Dinsdag 22/10/2019

Interview

Kirsten Lemaire over leven zonder Lambrecht: ‘Plots is het nonkeltje van de werkvloer weg’

‘Ik bekijk elke situatie vanuit de mooiste hoek. Echt, ik moet weinig moeite doen om het leven leuk te vinden.’ Beeld Karoly Effenberger

Life is music. En dus moest íémand bij Studio Brussel het onaantastbare voormiddagslot van Christophe Lambrecht tijdelijk overnemen. De zoetgevooisde Kirsten Lemaire trok het kortste strootje en ging ertegenaan, niet zonder nu en dan een traan.

Hoe gaat het op de redactie, nadat het noodlot zich weer van zijn hufterigste kant heeft laten zien?

Kirsten Lemaire: “Het gaat. Van dag tot dag. Die zondagavond hoorden we het verschrikkelijke nieuws en maandagochtend moesten we komen werken, maar het gíng gewoon niet. We hebben geprobeerd om de week na zijn overlijden vooral heel intens sámen te beleven. Door over Christophe te praten, foto’s en filmpjes te tonen, herinneringen op te rakelen... Het werd een dagelijks ritueel. Het heeft ook deugd gedaan dat zijn blok, dat heilige blok van 9 tot 12, een week lang met zijn muziek is gevuld.”

“Als je rouwt, komt alles in vlagen. De ene keer voel je je sterk en zorg je voor de collega’s die die hulp kunnen gebruiken. De andere keer denk je: als ik moet blèten, dan dóé ik dat gewoon. Het is belangrijk om dat verdriet toe te laten. Soms ben je geconcentreerd met iets bezig, en word je plots overvallen door kleine dingen – een liedje, veelal – die je keihard met de neus op de feiten drukken: het nonkeltje van de werkvloer, de allerliefste van ons allemaal, is weg. En hij komt niet meer terug.”

Op een radiozender rouw je niet in intieme kring, maar live, voor het hele land.

“Dat is raar, maar het deed ook deugd. Alle mensen die er behoefte aan hadden, konden ons via de app bereiken, of ze spraken iets in op het antwoordapparaat. We hebben de prachtigste berichten gekregen, en er blijven er nog elke dag komen. Iedereen die hem kende, denkt: hij had het eens moeten weten. Hij zou zó verlegen geweest zijn!” (lachje)

Toch mooi dat een radiostem anno 2019 nog zo’n impact kan hebben.

“Hij was niet zomaar een radiostem. Mensen hadden het gevoel dat ze hem kénden. Ze hoorden hem al twintig jaar, en hij straalde zoveel warmte uit, met die zachte manier van presenteren van ’m. Hij wás er altijd, de eeuwige constante van Studio Brussel. Dat kwam vaak terug in de reacties van de luisteraars: ‘Amai, ik wist niet dat ik die stem zo zou missen.’ Of: ‘Ik ben precies zélf een vriend kwijt.’”

Wanneer hebben jullie elkaar leren kennen?

“Eigenlijk kenden Christophe en ik elkaar pas de laatste jaren écht goed. Daarvoor werkte ik in het avondblok – in Antenna, Mekka en Select – en zag ik hem niet vaak. Hij gaf wel graag en veel tips aan jonge radiomakers – concreet en to the point – en daar heb ik gretig gebruik van gemaakt. ‘Dit zou ik anders gedaan hebben. Dat klonk raar. En dat was goed.’ Omdat hij de allerbeste was, was zijn commentaar van goudwaarde. Als je dacht dat je de beste overgang ooit had gemaakt, en hij zei van niet, dan had hij gelijk.” (lacht)

Linde Merckpoel zei vol affectie: ‘Strenge Christophe was echt kut.’

“Hij kon héél streng zijn, en hij deed geen moeite om het te verbloemen. Maar hij gaf zijn kritiek met liefde. Van Christophe acceptéérde je dat. Ik denk dat het Tomas De Soete was die op de plechtigheid zei: ‘Christophe mocht tegen mij dingen zeggen die ik zelfs van mijn eigen vader niet zou pikken.’”

