Maandag 05/12/2022

ReizenOeganda

Kijk een gorilla in de ogen en je komt jezelf tegen: fotografe Carmen De Vos op safari in Oeganda

In het ondoordringbare oerwoud van Bwindi komen we oog in oog te staan met de bedreigde berggorilla. Beeld Carmen De Vos
In het ondoordringbare oerwoud van Bwindi komen we oog in oog te staan met de bedreigde berggorilla.Beeld Carmen De Vos

Fotografe Carmen De Vos wilde vakantie, dus trok ze zonder camera naar Oeganda. Toch keerde ze huiswaarts met tonnen beeld, gemaakt met polaroidcamera, smartphone en verrekijker.

Carmen De Vos

Prelude

Stan werkt sinds een paar maanden in Afrika en wij gaan hem bezoeken. Waar dan, zal u misschien denken, Afrika is zo groot, je praat alsof het een land is. Wel dan, hij werkt in Oeganda voor een ngo en we missen hem genoeg om onze valiezen te pakken en zijn ouders en kleine zus te vergezellen naar de parel van Afrika. Dochter kan spijtig genoeg niet mee want ze moet zingen in Duitsland en dat is jammer maar ook weer goed, corona heeft lang genoeg geduurd.

Dag 1: van Brussel naar Entebbe via Caïro

We landen midden in de nacht. In de opgaande zon zien we hoe Guest House ViaVia aan een waterplas ligt, omringd door dicht woud met felle bloemen op de oever. Er zit mist in ons hoofd door het gebrek aan slaap en dat zal er ook de rest van de dag niet op verbeteren. Wandelen, kijken en ademen, dat is zowat het enige waar we nog toe in staat zijn en dat treft, want Entebbe kleurt okerrood onder de gouden zon en ik word verliefd op de zanderige kleuren en kleurrijke winkeltjes in scheve en lage huizen, in rijen langs de aangestampte gele aardeweg. Normaal zouden we vandaag naar de schoenbekooievaar gaan speuren, maar daar zijn we veel te lui voor. Pas later zal het ons dagen dat we de kans hebben gemist om een weliswaar lelijke maar wel keihard bedreigde diersoort gade te slaan.

In Lake Mburo National Park fietsen we tussen de schichtige zebra’s, Oegandese kobs en ankole-koeien met de typische lange hoorns. Beeld Carmen De Vos
In Lake Mburo National Park fietsen we tussen de schichtige zebra’s, Oegandese kobs en ankole-koeien met de typische lange hoorns.Beeld Carmen De Vos

Dag 2: Met het busje naar Lake Mburo National Park

Toprit door de buitenwijken van Kampala met duizenden kleine stalletjes en nijverheid. Stel u gelijk welke invalsweg tussen twee Belgische steden voor, met handel genre McDonald’s en Avia, en plastic laagbouw met winkelcentra, en vervang dit door kleurrijk bepleisterde rijhuizen van een verdieping, gevuld met plaatselijke nering, en u krijgt een idee. De mensen bewegen zich kriskras op de onverharde wegen en wij kijken en juichen om zoveel schoons en laveren onderwijl langs de diepe putten in het wegdek. Er zijn meer mensen die oversteken met ballast op hun hoofden dan dat er concentratie is. Gelukkig zit Vincent, onze plaatselijke chauffeur, achter het stuur, die kent het hier, al moet ook hij zijn ogen openhouden. Send your money across the world. Use Solar Energy. Pepsi is king.

We maken lange ritten maar vervelen ons niet. Door de ramen van het busje verwonderen we ons over het schouwspel dat het leven hier is. Beeld Carmen De Vos
We maken lange ritten maar vervelen ons niet. Door de ramen van het busje verwonderen we ons over het schouwspel dat het leven hier is.Beeld Carmen De Vos

Tegen valavond komen we aan in Rwakobo Rock, net genoeg tijd voor een fietssafari door de savanne. Ik mis een eerste kans op een machtige foto van een herder in het gouden avondlicht, die zijn ankole-koeien met lange horens hoedt. In plaatst van nonchalant met één hand te fotograferen, dender ik met een rotvaart van de helling omdat ik nog niet doorheb hoe de remmen werken. Goed vijfhonderd meter verder, als het weer plat is, val ik vanzelf stil en moet ik de hele heuvel weer op. Net wanneer ik buiten adem aansluit, zet de rest van de groep hoofdschuddend weer aan. Het wild wacht niet hoor, en avant! We fietsen tussen zebra’s en Oegandese kobs, dwars door savannelandschappen die ik herken uit de Safari-reeks van Willy Vandersteen.

