Woensdag 01/02/2023

InterviewPeter Adriaenssens

Kinderpsychiater Peter Adriaenssens: ‘Misbruik zit overal. Dus ook in de kinderopvang’

Kinderpsychiater Peter Adriaenssens. Beeld Damon De Backer
Kinderpsychiater Peter Adriaenssens.Beeld Damon De Backer

Baby’s met hun hoofdje in het toilet duwen, peuters en autistische pubers vastbinden met ducttape, kinderen opsluiten, uitlachen, beschimpen en terroriseren. Ook kinderpsychiater Peter Adriaenssens, professor emeritus aan de KU Leuven, heeft al veel zitten huiveren bij het nieuws. ‘We zullen hier nooit, nooit tegen gewapend zijn.’

Annick De Wit

De eminentie die ons jaren in de pers en in talloze adviesorganen door de nijpendste kinderpsychologische vraagstukken heeft geleid, die zelf ooit de grote doorbraken forceerde voor het misbruik in de kerk, en die trouwens nog steeds nog een kleine praktijk heeft in Antwerpen, zucht eens boven zijn met kindertekeningen omkranste schrijftafel. De onthutsende tijdingen over de opeenvolgende verhalen over probleemcrèches en de school in Ninove, ze zijn helaas geen verrassing.

“Natuurlijk ben ik niet verbaasd. Ik zou zeggen: eindelijk. Uiteraard is er niet alleen misbruik in de kerk, in de filmindustrie, bij de sporttrainers, aan de universiteiten. Het zit overal. En dus ook in de kinderopvang. We hebben er tezamen onvoldoende naar gekeken. En we zullen er nooit, nooit tegen gewapend zijn. Maar we zouden blij moeten zijn: we zijn eindelijk een generatie die de ogen opent. We moeten nu de cijfers in kaart brengen, om de omvang van de mistoestanden te kennen. En niet verwachten dat dat morgen allemaal opgelost is. Ons niet laten sussen door vrijgemaakt geld voor extra vacatures. Iedereen wéét dat er niet plots honderden beschikbare superopvoeders staan te springen om in die jobs te stappen.”

Neen, we zien uitvoerders van absolute horror.

“Zeker. Wij vinden dat allemaal, in massa. Maar altijd staan er ook een paar mensen recht die zeggen: ‘Ja maar, ik vond dat een hele goeie voor mijn kind.’ Vaak is het niet zomaar aan mensen te zien dat ze flink buiten het kader gaan. Vaak gelden voor dat soort figuren zelf persoonlijke problemen of een traumatische opvoeding. Ze vinden dat de kinderen doetjes zijn geworden in vergelijking met wat ze zelf meegemaakt hebben. Ze vinden heel snel dat een kind ambetant is, niet luistert, dat het eens een lesje moet leren. Maar een kind vasttapen is een vorm van foltering. We moet een kat een kat noemen.”

Eerst de baby’s. Laat zo’n foltering sporen na bij een baby?

“Ja, in het emotionele. Onze gevoelshersenen, die al volop werken van bij de geboorte, vergeten niet. Zo krijg je kinderen die als ze drie jaar later stoemp te eten krijgen die precies ruikt zoals in de babyopvang waar het gebeurde, ineens gaan kokhalzen. Kinderen die afduwen als een ouder het tegen zich aan willen drukken, omdat ze geleerd hebben: ‘Pas maar op voor volwassenen, want die kunnen je mismeesteren.’ Kinderen die beginnen krijsen als je ze bij de pols neemt, ook al is het om die hand naar het vorkje te leiden: ‘Nee nee, zo hebben ze mij pijn gedaan.’ Het enige wat je kan doen als ouder na zulke ernstige feiten, is heel aandachtig zijn voor je kind, en tijd investeren in hechting, knuffelen, spelen, in een veilige nabijheid tonen. Bij min-vijfjarigen gaan we samen met de ouder leren: hoe pak je dat kind weer bij je, hoe zetten we ons samen op de speelmat? En ook: hoe laat je je kleuter toch iets doen dat het liever niet wil? Opruimen bijvoorbeeld. Want die ouder denkt: ‘Ik kan niets verlangen van mijn kind, het heeft al zoveel meegemaakt.’ Dat is traumatherapie en het werkt. Mensen denken vaak: ‘Tjonge, dat kind is voor het leven verloren.’ Dat is niet zomaar waar. Er zijn kinderen die er een gevoeligheid voor bewaren, maar de meerderheid kan herstellen.”