Was hij voor jou vooral een mentor of een vriend?

“Allebei! Het was bijzonder moeilijk om met Christophe géén vrienden te zijn – wij gingen geregeld op den bots iets eten. Maar tegelijk bleef hij een mentor. Ik luisterde ’s morgens naar hem terwijl ik naar Brussel reed, en hij luisterde naar mij terwijl hij naar huis reed. En dan stuurde hij berichtjes: ‘Wauw, goeie inleiding!’ Hij vond het leuk om complimenten te krijgen, én om ze te geven. Maar we stuurden evengoed onzin naar elkaar. In één van de laatste berichten die ik hem zond, wees ik hem lachend op een verspreking, waarop hij: ‘Trut!’ (lacht) Of ik stuurde iets als: ‘Hallo, Bianca hier.’ Waarop hij: ‘Groetjes, Alain.’ Dat soort onnozelheden zijn de dingen waar ik nu vaak aan denk.”

“Wij waren de anciens bij Studio Brussel, hè. De laatste jaren zijn er veel ouderen weggegaan en veel jongeren bij gekomen. Hij was ‘nonkeltje’, en ik ben ‘tanteke’ geworden, zijn bijnaam voor mij – want hij gaf iedereen bijnamen.”

Wat is het belangrijkste dat hij jou heeft geleerd?

“Dat je elkaar af en toe eens goed moet vastpakken. Een knuffel van Christophe was voor veel mensen bij StuBru een belangrijk onderdeel van de dag. Met andere mensen doe ik het niet zo vaak, maar bij hem was het iets natuurlijks: binnenkomen op kantoor en húp, knuffelen! De voorbije weken hebben we dat gelukkig heel vaak gedaan. Als ik mijn vrienden even niet heb gezien, pak ik hen nu veel harder vast dan vroeger, en dat is eigenlijk wel plezant. Eén van zijn vele verdiensten: hij heeft van de wereld een meer knuffelbare plek gemaakt.”

Meteen snotteren

Jij vervangt hem nu...

(onderbreekt) “Ik ben níét de vervanger van Christophe. Hem vervangen, dat doe ik écht niet. Dat is ook het eerste wat ik zei op de radio, na zijn overlijden: ‘Christophe ís niet te vervangen.’ Ik ben er alleen om de mensen even gezelschap te houden.”

Hoe is het precies gegaan?

“Op een bepaald moment was er bij alle collega’s een onuitgesproken consensus: we hebben een week zijn muziek gedraaid, en nu moet er weer een stem op de radio komen. Maar niemand wilde het doen.”

Ook jij niet?

“Nee. We hebben het in groep besproken en er zijn een paar namen geopperd. En toen hebben de bazen beslist: zij hebben gekozen voor de vertrouwde stem die ik ben.”

Wat was jouw reactie toen je dat te horen kreeg?

“Ik ben beginnen te huilen. En ik ga weer beginnen (pinkt een paar tranen weg). Ik wist nochtans dat die vraag zou komen! Ik moet opletten dat ik niet écht begin te blèten, want dat zullen mooie foto’s worden.” (lachje)

Als het een troost mag zijn: iedereen is het erover eens dat jij de enige juiste keuze bent.

“Ik ben gewoon een vertrouwde stem.”

Jij en Christophe zijn nooit de grote tafelspringers van Studio Brussel geweest, maar wel de stille klasbakken met de mooiste stemmen. Linde Merckpoel zei: ‘Ik vind het goed dat Kirsten voortaan op die stoel zit. Ik kan me niet voorstellen dat iemand anders het beter had gedaan.’

“Allee, da’s keilief. (lachje) Die eerste maandag was wel surrealistisch. Na m’n eerste aankondiging ben ik meteen beginnen te snotteren. Maar dat was goed, het moest eruit. Er kwamen veel reacties binnen, maar ik wilde niet kijken. Tot iemand zei: ‘Je hoeft niet bang te zijn, de mensen zijn je net aan het aanmoedigen!’ De berichten waren inderdaad heel lief. ‘We missen ’m allemaal zo hard, maar het is fijn dat jij bij ons bent.’”

