Woensdag 08/02/2023

Kippenvel is geen huidziekte

het snoepje van de week

bill janovitz kan het ook zonder buffalo tom

Vijftien jaar al staat Bill Janovitz aan het hoofd van Buffalo Tom, een gitaarband uit Boston die tot dusver zes uitstekende platen op zijn naam heeft. Met gelijke doses kracht, passie, intensiteit en melodie brouwt het trio een onweerstaanbare cocktail waar liefhebbers van emotionele powerpop zich met veel plezier lazarus aan drinken. De volgende langspeler van Buffalo Tom is echter nog niet voor morgen: de groep ligt voor onbepaalde tijd stil en dus houdt de 35-jarige Janovitz zich onledig met nevenprojecten als Crown Victoria en The Bathing Beauties. De jongste twee jaar sleutelde hij thuis ook aan zijn tweede solo-cd, die in augustus vorig jaar al in Amerika uitkwam, maar door strubbelingen met de muziekindustrie pas nu de Europese kusten bereikt.

Up Here verschijnt zo'n vijf jaar na Lonesome Billy, een langspeler die Bill Janovitz destijds inblikte met vrienden uit Giant Sand en Fuzzy en die voornamelijk materiaal bevatte waar in het Buffalo Tom-landschap geen plaats voor was. De nieuwe cd bevat minder stilistische buitenbeentjes en vertoont gelukkig ook veel meer samenhang. Up Here is een ingetogen, folky en in hoofdzaak akoestisch werkstuk, waarop Janovitz zelf zo goed als alle instrumenten bespeelt. Occasionele hulp krijgt hij alleen van toetsenman Phil Aitken en zangeres Chris Toppin, wat enkele fraaie duetten in de traditie van Gram Parsons en Emmylou Harris oplevert.

Buffalo Tom-fans zullen aanvankelijk misschien heimwee hebben naar het gitaargeweld van weleer, want dit is een singer-songwriterplaat die meer gemeen heeft met het werk van Neil Young of Steve Earle dan met Dinosaur Jr. Toch zullen ze vaststellen dat 'Atlantic' en de titeltrack tot de beste songs behoren die Bill Janovitz ooit op papier heeft gezet.

Vaak is de teneur donker en introspectief, maar daar staat tegenover dat de zanger nooit directer en optimistischer heeft geklonken dan in 'Like You Do', een love song geschreven voor het huwelijk van een vriend. Ook 'Light in December', een ode aan zijn dochtertje, ontsnapt aan al te goedkoop sentiment. Alleen afsluiter 'Long Island', een kampvuurlied met een hoog Indigo Girls-gehalte, valt uit de toon. Maar als je, elf nummers ver, die vaststelling maakt, ben je allang verkocht. Morgen maakt Janovitz zijn opwachting tijdens De Nachten in Antwerpen. Kippenvel gegarandeerd. (DS)

Bill Janovitz, Up Here, PIAS

neil halstead

Een heel jaar herfst

Ooit was hij lid van de Britse shoegazer-formatie Slowdive, maar de jongste jaren maakte Neil Halstead vooral het mooie weer bij Mojave 3. Zijn eerste soloplaat, Sleeping on Roads, nam hij op in zijn huiskamer; voor het overige ligt de muziek volledig in het verlengde van die van zijn groep. Halstead maakt intimistische, elegant geïnstrumenteerde liedjes naar het model van Nick Drake. De sfeer is er een van isolement en passiviteit: de zanger leeft teruggetrokken in zijn eigen wereldje, ziet door het raam de seizoenen aan zich voorbijtrekken, maar heeft duidelijk meer voeling met de herfst dan met de lente. Dat merk je ook aan de teneur van zijn songs.

Toch is Halsteads melancholie zelden opdringerig: daar klinkt het allemaal net iets te beschaafd, te beleefd en te smaakvol voor. Zo te horen is Neil Halstead een man die in alle omstandigheden met twee woorden spreekt, terwijl de luisteraar natuurlijk niets liever wil dan brutaal bij zijn nekvel te worden gegrepen. 'See You On Rooftops' is, met zijn ontsporende gitaren, een uitzondering. De rest van het aanbod bestaat uit dromerige, melodieuze nummers, waarin cello, trompet, banjo, dobro, glockenspiel, toetsen en elektronische geluidjes van Mark Van Hoen, alias Locust, afwisselend of samen kleur en reliëf aanbrengen. Halsteads favoriete stijlfiguur is het understatement, maar wie recentelijk heeft genoten van plaatjes van Elliott Smith of Badly Drawn Boy mag de zanger met een gerust gemoed onderdak verlenen. (DS)

Neil Halstead, Sleeping on Roads, 4AD/V2

cracker

Luchtig en knapperig

Zanger-gitarist David Lowery is een vrije geest. Dat bewees hij tijdens de jaren tachtig al met Camper Van Beethoven, een radicaal eclectische cultband met een merkwaardig gevoel voor humor. De jongste elf jaar vormde hij, samen met gitarist Johnny Hickman, de kern van Cracker, een groep uit Richmond, Virginia met een trouwe aanhang in het Amerikaanse collegecircuit. Haar cd Kerosene Hat uit 1993 werd zelfs met platina bekroond, maar voor Lowery en de zijnen is artistieke vrijheid altijd belangrijker geweest dan commercieel succes. Anderzijds zijn de heren van oordeel dat je niet noodzakelijk domme, voorspelbare muziek hoeft te maken om bij een breed publiek in de smaak te vallen. Met Forever, hun vijfde langspeler, leveren ze daarvan zelfs het bewijs.

