Vrijdag 07/05/2021

Kijk goed, op deze foto zouden Julie en Mélissa te zien moeten zijn

Aan de beelden die we vandaag publiceren is op zich niets schokkends. Ze zijn dat pas wanneer we de datum kennen waarop ze zijn gemaakt: 13 december 1995. Die dag verricht de rijkswacht van Charleroi een huiszoeking bij Marc Dutroux. Achter het rek op de foto, zitten op dat ogenblik - zo nemen we aan - de twee meisjes van acht naar wie de speurders op zoek zijn te verhongeren. De nooit opgehelderde raadsels van Operatie Othello.Door Douglas De Coninck

Twee potten verf, twee flessen port, een fles sangria ook, zo te zien. Een houten kistje. Enkele flesjes bier. Een wijnrekje, bovenaan. Een fles rosé. Het staat allemaal keurig op het rek. Marc Dutroux heeft de spullen daar uitgestald om de geheime poort te camoufleren.

Je staart ernaar, en tien minuten later betrap je jezelf erop dat je nog steeds zit te staren, heimelijk hopend iets te zien dat toen had moeten worden gezien. En je vraagt je af hoe lang de ouders van Julie Lejeune en Mélissa Russo kunnen blijven kijken. Die kraaknette witte muur. Dat toch wel schrille contrast met de andere muren in de kelder. Had dat geen argwaan moeten wekken? De elektrische bekabeling, waarover Dutroux later zegt: "De draden waren zichtbaar. Dat was het zwakke punt."

Als we Marc Dutroux, Michelle Martin én de eindconclusie van onderzoeksrechter Jacques Langlois mogen geloven, zitten op het ogenblik dat deze foto genomen wordt twee meisjes van acht te verhongeren achter dit rek. De foto komt uit het dossier dat op 13 december 1995 is opgesteld door eerste opperwachtmeester René Michaux van de BOB van Charleroi. Hij heeft die dag het hele huis en de kelder doorzocht. Hij heeft, zegt hij later, de stemmen gehoord van Julie en Mélissa. Hij heeft "silence!" geroepen, zich richtend - natuurlijk - tot zijn collega's. En het werd stil.

Dutroux verklaart later dat hij Julie en Mélissa had opgedragen om bij het minste geluid op de trap weg te duiken onder hun dekentje en muisstil te zijn.

René Michaux: "Wij hoorden kinderstemmen, ook al was het huis leeg. We stelden ons onmiddellijk vragen over de herkomst van die kinderstemmen. We zijn naar de benedenverdieping gelopen en stelden vast dat er buiten kinderen op straat speelden." (1)

Als we vandaag spreken over een Dutroux-drama, doen we dat niet alleen vanwege de gruwelijke aard van de feiten. We doen dat ook, en vooral, omdat deze zaak onder normale omstandigheden uiterlijk die dag, 13 december 1995, haar epiloog had moeten kennen. Julie en Mélissa leefden wellicht nog en hadden moeten worden bevrijd. Je kunt vandaag niet eens met zekerheid stellen dat het op 13 december 1995 al te laat was voor An Marchal en Eefje Lambrecks.

In het dossier wordt aangenomen dat zij in september 1995, drie à vier weken na hun ontvoering, levend zijn begraven in de rue Daubresse in Jumet. Eefje woog bij leven bijna zestig kilo, An ongeveer vijftig kilo. Volgens de autopsierapporten wogen de Limburgse meisjes op het tijdstip van hun overlijden allebei dertig kilo. We hebben geen kennis van een dieet dat je toelaat om in drie à vier weken 25 kilo te verliezen.

René Michaux weet op 13 december 1995 dat hij in het huis op zoek moet naar een verborgen bergplaats voor geschaakte kinderen en dat hij in de kelder moet zoeken. Hij weet dat Dutroux al eens is veroordeeld voor vijfvoudige kinderontvoering. Een aantal van de slachtoffers van 1985 is misbruikt in ditzelfde huis: Route de Philippeville 128 te Marcinelle.

