Vrijdag 03/07/2020

Kijk mama, zonder handen

Goed dat er Mark Cavendish is voor pers en publiek: het geeft een extra cachet aan een Tour de France met te veel middelmatige ritten. Maar wie zeurt om een mak verloop van weer een etappe van bijna tweehonderd kilometer (192 precies), als Cavendish er telkens weer de finale opblinkt met een sprint van goud? Hoe zou de Tour de France het nieuws kunnen blijven domineren moest Cavendish er niet zijn? Met het al bij al opmerkelijke feit dat dit keer een Skilrenner niét wegraakte in een ontsnapping - de Japanner Beppu? Zou er behalve de Belgische kolonie veel internationale belangstelling bestaan voor de dappere en zelfs verdienstelijke ontsnappingspoging van Johan Vansummeren? Vansummeren won niet eens onterecht de prijs van ‘Combatif du Jour’, maar voorts zijn dat prestaties die amper de annalen van de Tour de France halen, laat staan dat ze de brede aandacht van het grote publiek zouden trekken.Tot de laatste kilometers komen, het rijk van de Kleine Koning van de sprint. Van Mark Cavendish, en zijn ploeg Columbia - High Road. Dat is het voormalige T-Mobile, ex-Telekom, dat na de dopingperikelen van 2007 definitief onder controle kwam van de nieuwe eigenaar-manager Bob Stapleton. Columbia is officieel een Duits team, zij het dat Engels de voertaal is. Het deed daarom vreemd aan om diep in Frankrijk een Duitse Columbia- mecanicien, na weer een ritzege, de fiets van een Columbiarenner te zien aannemen met een brede grijns: “Blitzkrieg!” Zelfs na 65 jaar zorgt dat nog altijd voor een kleine rilling.Te meer omdat de Duitser eigenlijk gelijk had. Voor de start van de elfde rit had de Franse sportkrant L’Equipe - zeg maar: het staatsblad van de Tourkaravaan - omstandig uitgelegd dat Mark Cavendish intrinsiek niet te stoppen was, en dat de enige manier om hem te verslaan erin bestaat zijn fameuze trein te ontregelen. Dat inzicht, plus het stijgingspercentage van toch zes procent van de laatste honderden meters, deden én Team Garmin én Team Cervélo een aardige poging wagen. Garmin bracht zijn sprinter Tyler Farrar in stelling, Cervélo hoopte dat machtssprinter Thor Hushovd van ver zou uitpakken en zo krachtig zou wezen, dat Mark Cavendish er niet meer over zou raken. Ze faalden beiden. Hushovd werd door Cavendish voorbij gesneld en ter plaatse gelaten, Farrar kwam tot aan zijn wiel maar raakte er niet over. Weer gewonnen. En Cavendish’ zegereeks kan nog langer worden. Misschien niet morgen, want volgens ploegleider Valerio Piva is de finale in de rit naar Vittel te zwaar om het peloton gesloten te houden, en hij wil zijn Columbiateam niet helemaal opblazen in een rit die toch nauwelijks te controleren valt. Maar nadien komen er nog wel kansen, tot de Champs Elysées toe. Alsof het kleine ‘Cav’ geen moeite kost: ‘Kijk mama, zonder handen!’Dat is natuurlijk niet zo. Cavendish lijkt als vanzelf te winnen, maar eigenlijk zijn hard labeur en een intense inspanning en een even perfecte als toegewijde organisatie de sleutels voor zijn succes. Niets wordt aan het toeval overgelaten bij Team Columbia. Sinds vorig jaar zijn ze hun trein aan het ‘afstellen’. Dat wilde in het begin zeggen: in élke rittenkoers waren de Columbia’s verplicht om een treintje te vormen. En zelfs als Cavendish er niet bij was in een rittenkoers, moesten ze maar ‘treintje spelen’, met bijvoorbeeld Eisel in de positie van Cavendish. Maar het automatisme moest en zou erin komen, niet bij drie of vier vaste pionnen, maar bij àlle Columbiarenners. Natuurlijk zijn er mannen met een specifieke opdracht, en een geheel apart talent. Neem Mark Renshaw weg, de voorlaatste man, de ultieme sprinter, en Cavendish verliest een pak van zijn mogelijkheden. Read my lips: Renshaw zal de volgende weken en maanden zelf superaanbiedingen krijgen. Net zoals Gert Steegmans al tijdens de Tour van 2006 het hoofd - en de portemonnee - gek werd gemaakt met verhaaltjes (en dito beloning) dat hijzelf ook een topsprinter was, omdat hij Robbie McEwen toen zo spectaculair lanceerde. Of zoals Telekom Fagnini, de beruchte locomotief van Mario Cipollini bij Saeco, wegkocht naar Telekom om Zabel te lanceren, overigens met minder succes dan bij zijn eerste baas.

De versnelling, de trein

En toch is die Columbiatrein niet het grote geheim van Cavendish’ succes. Het aparte, zelfs unieke aan Mark Cavendish is dat hij als eerste en enige the best of both worlds van vroegere sprintkoningen combineert. Eén: de versnelling. Twee: de trein.De versnelling dus. Cavendish is als sprinter helemaal een type à la Robbie McEwen, of voorheen als Jeroen Blijlevens: een man die in volle sprint nog eens extra versnelt. Een jumper. Zoals hij in 2008 ineens de Scheldeprijs te Schoten wegkaapte voor de neus van een verbouwereerde Tom Boonen, de armen reeds half opgeheven. Tot ineens dat ene wiel ultiem voor het zijne schoot. McEwen was in 2002 in Schoten daar ook eens uit het wiel van een volop sprintende Tom Steels gesprongen - Steels stond niet eens op de foto. Jumpers als McEwen hebben geen echte trein nodig, hoogstens een ervaren piloot die hen naar voor loodst. Daar kiezen ze graag het wiel van de beste sprinter, om die dan gedecideerd te kunnen kloppen in de laatste meters.Maar hij beheerst ook zijn trein. Zo’n klassieke trein was nooit bedoeld voor mannetjes à la Cavendish, machinisten met Märklinpostuur, miniatuurversies van de echte sprinters. De klassieke trein is trouwens zo oud nog niet, als sprintconcept. Tot de jaren zeventig was er maximaal één ploegmaat die de sprint lanceerde, reuzen als Marc Demeyer voor Freddy Maertens, of Ercole Gualazzini voor Roger De Vlaeminck en/of Patrick Sercu. Pas later, met Peter Post (weer hij) begon er een hele ‘trein’ gevormd te worden. Die ploeg lanceerde als laatste man dan Walter Planckaert voor diens broer Eddy of Eric Vanderaerden. Dat concept werd later geperfectioneerd, totdat (quasi) de hele ploeg in dienst van één sprinter reed. Tom Steels had dat voorrecht ooit bij Mapei, Erik Zabel ook wel bij Telekom, maar de twee meest tot de verbeelding sprekende voorbeelden waren de Saecotrein van Mario Cipollini en de Fassa Bortolomachine in dienst van Alessandro Petacchi. Iedereen had zijn vaste plaats, en de laatste tien kilometer werden in vaste volgorde afgeraffeld. Een soort vier- of vijftrapsraket, waar het voorbereidende werk werd afgemaakt door de ultieme krachtsexplosie van een machige atleet. Cipollini en Petacchi waren grote, rijzige gestalten, met uit Toscaans marmer gekapte torso’s en dijen. Wat ranker weliswaar dan de David van Michelangelo, met lange, blonde, wat wufte kapsels die eerder in schilderijen van Rafaël thuis zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234