Gaat het je al beter af?

“Het blijft dat blok van 9 tot 12, dat tot in de eeuwigheid aan Christophe zal toebehoren. Ik doe het ook maar tot de zomer, daarna zien we wel. Ik probeer vooral de beste platen te draaien, en die op de beste manier aan elkaar te hangen. En elke dag om 10 uur spelen we iets van Prince. Ik zeg er niet meer altijd bij: ‘Dit is voor Christophe.’ De mensen weten het nu wel. Een heerlijk momentje.”

Ben je nu blij dat je het doet, of vloek je vooral?

“Ik vloek niet meer de hele tijd. (lachje) In het begin hoopte ik met heel mijn hart dat ze het niet aan mij zouden vragen, maar nu ben ik in zekere zin wel blij dat ik het – en dit zal wel heel pathetisch klinken – ‘voor Christophe’ kan doen. Als ik het toch doe, dan voor hem: dat helpt een béétje. Ik wil vooral met veel warmte en eerbied aan hem terugdenken.”

“Vind je het erg als we het nu over iets anders hebben?”

Lekker rellerig

Nu we toch aan het terugblikken zijn: wanneer wist jij dat radio jouw toekomst was?

“Euh, dat is het nooit geweest. Vóór Studio Brussel was ik niet zo met radio bezig. Ik had maar drie passies: muziek, muziek en muziek.”

Jij zat niet als klein meisje met een speelgoedmicrofoon op zolder?

“Jawel! (wijst naar de Brusselse skyline) Ginder ergens woonden wij, achter de VRT. Vanuit mijn slaapkamer kon ik de toren zien. Mijn zus en ik hadden geen Fisher Price-radiootje, maar een oude bak met twee cassettedecks. Daar hebben we véél mee opgenomen. We spraken Neejderlandsj, geïnspireerd door de Nederlandse tv: Mevrouw Ten Kate, Villa Achterwerk, De Grote Meneer Kaktus Show... Lekker rellerige kinderhumor. Mijn moeder zei: ‘Als jullie daarnaar hadden gekeken, was er niets meer met jullie aan te vangen!’”

“Later heb ik wel bij Urgent.fm gewerkt, een Gentse studentenradio, maar daar ging geen Groot Plan aan vooraf.”

Hoe ben je bij Studio Brussel beland?

“Een vriend porde me aan om mee te doen aan de tests voor Studio Dada, een programma voor jonge radiomakers: ‘Dat is iets voor jou, schrijf je in.’ Plaatjes aan elkaar praten, waarom niet? We hebben ons met een hele groep ingeschreven, en toevallig ben ik uitgekozen. Intussen zijn we dertien jaar verder, en ik zit hier nog altijd.” (lacht)

Je was toen al 29.

“Maar ik was niet bezig met ‘de toekomst’, wel met mij te amuseren. Als ik nu kijk naar mijn jongste collega’s: die hebben op hun 25ste meestal al een huis, ze zijn bezig over kinderen en ze hebben héél duidelijke ideeën over het leven. Ik heb die nog altijd niet!” (lacht)

Hoe is Studio Brussel in die dertien jaar veranderd?

“Kijk alleen al naar het aantal luisteraars... Vroeger waren we het alternatieve radiostation, nu is het een plek waar alles door elkaar kan bestaan. Vroeger zat ik met Select in het avondgetto van Studio Brussel en wist ik niet goed wat er overdag gebeurde. Je had muziekprogramma’s en spitsprogramma’s, maar die hadden niets met elkaar te maken. Nu wel: we stemmen alles op elkaar af. De organisatie is meer gestructureerd en de getto’s zijn verdwenen, net als het idee dat je maar doet waar je zin in hebt. (snel) Maar we zijn níét minder avontuurlijk geworden.”

Studio Brussel-presentator Christophe Lambrecht overleed op 5 mei. Beeld © VRT / STUBRU Jokko

Sociale media en het digitale luik zijn belangrijker dan ooit. Jij bent niet bepaald actief op Facebook of Instagram.