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

Er bestaan ook antidepressiva voor baby’s, las ik.

“Daarmee zou ik heel erg oppassen, er is veel te weinig geweten over wat doet op de lange termijn. Met een jong kind moet je niet te veel experimenteren. Het is belangrijk dat het kind opnieuw het veiligheidsgevoel leert kennen. ‘Je bent nu hier en veilig, bij mama, papa, bij oma, opa. Ze zijn blij dat je er bent.’ Het knuffelen, samen spelen, je baby wiegen,... Dat zijn de belangrijkste medicaties die we hebben. Het opnieuw zorgen voor een liefdevolle dagroutine ook. Met niet te veel verschillende opvangpersonen.”

Het grote verloop in crèches is niet goed hé.

“Neen, ook niet in de jeugdinstellingen trouwens, sinds veel mensen in coronatijd andere jobs gingen uitvoeren. Als een tweejarige de naam leert zeggen van zijn geliefde opvangjuf, is dat op zich een heel goed teken. Dan weet het kind al: ‘Daar is juf Annemie, ik heb een goede dag.’ Maar als juf Annemie vervolgens weer weg is, zorgt dat voor grote onrust.”

Heeft u geen creatief beleidsadvies?

“Er zijn heel wat grootouders - ikzelf babysit twee dagen per week - die graag met kleine kinderen omgaan. Zij zouden de kleuterjuffen kunnen assisteren. Ze hebben ervaring met opvoeden, hebben dikwijls de mildheid van hun leeftijd. Ze zouden de druk voor het vaste personeel wat kunnen verlichten. Als er al eens twéé handen zouden zijn om met een lepeltje langs negen mondjes te gaan in plaats van één, dat zou al wat meer rust brengen.”

Over naar de pubers met een autismespectrumstoornis. Opgesloten, gepest, ook weer vastgetapet, zo gefotografeerd en beschimpt. Hoe erg is dàt?

“Ook dit is absoluut traumatisch. Jongeren met autisme lopen al meer kans om gepest te worden door leeftijdgenoten, omdat ze een aantal zichtbare onhandigheden hebben: hun communicatie en de manier waarop ze omgaan met anderen lopen wat moeilijker. Die leerkrachten van kinderen met autisme hebben een heel belangrijke opdracht, want ze staan symbool voor ‘de volwassene’. Kinderen met autisme kunnen leren minder droevig te zijn als ze gepest worden door andere jongeren, als ze weten: ‘Ik heb gelukkig een heleboel mensen rond me die mij fijn vinden en die wél graag bij mij zijn en die tussenkomen.’ Als juist die leerkrachten zélf gaan pesten, is heel die beschermende laag kapot. Dan leert dat kind zichzelf als schuldige te zien van zijn autismespectrumstoornis. ‘Als ik die niet zou hebben, zou de leerkracht niet met mij spotten.’ Dan is geen enkele volwassenen nog betrouwbaar in de perceptie van zo’n jongere, wat zorgt voor veel onrust en wantrouwen.”

Een mama vertelde dat ze met haar geviseerde kind had gekeken naar het journaal over Ninove en het kind vroeg: ‘Is het dan niet normaal dat men met pennenzakken naar je hoofd gooit?’

“Een mooi voorbeeld van hoe dit kind de informatie op een andere manier verwerkt. Het gaat ervan uit dat het probleem bij hen ligt. ‘Ik snap het niet, of ik doe waarschijnlijk alles verkeerd.’ Terwijl een ander kind wél sneller thuis zou gaan vertellen: ‘Weet je wat er nu gebeurd is? De meester gooide een pennenzak naar mijn kop!’”