Al op 7 juli 1995, goed twee weken na de ontvoering van Julie en Mélissa, hebben de rijkswachters Christophe Pettens en Didier Bouvy vanuit Charleroi een fax gestuurd naar hun collega's in Grâce-Hollogne om hen te attenderen op zijn verleden. En ook op het relaas van hun informant, Claude Thirault (DM 3/2) die Dutroux heeft beschuldigd van het uitvoeren van 'werken in de kelder van zijn woning (...) om er kinderen in onder te brengen in afwachting van hun uitvoer naar het buitenland'.

In het dossier van Michaux zitten niet alleen de verklaringen van Thirault (informant Y), er is ook nog 'informant Z'. Hij heeft verteld dat Dutroux hem tijdens een uitstap naar het recreatiedomein in Hofstade kinderen aanwees en 50.000 frank aanbood om te helpen om er eentje te schaken.

In de maanden voor de huiszoeking heeft de top van het nationale Centraal Bureau voor Opsporingen (CBO) bij de rijkswacht de zaak uitvoerig zitten bestuderen. Er is op 10 augustus langdurig vergaderd. Uit het geheime verslag van die vergadering blijkt dat het CBO ook Bernard Weinstein al in het vizier heeft: '... een individu dat banden zou hebben met M. Dutroux rijdt in een blauwe Ford Fiesta oud model, een voertuig dat veel gelijkenissen vertoont met een Peugeot 205'.

Dat is het type auto waarin Julie en Mélissa volgens getuige Marie-Louise Henrotte op 24 juni 1995 zijn gestapt, zo wordt aangestipt in het verslag.

Op 25 augustus is bij de rijkswacht van Charleroi in het allergrootste geheim Operatie Othello van start gegaan. De experts in het schaduwen van verdachten zijn erbij geroepen: de elitegroep Posa. Dat is volgens het verslag verantwoord vanwege: '...hardnekkige geruchten dat Dutroux de kelders van verschillende woningen die hij bezit verbouwt om er kinderen in onder te brengen.' Verder staat er: 'Die geruchten zijn nog sterker geworden sinds de verdwijning van de twee kleine meisjes Julie en Mélissa.'

Volgens de officiële gegevens van de rijkswacht is de Posa zes keer twee dagen lang het huis in Marcinelle komen begluren: op 28 en 29 augustus 1995, op 8 en 19 september en op 13 en 16 oktober. Aan de overzijde van de straat in Marcinelle loopt een spoorweg. Daar heeft de Posa een treinwagon neergezet met een verborgen camera in, die opnamen maakt van al wie komt en gaat. Volgens het eindrapport van de commissie-Verwilghen zijn er aanwijzingen dat er daar bovenop, vóór 28 augustus, stiekem nog andere observaties zijn uitgevoerd met "gesofistikeerder materiaal".

Maar de experts van de Posa zien niets wanneer de verdoofde An en Eefje in de ochtend van 23 augustus 1996 door Dutroux en Lelièvre het huis worden binnen gesleept. Ze zien niets wanneer de negentienjarige Eefje één keer, poedelnaakt, een raam weet te openen en luid gillend op het dak weer wordt gegrepen door Dutroux. Men ziet niets doordat de observaties alleen overdag plaatsvinden. Nine tot five. Terwijl in de voorafgaande rapporten duidelijk staat dat Dutroux en Weinstein vooral 's nachts actief zijn.

Eén keer ziet de Posa wel iets: 'Op 29 augustus 1995 gaat de bestuurder van een blauwe auto in een van de huizen van Dutroux binnen in het gezelschap van een meisje van ongeveer zes jaar oud.' (2) Wie was dat meisje? Julie, Mélissa, een ander kind? We weten het niet. We weten enkel dat de man Weinstein was, target nummer 2. De Posa registreert, en daar blijft het bij.

