Woensdag 04/08/2021

Kindergilletjes als energiebron

In de digitale animatiefilm Monsters, Inc. worden we geïntroduceerd in Monstropolis, een soort parallelle wereld die door alle mogelijke en onmogelijke creaturen bevolkt wordt. Het zijn die monsters die 's nachts onder de bedden en in de kasten van kinderkamers opduiken en zo het jonge volkje aan het schrikken brengen. Dankzij deze erg grappige, kleurrijke en verbluffend hoogtechnologische animatiefilm komen we eindelijk ook te weten waarom zij dat doen.

San Francisco / Eigen berichtgeving

Jan Temmerman

De titel Monsters, Inc. verwijst naar het gelijknamige energiebedrijf, dat tientallen monsters naar kinderkamers overal ter wereld stuurt om daar de ukjes aan het schrikken te brengen. Het zijn immers het gegil en geschreeuw van die bange stemmetjes die de energie leveren waarop Monstropolis draait. Vandaar ook de slogan van het energiebedrijf MI (Monsters Incorporated): 'We scare because we care.' En wie erin slaagt voor het hardste kindergeschreeuw en dus de meeste energie te zorgen, mag zich 'Scarer of the Month' noemen. Als de film begint, zijn de grote blauwharige James P. Sullivan (met de stem van John Goodman), beter bekend als Sulley voor de vrienden, en zijn eenogige groene 'Scare Assistant' Mike (met de stem van Billy Crystal) nog maar eens op weg om die titel binnen te halen.

Tegelijkertijd zijn alle werknemers van Monsters, Inc. doodsbang om door kinderen aangeraakt te worden, want hun is namelijk verteld dat er "niets dodelijker is dan een mensenkind". Alleen al het idee dat zo'n exemplaar ooit in Monstropolis terecht zou komen, maakt hen vreselijk nerveus. Daarom moeten de deuren die naar die duizenden kinderkamers leiden, telkens weer heel zorgvuldig gesloten worden. Maar op een dag gebeurt natuurlijk het onvoorstelbare en komt het kleine meisje Boo vrolijk en nietsvermoedend de vreemde wereld van Monstropolis binnengestapt. De gevolgen zijn niet te overzien...

In 1995 scoorde de Disney-studio met Toy Story van regisseur John Lasseter een bijzonder stevige tekenfilmhit. Het was meteen de allereerste integrale cgi-film, die als dusdanig ook in het Guinness Book of Film terechtkwam. Cgi staat voor computer generated images en betekent dat de hele film via computeranimatie gerealiseerd wordt. Hoewel Toy Story indertijd door het grote publiek beschouwd werd als een nieuwe krachttoer van de Disney-studio, was dat slechts een klein beetje waar. Wie de titelrol aandachtig bekeek, kon opmerken dat Toy Story begon met de mededeling 'Walt Disney Pictures presents'. De film werd inderdaad door Disney besteld, gefinancierd en wereldwijd in roulatie gebracht maar het echte werk werd verricht door de Pixar Animation Studios.

Dat in digitale animatie gespecialiseerde bedrijf bestaat inmiddels vijftien jaar en is ontstaan uit de toenmalige Computer Division van Lucasfilm Ltd., de filmfabriek van George 'Star Wars' Lucas. Bedoeling was toen de filmindustrie te voorzien van de meest geavanceerde computertechnologie. In 1986 werd die computerdivisie overgenomen door Steve 'Apple' Jobs en uitgebouwd tot het onafhankelijke filmbedrijf Pixar. Met Disney werd later een samenwerkingsakkoord gesloten, waarbij de wereldberoemde studio zijn kennis en ervaring op het vlak van marketing, merchandising en distributie zou inbrengen, zodat de mensen van Pixar, met John Lasseter als bekendste boegbeeld, hun tijd, talent en energie voor de films zelf kunnen reserveren.