Er is alleen wifi in het restaurant waar ik een gin-tonic omstoot en de garçon in mijn plaats sorry zegt, een semantische kwestie, en er is niet genoeg licht in de kamer om te lezen. We slapen vroeg, uitgeput maar voldaan.

Het feeërieke Mutandameer ligt aan de voet van het vulkaangebergte dat Oeganda, Congo en Rwanda met elkaar verbindt. Beeld Carmen De Vos
Het feeërieke Mutandameer ligt aan de voet van het vulkaangebergte dat Oeganda, Congo en Rwanda met elkaar verbindt.Beeld Carmen De Vos

Dag 3: gevangeniseiland, Lake Mutanda Kisoro District

David meert aan met zijn motorboot die groot genoeg is voor ons alle vijf en de valiezen erbij en met een afdakje tegen de brandende zon. David is de eigenaar van dit kleine voormalige gevangeniseiland te midden van het grote zoetwatermeer. Meisjes die voor het huwelijk zwanger werden, werden hier door de dorpsoversten achtergelaten om te sterven. Met de jongens die hen bezwangerden gebeurde er, welja, niks. De meisjes konden onmogelijk ontsnappen, want veruit de meeste Oegandezen kunnen niet zwemmen omdat er alleen heel diepe meren zijn om het in te leren. Al wie poogt te zwemmen, zinkt meteen naar de bodem en wordt nooit meer teruggezien. Het eiland is omgeven door papyrusplanten en waar de wind het hardste snijdt, staan palmbomen. Ik voel me een personage uit Die Wand. Ik schiet in een fantasie waarin ik afgesloten van de wereld ben en beeld me in hoe ik hier zou trachten te overleven. Vissen misschien, pitten planten en hopen dat ze schieten, een hond zoeken en die tot vriend maken, verdwaalde koeien zie ik hier op het eerste gezicht niet. Een vervreemdend maar ook hemels gevoel. Ik wandel hier niet op het eiland, ik zweef.

Morgen komt Stan.

Dag 4: wachten op Stan

We worden wakker met het licht dat overvloedig op het meer weerkaatst in onze kamer. Een bed, een klamboe, een badkamer met warm water en douche en een ruim terras dat bijna over het water hangt. Ik verken het hele eiland. Dat duurt welgeteld een uur omdat ik geslenterd heb en een tijd op de zelfgebouwde pier heb liggen slapen. Ik maak polaroidjes, de papyrus wolkt zo mooi tegen de blauwe achtergrond. De skyline is 360 graden en omvat verre oevers, woud en de omtrekken van drie hoge bergen, net een Japanse tekening van Ando Hiroshige. Pastels die overgaan in pastels en omlijnd met fijn zwart. Ik vloek omdat ik faal: het lukt me niet om het net zo mooi te fotograferen als hoe ik het zie.

Het wachten hangt in de lucht. Ik vervoeg me bij de meisjes die lezen in Pluto van Lara Taveirne. Het is hier ook een soort Pluto, en eenzelfde soort verwachting.

Dan komt Stan. Onmiddellijk zuigt hij ons op in een wervelwind van enthousiasme en vooruitzichten. Deze unieke plek op aarde had hij voor ons in gedachten. Hier, waar de werkelijkheid uit je hoofd waait, want er is de wind, er is altijd de wind, en zo heeft hij nog veel meer voorzien. We gaan Oeganda bekijken zoals hij die het liefste ziet en dat lijkt me een heel begeesterend perspectief.

We zijn blij en opgeruimd ­springen we in het water, waar we als enige mensen op dit gigantische meer weerspiegeld worden in de ogen van elkaar. Het eiland dat zoveel meisjes gevangenhield, is nu een oord van plezier. Ik voel een grote eerbied en ween voor hen die niet zoveel geluk hadden.