Kinderpsychiater Peter Adriaenssens Beeld Gregory Van Gansen / Photo News
Kinderpsychiater Peter AdriaenssensBeeld Gregory Van Gansen / Photo News

Hoe kan je hen helpen om zoiets te verwerken?

“Ook weer: je moet ze koesteren. Tieners kan je niet meer zo snel op je schoot pakken, maar dat samen naar het nieuws kijken was al een hele belangrijke correctie van de informatie door de ouders. Ze zitten naast hun zoon, zeggen luidop: ‘Ik ben blij dat ze er iets aan gaan doen, want zoiets mag niet gebeuren. Niks is belangrijker dan jouw veiligheid. Neen, het is niet omdat het een leerkracht is dat we automatisch akkoord zijn.’”

De denkhersenen van pubers werken wel volop. Is er voor hen blijvende schade?

“Er is wel een verschil tussen met een pennenzak naar een kind gooien en iemand met een tape vastkleven aan een meubel. Gelukkig slagen velen erin ervaringen te parkeren in hun leven. Een jongere met autisme loopt natuurlijk grotere kans om in het leven nog frustrerende zaken mee te maken. Als ze 18 worden, houdt de specifieke onderwijsvorm op en komen ze terecht in de buitenwereld die veel harder is. Treft het pakweg een stageleider die niet begripvol is, dan speelt die voorgeschiedenis wél. Dit is ook het pijnlijke voor de ouders. Je probeert je tiener voor te bereiden op die echte wereld.”

Vastbinden, dat valt nu zo op. Ducttape, begot. Waarom dóen mensen zoiets?

(fijntjes) Daarover bestaat geen onderzoek, ik wíl het niet eens kunnen begrijpen of proberen daar een uitleg voor te vinden. Maar misschien is de overdaad aan geweld in games en films een factor, waar de ducttape vaak ook heel kwistig wordt gebruikt. Geweld als ons dagelijks vertier. We zijn er blijkbaar verslaafd aan.”

Is dit soort excessen ook weer een weerslag na de coronacrisis?

“Corona wordt voor veel zaken als excuus gebruikt, terwijl het alleen maar extra stress was. Problemen die bestonden, zijn vermenigvuldigd, maar ze zijn er niet door ontstaan. Jongeren hebben nu een mentale impact, dat weten we. Over hun begeleiders weten we niet veel. Maar wel dat in het onderwijs stress toeneemt door de afwezigheid van collega’s. Zij die er wel zijn, moeten het maar opvangen.”

Terwijl die ene leerkracht in Ninove jaren bleef doorgaan met pesten.

“In zulke gevallen heb ik niet veel compassie voor de directie. Iedere keer zie je in die dossiers hetzelfde: leidinggevenden die het al langer weten, maar continu blijven twijfelen of men wel zou tussenkomen. Vaak wordt er op een wat sukkelachtige manier een gesprek gehouden. Met geeft een teken: ‘Doe dat dan vanaf nu anders.’ Maar mensen die een pathologie hebben - want dat is het, zo’n wreed pestgedrag - en op zo’n rigide manier blijven voortdoen, laten zich niet corrigeren door een vrijblijvende opmerking. Tegen zulke mensen moet opgetreden worden. Dat directies almaar teruggrijpen naar de bestaande procedures en die gezwollen reglementen, dat moet maar eens gedaan zijn.”

“Aan dat getalm zie je dat we echt een overgangsgeneratie zijn. Vrouwengelijkheid, racisme, kinderrechten,... Dat zijn echt concepten van de voorbije dertig jaar. En dus hebben wij al die #MeToo-bewegingen nodig om ineens de kar vooruit te zien gaan. Wat we daaruit kunnen leren, is: hoe maak je richtlijnen werkbaar? Hoe krijgen die crèches veilig? Wat is voor die schooldirecties wél een goede leidraad? En hoe zit het als je geen getuigen hebt, want die leraar staat alleen voor zijn klas? Experten kunnen ook daarin helpen. Tuurlijk is dat een goede evolutie. Ze verloopt nog verre van perfect; we zijn daarin zoekende, soms is het te heftig. Maar ook hier: we leren bij.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234