In '95 resulteerde die samenwerking in het fenomenale succes van Toy Story, waar regisseur John Lasseter toen ook een Special Achievement Academy Award, een soort technische Oscar, aan overhield. Toy Story was trouwens de eerste tekenfilm waarvan het scenario genomineerd werd in de categorie voor beste scenario.

In '98 volgde de digitale insectenfilm A Bug's Life, opnieuw geregisseerd door Lasseter. In een interview vertelde hij ons toen dat hij erg tevreden was over de samenwerking met Disney, "maar na Toy Story hebben we een nieuwe overeenkomst gemaakt, die onder meer impliceert dat de namen van Disney en Pixar op de posters en op het andere artwork op een gelijkwaardige manier aanwezig zijn. Ik denk dus wel dat het grote publiek stilaan ook de naam van Pixar begint te kennen."

Dat ook andere filmstudio's na het succes van Toy Story de cgi-toer zouden opgaan, lag voor de hand en dat bleek al meteen ten tijde van A Bug's Life. Bij DreamWorks was men namelijk ook al met een digitale animatiefilm begonnen en die ging 'toevallig' ook over insecten, namelijk een mierenkolonie in Antz. Door DreamWorks-baas Jeffrey Katzenberg, die nog altijd een eitje te pellen had met zijn vroegere werkgever Disney, werd het productieritme zodanig opgedreven dat Antz enkele weken vóór A Bug's Life in de Amerikaanse bioscopen belandde. Het vakblad Variety had het toen heel toepasselijk over "The Battle of the ant-imators".

De wereldwijde triomf van Toy Story in '95 resulteerde vier jaar later in Toy Story 2, dat opnieuw door John Lasseter (en collega Ash Brannon) geregisseerd werd. Het succesverhaal van Pixar blijft maar doorgaan, nu met Monsters, Inc. Eind vorig jaar had dit nieuwe digitale meesterwerkje slechts negen dagen nodig om voor meer dan 100 miljoen dollar (112 miljoen euro) aan Amerikaanse bioscoopkaartjes te verkopen. Die honderdmiljoengrens geldt in Hollywood als barometer om van een superhit te kunnen spreken. En de rest van de wereld moest toen nog volgen. Het vorige record (in de categorie van de animatiefilms) stond op naam van Toy Story 2, die in 1999 'nog' elf dagen nodig om als superhit te worden gecatalogiseerd.

Als vierde langspeelfilm van Pixar beschikt deze grappige en vindingrijke animatiefilm opnieuw over een uitstekende stemmencast, met naast Billy Crystal en John Goodman ook Steve Buscemi, James Coburn, Jennifer Tilly en Frank Oz. Randy Newman tekende voor de muziekscore. De film werd het regiedebuut van Pete Docter en deze keer staat John Lasseter als executive producer op de generiek vermeld.

Net als bij de vorige Pixar-films is de eindgeneriek van Monsters, Inc. de moeite waard, want de aftiteling bevat een aantal zogenaamde outtakes of bloopers. Zulke 'mislukte' opnamen worden wel vaker gebruikt om er de credits overheen te laten rollen, maar hier zijn ze extra grappig omdat die bloopers speciaal bedacht en getekend werden. Want de inwoners van Monstropolis zijn natuurlijk professioneel genoeg om niet midden in een opname in lachen uit te barsten of tegen de camera aan te lopen. Wie daarnaast ook oog heeft voor het tekstgedeelte, zal zich gerustgesteld weten door de mededeling dat "No monsters were harmed in the making of this motion picture" en zal wellicht vreemd opkijken door de bijna vijftig namen die vermeld staan onder 'Production Babies'. Die vermelding blijkt een soort handelsmerk van de Pixar-studio, want het betreft hier de kinderen van Pixar-personeelsleden die tijdens de productie van Monsters, Inc. ter wereld kwamen. Zoveel? Tja, het begin van de productiefase dateert dan ook al van mei 1999. HHHHI

'Monsters, Inc.', de vierde langspeelfilm van Pixar, is zeer grappig en vindingrijk

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234