Groepsportret in de Kerere Crater Lake Lodge aan het Kibale National Park.
 Beeld Carmen De Vos
Groepsportret in de Kerere Crater Lake Lodge aan het Kibale National Park.Beeld Carmen De Vos

Dag 5: Bwindi Impenetrable Forest

We staan héél vroeg op om, met een beetje chance, enkele van de enige levende berggorilla’s ter wereld te gaan bezoeken in hun habitat, het ondoordringbare woud van Oeganda. Ergens in de jaren 80 schatte men de totale populatie in de wereld op een 250-tal, nu zijn er door doorgedreven bescherming opnieuw meer dan duizend. Lees het goed, in de WERELD. De helft ervan leeft in Bwindi. Berggorilla’s kunnen niet overleven in gevangenschap. Tiens, zou het kunnen zijn omdat het fijngevoelige wezens zijn, die meer nodig hebben dan voedsel en bescherming? Zou het kunnen dat ze verpieteren als ze zich niet vrijelijk kunnen bewegen, niet zelf een liefste kunnen zoeken, zou het kunnen dat een berggorilla de dictatuur van de mens gewoonweg niet kan verdragen en nog liever doodgaat? 98,3 procent gedeeld DNA, denk daar eens over na. Anyway, tijdens de vele jaren van oorlog in Oeganda waren gorilla’s gefundenes Fressen voor stropers. Nu het land weer stabiel is, weliswaar onder een dictator, o ironie, wordt de waarde van ecologie als een economische asset ingezet. De toeristen betalen een goed stuk van de conservatie, een ticket kost 700 euro per persoon en dat is maar helemaal fair ook. Wij westerlingen kunnen niet verwachten dat de Oegandezen de gorilla’s voor niks in leven houden, het woud is Unesco-werelderfgoed en dus moet de wereld het mee ondersteunen. Dorpelingen die manu militari werden ontzet omdat het woud mensvrij moest worden, proberen te overleven door te werken in het ecotoerisme en beginnen het belang van de gorilla en het woud in te zien.

Wij huren Deus in, een plaatselijke porter, voor een stuk omdat het traject bergop lastig is en de vochtige hitte slopend – we moeten elk 2 liter water per persoon meesleuren – en deels omdat het een manier is om iets terug te geven aan de gemeenschappen die verdreven werden, en waar zelfs voormalige stropers toe behoren. We worden vergezeld door rangers met geweren en machetes die de weg voor ons vrijmaken. Het woud is ondoordringbaar en je ziet er nooit verder dan een meter of vijf. Zij leiden ons naar de gorillafamilie het dichtst bij ons in de buurt, die gewoon gemaakt is aan mensen.

‘Gewoon gemaakt’ wil niet zeggen ‘tam gemaakt’ en dat zal ik geweten hebben. Op nauwelijks drie meter van ons, we moeten onze maskers aanhouden om geen covid door te geven aan de dieren, worden we attent gemaakt op de aanwezigheid van een zilverrug, dat is het alfamannetje in de groep, oud genoeg om grijs haar te hebben. De rangers maken gorillageluiden, nog het best te vergelijken met een grommende kuch. De zilverrug eet, laat zich begapen en fotograferen, we fluisteren en roepen ooh en aah, en net als ik een tweede polaroid van hem neem, zet hij zich rechtop en chargeert in mijn richting. Ondanks alle waarschuwingen op voorhand om in zo’n geval vooral niet te bewegen, laat ik me door de knieën zakken en sla mijn armen om mijn hoofd. De zeven andere mensen in onze groep draaien in een ruk om hun as (weglopen helpt niet, want in het woud zit je vast waar je staat). De rangers maken gromgeluiden en zwaaien met hun machetes en het mannetje gaat weer zitten. Het was blijkbaar maar om te lachen en van pure opluchting doen wij dat ook. De hele gorillafamilie, bestaande uit zo’n negen stuks, beweegt elke dag zo’n vierhonderd meter en bouwt elke dag een nieuw nest. Ze foerageren, slapen en spelen, een beetje zoals een mens op vakantie. Als je dus vierhonderd meter verder zoekt dan het nest van gisteren, vind je ze zeker, ook in een ondoordringbaar woud. Trouwens, vanaf die dag is Deus mijn vriend.

Hoewel alle leeuwen in principe in bomen kunnen klimmen, doen ze dat alleen hier, in Queen Elizabeth National Park, en in een park in Tanzania. Beeld Carmen De Vos
Hoewel alle leeuwen in principe in bomen kunnen klimmen, doen ze dat alleen hier, in Queen Elizabeth National Park, en in een park in Tanzania.Beeld Carmen De Vos

Dag 6: Queen Elizabeth National Park South

We rijden om het woud heen naar het Ishasha BullBush River Camp. Dat ligt in het zuiden van het Queen Elizabeth National Park aan de Ntungwe-rivier. Het park is de thuis van de tree-climbing lions.