Het is een veelzijdig werkstuk, waaraan ook Mark Linkous (Sparklehorse) zijn medewerking heeft verleend. Die is te horen in 'Brides of Neptune', de schitterende opener van de cd. Andere evidente uitschieters zijn het potige, met vioolfrasen versierde 'Guarded By Monkeys', het broeierige 'One Fine Day', de vinnige titeltrack (een potentiële single) en het enigszins naar World Party neigende 'Shine'. De rest van de tracks varieert tussen speelse psychedelica ('Superfan'), luchtige, veerkrachtige pop ('Ain't That Strange') en stuiterende meezinghymnes ('Don't Bring Us Down'). Niet alles is even sterk en occasioneel komt het kwintet een beetje in ademnood, maar Forever bevat genoeg leuks om ons nieuwsgierig te maken naar het concert van Cracker op 22 februari in de Brusselse AB. Volgens Lowery is de huidige line-up van de groep, met ex-leden van The Del-lords en Mink DeVille, trouwens de knapperigste ooit. Dat belooft. (DS)

Cracker, Forever, Cooking Vinyl/Bertus

grant lee buffalo

Waardig grafschrift

Grant Lee Buffalo is niet meer, maar een passend grafschrift is nooit weg. Vandaar Storm Hymnal, een terugblik op de carrière van het trio, aangevuld met een bonus-cd vol rarities. Hoewel het gezelschap ontstond uit de restanten van de artrockband Shiva Burlesque, klonk de muziek die zanger-gitarist Grant Lee Phillips, bassist Paul Kimble en drummer Joey Peters samen zouden maken veel aardser. Ten tijde van Fuzzy, hun debuut uit 1993 dat van collega's als Michael Stipe en Bob Mould meer dan één duwtje in de rug kreeg, legde songschrijver Phillips een bijzondere aandacht aan de dag voor de Amerikaanse mythologie en de country- en folktraditie. De groep koppelde de passie van Mike Scott en de scherpte van Neil Young aan de melodische subtiliteit van The Go-Betweens. Het geluid van Grant Lee Buffalo werd omschreven als acoustic grunge, omdat de zanger zijn akoestische gitaar door allerlei effectapparatuur joeg en ook niet bang was voor feedback. Fuzzy beloofde veel, maar ondanks enkele opgemerkte festivaloptredens hield de platenkoper halsstarrig de vinger op de knip.

Op het even dromerige als panoramische Mighty Joe Moon werd het instrumentarium aanzienlijk verbreed, maar het ambitieuze Copperopolis ging gebukt onder een overdosis bombast. Na het vertrek van Paul Kimble werd Jubilee noodgedwongen met gastmuzikanten als Michael Stipe en Robyn Hitchcock afgewerkt. Toch bleek het einde onafwendbaar: Grant Lee Buffalo slaagde er niet in zijn actieradius uit te breiden. Takes, de eerste helft van deze retrospectieve verzamelaar, zet alle kwaliteiten van de groep goed in de verf. Double Takes is, vooral voor de fans, een mooie aanvulling op de inmiddels afgesloten catalogus van een onderschatte band. (DS)

Grant Lee Buffalo, Storm Hymnal, Slash/Warner

morrissey

Geliefd en verguisd

Stephen Morrissey beleefde zijn moment de gloire tijdens de jaren tachtig aan de zijde van gitarist Johnny Marr, als spreekbuis van The Smiths. Zijn solocarrière verliep met ups en downs: de jongste jaren vooral met nadruk op het laatste, want sinds 1997 beschikt de zanger zelfs niet meer over een platencontract. Morrissey is dan ook een ongrijpbare figuur: het ene moment dient hij zich aan als de absolute meester van weltschmerz en zelfbeklag, het andere als een messcherpe observator, politieke provocateur, oer-Britse excentriekeling in het voetspoor van Oscar Wilde of handelaar in homo-erotische symboliek. Een feit is dat de man de controverse niet schuwt en om die reden zowel geliefd als verguisd wordt.

Zijn muziek houdt echter stand. Dat blijkt andermaal uit The CD Singles '91-95', de tweede luxueuze box met singles uit zijn periode bij HMV en Parlophone. De a-kanten komen grotendeels uit Your Arsenal en het nog steeds schitterende Vauxhall and I, al stonden minstens vier van de hier verzamelde singles helemaal op zichzelf. Morrissey werkte in die tijd veel samen met rockabillygitaristen Alan Whyte en Boz Boorer en de producers Mick Ronson en Steve Lillywhite, wat hits opleverde als 'You're the One For Me, Fatty', 'Certain People I Know' en 'Hold on to Your Friends'. 'Interlude' was een duet met Siouxsie Sioux en van de twintig b-kantjes, eerder al gedeeltelijk samengesprokkeld op World of Morrissey, onthouden we onder meer een versie van Henri Mancini's 'Moon River'. Mozzer-fans hebben deze collectie wellicht al in huis en ook al moet je 's mans beste werk elders zoeken, die enkele verborgen parels maken deze box met negen schijfjes zeker de moeite waard. (DS)

Morrissey, HMV/Parlophone:The CD Singles '91-95', EMI

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234