Op 4 september 1995 heeft de moeder van Dutroux, Jeannine Lauwens, een brief gestuurd naar onderzoeksrechter Lorent in Charleroi. Hij is - toevallig - de magistraat die twee maanden later wordt belast met het onderzoek naar de gijzeling van drie jongelui in de rue Daubresse (DM 6/2). Lauwens ligt met haar zoon in conflict over het huis van haar overleden moeder in Jemeppe-sur-Sambre. In haar brief lezen we: 'De buren klagen over een voortdurend af en aan rijden in verband met een handel in autobanden en autowrakken, maar wijzen ook op de aanwezigheid van twee meisjes tussen 16 en 18 jaar (...).'

Intussen tikt de klok. De politiediensten weten met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid waar ze Julie en Mélissa kunnen vinden, maar verkiezen te wachten. Waarop? Op een formele aanleiding om, gewapend met een huiszoekingsbevel, Dutroux' huizen te bestormen, zo verdedigen de bonzen van het CBO zich achteraf.

Maar die formele aanleiding is er. Dutroux wordt al sinds halfweg juni 1995 opgespoord voor een (mislukte) poging tot autodiefstal in Namen. De processen-verbaal zitten in het dossier-Othello. Hij wordt verdacht van de verkrachting van een tienermeisje in Obaix. De aanleiding is er, maar: de zaak in Obaix wordt behandeld door de gerechtelijke politie en die wil de rijkswacht er liever buiten houden. De klok blijft tikken. Het wordt september, oktober, november. En het wordt 6 december.

Marc Dutroux wordt gearresteerd vanwege de drievoudige gijzeling. Via via verneemt Michaux dat het grote moment aangebroken is. Op 12 december trekt hij in het justitiepaleis van Charleroi met substituut Viviane Troch naar het kantoor van onderzoeksrechter Lorent. Troch is een van de weinige magistraten die op de hoogte zijn van Operatie Othello. Mede op haar aandringen stemt Lorent ermee in om de eerst voor de stadspolitie bestemde huiszoekingsmandaten af te geven aan Michaux. En zo wordt het 13 december.

Twee pagina's tekst. Meer is er niet. Het proces-verbaal over de huiszoeking rept met geen woord over de kelder, laat staan over kinderstemmen. Michaux kan melden dat er niets te melden valt. Hij en zijn collega's nemen wel een paar foto's in het huis, waarvan we er vandaag enkele publiceren.

Op 19 december 1995, zes dagen later, volgt een tweede huiszoeking. Hier is het proces-verbaal iets helderder: 'Wij hebben verschillende interessante elementen ontdekt. Aan de ingang van de kelder, opgehangen aan een spijker, vinden we een riem waarin een metalen ketting van 7,25 meter ontdekken (...). In een sigarenkist van het merk Senator bemerken we een ketting van 60 centimeter.'

Jammer dat de kettingen niet naar het labo zijn gebracht. Vandaag weten we dat dit de kettingen zijn waarmee An Marchal, Eefje Lambrecks en Bernard Weinstein in bedwang zijn gehouden. In het huis ontdekt het team van Michaux ook een speculum, een gynaecologisch apparaat. De speurders openen een ijskast en ontdekken een privé-apotheek. Ze vinden: 'Drie farmaceutische flesjes met het etiket er gedeeltelijk van afgescheurd. Een doosje van Ferrum Hausman met 17 capsules en 8 capsules Redomex Diffucaps. Een doosje met het opschrift 'slaapmiddelen' dat 35 capsules bevat.' (3) Dit zijn de producten, blijkt later, waarmee Dutroux zijn slachtoffers verdoofde.

In het dossier steken foto's die die dag zijn gemaakt van de kinderkamer op de eerste verdieping. Nemen de speurders de moeite om enkele haartjes van lakens en hoofdkussen af te plukken, dan zal het labo melden dat het dna overeenstemt met dat van Julie en Mélissa. Maar er gaat niets naar het labo.