Eerst zien we niks, we hebben onze ogen wijdopen, maar toch zien we niks. Pas als Vincent ons wijst waar we moeten kijken, ontwaren we ze. Geheel gecamoufleerd liggen jonge leeuwinnen op brede takken te slapen. Ze laten zich niet door ons verstoren, zolang we onze armen niet door het opengeschoven dak van het busje naar buiten laten bengelen zijn we relatief safe, leeuwen zien auto’s en hun inzittenden als één geheel. Opwinding alom. We prutsen haastig met verrekijkers die we voor onze telefoon houden om goede foto’s te maken. Niet één van ons, zelfs ondergetekende fotograaf niet, heeft een deftige camera mee want ah ja, ik ben op vakantie, en daarbij: nooit makkelijk doen als het ook moeilijk kan. Ik sakker op mijn eigen principes maar toch, heel af en toe, schiet ik een plaatje van een plaatje, niets zo geduldig als een slapende kat.

Dag 7: Queen Elizabeth National Park North

Stan krijgt ons zover om nogmaals heel vroeg op te staan. Ik weet het wel, wilde dieren zijn ’s morgens het actiefst, maar ondergetekend wild dier blijft toch liever wat langer slapen. We rijden met het dak omhoog en Lise en Stan zitten erbovenop. Stan steunt met zijn kousenvoeten op het hoofd van zijn ma die eronder zit, maar dat kan deze moeder niet deren. Vincent probeert tegelijkertijd te spotten en putten te vermijden, geen beginnen aan, we staan onder de blauwe plekken maar we hebben onze tanden nog. Veilig vanuit de auto proberen we het gorillageluid uit op alle dieren die we tegenkomen.

We gaan nijlpaarden kijken. We gaan varen op het Kazingakanaal tussen Lake Edward and Lake George. Een zwartgeblakerd nijlpaard dat eruitziet alsof ze aan een barbecue ontsnapt is, bevochtigt een albinonijlpaard dat helemaal rood is. De hele tijd giet ze verfrissend water over de rug van de albino. Het is een ontroerend gebaar, nijlpaarden blijken wel degelijk in staat tot zorg en medeleven.

Onderschat de logge loebassen niet, jaarlijks gaan er kweetniehoeveel mensen dood aan onderschatting: een nijlpaard kan verrassend snel lopen en als je toevallig op zijn pad staat, loopt-ie je zo omver. Verderop schiet ik machtige foto’s van olifanten die een zandbad nemen, de oren wijd. Als we terugkomen, zijn we compleet voldaan. Van op de porch horen we brullende bronstige nijlpaarden en in de verte trekt de kudde olifanten verder. Alan neemt een buitendouche en terwijl ik hem gadesla, besef ik dat ik toch maar chance heb, met zo’n eigen gespierd wild dier in huis.

Op het Kazingakanaal, tussen Lake Edward and Lake George, vergapen we ons aan een kudde chille olifanten. Beeld Carmen De Vos
Op het Kazingakanaal, tussen Lake Edward and Lake George, vergapen we ons aan een kudde chille olifanten.Beeld Carmen De Vos

Dag 8 & 9: Kerere Crater Lake

We doen inkopen. Vanavond gaan we slapen op een sublieme plaats, Kerere Crater Lake Cottage. Het werd gebouwd op een rif dat langs twee kratermeren loopt en wel tienmaal zo groot is als Gahiza Island. Om er te geraken, moeten we modderige zandwegels en zelfs een rivier oversteken. Het gebied is weelderig en sappig en er passeren geen twee witte mensen in een week. We hebben veel bekijks.

’s Ochtends werpt het woud zijn deken van asem af, de dichte nevel trekt weg en de hemel kleurt langzaamaan weer blauw met hier en daar wat okerslierten. Dat het woud op broccoli lijkt, knor ik tevreden terwijl ik aan een mango sabbel. Ik stijg boven mezelf uit en neem een mentale foto van hoe het er van bovenaf moet uitzien. Nog even en het water zal weer petroleumgroen kleuren. Vincent verzekerde ons gisteren dat het van dichtbij gezien wel degelijk helder en doorzichtig is, ik opper een uitleg over mineralen en algen en de reflectie van de lucht om de kleur te verklaren, maar niemand luistert.

The end of a beautiful chapter

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234