“Ik zou zelfs niet weten wanneer ik voor het laatst mijn Twitter-account heb opengedaan (lacht). Maar het interesseert me allemaal, ik zit er vaak met grote ogen naar te kijken. Ik vind het zalig dat er van alles beweegt. Deze week heb ik bijvoorbeeld Tom Barman geïnterviewd, nét voor het eerste The Ideal Crash-concert van dEUS in de AB. Het werd live uitgezonden op de app en kwam tegelijk op de radio. Veel mensen beleven Studio Brussel tegenwoordig via de socials, zonder ooit de radio op te zetten. Tof!”

Bijna tien jaar geleden zei je: ‘Ik weet ook dat ik niet tot mijn 45ste bij Studio Brussel kan blijven.’

“Oei, nog twee jaar... Help! (lacht) Ik voel mij alleszins nog niet te oud voor deze zender. En er is niets wat ik liever zou doen.”

Vond je het rot om de kaap van de 40 te ronden?

“Ik ben helemaal geen 40! Toch niet in mijn hoofd.”

16 dan?

“Intussen toch al 36. Weet je wat lastig is? Tot op een bepaald moment word je altijd jonger geschat. Maar als je 40 wordt, stopt dat. Toen wist ik: lap, ’t is voorbij.” (lacht)

‘Ik wil een meisje van 90 worden,’ zei je ooit. Zit je nog op koers?

“Dat denk ik wel. Mijn grootmoeder was het ultieme meisje van 90. Zij heeft nog veel getennist als zeventiger en ging mee op reis tot ze ver in de 80 was. Ze deed altijd haar zin en zei altijd haar mening. Gelukkig heb ik haar genen. Net als zij neem ik het leven zoals het komt.”

Je vatte je levensfilosofie ooit zo samen: “Ik zie wel. Dat is geen laksheid, ik bekijk gewoon of iets werkt. En als het niet werkt, dan stap ik eruit.” Nu, als moeder, heb je die luxe niet meer.

“Maar nu haal je net dat ene aan waarvoor ik wél een plan had: ik heb altijd al twee kinderen gewild – niet één of drie, maar twee. Ik vind het zalig om mama te zijn. Ik leer elke dag ontzettend veel van mijn kinderen. En zij soms ook iets van mij, hoop ik. (lacht)

Zijn er dingen die je méér zou willen doen?

“Naar concerten gaan, natuurlijk. En impulsief op reis gaan met de rugzak, maar dat is onmogelijk als je kinderen hebt. Dat zal voor na mijn pensioen zijn. Geen zotte reizen, hoor. Gewoon: even weg.”

Je zat vroeger even in een bandje. Denk je weleens: wat als...?

“Néé. Ik was verre van een briljante bassiste.”

Je droomde nochtans luidop over een carrière, een woelig leven on the road...

“Dat wel, maar ik mijmerde vooral over het do it yourself-gehalte van mijn twenties. En de periode van Select of Antenna was óók behoorlijk do it yourself . (lacht) Ik dompelde me volledig onder in de muziek: ik stond ermee op, werkte ermee en ging ermee slapen. Dat gaat nu niet meer. Als je twee kinderen hebt, moet je de dagelijkse realiteit van de boodschappen, de badjes, de ditjes en de datjes onder ogen zien. Maar ik ben daar óók superblij mee. Ik bekijk elke situatie vanuit de mooiste hoek. Echt, ik moet weinig moeite doen om het leven leuk te vinden.”

Nu je in de voormiddag presenteert, kun je wel weer naar concerten gaan.

“Ik moet om kwart over vijf opstaan, dus het is nog altijd niet ideaal. Niet dat dat me tegenhoudt: ik ga vanavond naar Jonathan Bree kijken, in De Zwerver in Leffinge. Ken je hem? Een Nieuw-Zeelandse mafketel die in morph suits optreedt, strakke gekleurde spandexpakjes die zelfs je gezicht bedekken. (op dreef) Zijn muziek heeft, net als de pakjes, iets heel bevreemdends: er zit een vervormde viool in, en veel mensen vinden dat z’n stem aan die van Beck doet denken. Het zal alleszins swingen.”