Keiharde, rechtstreekse bewijzen heeft Michaux dus niet. Of toch: hij houdt ze in zijn handen. Uit de kast van Dutroux heeft hij 95 videobanden gehaald en twee 8-millimeterfilmpjes. Op één van de filmpjes is te zien hoe Dutroux op de stoep van de Route de Philippeville in de weer is met het aanbrengen van de verluchtingskoker voor de kinderkooi. Op een andere band is te zien hoe hij een met Rohypnol verdoofd Tsjechisch meisje verkracht.

Het is waar. Kijken we opnieuw naar die ene foto. Dutroux heeft de kinderkooi voor zijn arrestatie vakkundig gecamoufleerd. In de rest van de kelder is het een rotzooi van jewelste. Ergens moet je begrip kunnen hebben voor het feit dat de speurders niet zien wat ze moeten zien. Als ze echter die ene filmopname, die ene band, bekijken, zien ze de put en de verluchtingskoker en kennen ze de locatie van de verborgen ruimte die ze zoeken. Helaas.

Michaux zal nadien praktische redenen inroepen. Op zijn kantoor heeft hij geen videoapparaat. Zijn schuld niet. Hij stuurt de hele vracht banden op 15 december naar het Audiovisueel Centrum van de rijkswacht (CAVC). Die dienst houdt zich bezig met het vervaardigen van Via Secura-filmpjes en heeft echt wel dringender zaken aan zijn hoofd.

Het duurt tot 18 januari 1996 voor er iemand is gevonden die wat tijd kan vrijmaken om naar de banden te kijken. Hij is daar pas op 30 januari mee klaar. Al die tijd, zo moeten we aannemen, proberen twee kinderen van acht vrieskou en honger te trotseren. De persoon die bij het CAVC in zijn vrije uren de banden bekijkt, weet niet wat de relevantie zou kunnen zijn van een beeld waarop een man wat aan het doe-het-zelven is op zijn stoep.

Dit is een deel van de verklaring, niet de hele. Want tussen de in beslag genomen banden zit ook een VHS-opname van een aflevering het programma Perdu de vue van de Franse zender TF1, die eind 1995 een hele aflevering heeft gewijd aan de verdwijning van Julie en Mélissa. Op het etiket op de band staat het geschreven, in het handschrift van Marc Dutroux: 'Perdu de vue'.

Natuurlijk. Het is niet omdat een vijfvoudig veroordeelde kinderontvoerder een uitzending over twee vermiste kinderen op video zet dat hij de ontvoerder is. Het is, wederom, geen bewijs. Het is een aanwijzing, een serieuze. En er is wel, wederom, iets heel erg vreemds aan de manier waarop Michaux met deze informatie omgaat. Hij vermeldt er niets over in zijn rapporten en het is slechts door heel aandachtig te kijken naar de obligate inventaris van in beslag genomen voorwerpen dat een attente speurder bij het Comité P. het later merkt. De hele opsomming van onschuldige films uit de kast van Dutroux staat op de lijst opgesomd. Helemaal onderaan heeft iemand er met de hand een paar dingen bijgeschreven, zoals: 'VHS - Perdu de vue - Marc'.

Het is niet duidelijk wanneer dit er op de inventaris bij gepend is. Misschien wel nadien. Het lijkt er in elk geval sterk op dat het team van Michaux oog had voor alles, behalve het allerbelangrijkste. De speurders in Neufchâteau hebben er zich ook nooit van kunnen vergewissen of dit werkelijk een opname was van de uitzending over Julie en Mélissa. De banden zijn begin 1996 terugbezorgd aan Marc Dutroux en daarna nooit meer teruggezien.

Er zijn drie banden die hij niet terugkrijgt. Die blijven achter op de griffie van de rechtbank in Charleroi en - blijkbaar op vraag van Michaux - heeft het CAVC er kopieën van gemaakt. Heeft René Michaux de banden dan toch bekeken? Jaren zijn verstreken, en nog steeds zijn er in dit land mensen met verantwoordelijke posities die niet in complottheorieën geloven, maar niet anders kunnen dan stilletjes het onuitspreekbare vermoeden.

