Donderdag 28/01/2021

Kinshasa, waar terroristen welkom zijn

Erik Raspoet

Wat te doen met mijn Zwitserse zakmes? Op weg naar Ndjili pleeg ik overleg met mijn chauffeur Longin, een ervaren rot die als geen ander de valkuilen kent die reizigers op de nationale luchthaven van Kongo wachten.

Het probleem is domweg ontstaan toen ik gisteren gebruikmaakte van een nieuwe service die de Kongolese luchtvaartmaatschappij Hewa Bora op de vlucht Kinshasa-Brussel aanbiedt. Een dag voor het vertrek kan de bagage op het kantoor van Hewa Bora worden ingecheckt. Het wegen en inchecken zou niettemin in de grootste wanorde verlopen en meer dan twee uur in beslag nemen. Evengoed waren mijn koffers ingecheckt toen ik gisteravond mijn Zwitsers zakmens ontdekte.

Longin zegt dat we de zaak nog kunnen redden, dat hij een goede maquereau zal aanspreken. Maquereaus zijn de tussenpersonen die reizigers in ruil voor een paar dollars voorbij douane, emigratie en andere instanties loodsen.

Longin trekt een bedenkelijk gezicht. Hij heeft zijn licht opgestoken bij Hewa Bora. Te riskant, luidt zijn oordeel. Hij heeft een beter idee: hij zal wel een landgenoot vinden die het mes op de volgende vlucht in zijn bagage zal meenemen.

Ongewapend begeef ik me naar de douane. In de verte zie ik al de transitzone, een paradijs van stilte en rust waar je pas na een tocht door het vagevuur wordt toegelaten. Al bij al wordt het een makkelijke passage. Ik slaag er zelfs in de vierschaar van de immigratiedienst te verschalken. Dat brengt de stand op 1-1, want bij een vorig bezoek hebben zij gewonnen. Ik had wel een ordre de mission op zak, maar kon ik er ook een fotokopie van voorleggen? Geen probleem, voor 500 franc congolais (één euro) maakten zij ter plaatse wel een kopie.

Nog één obstakel scheidt me van de transitzone: de bagagecheck. Ik plaats mijn rugzak en draagtas met laptop op de band, evenals de reusachtige ananas die ik als souvenir uit de Kasai heb meegebracht. Bij de band hoorde vast ook een scanner maar die is spoorloos verdwenen. De taak van de metaaldetector werd overgenomen door een batterij streng ogende controleurs. Met vier staan ze achter de band om de handbagage te inspecteren, een vijfde moet de kledij van de passagiers aftasten. Zo staat het wellicht in de taakomschrijving, maar in de praktijk blijft mijn bagage onaangeroerd.

Donnez-nous un peu d'argent, zegt een van de vrouwelijke douaniers prompt. Om tijd te winnen veins ik opperste verbazing. Het mag niet baten, bij het aftasten van mijn broek wordt de bundel bankbriefjes feilloos gelokaliseerd. Gelaten stop ik de agent het bagatel van 200 FC in zijn handen, ik scharrel mijn ongeopende bagage op en loop het paradijs binnen. De rest van mijn francs congolais zal ik met plezier aan enkele schoonmakers uitdelen.

Twee uur later zit ik aan boord van De Lockheed Tristar. Ik kijk toe hoe mijn medereizigers hun spullen in de lockers stouwen. Samsonites, sporttassen, plastieken zakken en kartonnen dozen, het begrip handbagage is bij Hewa Bora erg rekbaar. Ik stel me een aantal vragen. Zouden al mijn medepassagiers aan dezelfde waterdichte bagagecontrole zijn onderworpen die mij te beurt is gevallen? En zo ja, is het dan overdreven daarin een probleem te zien voor de veiligheid van het luchtverkeer? Want bij nader inzien had ik mijn Zwitsers zakmes moeiteloos aan boord kunnen smokkelen.

Nu ja, zullen sommigen brommen, een onschuldig zakmes. Maar in de Verenigde Staten vlieg je voor zo'n vergrijp voor vele jaren in de cel. De Amerikanen zijn immers niet vergeten dat de kapers van 9/11 als voornaamste wapen een paar ordinaire cutters hebben gebruikt. Ik had overigens niet alleen een zakmes kunnen meenemen. Wat als er in mijn rugzak een kilo semtex stak? Of een machinepistool? Had allemaal perfect gekund.

Natuurlijk, een redelijk mens doet zoiets niet. Maar we weten intussen dat niet alle luchtreizigers redelijke mensen zijn. Er zitten idealisten tussen die in naam van de heilige zaak bereid zijn hun leven en dat van vele anderen op te offeren. Ook in Afrika is dat soort fanatici niet onbekend, vraag maar na op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania. Zeggen dat Brussel voor dat soort lieden een onaantrekkelijke bestemming is, dat zou helemaal naïef zijn. Het Berlaymont-gebouw, het Navo-hoofdkwartier, landingsplaatsen zat voor terroristen die geschiedenis willen schrijven. In Kinshasa wemelde het de voorbije weken van de Belgische excellenties. Karel De Gucht, Louis Michel, Armand De Decker, ze hadden vast gewichtige zaken te bespreken. Misschien moet De Gucht bij zijn bezoek nu het geval Ndjili maar eens aankaarten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234