“Tot op een bepaald moment word je altijd jonger geschat. Maar als je 40 wordt, stopt dat. Toen wist ik: lap, 't is voorbij.”

Ik merk dat jij liever over muziek praat dan over jezelf.

“Valt het op? (lacht) Zijn er mensen die het wél graag over zichzelf hebben? (herpakt zich) Wacht, ik heb een schare rocksterren geïnterviewd: ik trek mijn vraag in!”

Wat is je dierbaarste interviewherinnering?

“Het zijn er zoveel. Vorig jaar mocht ik op Rock Werchter met Arcade Fire en Anderson .Paak spreken. Twee leuke mannen met een verhaal. Anderson .Paak is in het echt zoals op het podium: levendig en bruisend van energie. Hij trad op tijdens de WK-match België – Brazilië, en hij supporterde voor Brazilië: dat vond ik grappig. (lacht) En Win Butler weidde uit over David Bowie en nog veel meer: iedereen bleef maar gebaren dat ik het interview moest afronden. Ja, interviewen blijft het leukste deel van de job, vooral als het gesprek in allerlei onverwachte richtingen uitwaaiert.”

Bij Nick Cave viel het tegen, hoorde ik.

“Ja, maar dat is dan ook Nick Cave! Als hij het al niet meer mag uithangen. (lacht) Het interview was vooral door de omstandigheden niet top. Ten eerste was Warren Ellis van The Bad Seeds te laat en ten tweede moesten we met z’n drieën op een veel te kleine zetel gaan zitten, heel oncomfortabel.”

“Wat ik wél haat, zijn artiesten die uit de hoogte doen en je het gevoel geven dat je echt een domme gans bent. Wat best kan zijn, maar dan nog. (lacht) Met Bonobo heb ik bijvoorbeeld een slechte ervaring gehad. Achteraf kan ik niet meer luisteren naar de muziek van zo iemand.”

Welke festivals staan er deze zomer op je agenda?

“Rock Werchter alvast. Wat we precies gaan doen met Studio Brussel en Canvas, weet ik nog niet. We willen het concept van onze festivalverslaggeving herbekijken, en alles mag ook interactiever zijn.”

“Ik ga ook voor de eerste keer het Cactusfestival presenteren, live on stage. Daar kan ik zelfs de kinderen mee naartoe nemen. Pukkelpop doe ik uiteraard. En voor de rest misschien Best Kept Secret, of Deep in the Woods – ik hoor dat dat een grote aanrader is. En tussendoor moeten we ook nog op vakantie gaan, hè?”

Naar welke festivaldag kijk je het meest uit?

“Euh, ik heb geen idéé wie wanneer speelt. (lacht) ‘Ik ga zaterdag, want dan komt die groep!’ Zo werkt mijn brein niet. Voor gouden tips moet je niet bij mij zijn, sorry.”

Blijft jouw vlam voor spannende muziek na dertien jaar radiowerk nog altijd even hard branden?

“Natuurlijk! Dan denk ik meteen aan Jonathan Bree. En ik ben superpissed dat ik volgende week, voor het eerst sinds lang, niet naar Primavera Sound in Barcelona kan. Normaal probeer ik daar zo veel mogelijk nieuwe bands te ontdekken, samen met een heleboel mensen die precies hetzelfde willen doen. Zalig! Maar mijn ouders hebben net die week een reis geboekt, en dus heb ik geen opvang voor de kinderen. (lacht) Ik moet dringend mijn babysitnetwerk uitbreiden. Gele briefkaarten zijn altijd welkom.”

Om af te sluiten: stel dat je Christophe alsnog naar één festivalact kon meenemen...

“...dan zou ik met hem naar Roméo Elvis gaan. Christophe hield van gekke dansjes, en ‘Bruxelles arrive’ is het laatste nummer waarop wij samen kéíhard gedanst hebben. Ik denk dat we ons kostelijk zouden amuseren. Het was altíjd leuk met hem.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234