Een insider bij het Comité P: "Het kan niet anders dan dat Michaux de banden van de verbouwingswerken en de verkrachting heeft gezien. Ik durf niks zeggen over de motieven die een politieman ertoe kunnen brengen om twee meisjes van acht te laten sterven en ik durf ook niet zeggen dat hij de consequenties kende, maar hij hééft die banden gezien."

Het zit namelijk zo. Het Comité P. haalde de drie banden op bij de griffie in Charleroi en legde ook beslag op de drie kopieën die het CAVC ervan maakte. Nu citeren we uit het eindrapport van het Comité P: 'De originele amateurbeelden staan niet op de gekopieerde cassettes. Verschillende scènes, met name van Dutroux die werken uitvoert in zijn huis in Marcinelle of van een naakt meisje met gespreide benen, staan niet op de kopieën.'

De insider: "Iemand heeft toen het bevel gegeven om drie banden te kopiëren, maar juist die passages die bewijsmateriaal bevatten over datgene waar men met Operatie Othello naar zocht, zijn niet gekopieerd. Je kunt die keuze alleen maken als je weet wat je niet wilt kopiëren. Daarom: men hééft die banden gezien."

In de maanden november 1997 scoorde het parlement bijzonder goed in de kijkcijfers. Het was de periode waarin Michaux en andere speurders live op televisie opnieuw het vuur aan de schenen kregen gelegd. Als reactie op een zoveelste rondje welles-nietes tussen Michaux en zijn collega's op de buis, stapt op 5 december 1997 ene Helena L. naar de speurders in Charleroi. Eind 1995 werkte de vrouw bij een goede kennis van Michaux. Die kwam vaak op bezoek en vertelde over zijn werk.

Helena L: "In die periode, 1995, kwam Michaux op een dag weer eens langs. Hij vertelde mijn werkgever Antonio S. dat hij het koud had omdat dat hij net terugkeerde van een observatieopdracht vanuit een treinwagon en dat die niets had opgeleverd (...). Hij sprak over de rijkswachter Pettens en stak de draak met hem. Hij kon hem niet uitstaan."

S., zo is uit de verklaring van de vrouw op te maken, is een autozwendelaar die goed bevriend was met Michaux en een hekel had aan Christophe Pettens. Pettens is, pro memorie, die ene politieman die al vanaf 1993 hemel en aarde beweegt om de informanten Y en Z aan het praten te krijgen over Dutroux, en er rotsvast van overtuigd is dat die kinderen aan het ontvoeren is. Antonio S. heeft het niet zo begrepen op Pettens, omdat die hem in 1994 heeft laten vervolgen voor een autodiefstal waarbij hij was betrokken. "Volgens wat ik begreep", gaat Helena L. verder, "zat Pettens die bewuste dag nog in die wagon. En Michaux zei: 'Pettens zit daar, maar het is niet daar dat het gebeurt'."

Misschien is het zo simpel. Eén stomme rijkswachter die de boel bewust zo'n beetje in de war stuurt omdat hij in onmin leeft met een andere. Maar ook dan is en blijft het ongelofelijk.

De rijkswacht liet ons destijds achter met de gedachte dat hij wou 'scoren'. Hij wou zelf Julie en Mélissa bevrijden, en triomferen. Maar een ploeg die scoort stelt doorgaans een spits op.

(1) Verklaring René Michaux, 15 augustus 1996, rijkswacht Charleroi, pv 100.014.

(2) Eerste eindverslag commissie-Verwilghen, pagina 52.

(3) Inventaris van 'voorwerpen neergelegd ter griffie', 13 december 1995.

(4) Verhoor Helena L., 5 december 1997, rijkswacht Charleroi, pv 100.740.

Voor de allereerste keer zichtbaar voor ons allemaal: de beelden van Operatie Othello en de huiszoekingen van 13 en 19 december 1995

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234