed. Hoogovens, steenkoolmijnen en gastorens worden er als monumenten beschermd, ze gelden als de kathedralen van de Ruhrstreek. Voor de mengtoren van Marly zal dat besef helaas te laat komen, al is de constructie nog solide genoeg. Behoedzaam trok ik op verkenning in dit asgrauwe universum, verdieping na verdieping. In de vloer zitten grote openingen waarlangs men het kolenmengsel laag na laag liet zakken, zoals de cichorei in de ast van Stijn Streuvels. De laatste wenteltrap leek eindeloos. Boven, op de dakverdieping, werd de steenkool door een transportband in een reusachtige koffiemolen gekieperd en vermalen. De installatie lijkt nog intact, een losgeslagen tandwiel van vier meter doorsnee buiten beschouwing gelaten.

"De mengtoren", vertelt Maurice 's anderendaags, "dat was de ongezondste plek van de hele fabriek. Bij het vullen van de molen werden gigantische stofwolken opgejaagd. Meer dan één arbeider heeft hier zijn longen geruïneerd." Marly-Carcoke betaalde zeer goed, gemiddeld een kwart meer dan de omliggende bedrijven. Toch vielen steeds minder Belgen voor dit klinkende argument. Vanaf de jaren zestig vullen Spaanse, Italiaanse en Marokkaanse gastarbeiders de gelederen aan. Het salaris was hoog, maar de werkomstandigheden waren lamentabel. "Het zwaarste was de uitsteek", zegt Maurice. "Normaal werden de cokes automatisch uitgestoten, maar het gebeurde vaak dat de zaak blokkeerde. Dan moesten we de deur zelf openmaken en de cokes met een lange staaf loswrikken. Dat was pas afzien. We stonden te peuteren in een withete massa van 1.200 graden, daar kon geen beschermende kledij tegen op." Marly-Carcoke was berucht om zijn arbeidsongevallen. Vingers werden hier geplet of afgerukt, brandwonden waren schering en inslag. Maurice bleef gespaard, tot één jaar voor zijn brugpensioen. Eerst verloor hij een vingertop, enkele maanden later werd zijn aangezicht volledig verbrand. "Foutje van een collega", zegt hij. "Die beweerde dat de oven niet meer onder druk stond. Toen ik argeloos de deur opende, sloegen de vlammen mij in het gezicht. Een seconde verstrooidheid kon hier fatale gevolgen hebben. Ik heb een collega in het bassin van de blustoren weten vallen. Hij was niet dood, maar we hebben zijn vel wel uit het hete water mogen vissen."

De houten blustoren staat nog overeind, maar de sporen en wagons waarmee de withete cokes onder de douche werden gereden, zijn verdwenen. Maurice zal het wel vijf keer herhalen. Dat er al zoveel werd afgebroken, dat had hij niet verwacht. De transportband tussen de mengtoren en kolenbunker? De vijftien ton zware machine waarmee de ovendeuren werden geopend en de cokes werden uitgestoten? De kolentrein die bovenaan op de oveninstallatie reed om de 160 hongerige monden te voeden? De breekinstallatie waarmee de cokes op maat van de klant werden vermalen? De twee tanks die als accordeons op en neer dansten naarmate de gasdruk hoger of lager was? Mijn gids komt handen en woorden te kort om de ontbrekende puzzelstukken te evoceren. Zal hij toch geen beetje spijt hebben als straks de sloophamer het laatste restant van de Marly omverkegelt? Maurice haalt de schouders op. "C'est la vie", zegt hij. "Alles gaat voorbij."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234